Ziekenhuis in Teheran. Foto: Wikimedia

Iran is een van de meest getroffen landen van COVID-19, het sterftecijfer is extreem hoog, ook onder jongeren. De werkelijke aantallen zouden vijf keer zo hoog kunnen zijn als gevolg van een gebrek aan tests. Er zijn twee belangrijke redenen voor deze rampzalige explosie: de onwil van het regime om de pandemie aan te pakken en het feit dat het land er niet in slaagt de gevolgen van de sancties op te vangen.

Nina Mo, SLP – ISA in Oostenrijk

Dodelijke leugens van het regime

Veel westerse correspondenten verklaren de verspreiding van het Coronavirus in Iran als een gevolg van het gebrek aan vertrouwen in het regime, waardoor men zich niet aan de voorgestelde maatregelen houdt. Sommige rapporten beschrijven de diepe religiositeit van de maatschappij en de onwil om religieuze rituelen en bijeenkomsten te stoppen. Beide zijn deels waar, maar de werkelijkheid is complexer. Natuurlijk is de Iraanse arbeidersklasse zich ervan bewust dat COVID-19 bestaat en dat het elke dag gewone mensen doodt, maar door gebrek aan voorraden, vooral op het platteland, zijn ze wanhopig over wat ze moeten doen.

Het regime heeft enkele weken gelogen over de uitbraak van het Coronavirus. Wetenschappers gaan er nu van uit dat het virus zich in januari heeft verspreid. Het regime maakte zich echter meer zorgen over het feit dat grote gebeurtenissen zoals de parlementsverkiezingen en de festiviteiten om de islamitische revolutie te vieren door zouden gaan, in de wetenschap dat de woede tegen het regime in de voorgaande maanden was toegenomen en dat de protesten het land hadden geschokt. Bovendien worden de politieke en economische betrekkingen van het regime met China steeds belangrijker. Mahan Air, een luchtvaartmaatschappij die met de Iraanse Revolutionaire Garde is verbonden, bleef bijvoorbeeld religieuze studenten vervoeren tussen China en Qom. Toen ze het bestaan van het virus niet meer kon verbergen, verspreidde het regime samenzweringstheorieën die beweerden dat het virus een door de VS gecontroleerd biologisch wapen was.

Pas nadat ministers van de regering positief hadden getest, besloot het regime om scholen en universiteiten te sluiten, een maatregel die veel te laat kwam. Het regime kwam met verklaringen waarin het de mensen opdroeg thuis te blijven en niet te reizen. Maar voor de meeste werkenden die moeten blijven werken om hun huur te betalen en voedsel te kopen was dit praktisch onmogelijk.

Nu verliezen de autoriteiten steeds meer de controle. Ze hebben zelfs tienduizenden gevangenen vrijgelaten, omdat ze weten dat de hygiënische omstandigheden in de gevangenissen zo rampzalig zijn, dat een uitbraak van COVID-19 duizenden mensen kan doden. Het feit dat het regime de situatie niet heeft aangepakt en dat de gewone mensen niet beschermd werden, heeft geleid tot gevaarlijke speculaties over zogenaamd effectieve beschermingsmaatregelen. Zo werd midden maart het gerucht verspreid dat alcohol COVID-19 kan verhinderen. Sindsdien zijn meer dan dertig mensen gestorven door de consumptie van gemanipuleerde methanol, dat op de zwarte markt werd verkocht.

Sancties en economische crisis

Tegen de achtergrond van COVID-19 wordt de economische crisis in Iran steeds erger. De olie-inkomsten blijven dalen en het internationale isolement neemt toe. De armoede en de werkloosheid zullen de komende weken en maanden dramatisch toenemen.

De regering-Trump verklaarde op 19 maart dat de VS haar beleid van maximale druk op Iran zal voortzetten. De sancties hebben de invoer van medische goederen jarenlang steeds moeilijker gemaakt. De humanitaire invoer – ook van medicijnen – is de laatste jaren afgenomen. Hoewel Iraanse bedrijven ongeveer 70% van de farmaceutische behoeften van het land voor hun rekening nemen, hebben de moeilijkheden als gevolg van de beperkingen op internationale financiële transacties geleid tot een dramatisch tekort aan bepaalde gespecialiseerde geneesmiddelen en nu ook aan apparatuur om COVID-19 te bestrijden. Op dit moment zijn niet alleen testkits zeldzaam, medische goederen zijn over het algemeen moeilijk te krijgen en de prijzen zijn geëxplodeerd. Er is een dramatische behoefte aan miljoenen maskers en beschermende handschoenen. Volgens sommige rapporten heeft COVID-19 in minder dan 20 dagen na de onthulling van de eerste gevallen ongeveer 20 zorgwerkers gedood.

Het zijn de armen die het meest te lijden hebben onder de uitbraak van COVID-19. Veel gezinnen moeten kleine flats delen met ouders en grootouders, arme gemeenschappen zijn dichtbevolkt. De sluiting van kleine lokale markten zal leiden tot armoede en dakloosheid, omdat mensen het zich niet kunnen veroorloven om hun kleine bedrijfjes te sluiten. Afgezien van tekorten kunnen gewone mensen zich geen goede medicijnen veroorloven. De economische crisis in combinatie met sancties heeft de kosten van lokaal geproduceerde producten en die van geïmporteerde goederen beïnvloed. In het algemeen zijn de kosten van de gezondheidszorg voor gezinnen het afgelopen jaar met meer dan 20% gestegen.

Repressie en militaire macht

Het regime gebruikt deze situatie om de repressie en de militaire macht te vergroten. Journalisten die verslag deden van de situatie in de ziekenhuizen en het stijgende aantal infecties werden gearresteerd en gestraft. De gezondheidszorg wordt grotendeels gecontroleerd door het leger. Op 13 maart werd door het regime, bestaande uit het leger, de Iraanse Revolutionaire Garde, de politie en de geheime dienst, een comité voor de bestrijding van COVID-19 opgericht. Zij hebben nu de bevoegdheid om iedereen te “registreren” via internet, telefoon of zelfs via huisbezoeken. Door toegang te krijgen tot alle persoonlijke gegevens is de macht van het leger en de Revolutionaire Garde op een gevaarlijke manier toegenomen. Bovendien is het waarschijnlijk dat de Iraanse milities COVID-19 al hebben verspreid naar Syrië en Irak.

In de strijd tegen het Coronavirus kan de Iraanse arbeidersklasse niet rekenen op het regime en zijn militairen. Het is duidelijk dat het wanbeheer van deze crisis door het regime al duizenden levens heeft gekost.

Solidariteit onder de arbeidersklasse

De Corona-crisis heeft het wantrouwen en de woede onder de werkende bevolking versterkt. Zij zien nu geen andere mogelijkheid dan zich te organiseren. Overal in het land zijn vrijwilligershulpgroepen ontstaan, mensen desinfecteren op eigen initiatief de straten, delen voedsel uit aan armere of zieke gezinnen en bieden hulp aan ziekenhuisreinigers en mortuariumpersoneel. Werknemers zamelen onderling geld in om handreinigers, handschoenen en maskers te kopen voor gemeentewerkers, die de straten schoonmaken, en anderen die zich dat niet kunnen veroorloven. Dit soort arbeiderssolidariteit moet worden gecombineerd met verzet tegen het regime, zoals we in de laatste maanden van 2019 hebben gezien. Er moet onmiddellijk een einde komen aan de sancties en dit corrupte en criminele regime moet door de arbeidersklasse omver worden geworpen om een goede gezondheidszorg te bekomen en een georganiseerde strijd tegen het Coronavirus en zijn gevolgen te kunnen voeren.