Zoals in andere sectoren die blijven werken, is er onder het personeel van de voedingsdistributie heel veel ongerustheid. Er is tegelijk een groot plichtsbesef en fierheid om de mensen van voedsel te blijven voorzien. Dit gebeurt niet altijd in gemakkelijke omstandigheden en de inzet wordt nog steeds niet altijd geapprecieerd. Er is daarnaast al jarenlang een neerwaartse spiraal in de sector, met een grote toename van burn-outs en fysieke klachten als gevolg.

Bij het begin van de strenge maatregelen in ons land was er hamsterwoede. Winkels waren propvol met klanten en personeel dat de rekken zo goed mogelijk probeerde aangevuld te krijgen. De paniek onder de klanten was zo sterk dat er niet op het personeel werd gelet. Dat gebeurde in omstandigheden dat het vaak sowieso al onmogelijk was om anderhalve meter afstand te bewaren.

Het personeel deed al het mogelijke en het onmogelijke om de klanten te blijven bedienen, ondanks de schrik en de onzekerheid voor wat nog zou komen. De directies en koepelorganisatie Comeos verklaarden in alle media dat er geen tekorten waren en dat alle producten snel zouden aangevuld worden naarmate de aanvoer dit mogelijk maakte. Militanten en verantwoordelijken van de vakbonden vroegen meteen overleg op alle niveaus in de sector, vaak zonder gehoor. Voor de media waren de directies bereikbaar, voor de vakbonden niet.

Het duurde op sommige plaatsen dagen vooraleer de nodige veiligheidsmaatregelen getroffen werden, doorgaans op initiatief en onder druk van het personeel. Zelfs vandaag zijn er nog tekorten wat betreft handontsmetting, of kunnen personeelsleden niet af en toe een pauze nemen om de handen te wassen of even uit te blazen. Het blijft op veel plaatsen immers druk in de winkels. Ondertussen zijn de ketens meer bezig met hoe ze marktaandeel van elkaar kunnen afpakken of meer omzet genereren. Terwijl de aanvoer van voedingsproducten al heel wat inspanningen vroeg, wilden verschillende ketens bijvoorbeeld van de sluiting van tuincentra gebruik maken om tuinspullen te verkopen.

Er waren acties in verschillende ketens en er is ook overleg rond veiligheidsmaatregelen en extra vergoedingen in deze extra drukke en gevaarlijke corona-tijden. De acties kwamen er omdat directies doof bleven voor de gerechtvaardigde eisen van het personeel. Het personeel wil het liefst werken in veilige omstandigheden en gerespecteerd worden voor zijn inzet. De directies maken dit moeilijk, zij zijn verantwoordelijk als er winkels dichtgaan door acties!

De Linkse Socialistische Partij (LSP) stelt volgende eisen voor in de distributiesector:

  • Overleg op alle niveaus met het personeel en hun vertegenwoordigers, minimaal op wekelijkse basis om de vinger aan de pols te houden rond nieuwe maatregelen.
  • Voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen en opleiding om deze goed te gebruiken.
  • Enkel de nodige producten verkopen, geen speciale niet-voedingsacties.
  • Vaste prijzen voor basisproducten opgelegd door crisiscomités in de distributiesector en door de gemeenschap in het algemeen, om de klanten gelijkmatig over alle winkels te spreiden.
  • Arbeidsduurverkorting met behoud van loon naar 30 uur per week, zodat kortere schiften gedraaid kunnen worden en de blootstellingperiode verkleint voor iedereen.
  • Essentieel werk verdient een essentieel loon. Trek het minimumloon op tot €14 per uur zodat de extra stress bij het personeel wegvalt van hoe het iedere maand kan rondkomen en een menswaardig leven leiden.
  • Haal de winstlogica uit de sector, nationaliseer de volledige handelssector onder democratische arbeiderscontrole zodat niet de winst voorop staat maar het algemeen belang.