Twee wijken in één: onrust en sociale uitsluiting in de Brugse Poort

Bevrijdingslaan in Gent. Foto: Wikimedia

De Brugse Poort, een wijk in het noordwesten van Gent, was de laatste weken niet uit het regionale nieuws te slaan. Na een gemediatiseerde vechtpartij uitten jongeren hun frustratie over het grote aantal drugsdealers en het gebrek aan actie door het stadsbestuur. In een reactie op het geweld vergeleek de Gentse politie de onruststokers met kanker (en zichzelf met chemo). Burgemeester De Clercq koos resoluut voor een law & order aanpak. Willekeurige identiteitscontroles, road blocks en GAS-boetes waren zijn oplossing. Het stuitte op verzet van de wijk, PVDA en een dissidente Groen-schepen. Wij praatten met onderzoeker Cédric Goossens om te horen waar de frustratie in de wijk vandaan komt.

Door Koerian en Kristof

De lockdown heeft de Brugse Poort niet erg veranderd. In de Phoenixstraat, waar we Cédric ontmoetten, wandelen mensen nog steeds af en aan, zij het op veilige afstand. Ze babbelen, doen inkopen in één van de vele dagwinkels, of ontsnappen aan de drukte in één van de vele piepkleine arbeiderswoningen van de Brugse Poort. Het is een erg multiculturele wijk: 52,2% van de mensen is er van ‘vreemde herkomst’, zoals de website van stad Gent het formuleert. Anderzijds is het ook een heel gegentrificeerde wijk. Chique gerenoveerde huizen, opgeknapte parkjes en hippe cafés bestaan er naast grote armoede en een drugsprobleem. 

Twee wijken in één

Die tweedeling is eigen aan het proces van sociale uitsluiting in de buurt. “Het proces van stadsvernieuwing en sociale uitsluiting is hier individueler dan in andere Gentse wijken. Op andere plekken in Gent, bijvoorbeeld Dok Noord, worden gigantische en dure verkavelingen gebouwd. Die kunnen de samenstelling van de wijk in één klap veranderen. Daar is in de Brugse Poort geen plaats voor. Het stadsbestuur probeert sinds jaren ‘90 de wijk op te waarderen, onder andere d.m.v. Zuurstof voor de Brugse Poort. Zo probeert ze een laag met meer geld, jonge tweeverdieners, naar de wijk te lokken en de waarde van het vastgoed op te drijven. Zij kochten en renoveerden de grotere huizen in de wijk, de kleine arbeiderswoningen bleven over het algemeen in handen van eerdere bewoners. Zo creëert het bestuur twee wijken in één.” (Ter info: wij protesteerden destijds reeds tegen het asociale karakter van de ‘opwaardering’ van de wijk. Zie bijvoorbeeld dit artikel uit onze archieven.)

Armoede en drugsproblematiek

Stadsvernieuwing verandert op zich niets aan armoede, het verplaatst haar enkel. Wat meteen ook een verklaring biedt voor de drugsproblematiek, één van de verzuchtingen van de jongeren. “De drugsproblematiek is onlosmakelijk verbonden met armoede. Mensen die geen reguliere jobs vinden, komen al te vaak terecht in het kluwen van dealers. Om dat probleem op te lossen zijn sociale investeringen nodig. Investeringen in sociale huisvesting en degelijke tewerkstelling.” Opeenvolgende stadsbesturen probeerden met stadsvernieuwingsprojecten armoede te verplaatsen in plaats van haar op te lossen. Ze voerden een beleid om bouwpromotoren te lokken en armoede te verbannen.

Leefstraten, burgerparticipatie en vervreemding

De reden voor de onrust ligt volgens Cédric echter niet zozeer bij het concrete proces van sociale uitsluiting, maar bij de manier waarop het stadsbestuur dat probeert te faciliteren. “Veel mensen, vooral jongeren, herkennen hun wijk niet meer. Ze hebben het gevoel niet gehoord te worden door een stadsbestuur dat een wijk bouwt op maat van mensen met meer geld dan zij. Terwijl leefstraten, mooie parkjes en hippe cafés het imago (en de vastgoedprijzen) van de buurt  moeten opkrikken, voelen veel bewoners zich in de steek gelaten door het beleid. Dat is denk ik de fond van de frustraties in de wijk.” 

De participatieprojecten die het stadsbestuur opzet, versterken enkel de vervreemding van de meerderheid van de bewoners in hun eigen wijk. “Neem nu de leefstraten. Elk jaar worden in de zomer zes straten in de buurt afgesloten, er worden grasmatten, bloemenperkjes en meubilair geplaatst om de buurt gezellig te maken. Leuk voor wie een job in centrum Gent heeft waar zij/hij met de fiets of het openbaar vervoer heen kan. Minder leuk voor wie elke dag de auto nodig heeft om naar Arcelor Mittal te rijden en die twee maanden niet meer voor de deur kan plaatsen. Men creëert zo een wijk op maat van een specifieke groep, waar de meerderheid van de wijk zich niet toe rekent. Wanneer moskee El Fath dan geen toestemming krijgt om één dag een straat af te zetten voor haar – enorm – suikerfeest, wordt het extra pijnlijk.” Klachten hierover vallen in dovemansoren. “De leefstraten worden ingericht door het Lab van Troje, met subsidies van stad Gent, maar omdat zij onafhankelijk zijn, kan het bestuur er heel makkelijk haar handen aftrekken.” 

Ook de burgerparticipatieprojecten waar het Gents bestuur prat op gaat, slagen er niet in de buurt te bereiken. “Zo’n participatiedossier opstellen is niet makkelijk, het winnen is nog moeilijker. Het zijn opnieuw de meer gegoede bewoners van de wijk, die de kennis en connecties hebben om zo’n dossier te winnen die bepalen wat er gebeurt in de wijk. Zo wordt een project bedoeld om participatie te creëren, opnieuw een middel tot sociale uitsluiting.” 

Vzw Jong kreeg er in de communicatie van de jongeren van langs. “Organisaties als Kubat’s Gym bereiken honderden jongeren in de wijk, maar krijgen veel minder subsidies dan pakweg vzw Jong, dat (daardoor) tot op zekere hoogte binnen het beleidskader van het gemeentebestuur moet werken. Dat steekt denk ik bij veel jongeren.”

Wat Cédric beschrijft wordt pijnlijk duidelijk wanneer we door de wijk wandelen. De nieuwe Meibloemsite, waar vroeger een bowling stond waar de hele Brugse Poort zich kon ontspannen, geeft plek aan buurtinitiatieven. Op het naambordje staan enkel hippe, progressieve en groene organisaties, geen Kubat’s Gym, geen moskee, geen grassroots buurtinitiatieven (nvdr. sinds het interview heeft de sportwerking van Averroes, een progressieve islamitische vzw onderdak gekregen op de site).

Dat is natuurlijk niet de schuld van de organisaties in kwestie. “Plekken als deze bevestigen voor velen dat het beleid hen uit de wijk wil. Ik geloof niet dat het stadsbestuur bewust mensen buiten pest. Ze voeren een beleid op maat van hun publiek en staan onverschillig tegenover het effect op de rest van wijk.”

“Voor een écht participatief beleid zou het bestuur moeite moeten doen om naar de bewoners te trekken en hen te horen.” De repressieve aanpak van burgemeester De Clercq werkt in die zin averechts. “De weinige bruggen die er nog waren naar het beleid worden zo compleet opgeblazen. Identiteitscontroles en road blocks zullen het gevoel van vervreemding in de wijk enkel versterken.”

Delen: Printen: