Betoging van 5 maart

Op 5 maart kwamen bijna 10000 sociaal werkers en zorgverleners op straat in Brussel. Het massaal protest was gericht tegen het asociaal beleid van de Vlaamse Regering en in het bijzonder de Minister van Welzijn Wouter Beke. Na enkele maanden blijkt hij nu al de meest verafschuwde Welzijnsminister in Vlaanderen ooit. We praten met een sociaal werker over de betoging, de situatie in de zorgsector en de impact van het coronavirus.

Door alle aandacht voor het coronavirus lijkt de betoging van 5 maart al vergeten te zijn. Is dat ook zo?

“Het coronavirus legt vele tekorten pijnlijk bloot. Naast de tekorten van materiaal en personeel in de gezondheidszorg zien we ook in het sociaal werk hoe slecht het gesteld is met ons economisch en politiek systeem. Wat bijvoorbeeld met de daklozen? Zij kunnen niet thuisblijven, het is kiezen tussen opvang met een hoog risico op besmetting en de straat waar men weinig tot geen middelen ter beschikking heeft.

“Het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting 2019 wees al op een groot verband tussen armoede en slechte gezondheid. Deze groep zal door de tekorten in de samenleving een hoger risico op overlijden vertonen. Dit kan ons niet koud laten, toch?

“Het besparingsbeleid van de Vlaamse regering vergroot de impact van de coronacrisis op de meest kwetsbare lagen van de bevolking.”

De betoging van 5 maart toonde een groot ongenoegen in de sector. Van waar komt dat?  

“De gevolgen van de besparingen op welzijn zijn vandaag al heel erg duidelijk. Er is sinds januari een versnipperde golf van ontslagen bezig. Per organisatie gaat het om enkelingen, soms over tientallen. De optelsom moet dringend gemaakt worden, want die zal niet klein zijn. De woede hierover is enorm! De werkdruk voor de overblijvers zal toenemen, zowel in hoeveelheid werk als in de mentale en emotionele druk om met wachtlijsten en uitsluiting om te gaan.

“Niet alleen over de effecten op het werk en de werkgelegenheid zijn mensen kwaad, maar evenzeer omwille van de grote gevolgen voor hulpgebruikers. Overal vermindert het aanbod en komen mensen op straat of op een wachtlijst te staan. Het gaat over opvangcentra die sluiten, langer wachten op psychologische hulp, kinderen die jaren moeten wachten op noodzakelijke hulp in hun ontwikkeling,… Dit is voor veel sociaal werkers en zorgverleners wraakroepend, wetende dat privé bedrijven zoals INEOS gigantische subsidies van diezelfde regering krijgen. We kwamen massaal op straat om die woede ook te vertalen in de boodschap: ‘er is wel geld, dus we moeten niet besparen!’.”

Er werd op 5 maart vooral tegen Beke geroepen, heeft hij het gehoord?

“Wouter Beke lijkt een struisvogel: hij steekt zijn kop zo diep mogelijk in de grond tot de storm overwaait. In de Zevende Dag van 8 maart ontweek hij elke kritische vraag. Zijn antwoorden bestonden uit het voorstellen van kleine ingrepen met weinig middelen als een fundamentele oplossing voor de structurele en grotere besparingen. Het ging er zelfs nooit over de fundamentele vraag: hoe moeten we dit betalen? Ook daar ontwijkt hij de mogelijkheid om de rijken en de winsten van grote bedrijven te belasten. Bestaat er nog een arbeidersvleugel bij de CD&V? Of negeert hij een deel van zijn basis gewoonweg?”

Er kwam geen oproep voor een nieuwe actie. Is er een actieplan?

“Dit is een probleem voor de beweging. De wil om in actie te komen is er zeker en vast. De vakbonden voorspelden enkele duizenden deelnemers en het werden er bijna 10.000! Houd er rekening mee dat veel mensen permanenties moeten voorzien tijdens acties, de steun is nog veel groter op de werkvloer. We hebben nood aan een duidelijk perspectief: in de eerste plaats de besparingen stoppen, in de tweede plaats bijkomende investeringen eisen op basis van een aanslag op de miljarden euro’s privéwinsten die elk jaar naar belastingparadijzen worden versluist.

“Dit is een realistische piste wanneer we opbouwende acties organiseren. Na de betoging kwam er geen ordewoord van de vakbondsleiding, maar ook niet van actiegroepen zoals Sociaal Werk ActieNetwerk. Het is aan sociaal werkers en zorgverleners om zich met deze beweging sterker te organiseren.

“Uiteraard zullen we nu eerst met al onze inzet en energie mee helpen om de zorgcrisis onder controle te krijgen. We doen dit in omstandigheden die als gevolg van het gevoerde beleid slecht zijn. We moeten door deze beproevende tijd en trekken ons op aan de solidariteit die sterk aanwezig is in de samenleving. Duizenden mensen helpen elkaar vandaag. Het belang van meer middelen voor zorg en welzijn in het algemeen wordt voor heel veel mensen duidelijk. Daar moeten we na deze crisis op verder bouwen met de strijd in de sociale sector als onderdeel van die voor een fundamenteel andere samenleving: één waar welzijn en gezondheid wel gegarandeerd zijn!”