Leidt de overwinning van Bush tot een nieuwe wereldwanorde? (deel 4)

In het vierde deel van een uitgebreid document over de wereldsituatie na de nieuwe verkiezingsoverwinning van Bush, gaan we dieper in op de situatie in de zogenaamde ‘schurkenstaten’ Iran en Noord-Korea. Is een militaire interventie in die landen waarschijnlijk? Hoe stabiel zijn de regimes er?

Analyse van het CWI

> Lees hier het eerste deel

> Lees hier het tweede deel

> Lees hier het derde deel

Iran

Het Iraanse regime ziet in de huidige situatie de voorbereiding van door de VS gesteunde pogingen om haar omver te werpen. De echte reden voor de druk die uitgeoefend wordt, is het nucleair programma van Iran. De VS heeft Iran unilateraal uitgeroepen tot een onderdeel van de “as van het kwaad” en heeft gesteld dat het nucleair programma van Iran, zelfs indien het gericht is op vreedzame energie-doeleinden, onmiddellijk moet gestopt worden. De VS heeft daarbij de mogelijkheid van een militaire interventie open gelaten, maar omwille van de redenen die eerder aangehaald werden, is zoiets nu uitgesloten. Maar de dreiging van een herhaling van de bombardementen op de nucleaire installaties in Irak in 1991 door Israël, blijft reëel. Zelfs het nucleair non-proliferatieverdrag zelf bepaalt dat Iran het recht heeft om verrijkt uranium te bezitten met het oog op “vreedzame doeleinden”. Het probleem is echter dat hetzelfde proces van verrijken van uranium kan aangewend worden voor de productie van nucleaire wapens. Dat betekent dat de mogelijkheid van de ontwikkeling van kernwapens reëel is en dat er bijgevolg massavernietigingswapens kunnen geproduceerd worden. Hans Blix, de voormalige VN wapeninspecteur in Irak, verklaarde over de eisen van de VS: “Er wordt geëist dat gestopt wordt met iets dat toegelaten is. In dat geval moet aanvaard worden dat zij ook eisen zullen stellen.”

De moeilijkheden waarmee de VS in Irak geconfronteerd wordt, samen met de nederlagen die de “hervormingsgezinden” rond Khatami in Iran geleden hebben, versterken de positie van de dominante rechtse mullahs in Teheran tegenover de VS-druk. De Europese burgerij is bezorgd dat Iran mogelijks het non-proliferatieverdrag zou opzeggen. Het zou daarop kunnen werken aan de ontwikkeling van kernwapens – wat wellicht door het regime in Teheran zou gezien worden als een noodzakelijk gegeven tegenover de achtergrond van de nucleaire macht van Israël. Hierdoor zou Iran een gelijkaardige positie innemen als Noord-Korea. Ook het verarmde Noord-Korea bezit kernwapens en heeft reeds gedreigd om die in te zetten tegenover Zuid-Korea en Japan.

Deze onstabiele, en zelfs explosieve situatie, benadrukt opnieuw de neo-conservatieve strategie van Bush. In plaats van het verslaan van het “kwaad”, heeft deze strategie eerder geleid tot het versterken van de mogelijkheid van een nucleaire veldslag in een aantal verschillende regio’s. Kerry gaf aan dat hij een meer “pragmatische” aanpak zou verkiezen en stelde bereid te zijn om met Teheran te onderhandelen teneinde “normale relaties” aan te knopen met het regime. Hij bood zelfs aan dat indien Iran haar nucleaire faciliteiten zou sluiten, de VS “hen zou voorzien van nucleaire energie en het nucleaire afval dat geproduceerd wordt, voor haar rekening zou nemen.” Hij stelde dat de VS onder zijn bewind zou proberen om op gezamenlijke basis komaf te maken met zowel al-Qaeda als de Mujaheddin (MKO – de voormalige Iraanse guerrilla groepering die nauw verbonden was met Saddam Hoessein in Irak). Bush stelde anderzijds dat die organisatie wel een “terroristische” groep is, maar hij gaf leden ervan toch bescherming in het kader van het Verdrag van Genève en dat gebeurde niet onder het statuut van “strijders”. Met andere woorden, Bush is bereid om alle vijanden van het Iraanse regime te gebruiken, hoe smerig hun rol ook geweest is in het verleden. Zoals eerder gezegd zou een militaire interventie in Iran niet enkel het verzet van de ayatollahs opwekken, maar ook van de Iraanse massa’s. De Iraanse arbeidersklasse die vandaag meer en meer in conflict komt met het conservatieve regime, zou op de voorgrond treden. Intussen hoopt de zoon van de voormalige Sjah van Iran dat hij vanuit de marginaliteit zou kunnen terugkeren in een leidinggevende positie in een nieuw “seculier” regime.

Noord-Korea

Behalve Iran zijn er nog een aantal mogelijke conflicten. Eén daarvan is Kasjmir dat het voorwerp vormt van spanningen tussen India en Pakistan, twee kernmachten. Sinds 1989 zijn er zo’n 100.000 slachtoffers gevallen in Kasjmir. Recent werd een zachtere houding ingenomen door India en Pakistan, dat was zeker het geval na de verrassende verkiezingsoverwinning van de Congress partij in India. Maar ondanks de druk van het VS-imperialisme, zijn beide landen tot nu toe niet bereid om een ernstig akkoord te sluiten om het conflict op te lossen. Tegelijk biedt de politieke onstabiliteit in Pakistan de mogelijkheid voor een escalatie wat zou kunnen leiden tot een nieuw ernstig conflict.

Een andere “hot spot” is Noord-Korea dat aanvankelijk door Bush bedreigd werd met de mogelijkheid van “preventieve acties”. Die dreigementen zijn afgezwakt door het falen van de VS in Irak en door het feit dat Noord-Korea over kernwapens beschikt. Een commentator beschreef Noord-Korea als “wellicht de meest gevaarlijke plaats ter wereld.” De moeilijkheden met Noord-Korea zijn mee een gevolg van de onderhandelingen met de VS over haar nucleair potentieel. In 1994 kwam er een raamakkoord waarbij Noord-Korea aankondigde haar reactoren te zullen ontmantelen, in ruil voor het beëindigen van het economisch embargo dat reeds 50 jaar van toepassing was, alsook het normaliseren van de relaties. Noord-Korea eiste ook dat de VS zich er formeel toe zou verbinden om geen nucleaire wapens in te zetten tegen Noord-Korea, zou voorzien in de levering van nucleaire reactoren die aanvaardbaar zijn binnen het non-proliferatieverdrag en ook zou voorzien in het leveren van olie. Het regime van Bush verbrak dit akkoord en eiste eenzijdig dat Noord-Korea zou ontwapenen. De hypocrisie van de houding van de VS werd recent duidelijk toen bleek dat Zuid-Korea, met medeweten van de VS, een geheim nucleair programma had opgezet dat vergelijkbaar is met dat van Noord-Korea! Daarenboven heeft Zuid-Korea een militair budget dat vier keer zo groot is als dat van Noord-Korea. Zuid-Korea spendeert ieder jaar meer aan defensie dan het volledige BNP van het Noorden.

De val van het stalinisme in Rusland en Oost-Europa, samen met de ontwikkeling naar kapitalisme in China, hebben geleid tot een economische crisis in Noord-Korea. Volgens bepaalde rapporten zouden er in de jaren 1990 tot drie miljoen Noord-Koreanen aan een hongersdood gestorven zijn, dat is één op de acht inwoners! Het Wereldvoedselprogramma schat dat 250.000 kinderen onder de zes jaar leiden aan een chronische ondervoeding, terwijl één miljoen leidt onder slechte voeding. Er is een tekort van minstens één miljoen ton graan. Deze catastrofale situatie verplichtte Noord-Korea ertoe om marktelementen in te voeren en de central planning te beperken. Heel wat maatregelen die in de laatste jaren van het stalinisme ingevoerd werden in Rusland en Oost-Europa, worden nu doorgevoerd in Noord-Korea. Een aantal bedrijven moeten zichzelf financieren en worden gecontroleerd door lokale managers die hun werknemers naar eigen goeddunken kunnen aanwerven en ontslaan en ook kunnen produceren wat ze willen. Ondanks deze maatregelen verdienen vijf miljoen mensen nog steeds niet genoeg om zichzelf te voeden. Het probleem is bijzonder acuut in de sterk geïndustrialiseerde steden in het noord-oosten waar weinig fabrieken effectief draaien en de voedselvoorziening mank loopt. Deze situatie betekent een belangrijke omwenteling aangezien het land ooit een ontwikkeld land was met 70% van de arbeidskrachten tewerkgesteld in fabrieken. Vandaag is er een tendens dat de landbouw terug aan belang wint. Bedrijfsmanagers ontslaan arbeiders die dan terugkeren naar de landbouw.

Dit zorgt ervoor dat er een bijzonder onstabiele situatie is in Korea, wat nog eens versterkt wordt door de houding van het neo-conservatieve regime van Bush. Zelfs de Chinezen, die tot nu toe steeds een grote invloed hadden op de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-Il, slagen er niet in om hem te overtuigen om af te zien van het nucleair programma van het land in ruil voor veiligheidsgaranties en economische hulp. De Amerikaanse vice-president Dick Cheney verklaarde bij een bezoek aan de regio in april 2004: “De mogelijkheden voor een onderhandelde oplossing voor de crisis worden beperkter naarmate de tijd verstrijkt”. Een gewapende tussenkomst is uitgesloten omwille van de redenen die hierboven aangehaald werden. Economische sancties zijn mogelijk en zowat de enige optie voor de neo-conservatieven. Dat is echter gevaarlijk in het kader van de huidige economische situatie in Noord-Korea. Een ineenstorting van het regime zou leiden tot een massale vlucht van arme Noord-Koreanen naar het zuiden dat op zijn beurt zou delen in de economische problemen. De onverantwoordelijke bende (ook vanuit het standpunt van het imperialisme…) die heerst in het Witte Huis, riskeert een dergelijke situatie in de hand te werken. De ex-stalinistische kliek die het Noorden controleert, is in staat tot onvoorspelbare avontuurlijke acties. Ze bedreigden Japan reeds door een raket af te vuren over het belangrijkste eiland van Japan, Honshu, en verder in de Stille Zuidzee.

Noord-Korea biedt de explosieve ingrediënten voor het Aziatisch “theater” waarin de VS verstikt raakt en waarbij de VS in conflict komt met de belangen van groeiende reuzen zoals China, India en Japan. China werpt zich steeds meer op, maar ook India en andere Aziatische landen kunnen opscheppen met groeicijfers die veel hoger zijn dan in Europa en de VS. Het volstaat om er op te wijzen dat de Chinese economie tegen 2010 dubbel zo groot zou kunnen worden als de Duitse economie, het zou tegen 2020 zelfs groter kunnen worden dan Japan dat vandaag de tweede grootste economie vormt op wereldvlak. We moeten echter voorzichtig zijn. Over Japan werd in de jaren 1970 ook gesproken op een gelijkaardige wijze als nu over China wordt gesproken. Net zoals Japan eind jaren 1980, vertoont China nu reeds alle kenmerken van een “oververhitting”, met een enorme overcapaciteit, slechte leningen,… Dat zou kunnen leiden tot een crisis van de schaal van de Zuidoost-Aziatische crisis van 1997. Los van deze economische bemerkingen, zal China een belangrijke rol blijven spelen in de wereldverhoudingen en in het bijzonder in Azië.

Delen: Printen: