De Lijn. “Na alle besparingen is extra inspanning onmogelijk”

Bij De Lijn dwong het personeel in maart-april de eerste beschermingsmaatregelen af. De bussen en trams bleven rijden en het personeel werd algemeen bij de helden van de coronacrisis gerekend. Bij de directie en de echte bazen, met name de Vlaamse regering, kreeg het personeel stank voor dank. Begin oktober leidde dit tot een staking tegen de privatisering van het vervoer op maat: belbussen en leerlingenvervoer. We spraken met Luc Wendelen, kandidaat voor de Ondernemingsraad namens ACOD in Antwerpen bij de sociale verkiezingen van 19 november.

Interview uit maandblad ‘De Linkse Socialist’ (het gesprek vond plaats voor de tweede lockdown)

Is De Lijn voorbereid op de heropleving van het coronavirus?

“De afgelopen jaren is er heel veel bespaard, waardoor het onmogelijk is om een extra inspanning te doen. Bij het begin van de gezondheidscrisis hebben we een aantal zaken afgedwongen, zoals tijdelijke bescherming van de chauffeurs met folie, die als nadeel heeft dat de zichtbaarheid beperkter is. We reden toen naar de stelplaats voor de aflossing in plaats van dit op de lijn te doen. Bussen, of toch minstens de stuurpost en delen van de bus die vaak aangeraakt worden door reizigers, werden dagelijks ontsmet.”

“Ondertussen is het duidelijk dat er meer dan tijdelijke maatregelen nodig zijn. Er is een doorzichtige folie om de chauffeurs te beschermen, maar deze moet nog geïnstalleerd worden. Het ontsmetten van de bussen blijkt een heikel punt te zijn. Deze taak is uitbesteed, waarbij er regelmatig problemen zijn. Het insourcen van deze schoonmakers waarbij meteen een degelijk loon wordt betaald, is een belangrijke eis. Ook het echte reinigen gebeurt nog steeds te weinig, simpelweg wegens een gebrek aan budget. Een andere bekommernis is dat sommige personeelsleden een verplichte quarantaine proberen te vermijden wegens het inkomensverlies. Het behoud van volledig loon tijdens quarantaine is noodzakelijk voor de veiligheid van het personeel en de reizigers.”

“De aflossingen gebeuren nu terug op de lijn. Om dit in de stelplaats zelf te doen, moet het aanbod van de dienstverlening beperkt worden. Dat komt onder meer door het tekort aan voertuigen. Het inzetten van extra bussen gebeurt nu op beperkte schaal, door touringcars achter een gewone bus te laten rijden. Hiervoor is 12,5 miljoen euro uitgetrokken. Het blijft echter een tijdelijke oplossing die niet volstaat om in de spits erg volle bussen en trams te vermijden. Om daar iets aan te doen, kan er vandaag eigenlijk niets anders gebeuren dan het afbouwen van de dienstverlening: beperken van het aantal reizigers dat op een voertuig mag. Na jaren van besparingen is er geen marge: een dienst die op zijn tandvlees zit, kan geen tandje hoger schakelen.”

“Na zeven maanden hadden er trouwens wel nooddiensten kunnen klaarliggen, maar ook daar is nog steeds niks van gekomen. Ook hier is er niet voldoende personeel bij planning om iets extra te doen. Budget blijft een levensgroot probleem, de directie verwacht een tekort van minstens 62 miljoen. De Vlaamse regering heeft voorlopig 35 miljoen extra toegezegd, maar wat met de rest?”

Op 9 oktober werd er gestaakt tegen de privatisering van het vervoer op maat. Hoe werd die oproep opgevolgd en leverde de staking iets op?

“Er was veel actiebereidheid, niet alleen uit solidariteit met de getroffen collega’s maar ook tegen de verdere privatisering van De Lijn. Bovendien is er ongenoegen over alles wat misloopt door het jarenlange besparingsbeleid, onder meer op vlak van materiaal en infrastructuur. Het wantrouwen in de directie is groot. Bij het begin van de coronacrisis moesten we voor elke maatregel vechten. We werden helden genoemd, maar in de praktijk kregen we nog minder respect vanwege de directie. Zo werd het sociaal overleg beperkt tot wat de directie uitkwam. Dit leidde tot een confrontatie over de eenzijdige aanpassing van een dienstregeling in Antwerpen, waarop twee dagen gestaakt werd.”

“De staking in september leverde resultaat op voor de dienst waarover het conflict begon, maar rond de dieper liggende redenen van het ongenoegen is er niets fundamenteel veranderd. Daarvoor zijn meer middelen en extra investeringen nodig. Het wordt tijd dat we daar een echte campagne rond opzetten: tegen privatiseringen en voor meer middelen. We wachten best niet tot er nog eens een dienst bedreigd is, maar ontwikkelen beter een strategie op langere termijn waarbij we niet alleen aanvallen op de dienstverlening of ons statuut bestrijden maar ook offensief opkomen voor verbeteringen. Dat is hoe we strijd kunnen opbouwen en reizigers of collega’s uit gelijkaardige sectoren kunnen betrekken.”

“De sociale verkiezingen zijn een uitgelezen kans om het daarover te hebben: de discussie over basisbereikbaarheid en de verbetering van ons statuut (onder meer door verplaatsingstijd bij het aflossen als arbeidstijd te beschouwen), kortom over de toekomst van De Lijn en de strijd die daarvoor nodig is.”

Delen: Printen: