Non-profit: terechte eisen krijgen geen gehoor

Op donderdag 21 oktober trok de Witte Woede terug door het land. Het was de zoveelste actiedag van onze sector met stakingen en betogingen in verschillende steden. Ondanks de korte mobilisatieperiode en de nodige verwarring en tegenstrijdige berichten in aanloop naar de actiedag, werd het een groot succes. In verscheidene steden kwamen duizenden collega’s op straat om hun ongenoegen te uiten.

Een correspondent

We proberen reeds jarenlang onze eisen af te dwingen via allerhande acties, hierdoor is het woord “Witte Woede” een overbekend begrip geworden. De “Witte Woede” beperkt zich sinds enkele jaren niet meer tot de ziekenhuizen maar is veel breder met ook onder meer de opvoeders.

Ons huidig eisenplatform omvat de eis van 25.000 nieuwe jobs, een arbeidsduurvermindering naar 36u, een dertiende maand en een gelijkschakeling van de lonen tot op het niveau van de privé, wat een verhoging met 10,5% zou betekenen.

Er is geen geld?

De eisen van de non-profit zijn niet enkel terecht voor de werknemers uit de sector. Het is ook essentieel indien de maatschappij degelijke voorzieningen wil blijven aanbieden aan de bevolking. “Er is geen geld” wordt er gemeld door Vlaams ministerVervotte en haar collega in de federale regering, Demotte. Integendeel zelfs, een loonstop voor de komende 2 jaar wordt voorgesteld door Frank Vandenbroucke.

Walter Cornelis van de LBC reageert hierop in Visie van oktober 2004: “Elke keer wanneer we met eisen komen, klinkt het van ‘er is geen geld’. Men moet keuzes durven maken. Gezondheidszorg en welzijn behoren tot de grootste zorg van de Vlamingen. We wachten op een politieker die tegen de belastingverlaging durft ingaan. Dan zal er wel geld zijn voor een goede zorgverlening.” Walter Cornelis duidt hier terecht op het probleem dat geen enkele partij de belangen van de werknemers in de non-profit en de gebruikers van de diensten verdedigt. Hij wacht op een politicus die ingaat tegen belastingsverlagingen voor het patronaat.

Met de huidige partijen in het parlement zal hij echter lang moeten wachten. Allen zitten ze vast in de logica van het kapitalisme. Dat betekent in concreto toegeven aan de chantage van het patronaat en het aangaan van de concurrentie met de buurlanden door lagere lonen en belastingsverlagingen voor het patronaat. Natuurlijk blijft er dan weinig over voor welzijn en gezondheidszorg. De vakbonden zouden definitief moeten breken met hun “vriendjes” in de regeringen. Een strijdbaar en democratisch syndicalisme zou het enthousiasme van bredere lagen kunnen genereren om op te komen voor hun rechten. Dat enthousiasme ontbreekt vandaag dikwijls. Tegelijkertijd zou het idee van een nieuwe arbeiderspartij ingang kunnen vinden bij de vele tienduizenden die vandaag betogen en staken voor hun arbeids- en loonsvoorwaarden.

Een actieplan is nodig

Om een langdurige mobilisatie mogelijk te maken moet de vakbondsleiding een actieplan uitwerken dat loopt over meerdere maanden aangezien het er naar uitziet dat het een langdurig conflict zal worden. Om de collega’s in de non-profit voor langere duur te kunnen mobiliseren moet er een duidelijk perspectief komen voor de acties. Ook is het noodzakelijk dat er een open en eerlijk overleg komt tussen de verschillende vakbonden, zowel aan de top als aan de basis.

Het volstaat al dat de regering de solidariteit tussen de verschillende geledingen van collega’s in de sector probeert te ondermijnen. We kunnen het gekibbel en de manoeuvres tussen de verschillende vakbondsapparaten missen als kiespijn. De regering provoceert de vakbonden door achter hun rug te onderhandelen met de beroepsverenigingen van de verpleegkunde (zeer corporatistische belangengroepen zoals NVKVV) over de verhoging van de personeelsnormen.

Men wil enkel aan de verplegenden (die eigenlijk het gros van de potentiële mobilisatiekracht van de Witte Woede bevatten) toegevingen te doen om hen ‘om te kopen’ en te laten breken met de andere beroepscategorieën in de sector.

In vele instellingen blijft het gemeenschappelijk vakbondsfront spijtig genoeg eerder een formele beleefdheidsformule in plaats van een concrete bundeling van krachten. Om de sectaire spelletjes tussen de verschillende vakbondsapparaten te doorbreken hebben we met LSP een begin gemaakt van een netwerk van LSP-leden die delegee of militant zijn in de sector en actief zijn in de belangrijkste vakbonden (BBTK-SETCA, ACOD, LBC, CNE…) De bedoeling hiervan is o.a. om geregeld met elkaar van gedachten te wisselen, te overleggen en continu informatie uit te wisselen (die de ene vakbond voor de andere verzwijgt of bewust veel te laat doorgeeft) Ook zijn we begonnen met een ‘sectoriële’ LSP-uitgave; ‘Polsslag’, in het Frans ‘Hypertension’. In het verleden kwamen we al tussen met pamfletten. We willen door er een naam aan te geven, de herkenbaarheid verhogen zoals het geval is met de Model 9 bij de Post.

Delen: Printen: