Een vorige mars tegen tegen seksisme in Gent. Foto: Jean-Marie

Dit is het vierde jaar op rij dat Campagne ROSA een mars tegen seksisme in Gent organiseert. De laatste drie jaar werd deze mars op 8 maart georganiseerd, internationale vrouwendag. Tijdens eerdere marsen bleek dat er enthousiasme te zijn voor een grote, nationale mars in Brussel. Aangezien 8 maart dit jaar op een zondag valt, leek dit een uitgelezen kans om massaal naar Brussel te mobiliseren. Op die manier kunnen we een krachtig nationaal signaal geven: een sterke solidariteit met de strijd voor gelijkheid in de hele wereld en tegelijk maken we duidelijk dat de strijd ook in België nog niet gestreden is.

door Rebekka (Gent)

Toch denken we dat er ook in Gent nog steeds nood is aan een mars tegen seksisme. Equal Pay Day op zaterdag 14 maart bleek hier een perfecte datum voor en past binnen de “Fight For 14”-campagne van de socialistische vakbond ABVV. Equal Pay Day is een uitgelezen kans om syndicale strijd te verbinden aan vrouwenstrijd. Het is ook een perfecte gelegenheid om een concrete eis naar voren te schuiven die de ongelijkheid effectief aanpakt. Vorige jaren benadrukten we ook al concrete eisen zoals de uitbreiding van het aantal plaatsen in de Gentse kinderopvang. Nu ligt de nadruk op de eis van een minimumloon van 14 euro per uur.

Het loonverschil tussen mannen en vrouwen betekent dat een vrouw gemiddeld tot 14 maart 2020 moet werken om evenveel verdiend te hebben als een man in 2019. De loonkloof in België bedraagt nog steeds 20%. De oorzaak van dit significant verschil ligt enerzijds in een gemiddeld groter aandeel van vrouwelijke werknemers in vooral onvrijwillig deeltijdse arbeid. Zo werken 44% van de loontrekkende vrouwen deeltijds, tegenover 11% van de loontrekkende mannen. Slechts 8% geeft aan dit vrijwillig te doen. Anderzijds is een belangrijke oorzaak voor de loonkloof een lager aandeel in leidinggevende, beter betaalde functies en een groter aandeel in laagbetaalde sectoren zoals onderwijs, dienstencheques, zorg, …

Vrouwen kiezen gemiddeld meer voor beroepen in zorgende sectoren. Of de oorzaak hiervan in de ‘natuur’ van vrouwen zit, of dat het toch eerder een gevolg is van opvoeding verandert niets aan de kern van het probleem. Feit is immers dat de lonen in deze, door vrouwen gedomineerde, sectoren, ondanks het maatschappelijk nut, steevast lager zijn dan in pakweg de chemie, ICT, bij havenarbeiders, ingenieurs, bouw, … We willen vrouwen niet ontmoedigen om in sterk mannelijke sectoren te werken. Ook daar moeten gelijkheid en gelijke kansen worden afgedwongen. We vinden het vooral belangrijk dat de lonen in lager betaalde sectoren worden opgetrokken. Een hoger minimumloon, van 14 euro per uur of 2.300 euro bruto per maand, zou een goede eerste stap hierin zijn.

Zoals het ABVV stelt is een minimumloon van €14 per uur of €2300 bruto per maand noodzakelijk om een menswaardig leven te lijden. Het is een belangrijke eis om het groeiende verschijnsel van werkende armen terug te dringen. In België leeft 1 op 20 werkenden in armoede! Onder de laagste lonen zijn vrouwen oververtegenwoordigd: van de 10% werkenden met de laagste lonen zijn maar liefst 70% vrouwen. Financiële onafhankelijkheid is belangrijk voor vrouwen om onafhankelijk te zijn van hun partner. Het moet de mogelijkheid bieden om uit een, eventueel abusieve, relatie te stappen zonder tot armoede veroordeeld te worden. Het optrekken van de minimumlonen is een belangrijke feministische eis die vooral vrouwen in precaire omstandigheden een stap vooruit helpt.

Campagne ROSA vindt dat de strijd voor gelijkheid samen gevoerd moet worden. Een hoger minimumloon is een voorbeeld van een eis die vooral vrouwen vooruit helpt, maar ook voor mannen met lage lonen tot verbetering zou leiden. Verschillende feministische eisen die essentieel zijn om tot feitelijke gelijkheid te komen, zijn in wezen een stap vooruit voor alle werkenden. Zo zouden een uitbreiding van het vaderschapsverlof en arbeidsduurvermindering met behoud van loon en bijkomende aanwervingen betekenen dat beide partners meer tijd hebben voor het huishouden en de opvoeding, zodat deze taken beter verdeeld kunnen worden, voor zoverre ze niet gecollectiviseerd worden door een forse uitbreiding van openbare diensten. Enkel door als werkenden deze strijd samen te voeren kunnen we sociale verworvenheden afdwingen.