LSP in congres – verslag van de discussie over Belgische perspectieven

De tweede centrale discussie op het congres van LSP/MAS afgelopen weekend ging in op de politieke en sociale situatie in België. Die wordt gekenmerkt door een groeiende politieke onstabiliteit en een begin van ontwikkeling van sociale strijd. We publiceren een samenvatting van de inleiding door Anja Deschoemacker uit Brussel, enkele punten uit de daaropvolgende discussie en de afronding van de discussie door Eric Byl.

Verslag door onze correspondenten ter plaatse (*)

Anja Deschoemacker: “De groei in de Eurozone in 2003 bedroeg slechts 0,5%, waar voornamelijk het gevolg is van de afname van de investeringen. De bedrijven hebben bespaard om de winsten te herstellen. Ditzelfde proces zien we in België waar ook kan gesproken worden van een proces van desindustrialisering. In 2003 was er een licht herstel van de investeringen en wellicht zal dit verder gezet worden in 2004. De Belgische economie kende een zekere groei, voornamelijk op basis van de export. Nu wordt voorspeld dat er een groei zal zijn in 2004 van 2,8%, sommigen hopen zelfs op 3%. De Nationale Bank herziet de groeiverwachtingen naar boven, terwijl de meeste economen voor volgend jaar een lagere groei verwachten. De meeste economen denken dat de groei over haar hoogtepunt heen is. Voor 2005 wordt een groei van 2,5% voorspeld, een lagere groei dan in 2004 onder meer omwille van de stijging van de olieprijzen.

“Een belangrijke discussie in de komende periode zal deze rond het Interprofessioneel Akkoord (IPA) zijn. Bij het vorige IPA was een maximale stijging van de lonen van 5,4% afgesproken, wat betekent dat er quasi geen reële stijging is. Voor het volgende IPA wordt in feite geëist dat de stijging lager zou zijn dan de inflatie en de productiviteitsstijging, wat dus in de praktijk neerkomt op een reële daling. Het VBO wil zelfs nog verder gaan omdat in het buitenland er nog sterker gesnoeid is.

“Volgens een professor die voor een arbeidsduurvermindering naar 36 uur is, zou er een arbeidsreserve zijn van 780.000 mensen en kan een economische groei daar geen oplossing voor bieden. Er is in België een hoge productiviteit, maar een lage activiteitsgraad. De vraag naar arbeid is sinds de oliecrisis niet gestegen, de vraag naar werknemers in de industrie is zelfs gedaald met 20% wat deels gecompenseerd wordt door jobs in de dienstensector. De enige oplossing hiervoor is dat iedereen minder zou werken.

“Er is vandaag een record aantal faillissementen en ook de werkloosheid neemt verder toe. Het aantal nieuwe jobs dat gecreëerd wordt, ligt vrij laag en volgend jaar wordt nog een verdere daling verwacht. Het is bovendien duidelijk dat je in België niet bepaald kunt profiteren van de sociale zekerheid, ervan overleven lukt net als je geluk hebt. Bovendien wordt een jacht op de werklozen ingezet, er zijn nu al meer dan 3000 werklozen uitgenodigd bij de RVA. Van de Vlaamse werklozen die al gecontroleerd zijn zouden er slechts 16% voldoende naar werk gezocht hebben, 38,33% heeft onvoldoende inspanningen geleverd en moet snel terugkomen voor controle. Tegelijk ontbreekt het aan middelen om de werkgevers te controleren, in 2002 stond iedere ambtenaar in voor de controle van meer dan 4.000 ondernemingen, waardoor er slechts om de 8 jaar een inspectiebezoek mogelijk is. Dat ligt sterk onder het gemiddelde van onze buurlanden.

“Naast de dalende lonen en de dalende uitkeringen stijgen de prijzen. De prijzen voor woningen zijn daarbij opvallend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat per week 100 gezinnen bedreigd worden met een huisuitzetting omdat ze hun huur niet meer kunnen betalen. Bovendien is de werkdruk erg groot waardoor er veel lichamelijke en psychische problemen opduiken. Er wordt geschat dat er per jaar 2 miljard euro uitgegeven wordt aan ziekteverzuim.

“Om de economie op niveau te houden, wordt gerekend op de particuliere consumptie. Die is in 2003 met 1,7% gestegen, wat beperkt is. Nochtans heeft de Belg gemiddeld een financieel vermogen van 64.400 euro, maar de 30% rijksten bezitten 70% van het totale vermogen. De 10% rijksten bezitten de helft. De 30% armsten kunnen amper rondkomen.

“Gaat het slecht in België? Als we de winstcijfers van de bedrijven bekijken, stellen we vast dat de hoogste winst ter wereld gerealiseerd wordt in verhouding tot de omvang van het geïnvesteerd kapitaal. Inzake arbeidsproductiviteit moeten we enkel Noorwegen laten voorgaan. Toch wil de regering besparen. Vandenbroucke en Vande Lanotte brengen de plannen van de burgerij naar voor waarbij men de achterstand op de buurlanden wil inlopen. Concreet wil men een versnelling van de besparingsmaatregelen.

“De begroting die nu voor ligt, is zachter dan algemeen verwacht werd. Een aantal sociaal-economische kwesties zijn uitgesteld om besproken te worden in het kader van sociale onderhandelingen. Zo is de eindeloopbaanproblematiek uitgesteld tot de lente. Men hoopt de begroting in evenwicht te houden door de beruchte salamitactiek toe te passen: hier en daar een klein stukje afsnijden in de hoop dat het niet teveel pijn zou doen.

“Op vlak van sociale zekerheid stelt minister Demotte een reeks besparingen voor. Hij stelt zelf dat er vooral zou bespaard worden bij de farmaceutische industrie, maar daar zijn nog nooit besparingen doorgevoerd. De laatste maatregelen om generische geneesmiddelen te promoten hebben zelfs een omgekeerd effect gehad. De uitgaven zijn op het vlak van geneesmiddelen sterk gestegen, van 2,3 miljard in 1993 tot 3,7 miljard in 2003. De aankondiging van Demotte om het Nieuw-Zeelandse model te bekijken op voorwaarde dat het niet ingaat tegen EU-maatregelen, zal wellicht botsen op die EU-maatregelen.

“Een andere zogenaamde sociale maatregel was het invoeren van een maximumfactuur. Op dit ogenblik zou volgens de administrateur-generaal van het RIZIV zo’n 26,3% van de kosten door de Belgen zelf betaald worden, in onze buurlanden scoort enkel Nederland nog slechter.

“Eén van de centrale problemen voor de instabiliteit in België op dit ogenblik is de nationale kwestie, zeker nu er asymmetrische coalities zijn. De Vlaamse coalitie van zowat alle grote partijen behalve het Blok, is duidelijk een ongewilde coalitie die enkel tot stand gekomen is door de electorale druk van het Blok. Tegelijk heeft de PS langs Franstalige kant haar positie te versterken, wat het mogelijk maakte om de MR (Franstalige liberalen) uit de Franstalige regeringen te houden.

“De enige politieke familie die in alle regeringen vertegenwoordigd is, is de sociaal-democratie. De Vlaamse en Waalse sociaal-democratie zijn wel nog erg verschillend, vooral omdat ze in verschillende omstandigheden werken. Terwijl er in Wallonië nog illusies zijn in de PS, is dat bij de SP.A al enige tijd niet langer het geval. De PS maakt gebruik van de nationale kwestie om zich in de lokale regeringen zonder de liberalen op te werpen, zodat ze nationaal enige oppositie kunnen voeren tegen te harde voorstellen van de liberalen. Hierdoor stelt de PS zich voor als de verdediger van ‘Franstalig België’. Dat is de reden waarom ze zich verzetten tegen de splitsing van de gezondheidszorg.

"“Nochtans heeft de PS sinds ze in de regering zit, en dat is al van in 1988, zich nooit verzet tegen de aanvallen op de sociale zekerheid of nu op de controle van de werklozen. Het zogenaamde toekomstplan van de PS in Wallonië heeft alle kenmerken van een neo-liberaal beleid, de ministers zijn verantwoordelijk voor de besparingen (denk maar aan het Franstalig onderwijs).

“De CD&V heeft het een tijd moeilijk gehad in de oppositie. Dat is niet vreemd als je enige alternatief op een besparingsbeleid nog meer besparingen zijn. Wellicht daarom is het profiel van CD&V inzake de nationale kwestie versterkt, o.a. door het aangaan van een alliantie met de NVA. Hierdoor staan in het Vlaams regeringsakkoord nu een aantal eisen die erg provocatief zijn voor de Franstaligen. Bovendien lijkt de politieke agenda nu gedomineerd te worden door de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Waarom is dat plots het centrale politieke item? Wie ligt er van wakker? En toch wordt algemeen aangenomen dat het mogelijk is dat de regering hierover kan vallen.

"De verkiezingsresultaten hebben ertoe geleid dat de federale regering constant een evenwichtsoefening moet doen waarbij de oude wafelijzerpolitiek van het afkopen van compromissen moeilijker geworden is. De enige reden waarom de regering nog niet gevallen is, is omdat geen enkele regeringspartij verkiezingen wil. De PS zit waar ze wil zitten en de rest zou wellicht verliezen bij verkiezingen. Het is daarentegen waarschijnlijker dat geprobeerd wordt tot meer politieke stabiliteit te komen door de CD&V in de regering op te nemen.

“Tegelijk met de discussie over asociale maatregelen, zoals het opdrijven van de productiviteit en het flexibeler omspringen met de arbeidstijd (o.a. door annualisering), zien we een toename van arbeidsstrijd. Er zijn al acties geweest bij De Post, de Non-Profit, MIVB,…. De ombudsdiensten van De Post klagen dat ze stroom van klachten niet meer kunnen verwerken nu door de druk van Georoute heel wat misloopt bij de postbedeling.

“Aangezien de begroting iets zachter was dan verwacht, is het idee van veralgemeende strijd nog even vooruitgeschoven. Maar de woede op de werkvloer groeit en zal tot uiting komen. Wellicht zullen er verder een aantal strijdbewegingen ontwikkelen waarbij de eis voor veralgemeende actie aan terrein zal winnen. Daarbij zijn er wel een aantal obstakels, zoals de vakbondsleiding. In Vlaanderen, Brussel en Wallonië zitten de politieke bondgenoten van zowel de rode als de groene vakbond mee in de regering. Het is een burgerlijke regel in België dat zoiets noodzakelijk is om een zwaar besparingsplan door te voeren. Maar zelfs indien de christen-democratie in de regering komt, valt algemene strijd niet uit te sluiten. De laatste algemene staking, tegen het globaal plan in 1993, was tegen maatregelen van een regering van sociaal-democraten en christen-democraten.

“De komende periode zal strijd ontwikkelen. Er is een rechtse regering met een rechts beleid. De afgelopen jaren werd zowat iedere regering afgeschilderd als “de meest linkse” regering die zou mogelijk zijn. De strijd die zal ontwikkelen zal dat rechtzetten en duidelijk maken dat er nood is aan een links alternatief tegen het huidige asociale rechtse beleid.”

Discussie

In de discussie waren er 21 kameraden die tussenkwamen. Daarbij viel vooral de actieve betrokkenheid van heel wat sprekers op bij de strijd die begint te ontwikkelen. Zo spraken er kameraden die actief betrokken zijn op syndicaal vlak bij De Post, het onderwijs, de MIVB, de NMBS, Belgacom en de privé-sector. Daarnaast waren er ook tussenkomsten over de algemene politieke situatie, met vooral aandacht voor het nationale vraagstuk alsook voor de strijd tegen het Vlaams Blok.

Koen, een kameraad uit Gent, sprak over het IPA. Het patronaat heeft in de aanloop naar de besprekingen over het IPA een bijzonder offensieve houding ingenomen met eisen als arbeidsduurverlenging en de afschaffing van het brugpensioen. Wellicht wil het patronaat met haar offensief programma niet zozeer de 40-urenweek binnenhalen, maar wel andere maatregelen binnenhalen. Zo zal er geen discussie zijn over het opdrijven van de flexibiliteit. Bovendien wil het patronaat de opzeggingstermijn voor bedienden inkorten. Nochtans is er al zwaar bespaard. Toen we aan de doplokalen campagne voerden werd dat erg duidelijk. In 1982 kreeg een werkloze gemiddeld 42% van een maandloon, nu is dat 26%.

Jo Coulier, ACOD-afgevaardigde aan de VUB, benadrukte de verdeel-en-heersstrategie die toegepast wordt in het onderwijs en dat tussen de verschillende netten alsook tussen de verschillende gemeenschappen. Dat maakt het soms moeilijk om tot een ééngemaakte tussenkomst te komen in het volledige onderwijs. In Wallonië zijn er in de jaren 1990 zo’n 10.000 jobs in het onderwijs verloren gegaan, op een ogenblik dat er in Vlaanderen nog bijkwamen.

Simon Van Haeren, verkozen als studentenvertegenwoordiger aan de VUB, ging op dit punt verder en legde uit dat er toch een aantal gelijklopende tendensen zijn waarbij de band tussen de privé-sector en het onderwijs nauwer wordt. In de VS komt 2/3 van het geld voor onderwijs van bedrijven. De besparingen hebben gevolgen, zo verklaarde de kabinetschef van Vandenbroucke reeds dat er wellicht tijdens de ambtstermijn van Vandenbroucke wel eens een schoolgebouw zou kunnen instorten, wat aangegrepen werd om te spreken over publiek-private samenwerking.

Er zijn zowel aan Franstalige als aan Nederlandstalige zijde reeds acties geweest, maar de beweging zit zeker in Vlaanderen wat in een dipje. Dit jaar waren er al betogingen langs Franstalige kant, maar die waren vooral ongeorganiseerd en werden wellicht bewust afgeremd. We willen de Actief Linkse Studenten verder uitbouwen om zo op nationaal vlak een rol te kunnen spelen in studentenstrijd.

Karim Brikci uit Brussel ging in op de beweging van de Franstalige hogescholen. In 1980 bedroeg het budget voor onderwijs nog 7% van het BNP terwijl dat nu nog slechts 5% is, een vermindering van 3 miljard euro. Bij het Franstalig onderwijs ligt de begroting vast sinds 1996 waardoor de enveloppes geen rekening houden met de stijging van het aantal studenten. Nochtans zijn er de voorbije 3 jaar 3.500 studenten bijgekomen wat enorme gevolgen heeft voor de infrastructuur en het gebrek aan onderwijzend personeel.

Een leraar uit Gent legde uit dat minister Vandenbroucke op onderwijs het beleid van zijn liberale voorgangster, Marleen Vanderpoorten, gewoon verder zet. Ook hij gaat uit van het rapport “accent op talent”. Toch wordt Vandenbroucke door de vakbonden anders benaderd als Vanderpoorten, er wordt gezegd dat Vandenbroucke beter overweg kan met de vakbonden. Dat maakt hem echter gevaarlijker. Het kabinet van nationale eenheid samen met de inschikkelijke houding van de vakbondsleiding kunnen leiden tot een harde aanval, ook al zal het verkocht worden met een progressief-klinkend discours.

Jan, een kameraad uit Leuven actief in de Non-Profit, ging in op de acties van de sector. Er waren reeds verschillende betogingen met duizenden deelnemers, maar nog steeds blijven de eisen erg actueel. De sector kent op vlak van lonen een achterstand van 10,5% op andere sectoren. Bijgevolg zijn de looneisen erg belangrijk, maar ook bvb de eis voor een volwaardige dertiende maand, het verlagen van de arbeidsduur en de aanwerving van 25.000 extra mensen worden opgeworpen.

Een kameraad uit de Kempen ging in op de situatie bij hem op de werkvloer en de strijd tegen de verdeel-en-heersstrategie van het patronaat die soms bijzonder concreet is, zo worden afdelingen in bedrijven tegen elkaar opgezet of ook mannen tegen vrouwen.

Een kameraad die bij het spoor werkt, stelde dat er voorlopig geen acties zitten aan te komen. Er was eerder dit jaar een voorakkoord inzake de herstructureringen en besparingen bij het spoor, maar dit is nog niet verder uitgevoerd. Het is duidelijk dat de hervormingen grote gevolgen zullen hebben, nu hebben er al zo’n 2.000 mensen brieven gekregen dat hun post afgeschaft wordt. Vooral bij de cargo zijn er veel problemen, wat nog zal versterkt worden door de plannen voor het vrijmaken van het goederenverkeer.

Een kameraad die actief is in de strijd van de MIVB in Brussel legde uit wat de aanvallen bij de MIVB zijn sinds Flausch er aangesteld is als bestuurder. Het nieuwe management wou het bedrijf splitsen in 3 delen: bus, tram en metro. Natuurlijk wou men daarmee de concurrentie tussen die onderdelen opdrijven met het oog op een eventuele privatisering. Een volgende aanval was het opdrijven van de werkdruk door de rijtijden scherper te stellen. De lonen zijn niet direct verlaagd, maar iedereen moet langer werken door het wegvallen van rusttijden tussen de ritten.

Guy Van Sinoy uit Brussel sprak onder meer over de organisatie van onze syndicale werking. We hebben op dat punt enorme stappen vooruit gezet, maar het is belangrijk dat de jongeren die beginnen te werken ook weten wat het voordeel is van een politieke militant te zijn voor hun syndicale werk. We moeten op de afdelingen de werking in de bedrijven bespreken en samen met kameraden die op de werkvloer actief zijn ons politiek begrip versterken.

Een kameraad die lange tijd bij De Post gewerkt heeft, sprak over de gevolgen van Georoute. In bepaalde diensten zijn de personeelssamenstellingen voor zowat de helft veranderd. De bedoeling van Georoute is duidelijk: ervoor zorgen dat er van 40.000 naar 32.000 werknemers wordt gegaan. In verschillende steden waren er spontane acties van soms verschillende dagen, zo werd in Vilvoorde 9 dagen gestaakt. In Luik werd vorig jaar 2 weken gestaakt en werden toegevingen afgedwongen. In Gent was er een spontane staking van 4 dagen en zijn ook een aantal toegevingen afgedwongen. De nationale staking van 10 november kwam er vooral onder druk van de basis, en de leiding probeerde te ontkennen dat het ongenoegen rond Georoute aan de basis van die druk lag. De deelname aan de staking was overweldigend, wat een uitdrukking is van de actiebereidheid.

Een kameraad die bij Belgacom gewerkt heeft, legde uit wat het effect was van de gedeeltelijke privatisering van Belgacom. Vandaag moeten openbare diensten concurreren, zo werd de RTT destijds omgevormd tot een bedrijf waarbij de overheid nog slechts 50% + 1 aandelen van in handen hield, terwijl de rest verkocht werd. Is de dienstverlening hierdoor verbeterd? Begin jaren 1970 stond de RTT aan de Europese top inzake communicatie. Dat is nadien verslechterd door het politiek wanbeheer. Vandaag wordt sterk bespaard, het privatiseren zorgde voor 10.000 ontslagen de voorbije jaren. Geleidelijk aan komt er een gamma van luxeproducten voor rijken en kruimels voor de armere lagen.

Verder was er ook discussie over de impact van het Vlaams Blok proces en de anti-fascistische strijd. Geert Cool uit Antwerpen stelde dat wij geen burgerlijke rechtbank nodig hadden om het blok racistisch te noemen en dat het idee dat het Blok kan bestreden worden via gerechtelijke weg een illusie is. Bovendien maakt het Blok handig gebruik van het proces als onderdeel van haar marketingstrategie. Koenraad Depauw uit Gent stelde dat het noodzakelijk is om een echt alternatief naar voor te brengen. Die anti-fascisten die alles ingezet hadden op het proces en er zelfs een feest voor organiseerden, zullen niets bereiken. In Gent stelt de kwestie zich erg duidelijk, burgemeester Beke kreeg zelfs de prijs voor de democratie omdat hij zogezegd het Blok zou tegenhouden. Nochtans haalde het Blok 22% in Gent en voert het stadsbestuur een asociaal beleid, de komende jaren wil het stadsbestuur duizenden woningen afbreken en de wachtlijsten voor sociale woningen zijn indrukwekkend lang.

Jan uit Verviers haalde de nationale kwestie aan en benadrukte dat we sinds kort ook een werking hebben in het Duitstalige gedeelte van het land. Er zijn zo’n 70.000 Duitstaligen in België, ook al zijn die tegen hun zin bij dit land gekomen. Tot op vandaag zijn er nog heel wat problemen voor de Duitstaligen in dit land. De politiek van het Waalse gewest heeft een sterke invloed bij ons, waardoor bijvoorbeeld onderwijs een Waalse bevoegdheid is en er geen aandacht is voor het aanleren van Duits. Op vlak van sociale strijd gebeurt er niet zoveel, er waren wel 3 grote massaontslagen en de werkloosheid is gestegen van 5% in 2000 tot 6,4% in 2004. Het zal belangrijk zijn dat enkel de arbeidersstrijd in staat zal zijn de vrijheid van de naties en de eenheid onder de arbeiders van verschillende naties te verwezenlijken.

Thierry Pierret uit Brussel bracht een verslag van de politieke situatie in het Waalse gewest. Daar maakt de PS duidelijk dat ze voor een neo-liberaal beleid opkomen. Zo is de minister van onderwijs ook bevoegd voor elementen van het bedrijfsleven, uiteraard met duidelijke bedoelingen. Op vlak van onderwijs wil minister Arena de “bedrijfsgeest” aanmoedigen onder studenten. Het belangrijkste verschil tussen de Vlaamse en de Waalse politieke situatie op dit ogenblik is het ritme waarin de neo-liberale politiek wordt uitgevoerd, maar inhoudelijk is er geen fundamenteel verschil tussen de politieke projecten.

François Bliki uit Brussel zei dat Lenin destijds al aangaf dat het nationaliteitenvraagstuk samen met economie, één van de moeilijkste kwesties is voor het marxisme. Wij spreken niet over een nationaliteitenprobleem, maar over een nationaliteitenvraagstuk. Voor de burgerij is het een probleem. Voor ons komt het erop aan een overgangsprogramma te ontwikkelen dat rekening houdt met het nationale bewustzijn om zo de noodzaak van socialisme naar voor te kunnen brengen. De natiestaat zoals we die vandaag kennen is een onderdeel van de historische taak van de burgerij, naast het privaat bezit van de productiemiddelen. De natiestaat is vandaag echter een rem geworden op de ontwikkeling van de productiekrachten en de burgerij slaagt niet in haar talrijke pogingen om dat te overstijgen. Het nationaliteitenvraagstuk is in essentie een uitdrukking van een defensieve positie van de arbeidersklasse, het is geen toeval dat het sterker wordt bij nederlagen van de arbeidersbeweging. Wij moeten echter in staat zijn om een openheid te behouden als het bewustzijn ontwikkelt op die punten.

Marijke Decamps sprak over de sociaal-economische positie van vrouwen. Sinds de jaren 1960 zijn vrouwen steeds meer betrokken in het arbeidsproces. Dat heeft evenwel niet geleid tot een echt financieel onafhankelijke positie. Bovendien worden vrouwen nog steeds in veel gevallen geconfronteerd met een dubbele dagtaak: naast het werk buitenshuis ook nog eens het huishouden. Wij moeten de eis opnemen van het collectiviseren van huishoudelijke taken. Daarnaast moeten we vooral ingaan op sociale rechten: gelijk werk voor een gelijk loon. 40% van de vrouwen werkt deeltijds, maar met een deeltijds loon kan je niet onafhankelijk overleven. In Nederland worden werkloze vrouwen vandaag door de werkloosheidsdiensten verplicht om gelijk welke job aan te nemen, ook al is dat prostitutie. Meer zelfs, wie zo’n job niet aanvaard, loopt het risico om geschorst te worden van de werkloosheid.

Roel uit Mechelen benadrukte de mogelijkheden voor de Jongerenmars voor werk in Brussel op 19 maart 2005. Hij gaf aan hoe in 1993 een kleine jongerenmars werd georganiseerd door Blokbuster, het ABVV en andere anti-fascisten. In onze campagne naar de jongerenmars toe moeten we ook aandacht hebben voor de meest onderdrukte lagen van arbeiders. Begin jaren 1990 was interimarbeid een ziekte, vandaag is het een pest geworden. En vooral jongeren zijn daar de dupe van.

Een kameraad uit Brussel die zelf als interimarbeider werkt, gaf aan dat er in 2003 volgens officiële cijfers 314.000 interimarbeiders waren. Dat is een uitdrukking van het opdrijven van de flexibiliteit. Een aantal van onze leden in Brussel ervaren dit erg concreet in hun werksituatie. Zo wordt gewerkt met weekcontracten die pas op het einde van de week getekend worden zodat je onder druk kunt gezet worden, een kameraad van onze partij werkt 42 uren per week maar als hij dat niet aanvaardt krijgt hij geen nieuw weekcontract. Het feit dat 1 jongere op 5 werkloos is, versgroot de druk.

Afronding door Eric Byl

De discussie werd afgerond door Eric Byl, algemeen secretaris van LSP/MAS. Hij stelde dat de discussie indrukwekkend was en een uitdrukking van het talent in onze organisatie. De afgelopen periode hebben we enorme stappen vooruit gezet en het zelfvertrouwen van deze organisatie is recht evenredig met de onzekerheid die heerst bij de burgerij.

Het is belangrijk om een aantal elementen in de discussie naar voor te brengen. Terwijl het klopt dat in Nederland de regering van de moord op Van Gogh gebruik gemaakt heeft om haar agenda door te zetten met het sociaal akkoord, moeten we ook benadrukken dat er toch heel wat toegevingen in het akkoord zitten. De afbouw van de invaliditeitsuitkering, het systeem van brugpensioen,… zijn allemaal herzien. Zonder de moord op Van Gogh had er echter meer kunnen uitgehaald worden. Balkenende heeft echter beperkte toegevingen gedaan omdat hij de kracht van de arbeidersbeweging begon te voelen.

We kunnen ons de vraag stellen wat er gebeurd is met al diegenen die in de jaren 1990 dachten rijk te zijn. Wat is er gebeurd met diegenen die dachten een kleine kapitalist te kunnen worden omdat ze wat aandelen hadden of met diegenen die een klein bedrijf begonnen? Veel blijft er niet over. De enige manier waarop de burgerij vandaag haar systeem in de hand kan houden is met een aanval op de verworvenheden van de arbeiders en het aanmoedigen van particuliere consumptie, consumptie van wat ze morgen nog moeten verdienen.

De aanval van de burgerij komt neer op het optrekken van de relatieve meerwaarde. Door investeringen in machines wordt de productiviteit opgedreven, maar is er ook meer kapitaal nodig. Het patronaat stelt altijd dat de loonkost te hoog is, we herinneren allemaal hoe dat door Ford Genk werd ingeroepen. Maar als we het van dichterbij bekijken, zien we dat de loonkost bij Ford Genk slechts 7% van de totale kosten uitmaakte.

Het argument van de delokalisatie wordt bewust overdreven door de burgerij om de arbeiders hier tot toegevingen te dwingen. Dat wil niet zeggen dat wij de delokalisatie onderschatten, maar de stroom van kapitaal van west naar oost in Europa is momenteel kleiner dan omgekeerd.

Alle burgerlijke economen zitten met het probleem dat de investeringen te beperkt zijn. Zelfs indien die dit jaar met 3% zouden groeien, valt dit niet te vergelijken met de periode tussen 1997 en 2002. Alleen de vervangingen van machines vereisen een investering van 2% à 3%. De laatste jaren zaten we daaronder, de burgerij doet dus zelfs niet de moeite om alles te vernieuwen. Daarom wordt nu van strategie veranderd en wordt de VS gevolg. Daar wordt geprobeerd de absolute meerwaarde op te drijven door de arbeiders langer te laten werken. Dat gebeurt door het opdrijven van flexibiliteit, interimarbeid, deeltijdse arbeid,….

Bij de discussie over het IPA maakt ook de Belgische burgerij gebruik van de maatregelen in het buitenland. Het idee van een 40-urenweek lijkt hen aantrekkelijk en is overgenomen door het VBO. Maar dat is een valse discussie. Het patronaat zou het misschien wel willen, en indien een precedent mogelijk is, zullen ze het niet nalaten te gebruiken. Maar de echte agenda van het patronaat bestaat uit het opdrijven van de flexibiliteit, ook al is de mate van flexibiliteit vandaag reeds verrassend. Willen ze ons fysiek compleet uitputten? Er is hier in de zaal een interimarbeider die bij De Post 9 weken na elkaar met een weekcontract heeft gewerkt. Daar was het mogelijk 3 jaar interim te werken voor er kans was op een vaste job! De Post heeft zelfs een eigen interimkantoor opgericht.

Als een kapitalistisch systeem in crisis komt, gebeurt dat meestal eerst op economisch vlak. Maar na verloop van tijd komt de volledige structuur van de maatschappij in de problemen. Dat heeft ook politieke gevolgen, geen enkele traditionele partij komt nog goed over bij bredere lagen. In de ogen van de massa’s zijn het zakkenvullers. De onderwijzers die vroeger gezien werden als deel van de elite, gaan nu in heel wat gevallen quasi depressief naar school in de hoop dat ze er fysiek heelhuids uit zullen komen. Dat is een uitdrukking van hoe diep de crisis in iedere porie van de maatschappij zit.

En dit is nog maar het begin. Vroeger werd in schijven bespaard, nu met hele brokken. De verkiezingen hebben de plannen van de regering wel wat doorkruist waardoor ze niet mee is met eisen van het VBO op vlak van loonbevriezing, opdrijven van de flexibiliteit, annualisering van de werktijd, versoepeling van de lonen,… Vandenbroucke doet nochtans zijn uiterste best om elke maatregel die het patronaat wil, zelf voor te stellen. Het is niet verwonderlijk dat de VLD het soms moeilijk heeft. De VLD van Verhofstadt, destijds baby-Thatcher, de auteur van de burgermanifesten, wordt nu rechts voorbijgestoken door Vandenbroucke. Coveliers dacht destijds wellicht dat hij eindelijk een echt rechtse partij had gevonden, maar nu is het de SP.A die voorstelt om de middelen voor het onderwijs en de non-profit te bevriezen. Hoe sommigen nog illusies kunnen hebben in de SP.A ontgaat mij compleet, die partij is vandaag het belangrijkste instrument van de burgerij geworden.

Economen voorspellen voor dit jaar een iets hogere groei dan voorzien. De Nationale Bank is er snel bij om te stellen dat de groei dit jaar geen 2,3% bedraagt, maar 2,8%. Dat leidt echter niet tot een toename van het aantal jobs, de werkloosheid is tussen 2002 en 2004 met 12% gestegen in Vlaanderen. In Brussel en Wallonië was die stijging iets trager. Maar dat is in een periode van beperkte groei.

Als professor Blanpain vandaag zegt dat 1 miljoen mensen een uitkering krijgen, wordt niet eens meer gereageerd op dat soort hallucinante cijfers. Blijkbaar is het volgens de officiële linkerzijde “progressief” om alles beter voor te stellen dat wat er echt gebeurt. De burgerlijke politici weten blijkbaar vooral goed hoe ze de zaken moeten aanbrengen.

Wij beperken ons niet tot het zeggen waar het op staat, maar ook waar we naar toe gaan. De groeicijfers in België gaan uit van een stabiele groei van de Amerikaanse economie, geen verdere stijging van de olieprijs, een vreedzame oplossing in het Midden-Oosten,… Dat is een droomkasteel. De herverkiezing van Bush zal niet leiden tot een afname van de onstabiliteit. De olieprijs kan gemakkelijk boven de 60 en zelfs de 80 dollar per vat gaan. Dat zou rampzalig zijn voor de bedrijven, de gemiddelde energiekost van een bedrijf gaat vaak tot 25%. Er wordt een drama georganiseerd voor de wereldeconomie.

Er zijn nu al de enorme schuldenbergen in de VS en dat maakt dat de mogelijkheid reëel is dat die economie stilvalt. Dat zou enorme gevolgen hebben voor de wereldeconomie, maar de Nationale Bank lijkt dat niet te willen snappen. Als de slechte schulden naar boven komen, zal de motor van de wereldeconomie sputteren.

Het politieke vacuüm zorgt ervoor dat een politiek alternatief nodig is en dat we voor een dubbele taak staan: enerzijds is er nood aan een brede nieuwe arbeiderspartij die socialistische ideeën populair kan ingang doen vinden, anderzijds is er nood aan een revolutionaire kaderpartij zoals wij deze opbouwen. Ter rechterzijde heeft het Blok blijkbaar die dubbele taak ook begrepen, zij proberen de fascisten wat op de achtergrond te houden en gebruiken plat populisme omdat ze weten dat er geen massa’s voor een solidaristisch en fascistisch programma kunnen gewonnen worden.

De groei van het Blok versterkt de druk op CD&V, VLD, SP.A en ook Groen. Langs Waalse kant is er een draai naar rechts in de maak bij de liberale MR. Ook daar is er het potentieel van een extreem-rechtse formatie, maar is er nog geen structuur daarvoor aanwezig. De rol van de CDH (christen-democraten) is uitgespeeld. De partij overleeft enkel door de PS.

De burgerij heeft duidelijk problemen en moet daarom beroep doen op andere factoren die wel sterk genoeg zijn. Daarom wordt geprobeerd in te spelen op de arbeidersklasse en dit voornamelijk door zich te baseren op de vakbondsleiding. De greep van de leiding is echter niet absoluut, zoals duidelijk werd in Nederland. Maar ook hier zien we een begin van ontwikkeling van strijd. In de non-profit waren er tal van betogingen en stakingen, bij De Post wordt actie gevoerd, bij de MIVB waren er bijzonder sterke acties.

Het feit dat onze werking op de werkvloer aan belang heeft toegenomen, betekent uiteraard niet dat we ons jongerenwerk vergeten. Op de meeste universiteiten zijn we de grootste linkse organisatie, er is een sterke basis waarop we kunnen bouwen, zowel onder arbeiders als onder jongeren. Vanuit de kleine kaderpartij die we nu zijn, kunnen we de komende periode sterk groeien. We moeten de kansen grijpen en ambitieus zijn. Met de Jongerenmars willen we een nieuwe stap vooruit zetten. Het huidige systeem leidt tot verzet van jongeren en arbeiders, wij willen daarop bouwen om ons op termijn te kunnen omvormen van een revolutionaire kaderpartij naar een revolutionaire massapartij. Daarin kan ook jij een rol spelen, aarzel niet om vandaag nog lid te worden!


(*) De verslaggeving van het congres is het collectief werk van verschillende kameraden uit de afdeling Antwerpen. Het grootste deel van het werk werd verricht door Jeroen Weyn en Jan Vlegels (noteren van de interventies) en Jeroen Van Camp en Laurent Grandgaignage (foto’s)

Delen: Printen: