Jambon. (Foto vanop Wikipedia)

‘Het moet maar eens gedaan zijn met al die technische werkloosheid’. Dat is wat Vlaams minister-president Jambon ervan denkt. Blijkbaar keek hij iets teveel naar de standpunten van de Amerikaanse president Trump die er exact hetzelfde over verkondigt. Terwijl gewone mensen bezorgd zijn om hun gezondheid en die van hun familieleden, in het bijzonder oudere naasten, wil Trump tegen Pasen de productie terug volledig op gang trekken. Jambon volgt Trump daarin.

Medische experts blijven oproepen om regels rond social distancing na te leven en een complete ramp voor de zorgsector te vermijden door een oncontroleerbare verspreiding van het virus zoveel mogelijk te vermijden. Ze merken op dat de piek nog moet komen en dat we mogelijk naar dagen gaan met meer dan 100 doden in België. Marc Van Ranst zei gisteravond op televisie dat bepaalde doelgroepen nog onvoldoende bereikt worden met de boodschap tot social distancing. Hij had het over jongeren, maar blijkbaar geldt het ook voor sommige politici.

Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) vindt dat er te snel naar technische werkloosheid wordt gegrepen en dat sommige jobs echt wel kunnen doorgaan: “We moeten opletten dat we niet het niet werken stimuleren in plaats van het werken.” Hij verwees onder meer naar poetshulpen met de stelling dat je gerust boven kan zitten terwijl de poetshulp beneden poetst. Het leverde Jambon zelfs uit werkgevershoek kritiek op, waarop zijn woordvoerder moest erkennen dat de minister-president de realiteit op het terrein niet helemaal kent. Dat is woordvoerderstaal om te zeggen dat Jambon compleet wereldvreemd is.

Voor de minister-president is zoveel mogelijk aan de slag blijven een toonbeeld van burgerzin. Daarmee maakt hij duidelijk waar de prioriteiten liggen en wiens belangen hij verdedigt. Burgerzin voor Jambon vertrekt niet van wat nodig is voor de meerderheid van de mensen en van wat aanbevolen wordt door medische experts zoals virologen en gezondheidswerkers. Neen, burgerzin voor Jambon betekent de winsten van de grote bedrijven veilig stellen.

Wat zou burgerzin vandaag betekenen? Misschien dat er meteen veel meer publieke middelen worden vrijgemaakt voor de zorgsector, niet alleen om deze crisis aan te pakken maar ook om erna te zorgen dat er voldoende plaats is en genoeg collega’s op de werkvloer om het zorgwerk werkbaar te maken? Daar hebben we de Vlaamse regering echter nog niet over gehoord. Minister Beke is wat de sociale sector betreft niet eens bereid om de geplande besparingen op te schorten, waardoor de aanvallen op de allerzwaksten gewoon doorgaan. Het zou ook van burgerzin getuigen indien Jambon binnen zijn partij eens orde op zaken stelt, bijvoorbeeld om burgemeesters geen straatfeesten te laten bijwonen zoals in Izegem, maar meer fundamenteel om voorstellen tot besparingen op sociale zekerheid op een gezonde afstand van de realiteit te houden. Het getuigt van weinig burgerzin om het zorgpersoneel lof toe te zwaaien, maar tegelijk achter hun rug al het volgende mes klaar te houden dat in de sociale zekerheid zal geplant worden!

Als we de zorgcrisis op een efficiënte wijze willen aanpakken, laten we belangrijke beslissingen beter niet over aan wereldvreemde politici zoals Jambon. Die zijn meer bezorgd over hoeveel hun rijke vrienden dit jaar weer naar belastingparadijzen kunnen doorsluizen (qua overbodige verplaatsing kan dat tellen!) dan over onze gezondheid. In deze crisis wordt duidelijk dat gewone werkenden veel meer initiatief en burgerzin aan de dag leggen: van de extra inspanning van het zorgpersoneel tot de collectieve acties om onveilige niet-essentiële productie stil te leggen. Zonder onze arbeid en onze burgerzin zou er niets functioneren. Misschien wordt het tijd dat we vanuit die vaststelling belangrijke beslissingen zelf op een democratische wijze nemen en de nodige planning opstellen waarmee we de sociale noden en behoeften van de volledige bevolking tot centraal uitgangspunt kunnen promoveren.