Leidt de overwinning van Bush tot een nieuwe wereldwanorde? (deel 3)

In het derde deel van een uitgebreid document over de wereldsituatie na de nieuwe verkiezingsoverwinning van Bush, gaan we dieper in op de situatie in het Midden-Oosten en Afghanistan. Daar is de onstabiliteit de afgelopen jaren nog sterk toegenomen. Het conflict in Israël-Palestina bevindt zich meer dan ooit in een impasse. De slechte gezondheidssituatie van Arafat en zijn mogelijke overlijden in de komende uren of dagen, maakt de bestaande impasse enkel nog meer zichtbaar voor de buitenwereld.

Analyse van het CWI

> Lees hier het eerste deel

> Lees hier het tweede deel

Midden-Oosten: het conflict tussen Palestina en Israël

De haat tegenover de VS is wellicht het sterkst in de Arabische wereld en onder de 1,3 miljard moslims. De burgerlijke commentatoren zijn gealarmeerd en wijzen erop dat de vijandigheid tegenover de VS verder gaat dan de religieuze radicalen, maar een onderdeel van de populaire cultuur geworden is. Een leraar Engels aan een duurdere school in Caïro zei aan de Financial Times: “Ik heb altijd al geweten dat de Amerikanen klootzakken zijn.” De aanval op Afghanistan en het verschrikkelijke lot van de Palestijnen en de Irakezen heeft dit versterkt. Terwijl Israël al gehaat werd voor Bush aan de macht kwam, slaagde de VS er voorheen niet in om een gelijkaardige graad van afkeer op te wekken in de Arabische samenleving. Die afkeer is natuurlijk vooral intens onder de arbeidersklasse en de arme boeren. Het komt bovendien openlijk naar voor in de media en vaak wordt door de bevolking het verband gelegd met de corrupte Arabische regimes die mee verantwoordelijk zijn voor de vernedering van de Arabische bevolking door de VS-bezetting in Irak. De dubbelzinnige houding van veel Arabische regimes werd duidelijk gemaakt bij de moord op een Palestijnse Hamas-leider in Damascus. Een Arabische krant die in Londen gebaseerd is, stelde dat een niet nader genoemd Arabisch regime “informatie over Hamasleiders doorgaf aan de Mossad, de Israëlische staatsveiligheid”, nadat de Mossad daar een verzoek toe had gedaan.

In Israël zelf wordt de Likoed-regering van Sharon geconfronteerd met een dubbele crisis naar aanleiding van de voorgestelde terugtrekking van Israël uit de Gaza-strook en de harde neo-liberale begroting dat het wil doorvoeren omwille van de catastrofale economische positie van het land. Het terugtrekkingsplan omvat de terugtrekking van 8.000 kolonisten en werd onthaald door verwijten van Likoed-leden als zou Sharon een “verrader” zijn. Sharon zelf ziet de noodzaak van “toegevingen” om het vredesproces te bevriezen. Dit werd toegegeven door een adviseur van Sharon, Weisglass, die in een interview met de Israëlische krant Ha’aretz stelde dat het plan ertoe zou leiden dat “van de 240.000 kolonisten, er 190.000 ter plekke zouden blijven.” Desondanks werd Sharon door zijn eigen aanhangers bedreigd met de mogelijkheid van een “burgeroorlog” en zelfs een moordaanslag, hetzelfde lot dat Rabin eerder onderging. Likoed is zelf enorm verdeeld waardoor Sharon afhankelijk wordt van de stemmen van Shimon Peres en de “Arbeiders”-partij om het plan door de Knesset te krijgen. Dat kan leiden tot een coalitie-regering van delen van Likoed rond Sharon en Labour.

Dit kan echter moeilijker worden door het besparingsplan dat kan verworpen worden indien zowel de Arbeiderspartij als de tegenstanders van het terugtrekkingsplan tegen de regering stemmen. Tegen deze achtergrond wordt door de Israëlische burgerij sterk aangedrongen om toch besparingsmaatregelen door te voeren. Anderzijds is de Israëlische arbeidersklasse overgegaan tot een algemene staking tegen de maatregelen. De burgerij is zo wanhopig dat het ieder uitstel van haar offensief tegen de arbeiders wil vermijden door druk te zetten op Netanyahu, de neo-liberale minister van financies, die eerder dreigde de regering te zullen verlaten. De burgerij herhaalt de argumenten van Sharon dat een terugtrekking uit Gaza – met enorme compensaties voor de kolonisten – noodzakelijk is voor de economie. Dat is deels zo omwille van de druk voor een verder internationaal isolement van Israël gecombineerd met de dreiging van economische sancties, in het bijzonder vanuit Europa. Ondanks al die elementen is het mogelijk dat de regering zal vallen en dat er nieuwe verkiezingen komen waarbij de uitslag compleet onvoorspelbaar is.

Dit alles vormt de achtergrond voor de versterking van de tegenstellingen tussen Israëli en Palestijnen. Dat komt ook tot uiting in de bouw van een muur naar het Berlijnse voorbeeld, de voorstellen voor afgescheiden wegen en de creatie van aparte scholen voor de Arabische bevolking in Israël. Deze apartheidsmaatregelen zullen geen garantie bieden voor de vraag naar “veiligheid” in Israël. Integendeel, het vooruitzicht van een aparte Palestijnse staat wordt minder waarschijnlijk waardoor delen van de Palestijnse burgerij en ook delen van de massa’s willen opkomen voor gelijke rechten van Palestijnen en Israëli in Israël. Aangezien de Palestijnen een demografisch voordeel hebben, er zijn meer Palestijnen en er worden bovendien meer Palestijnen geboren dan Israëli, zou dit binnen de 10 jaar kunnen leiden tot een Palestijns-Arabische meerderheid binnen de huidige Israëlische staat, iets wat de heersende klasse niet zal toelaten. Dit “nachtmerrie”-scenario heeft ertoe geleid dat op een haastige wijze geprobeerd wordt om een vorm van haalbare Palestijnse entiteit te creëren, wat niet mogelijk is op basis van het kapitalisme. Als de geplande terugtrekking van 8.000 kolonisten uit Gaza leidt tot een dreigement van een “burgeroorlog”, zou een vertrek van 200.000 kolonisten uit de Westelijke Jordaanoever die dreiging in realiteit omzetten. Anderzijds zijn de Palestijnen sterk verdeeld en met het wegvallen van Arafat kan dit leiden tot een openlijk conflict over zijn opvolging.

De Palestijnen hebben een zware tol betaald voor de Intifida, met minstens 3.334 doden tot september 2004 (1.017 Israëli zijn omgekomen), het vernietigen van de basisinfrastructuur door het Israëlische leger (IDF), en ook honger en miserie op het niveau van Afrikaanse landen in de sub-Sahara regio zijn nu een realiteit voor een aantal Palestijnen. Tegelijk zijn veel illusies in de corrupte Palestijnse Autoriteit (PA) verdwenen, en heerst er een gevoel dat al de opofferingen voor het verzet tegen de bezetting niet geleid hebben tot een stap vooruit maar integendeel de situatie van de Palestijnse bevolking enkel verslechterd hebben. Een voormalige militant sprak met de Financial Times en stelde: “De Intifida was een ramp – ieder gezin heeft wel iemand die vermoord is of in de gevangenis zit. Hierdoor beschouwt de bevolking zowel Israël en de PA als vijanden. Israël omdat het hun kinderen vermoordt, en de PA omdat het hen niet verdedigt.”

Voor Arafats ziekte en evacuatie naar Parijs, was er speculatie dat bij verkiezingen voor de PA noch Fatah noch de Islamitische groepen zoals Hamas belangrijke vooruitgang zouden boeken, maar dat “partijen die zich baseren op een niet gewelddadige aanpak” sterk naar voor zouden komen. Met de aanhoudende brutale repressie tegenover de Palestijnen, is dat problematisch. Maar het idee kan groeien dat een gevecht tussen gewapende groepen die zich niet baseren op massa-organisaties en massale betrokkenheid, heeft afgedaan. Samen met de gebeurtenissen op internationaal vlak, vooral de radicalisatie van de arbeidersklasse in Israël, kan het idee van een massaal socialistisch verzet een belangrijke factor worden onder de Palestijnse bevolking.

Op korte termijn is een machtsstrijd binnen Fatah mogelijk. Figuren als Dahlan, die de voorkeur geniet van de Israëli, en voormalig premier Abbas, zullen er wellicht niet in slagen om op langere termijn een leidinggevende rol te spelen. Het is mogelijk dat Barghouti, die momenteel gevangen zit in Israël en nog steeds steun krijgt omwille van zijn vroegere rol in de al-Aqsa brigades, zich opwerpt als de nieuwe Palestijnse “sterke man”. Maar het web van corruptie rond het regime van Arafat – wat reeds leidde tot een gedeeltelijke opstand in Gaza toen hij probeerde zijn neef aan te stellen als politieverantwoordelijke – kan in de komende periode een groter verzet op gang brengen.

Vanuit het standpunt van het VS-imperialisme zou een verkiezingsoverwinning van Kerry weinig verschil gemaakt hebben, behalve dat de toon lichtjes anders zou geweest zijn. Bush zal nu wellicht proberen om een nieuw “stappenplan” op te zetten, maar zal Israël blijven steunen. Bush leverde voor de verkiezingen nog 500 bommen tegen bunkers. Tegelijk zal Israël onder druk gezet worden om op papier een aantal toegevingen te doen aan de Palestijnen.

Omwille van de enorme energie die in de Intifada aangewend werd en de schijnbare onoplosbaarheid van het conflict, kunnen er toe leiden dat er periodes van relatieve rust ontwikkelen. Maar het onderliggend conflict tussen Israël en de Palestijnen kan niet opgelost worden op kapitalistische basis. Wij komen op voor het recht van de Palestijnen op een eigen staat en komen op voor eenzelfde recht voor de Israëli, maar dan wel op een socialistische basis en binnen het kader van een socialistische federatie van de regio. Het is noodzakelijk om die eis naar voor te brengen, zelfs op een ogenblik dat er bredere steun is voor een “twee-staten” oplossing. De aanhoudende militaire dominantie over de Palestijnse gebieden kan niet in stand gehouden worden op langere termijn.

De Zionistische droom wordt zelf aangetast naarmate de jongeren meer en meer weigeren om de rol te spelen van agenten van de “dubieuze miljonairs” bij de militaire onderdrukking van de Palestijnen. De enorme verdeeldheid in de Israëlische samenleving komt tot uiting in het leger en bij de families van militairen. Dat zijn ook aanwijzingen van het feit dat een controle op basis van militaire macht niet haalbaar blijft op langere termijn. Enkel een klassenbenadering en een socialistisch programma kunnen de massa’s aan beide zijden mobiliseren om een fundamentele verandering te brengen en een einde te maken aan de cyclus van geweld.

Het Midden-Oosten en Afghanistan

In de hele regio van het Midden-Oosten was er voor de verkiezingen angst voor de dreiging dat Bush zijn militaire avontuur van Irak zou herhalen met bijvoorbeeld een aanval op Syrië. Zelfs de door de VS gesteunde Syrische bannelingen hebben dat idee opgegeven. “Tot aan de zomer van 2003 geloofden we dat de militaire optie een goede keuze was en kon gebruikt worden in Syrië. Vandaag geloof ik dat een militaire interventie niet aan de orde is. De internationale opinie zou het niet aanvaarden. De Syrische bevolking zou zich verzetten en de Amerikanen zouden het niet aanvaarden.” (Fared Gaghadry, stichter van de Reform Party of Syria, een partij gebaseerd in de VS, Gaghadry hoopt een zelfde rol te spelen als Chalabi in Irak). Met andere woorden, het falen van de VS in Irak brengt het VS-imperialisme en haar acolieten ertoe om haar perspectieven voor Syrië te herzien.

Het beweerde “succes” van de verkiezingen in Afghanistan wordt door Bush en Blair echter aangehaald als een voorbeeld voor wat mogelijk is in Irak, en bij uitbreiding voor de hele regio. Het interessante materiaal van de Pakistaanse kameraden op onze website (zie: Afghanistan: Taliban, krijgsheren en onstabiliteit. Door de VS georganiseerde verkiezingen worden aanzien als een klucht) weerlegt die stelling. Karzai, de door het VS-imperialisme uitverkoren “president”, werd verkozen in een oefening die omschreven werd als een “model” en een triomf voor de “democratie”. Met de slogan “stem vroeg en stem veel”, slaagden de krijgsheren die 80% van Afghanistan controleren erin om ervoor te zorgen dat er meer “geregistreerde kiezers” waren dan inwoners, met in een aantal regio’s tot 30% meer uitgebrachte stemmen dan stemgerechtigden! De oude problemen van armoede, etnische conflicten of de drugsplaag zijn absoluut niet opgelost maar integendeel nog scherper geworden sinds het omverwerpen van de Taliban.

De meerderheid van de Taliban riep op voor een boycot van de verkiezingen, terwijl de krijgsheren die de regering steunen in een aantal regio’s de mensen dwongen om te gaan stemmen. Een aantal Afghanen heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om voor het eerst te stemmen. Maar in het algemeen werden de stemmers geconfronteerd met bajonetten en geweren aan beide kanten, met de regering die meer “druk” kon uitoefenen dan de Taliban. De Taliban heeft sinds de verkiezingen evenwel aangetoond dat ze nog niet verslagen zijn, een aantal belangrijke Pashtun regio’s werden bezet door de Taliban terwijl de Afghaanse bevolking – met de ervaring van het Taliban-regime vers in het geheugen – niet bereid is om hen terug aan de macht te laten.

Het land is sterk verdeeld langs etnische lijnen. Het verwijderen van Ismail Khan uit zijn positie van gouverneur van Herat met de belofte dat hij federale minister mocht worden, heeft geleid tot een conflict tussen de troepen van Khan en regeringstroepen. Khan dreigde om aansluiting te zoeken bij de troepen van de Taliban. De regering van Karzai wordt gedomineerd door niet-Pashtuns, maar Karzai heeft beloofd dat er een grotere vertegenwoordiging zou komen voor deze etnische groep. Dat kan echter op zijn beurt leiden tot confrontaties. Zijn regering heeft een smalle basis met een beperkt leger van slechts 14.000 manschappen waarbij er bovendien veel desertie uit het leger is. De regering heeft weinig impact buiten Kabul. Deze regering wordt ondersteund door 18.000 Amerikaanse troepen (in vergelijking met 140.000 militairen in Irak). Daarnaast zijn er nog eens 10.000 NAVO-troepen (waaronder Duitse militairen) die deel uitmaken van het een “internationale veiligheidsmacht” (ISAF). In het geval van een nieuwe burgeroorlog tussen de krijgsheren of een band tussen de Taliban en een aantal krijgsheren, zal zo’n beperkte macht niet in staat zijn om een garantie te bieden op vrede. Bovendien is een tussenkomst van gelijk welk buurland – en zeker van Iran en Pakistan – een garantie voor nog sterkere onstabiliteit waarbij de problemen van de Afghaanse bevolking nog verscherpt worden. De enige oplossing is een einde van het kapitalisme en de overblijfselen van het feodalisme, waarbij een socialistisch Afghanistan wordt gevormd als deel van een socialistische federatie van de regio.

De vestiging van een militaire aanwezigheid met permanente basis in Afghanistan heeft de mullahs van het Iraanse regime ongetwijfeld gealarmeerd. Dat is een onderdeel van wat een commentator correct omschreef als de “grootste verschuiving van VS-macht in een halve eeuw”. Een deel van die verschuiving bestaat uit de opening van een tweede front in Azië. De VS heeft niet langer sterke militaire bases in de regio van de Stille Zuidzee, en probeert binnen te dringen in het hart van Azië door een netwerk van kleinere militaire bases in centraal-Azië. De schijnbare reden hiervoor is de oorlog tegen het terrorisme. In werkelijkheid is het een excuus om de economische en strategisch-militaire macht van het VS-imperialisme te versterken waarbij de VS de beslissende controle en invloed wil over de olievoorraden en pijpleidingen in de regio.

Delen: Printen: