Congres LSP – Verslag discussie internationale perspectieven

Op het congres van LSP/MAS vorig weekend waren er drie uitgebreide discussies. De eerste discussie ging in op de internationale situatie en werd ingeleid door Nicolas Croes uit Luik. We publiceren een verslag van de inleiding en de discussie. Er wordt gewerkt met samenvattingen van hetgeen gezegd is. Niet alle tussenkomsten worden verwerkt en bepaalde punten worden samen geplaatst naargelang het thema.

Verslag door onze correspondenten ter plaatse (*)

Nicolas Croes: “Het kapitalisme heeft zijn historische rol beëindigd. De uitbuiting van de arbeiders en de crisis van het systeem leiden ertoe dat er geen enkele weg vooruit meer aangeboden wordt door het huidige systeem. Iedere technologische vooruitgang maakt de tegenstellingen van het huidig systeem scherper. Tegenover deze overproductiecrisis is de enige schijnbare oplossing van een aantal landen het voeren van een dubbele economische oorlog. Enerzijds door middel van het invoeren van taksen en heffingen op import waarbij vooral de ex-koloniale landen getroffen worden. Anderzijds wordt ook een economische oorlog gevoerd tegen de arbeidersklasse van iedere staat.

“De huidige crisis van het kapitalisme is structureel waardoor er weinig ruimte is om de kapitalistische agressie te temperen. Het verdwijnen van de Sovjetunie en het stalinisme leidde tot een sterk burgerlijk ideologisch offensief. Er werd gezegd dat enkel de vrije markt zou werken en de arbeidersklasse kende een terugslag waar ze nog niet volledig van bekomen is.

“De VS werd de enige wereldheerschappij en Bush Sr. noemde dit destijds de “nieuwe wereldorde”. In de jaren 1990 is de positie van de VS versterkt aangezien het een zekere groei kende op een ogenblik dat Japan een negatieve groei kende en de Europese economie eveneens aan het sputteren was.

“De recessie van 2000/2001 vormde een belangrijk keerpunt. De beperkte heropleving na deze recessie was niet van die aard dat de werkloosheid begon te dalen of dat de levensstandaard van de arbeiders erop vooruit ging. Bovendien was de groei de meest beperkte groei sinds WO2.

“Onder druk van de schuldenlast is de Federal Reserve verplicht om vandaag de rentevoeten te laten stijgen. De wereldeconomie en ook de VS-economie zijn vandaag gebaseerd op de enorme schulden van zowel de particuliere consumenten als de overheid. De afgelopen jaren was de rente gedaald van zo’n 7% tot 1%, wat met de inflatie inbegrepen dus eigenlijk een negatieve rentevoet was. Maar dit moet op de één of andere wijze terugbetaald worden. Aangezien de voorspelde vooruitgang uitbleef, werd de rentevoet opnieuw lichtjes verhoogd.

“De oorlog en de bezetting in Irak hebben de schuldenlast in de VS verder opgedreven. Bij die oorlog en bezetting heeft de VS aangetoond dat het niet in staat is om louter met haar militaire overmacht de wereld volledig onder controle te krijgen. De poging om de dominantie van de VS opnieuw te bevestigen, is mislukt. Het budget voor defensie is enorm, maar de olievoorraden zijn nog steeds niet hersteld.

“Bovendien zien we dat er in zowat alle belangrijke olieproducerende landen problemen zijn. Het Midden-Oosten blijft politiek onstabiel, maar ook elders zijn er problemen. In Nigeria zijn er sociale en nationale spanningen, de situatie in Venezuela is onzeker voor de VS, in Rusland was er het proces tegen Yukos wat eveneens een bedreiging vormt voor de olieproductie. Bovendien worden de mogelijkheden voor de VS om direct tussen te komen op militair vlak sterk beperkt, door de militaire overbelasting waarmee het te kampen heeft door de oorlog in Irak.

“De zoektocht naar een alternatief is het duidelijkst aanwezig in Latijns-Amerika. Ondanks de beperkingen van het politiek project van Chavez, heeft hij zich de woede van de nationale en internationale burgerij op de hals gehaald. Om de beperkte stappen vooruit in het land verder te ontwikkelen, zal het noodzakelijk zijn dat Chavez verder gaat en breekt met het kapitalisme. Zoniet kan het imperialisme terugkomen en haar beleid volledig opdringen, zoals het vandaag kan doen in het Brazilië van president Lula. Die kwam aan de macht op basis van de steun van de arbeiders, maar hij heeft die arbeiders al snel verraden. In die zin is de ontwikkeling van een nieuwe partij in de vorm van de PSOL (Partij voor socialisme en vrijheid) een belangrijke stap vooruit.

“In Europa zien we overal een offensief van de burgerij om een besparingspolitiek op te leggen. Er zijn aanvallen op de pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, de lonen en arbeidsvoorwaarden. Daarbij wil de burgerij de competitiviteit opdrijven, maar hoe ver zal daar in gegaan worden? Zullen we straks de loonsvoorwaarden uit pakweg China hier moeten aanvaarden?

“Er is in Europa een heropleving van de arbeidersstrijd. Het verzet tegen de oorlog in Irak was een belangrijke ontwikkeling, maar is geen geïsoleerd gegeven. Het heeft de mogelijkheid van collectieve strijd naar voor gebracht en dergelijke strijd staat vandaag meer dan ooit op de agenda. Er waren reeds de belangrijke bewegingen in Duitsland en Nederland, maar het is duidelijk dat we nog maar aan het begin van deze mobilisatie staan.

“In de strijd tegen de aanvallen op de verworvenheden van de arbeiders en hun gezinnen moeten wij de noodzaak naar voor brengen van eengemaakte strijd, maar ook van de noodzaak van een politiek instrument dat in staat is fundamentele verandering af te dwingen. Er is geen tussenweg tussen kapitalisme en socialisme, dat is duidelijk genoeg gemaakt in Chili 1973 of eerder bij de Spaanse revolutie. In de strijd tegen de kapitalistische barbarij is er nood aan een sterk wapen, een revolutionaire partij.”

Over de ontwikkeling van die revolutionaire partij op wereldvlak werd ingegaan door een vertegenwoordiger van het Committee for a Workers’ International, Karl Debbaut. Die beklemtoonde de mogelijkheden voor de uitbouw van onze organisatie en dat op wereldvlak. Ook na de herverkiezing van Bush zijn er geen redenen om pessimistische conclusies te trekken, noch om de Amerikaanse bevolking te beledigen. We mogen niet vergeten dat ook Nixon er in slaagde verkozen te raken en dat in volle Vietnamoorlog op een ogenblik van wereldwijde radicalisering.

Karl Debbaut bracht ook verslag uit van onze werking in een aantal landen. In Brazilië ligt onze relatief kleine organisatie mee aan de basis van de PSOL, een arbeiderspartij opgericht als antwoord op de verrechtsing van de PT en de neo-liberale politiek van Lula. Daar wordt de dubbele taak van marxisten vandaag erg duidelijk: enerzijds het opbouwen van de arbeidersbeweging en het populariseren van socialistische ideeën, en anderzijds het opbouwen van een revolutionaire kaderpartij. Hierdoor moeten we constant afwegingen maken. Maar ook financieel legt het druk op onze organisatie. Zo hebben we een kameraad verkozen in het uitvoerend bestuur van de PSOL, een orgaan dat tweewekelijks samenkomt in de hoofdstad. Gewoon deelnemen aan die vergadering is een dure aangelegenheid.

Om de Braziliaanse afdeling bij te staan, willen we een aantal kameraden uit Europa naar Brazilië krijgen voor het Wereld Sociaal Forum in januari. Dat zal belangrijk zijn om een beter beeld te krijgen van de situatie in heel het continent. Er zal ook een interessante conferentie zijn van socialistische krachten uit heel het continent, een conferentie georganiseerd door de PSOL.

Ook elders op het continent komen we tussen. Zo hebben we een zware financiële inspanning geleverd om kameraden uit Chili langere tijd naar Venezuela te sturen om daar deel te nemen aan de acties en er contacten te leggen om een stevige marxistische organisatie uit te bouwen in het land.

Onze afdelingen in de neo-koloniale wereld werken onder zeer moeilijke omstandigheden, maar toch boeken we er belangrijke vooruitgang. Zo is onze Nigeriaanse afdeling de tweede grootste sectie van het CWI. De Democratic Socialist Movement komt er tussen in alle belangrijke bewegingen, zo is er binnenkort de zevende algemene staking sinds 2000. Onze kameraden spelen er een leidinggevende rol, en worden ook in de media naar voor gebracht als de radicale vleugel die de beweging organiseert.

In Sri Lanka is onze partij aan het uitgroeien tot de belangrijkste factor ter linkerzijde. Bij lokale verkiezingen eerder dit jaar haalden we 14.600 stemmen, enkele maanden later waren dat er reeds 21.000. We zijn in dat land de enige partij die zowel onder Tamils als Sinhalezen georganiseerd is.

Er zijn nog tal van voorbeelden te geven van de werking van onze internationale organisatie, maar de uitbouw ervan moet nog opgedreven worden. Dat is noodzakelijk in de huidige wereldsituatie. 3 miljard mensen op deze wereld leven van minder dan 2 dollar per dag. Dat is de rotheid van dit systeem waartegen we moeten vechten.

In de discussie die hierop volgde waren er tal van tussenkomsten. Tina De Greef uit Leuven bracht een verslag van een bezoek dat zij bracht aan Zuid-Afrika waar zij ook de kameraden van de Democratic Socialist Movement ontmoette. Onze organisatie in Zuid-Afrika kent een lange geschiedenis en speelde destijds een belangrijke rol in het ANC. De regeringsdeelname van het ANC en de verburgerlijking van de partij maakten de situatie voor ons moeilijk in de jaren 1990, maar nu groeien we opnieuw en dat vooral onder jongeren.

Yacov uit Israël benadrukte de onstabiele situatie in het Midden-Oosten. Er is in de hele regio een uitgesproken woede tegen het VS-establishment en dat mee omwille van de oorlog in Irak. Bovendien worden de banden tussen lokale leiders en de VS meer en meer duidelijk wat leidt tot instabiliteit, bvb in Saoedi-Arabië. In de industriële wijken zijn er daar zowat dagelijks aanslagen op de olie-industrie en ook in de hoofdstad zijn er delen niet meer onder controle van de regering. Ook in Egypte zijn er zelfmoordaanslagen die aangeven hoezeer het regime van Moebarak verzwakt is door de oorlog.

In de media is er veel aandacht voor het overlijden van Arafat en de gevolgen daarvan, maar in feite worden de bestaande tegenstellingen en spanningen nu enkel duidelijker tot uiting terwijl het geen nieuwe elementen zijn. De enorme corruptie van de Palestijnse Autoriteit en haar rol bij het sluiten van de vredesakkoorden zorgden ervoor dat de steun voor Arafat reeds enige tijd afgenomen was. Nu wordt vooral duidelijk dat geen enkele organisatie de belangen van de burgerij degelijk kan verdedigen. Het bouwen van de muur en het terugtrekkingsplan tonen de zwakte van de Israëlische heersende klasse. Dat gaat gepaard met een dieper wordende economische crisis waardoor de kans op conflicten toeneemt. De opbouw van marxistische krachten is in onze regio een zaak van leven of dood.

Jean Peltier van onze afdeling in Luik ging in op ons standpunt over het verzet in Irak. Wij geven geen kritiekloze steun aan om het even welke vorm van verzet. Het is duidelijk dat er geen tweestadia theorie kan gehanteerd worden in Irak waarbij er eerst zou moeten opgekomen worden tegen het imperialisme om pas in een tweede stadium te strijden voor socialisme. Zo’n tactiek heeft in het verleden haar failliet bewezen, denk maar aan de Iraanse revolutie van 1979 waar uiteindelijk het reactionaire regime van Khomeini de macht kon grijpen. Wij moeten steeds een klassenstandpunt innemen en de strijd tegen de bezetting koppelen aan een socialistisch programma.

Een volgende spreker was Roel van de afdeling in Mechelen. Hij legde uit dat we bij de Zuidoostaziatische crisis in 1997-98 te snel stelden dat dit de aanvang van een wereldwijde economische crisis was. Het kapitalisme kon in een aantal delen van de wereld net gebruik maken van de Aziatische crisis om het geld terug te trekken en te investeren in de VS en Europa. Maar ook hier krijgen we nu meer en meer kenmerken van een economische situatie die allesbehalve rooskleurig is. Er is de zware schuldenlast wat zal leiden tot ‘slechte schulden’ (schulden die niet meer terugbetaald worden) en ook een sterke stijging van de vastgoedprijzen die doet denken aan de situatie in Japan begin jaren 1990.

Tim Joosen uit Brussel sprak over de uitbreiding van de EU op 1 mei, waarbij vooral Oost-Europese landen lid werden van de EU. De EU is een machine voor privatiseringen en besparingen. Er zijn de voorbeelden van de privatiseringen bij de spoorwegen, energiesector en ook de havenarbeid. De arbeidsvoorwaarden worden onder druk gezet door de EU-uitbreiding, zowel bij ons als in de nieuwe lidstaten. In Polen is er bijvoorbeeld een gemiddeld loon van 460 euro per maand, maar veel arbeiders hebben slechts 200 à 250 euro. De EU-toetreding heeft er geleid tot een sterke stijging van de prijzen, zo is de prijs van suiker met 60% omhoog gegaan. In realiteit is zowat de helft van de bevolking werkloos, er zijn dorpen waar niemand nog werk heeft. Dat leidt ertoe dat veel boeren naar de steden trekken en daar zien we heuse krottenwijken ontstaan. De vrije markt in Oost-Europa leidt er tot een zekere vorm van Afrikanisering.

Philip Locker uit Seattle (VS) bracht de groeten van de Amerikaanse afdeling van het CWI. Hij benadrukte dat de teleurstelling wereldwijd erg groot was toen Bush erin slaagde de verkiezingen te winnen. Een president die er als eerste in 30 jaar tijd in slaagt om een netto jobverlies te veroorzaken waarbij een meerderheid van de bevolking vindt dat de VS slecht bezig is. De overwinning van Bush is vooral een nederlaag van Kerry en de Democraten. Die slaagden er niet in stemmen te winnen omdat zij voor een zelfde beleid staan als Bush. Kerry had als strategie om telkens Bush te imiteren.

Dat het verzet tegen het asociaal beleid niet gebroken is en dat de Amerikanen geen eenduidig conservatief reactionaire massa vormen, werd nochtans duidelijk bij deze verkiezingen. In Florida haalde Bush het bij de presidentsverkiezingen, maar was er ook een referendum over het optrekken van de minimumlonen waarbij een grote meerderheid voor zo’n verhoging was.

Bush zal proberen gebruik te maken van de verkiezingen om een verdere rechtse politiek te voeren en zijn imperialistische politiek verder te zetten. Maar het idee dat Bush nu vrijspel heeft, is verkeerd. Het falen in Irak en de economische problemen beperken de ruimte voor de nieuwe regering van president Bush.

In de laatste tussenkomst ging Geert Cool uit Antwerpen in op de situatie in Nederland en onze houding tegenover de politieke islam. Als Nederland één iets heeft aangetoond, is het dat zowel terrorisme als racisme de arbeidersbeweging verzwakken. Er was een scherpe opgang van de arbeidersbeweging met begin oktober de grootste mobilisatie sinds meer dan 10 jaar. Maar na de moord op Van Gogh lijkt het publieke debat niet te gaan over het verzet tegen het asociale beleid, maar over racistische verdeeldheid. Dat is een tijdelijk gegeven, het verzet tegen het huidige beleid zal opnieuw opgang kennen, maar er is op een bijzonder scherpe wijze aangetoond dat verzet niet in een rechte lijn ontwikkelt.

Vandaag wordt de islam als centrale vijand naar voor gebracht door heel wat reactionaire krachten en dat wordt nog versterkt door het beleid van de neo-conservatieven in de VS. Die hebben een vijandsbeeld nodig om hun imperialistische politiek in Azië te rechtvaardigen. Bij gebrek aan het vroegere “rode gevaar” hebben ze het nu over het gevaar van het “islam-terrorisme” en eigenlijk het gevaar van de islam op zich. Daarbij wordt niet geaarzeld om de rol van de politieke islam op te kloppen, zo is de rol van de beweging rond Al-Zaqarwi in Irak (een beweging gelinkt aan al-Qaeda) veel beperkter dan de voorstelling ervan in de Amerikaanse media. De VS kan er echter van gebruik maken om een beeld te creëren rond de islam en tegelijk het brede karakter van het verzet in Irak te verdoezelen.

Wij onderschatten het reactionaire karakter van de politieke islam absoluut niet, maar gaan wel na wat de materialistische basis ervoor is. Het zogenaamde fundamentalisme is niet cultureel of religieus bepaald, maar een politiek gevolg van een specifieke objectieve situatie. De politieke islam kon zich opwerpen als alternatief door het falen van het stalinisme en het Arabisch nationalisme, zeker na de val van de Muur. Bij gebrek aan een alternatief kan de politieke islam terrein winnen en het kan daarbij gebruik maken van het feit dat ze vroeger steun kregen van het imperialisme dat toen beroep deed op de politieke islam als buffer tegen het “rode gevaar”, denk maar aan de VS-steun voor de Taliban in Afghanistan.

De sociale situatie in het Midden-Oosten leidt tot de mogelijkheid van de ontwikkeling van de politieke islam, zo zien we in Saoedi-Arabië dat er regio’s zijn met een werkloosheid van 40% terwijl er tegelijk een enorme olierijkdom aanwezig is. Extreme groepen kunnen daarop inspelen. De ontwikkeling van de politieke islam en het offensief van het imperialisme, samen met de neo-liberale aanvallen hier in Europa, kunnen leiden tot een scherpe toename van racisme in Europa. Bij gebrek aan strijdbewegingen met een duidelijk programma kan het tevens zorgen voor radicalisering onder de migranten, maar dan wel in zowat alle richtingen met ook een grotere openheid voor ideeën van de politieke islam en ook terrorisme.

Ons antwoord is er één op klassenbasis. Het verenigen van de arbeiders en jongeren op internationaal vlak is noodzakelijk en het uitbouwen van een politieke factor kan internationale gevolgen hebben voor het bewustzijn.

Tenslotte werd de discussie afgerond door Bart Vandersteene, de woordvoerder van LSP in Gent. In de jaren 1990 werd duidelijk dat de ‘nieuwe technologie’ een zeepbeleconomie vormde, maar zelfs na het ineenstorten van de beurzen is de zeepbel gebleven. Door het verlagen van de rentevoeten is er nu een zeepbel ontstaan op de huisvestingsmarkt. Op 8 jaar tijd is de prijs 35% boven de inflatie uitgestegen. Deze zeepbel heeft een groot effect op de bevolking, meer dan bij de ineenstorting van de beuren in de jaren 1990. Het effect van het doorprikken van de zeepbel kan dan ook veel groter zijn.

Ook sociaal zijn de gevolgen niet te onderschatten. Het is misschien nuttig te verwijzen naar enkele cijfers over hoe de Amerikanen hun eigen sociale positie. Begin jaren 1990 dacht 19% van de Amerikanen dat ze bij de 1% rijksten in de VS hoorden en 20% dacht ooit bij die 1% te raken. Het is op basis van dit gevoel van rijkdom dat de Amerikaanse burgerij de consumptie in de VS verder heeft kunnen opdrijven. Tussen 2000 en 2003 is de consumentenschuld in de VS met 33% gestegen. Met een verderzetting van de huidige politiek zal een gemiddeld gezin tegen het einde van de ambtstermijn van Bush een schuld hebben gelijk aan 150% van het jaarlijks gemiddeld gezinsinkomen. Dit leidt tot een enorm probleem, zeker aangezien het versterkt wordt door het grote begrotingstekort van 600 miljard dollar en het tekort op de handelsbalans (een uitdrukking van het feit dat er meer geïmporteerd wordt dan geëxporteerd).

De huidige situatie vereist een instroom van geld, een rol die de afgelopen jaren gespeeld werd door de Aziatische banken. Komt daar nog bij dat er problemen zijn als de olieprijs, wat een invloed heeft op de economie en de koopkracht van de bevolking. De overwinning van Bush bij de presidentsverkiezingen heeft op korte termijn de olieprijzen doen dalen, maar er is geen reden om te verwachten dat dit op langere termijn zo zal blijven. Cruciaal daarbij is natuurlijk de situatie in Irak.

Op dit ogenblik zien we het lang aangekondigde offensief in Falluja dat ook beslissend zal zijn voor de verkiezingen in Irak. Geleidelijk aan zien we de situatie in Irak ontwikkelen naar het model van de Balkan. De Soennieten roepen nu al op om de verkiezingen in januari te boycotten, de Koerden steunen meer en meer het idee van autonomie. De vergelijking met de Balkan loopt enkel mank op vlak van de enorme schaal waarop de spanningen toenemen en de gevolgen voor de wereldsituatie.

Nu duidelijk wordt dat de burgerij geen oplossing kan aanbieden, krijgen wij meer gehoor. Dat uitte zich onder meer in een wereldwijde afkeer van Bush, 76% van de Europeanen sprak zich uit tegen het beleid van Bush. Dat is niet verwonderlijk gelet op de situatie die steeds meer vergelijkbaar is met Vietnam destijds: een combinatie van een militair moeras en een groeiend verzet in eigen land. Tegen die achtergrond zal er ook in de VS een eigen politiek instrument nodig zijn. Daarom steunden wij de campagne van Nader op een kritische wijze. Michael Moore vatte het destijds op een goede manier samen: “They blame Nader for giving us Bush, I blame them for being Bush”. Jammer genoeg nam Moore dit standpunt niet meer in bij de huidige verkiezingen.

De steun voor Kerry was niet zozeer het gevolg van zijn programma, 60% van zijn kiezers stemde in de eerste plaats tegen Bush. Zelfs onder vakbondsleden maakte Kerry geen grote impact, 36% van de vakbondsleden stemde voor Bush en dat ondanks de belastingsverlagingen voor de rijken. Bush bepaalde de agenda en slaagde erin om vooral nadruk te leggen op ethisch conservatieve posities. Dat was mee mogelijk door de onzekere situatie voor bredere lagen waarbij de angst voor de toekomst zich vertaalde in traditionele waarden zoals het gezin, religie,…

De burgerij zal daar op internationaal vlak lessen uit trekken en het proberen toe te passen als methode om het verzet tegen de crisis een reactionaire richting te geven. In Nederland zien we dit bvb met het opstaan van een nieuwe rechts-conservatieve figuur die uit de VVD gestapt is en als onafhankelijke zetelt, Geert Wilders die momenteel in de peilingen tot 18 zetels zou halen. Dat zou meer zijn dan de VVD zelf! Ook Berlusconi gebruikt een gelijkaardige methode en zal dit blijven doen in de toekomst, denk maar aan zijn houding inzake de samenstelling van de nieuwe EU-commissie. In België zien we op beperkte schaal gelijkaardige ontwikkelingen met Coveliers en Dedecker in de VLD of Decrem bij de CD&V die zich allen rechts van de partijlijn positioneren.

Tegenover dat conservatisme is een politiek instrument van de arbeidersbeweging nodig om ertegen in te gaan. De jongeren zullen niet zomaar aanvaarden dat de klok tientallen jaren teruggedraaid wordt, denk maar aan de eisen om abortusdokters de doodstraf toe te kennen of het schrappen van de evolutietheorie uit het Amerikaans onderwijs. Binnen de antiglobaliseringsbeweging zal moeten gediscussieerd worden over de te volgen weg. Binnen de leiding van die beweging is er geen sprake van socialistische opvattingen. Het is echter verkeerd om zich veilig op te sluiten onder de vleugels van de leidingen van NGO’s en vakbonden op bijeenkomsten zoals het ESF. In het verslag dat op onze site en in ons maandblad verschenen is van het ESF was er een belangrijke opmerking. Er werd gesteld dat er op de twee uur durende meeting die wij hielden meer over klassenstrijd werd gesproken dan in de overige 30 uur van het ESF. Op een ogenblik dat de vakbond in de publieke sector een confrontatie aangaat met de Labour-regering was het overigens duidelijk waar onze prioriteit in Engeland lag…

In vergelijking met een aantal jaren geleden is de samenleving grondig door elkaar geschud. De mogelijkheden voor de opbouw van onze krachten nemen toe naarmate de klassenstrijd heropleeft. Dit werd in Duitsland reeds duidelijk waar we dit jaar drie gemeenteraadsleden verkozen kregen en waar nu gediscussieerd wordt over een nieuwe arbeiderspartij. Naarmate de strijd opkomt, stijgt ook de honger naar ideeën. Die honger zal moeten beantwoord worden. Niet met vage slogans, maar met een duidelijk socialistisch programma gebaseerd op de arbeidersklasse en met een internationalistisch perspectief. Het is zo’n programma dat wij de komende periode verder willen uitwerken en uitdragen.


(*) De verslaggeving van het congres is het collectief werk van verschillende kameraden uit de afdeling Antwerpen. Het grootste deel van het werk werd verricht door Jeroen Weyn en Jan Vlegels (noteren van de interventies) en Jeroen Van Camp en Laurent Grandgaignage (foto’s)

Delen: Printen: