De Lijn. Ernstige bescherming vereist ernstige investeringen

Foto: Wikimedia

De coronacrisis toont hoe rampzalig de besparingen en het gebrek aan middelen zijn voor het openbaar vervoer. In plaats van al het mogelijke te doen om het openbaar vervoer zo veilig mogelijk te maken, worden de reizigers opgeroepen om er zo weinig mogelijk gebruik van te maken en een mondmasker te dragen. Zowat elke maatregel voor het personeel kwam te laat en moest worden afgedwongen.

Artikel door een buschauffeur uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Sinds het begin van de lockdown op 13 maart zijn er constant dreigingen of effectieve acties geweest van het personeel. Eerst ging het om het achteraan opstappen en om niet langer geld te ontvangen op de bus. Daarna was er discussie over de reiniging van de bussen waarrond er in een stelplaats in Limburg gestaakt werd. Er waren acties rond het aflossen in de stelplaats in plaats van op de lijn in Antwerpen. Er is het gebrek aan beschermend materieel voor de technici. En er was een stakingsaanzegging naar aanleiding van de afsluiting en bescherming van de chauffeurs.

Na twee maanden worden een aantal maatregelen al terug afgebouwd. Zo worden de bussen nog slechts op een aantal punten dagelijks ontsmet. De echte reiniging, buiten het uitvegen, gebeurt om de zes à acht weken!

De bussen rijden rond met wat De Lijn omschrijft als een ‘afgesloten compartiment’. Klinkt mooi, maar in de praktijk gaat het om een plastic folie bevestigd met ducttape. Er is de belofte dat dit een tijdelijke oplossing is en dat er gewerkt wordt aan degelijke maatregelen, maar na ruim twee maanden is dat nog steeds niet concreet. Het is tekenend voor de staat waarin een openbare dienst als De Lijn zich bevindt.

Als de directie het personeel niet kan beschermen, schuift het de verantwoordelijkheid door naar de individuele reizigers. Die moeten maar een mondmasker dragen en de handen wassen. De verplichting van een mondmasker voor reizigers op tram en bus wordt tegelijk gebruikt om de chauffeurs terug met volle voertuigen te laten rijden.

Het zou logisch zijn moest er een capaciteitsuitbreiding zijn, naast een plan om alle voertuigen dagelijks (echt) te reinigen en meermaals te ontsmetten. Het zou logisch zijn dat er begeleiders, stewards en een tweede persoon op de voertuigen wordt ingezet om de reizigers te begeleiden en als sociale controle. Vandaag gebeurt dit allemaal niet. Nu de normale dienstverlening wordt gereden, worden terug ritten afgeschaft door een tekort aan personeel en/of een gebrek aan rijvaardig materieel.

Een aantal dingen kunnen met tijdelijke maatregelen opgelost worden. Zo kunnen werkloze chauffeurs en hun materieel uit de touringcarsector ingezet worden. Maar er moet iets structureel veranderen: ernstige publieke investeringen en een noodplan voor het openbaar vervoer.

Er is een plan nodig dat antwoordt op de terechte verzuchtingen van het personeel rond hygiëne en werkomstandigheden. Nu duidelijk is wie het ‘essentieel personeel’ is dat De Lijn doet rijden, moeten ook andere eisen op tafel gelegd worden: arbeidsduurvermindering, verlaging van de pensioenleeftijd, degelijke sanitaire voorzieningen, afbouw van onderbroken diensten, … Dit moet gecombineerd worden met de eis om massaal te investeren en werkingsmiddelen te voorzien zodat de capaciteit kan opgedreven worden waar nodig en zodat het nodige personeel kan worden ingezet ter ondersteuning.

Dit zal niet vanzelf gaan. In verschillende steden zijn er berichten dat er in het kader van de basisbereikbaarheid een nieuw netplan klaarligt of opgemaakt wordt voor eind 2021. Een constante daarin is dat elke uitbreiding of verbetering betaald wordt door een verschuiving van middelen, dus door het afschaffen van andere lijnen. Voor echte verbeteringen, zullen we personeel en reizigers samen moeten organiseren in een strijd voor degelijk openbaar vervoer.

Delen: Printen: