Leidt de overwinning van Bush tot een nieuwe wereldwanorde? (deel 2)

In het eerste deel van dit document werd ingegaan op de economische achtergrond van de periode waarin George W. Bush zijn tweede ambtstermijn aanvat. In het tweede deel bekijken we de vooruitzichten voor de oorlog in Irak en de onstabiele situatie die daar momenteel heerst.

Analyse van het CWI

> Lees hier het eerste deel

Irak

Deze economische tendensen zorgen ervoor dat er mogelijks een belangrijke machtsverschuiving zal zijn vanuit de VS. Op militair vlak blijft de VS echter overduidelijk de enige supermacht. Maar met de groeiende economische zwakte in de VS, betekent dit dat de rest van de wereld een “deel van de last” zal moeten dragen om deze militaire macht in stand te houden. Dat was het geval bij de Eerste Golfoorlog begin jaren 1990. Het Europese en vooral het Japanse imperialisme waren bereid om de militaire kost van die oorlog mee te dragen. Dat veranderde echter met de machtsovername door George W. Bush. De politieke en militaire doctrine die bepalend is voor het huidige beleid is er één van “militaire uitputting onder de naam preventie”. (‘Foreign Affairs’). Dat beleid heeft geleid tot het moeras in Irak en heeft geleid tot kritiek op Bush en de neo-conservatieven. Slechts 2% van de Irakezen steunt de VS-bezetting volgens recente peilingen. In plaats van één centrale dictator, Saddam, heeft de oorlog en de VS-bezetting de Irakese bevolking tientallen “kleine Saddams” opgeleverd, waaronder een aantal barbaarse Islamitische groepen zoals de groep van al-Zaqarwi die verbonden is met al-Qaeda. Deze terroristische groepen zijn het resultaat van een barbaarse oorlog en bezetting, waarbij geschat wordt dat het aantal burgerslachtoffers meer dan 100.000 bedraagt, en waarbij de armoede, ontvoeringen, werkloosheid,… verder toeneemt.

Net zoals in Vietnam is er geen uitweg zichtbaar voor het VS-imperialisme. De belegering van Falluja werd zorgvuldig gepland om samen te vallen van de Amerikaanse verkiezingen en voor de voorgestelde Irakese verkiezingen van januari 2005. De schaal van de horror werd aangegeven door de “directeur van de nationale veiligheid” van Irak, die toegaf: “We kunnen de stad innemen, maar we zouden iedereen die er zich bevindt moeten vermoorden.” Het is niet enkel de VS die de gevolgen van de missie in Falluja moet dragen. Britse troepen moesten uit het zuiden teruggehaald worden om aan de rand van Bagdad de plaats in te nemen van Amerikaanse troepen die ingezet werden bij de belegering van Falluja. Zelfs indien de VS de stad “volledig” inneemt, zal het een Pyrrusoverwinning zijn, waarbij het Irakese verzet nog zal versterkt worden.

Het CWI steunt het verzet van de Irakese bevolking, waaronder ook het gewapend verzet tegen de bezetting. Maar in tegenstelling tot opportunistische groepen – getypeerd door de Britse Socialist Workers Party en haar internationale stroming – geven wij geen “onvoorwaardelijke” steun aan iedere vorm van “verzet” door diegenen die beweren het “verzet” te zijn. We zijn geen pacifisten en hebben steeds het recht van de arbeiders en arme boeren op verzet tegen het kapitalisme en imperialisme, militair verzet indien nodig, verdedigd. Maar wij gaan steeds na of de gebruikte methoden het bewustzijn van de arbeidersklasse en de arme boeren versterken, of ze hun zelfvertrouwen en het massaal verzet versterken. Indien dat het geval is, moeten we het verzet steunen. Terroristische methoden van kleine onrepresentatieve groepen daarentegen, steunen wij niet. Die gebruiken barbaarse methoden zoals het onthoofden van gijzelaars, het willekeurig neerschieten of het plegen van bomaanslagen tegen de Irakese bevolking,… Die methoden zijn niet legitiem vanuit een arbeidersstandpunt en een socialistisch standpunt.

Die methoden zijn anders dan specifieke militaire acties die deel uitmaken van een massale mobilisatie en bewapening van de arbeidersklasse. In september waren er 2.700 aanvallen op Amerikaanse troepen, maar slechts 6 ervan werden opgeëist door de groep van al-Zaqarwi. Die zijn niet representatief voor het verzet van de Irakese bevolking tegen de bezetting. De VS, met haar toenmalige consul Paul Bremer, stelde Allawi aan als premier. Het regime van Allawi wordt door de bevolking algemeen gezien als een regime geleid door “niet-Irakezen” aangezien de meeste leiders lange tijd in het buitenland verbleven, al dan niet in dienst van de CIA. De regering-Allawi keert zich scherp tegen de arbeidersklasse. Een oude wet van Saddam uit 1987 waardoor stakingen in de overheidssector werden verboden, werd opnieuw ingevoerd. Dit kon niet verhinderen dat de arbeiders in de olie-industrie een succesvolle staking ondernomen hebben om de VS te doen afzien van haar bombardementen op Najaf. Ongetwijfeld zijn de Irakese arbeidersorganisaties vandaag nog beperkt. Maar het is de taak van alle socialisten en marxisten om op te komen voor de onafhankelijke ontwikkeling van de arbeidersklasse en haar organisaties, zelfs midden de brutaliteit van Irak.

De burgerij, noch het imperialisme noch de zwakke en afhankelijke Irakese burgerij waaronder de leiders van de verschillende burgerlijke partijen, kan een uitweg aanbieden uit de catastrofe. De verkiezingen – als ze doorgaan – zullen niets oplossen. Het zou zelfs een versterking van etnische conflicten kunnen teweegbrengen, iets wat nu nog beperkt is door de aanwezigheid van de gezamenlijke vijand in de vorm van de VS en de bezettingstroepen. De voorwaarden voor een massaal sektair conflict zijn echter sterk aanwezig, zoals reeds duidelijk werd met de afslachting van 40 Irakese soldaten door troepen van al-Zaqarwi. Die laatste baseert zich op de Soennieten en buitenlandse Arabische strijders. Hun slachtoffers waren in dit geval allemaal Sjieten. Anderzijds werd door de kringen rond Ayatollah al-Sistani, die de meerderheid van de Sjieten vertegenwoordigt, aangekondigd dat er bij de verkiezingen een Sjietische eenheidslijst zal komen. Dat kan de weg voorbereiden voor een conservatief “parlement” dat gedomineerd wordt door religieuze Sjieten. Het zou voor het eerst sinds de creatie van Irak in 1920 zijn dat de Sjieten de “controle” zouden overnemen.

De VS heeft goede redenen om op te komen voor een “consensus”-lijst samengesteld uit alle etnische en religieuze groepen. In juli nog werd Bush door militaire verantwoordelijken gewaarschuwd dat Irak wel eens zou kunnen “afglijden in een burgeroorlog”. Er wordt gespeculeerd dat de meerderheid van de kandidaten op de Sjietische lijst leden zouden zijn van de twee partijen die de coalitie steunen, de Islamitische Dawa partij en de Operraad voor Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI). Al-Sadr en zijn Mehdi-leger hebben een tegenstrijdige positie ingenomen. Enerzijds hebben ze een aantal ouderwetse wapens overgeleverd aan de bezettingstroepen in ruil voor financiële compensatie (wat wellicht zal aangewend worden om moderne wapens te kopen). Al-Sadr gaf in oktober aan dat hij niet zou deelnemen aan de verkiezingen, wellicht rekent hij erop dat het beter is om zich niet te verbranden aan de Sjietische partijen die een regering zullen vormen en zullen samenwerken met de VS en de bezettingstroepen.

Tegelijk hebben de “rijke” olieprovincies uit het zuiden van Irak aangegeven dat zij graag zouden afsplitsen, waardoor 80% van de oliereserves zouden afgescheiden worden. De Soennitische bevolking, in het bijzonder de geprivilegieerde lagen van deze bevolking, zal niet zomaar aanvaarden. De Koerden evenmin. Het opbreken van het land met een mogelijke Balkanisering van Irak zou zich dan stellen. Dat zou echter niet beperkt blijven tot de grenzen van Irak, maar zou ook gevolgen hebben voor de Soennieten en Sjieten in de buurlanden zoals Iran, Saoedi-Arabië (dat zou kunnen geconfronteerd worden met een burgeroorlog en afscheidingen), Turkije en Syrië. Het hoeft geen verwondering te wekken dat een Britse burgerlijke commentator stelde: “De coalitietroepen zijn een deel van het probleem. Hoe sneller ze weggaan, hoe beter – alleen is er geen haalbaar alternatief.” Dat is ongetwijfeld correct op burgerlijke basis.

Socialisten eisen de onmiddellijke terugtrekking van alle bezettingstroepen zodat de Irakese bevolking over haar eigen lot kan beslissen. Die eis heeft nog steeds veel steun in de anti-oorlogsbeweging. Maar met de latente aanwezigheid van sectaire conflicten, zal die eis niet voldoende zijn om te antwoorden op wat het kamp van de verdedigers van de oorlog zal stellen. Zij zullen zeggen dat als de troepen teruggetrokken worden, de chaos zal versterkt worden in Irak waarbij we daar “allemaal de prijs voor moeten betalen” met een nieuwe golf van terreuraanslagen. Irak vertoont kenmerken van de situatie in Noord-Ierland en de Balkan, maar dan op een veel grotere schaal. De nationale en etnische tegenstellingen kunnen niet opgelost worden op kapitalistische basis. Een onafhankelijk arbeidersstandpunt, gericht op de eenheid van de arbeidersklasse over de verschillende etnische achtergronden heen, zal de enige weg vooruit zijn voor de bevolking van Irak.

"Internationale wetten"

De gevolgen van de situatie in Irak op de VS, het Midden-Oosten en de wereld zullen de komende periode blijven duren. Zelfs Kerry gaf voor de verkiezingen aan dat er minstens 40.000 extra Amerikaanse militairen zouden nodig zijn om de “opstand” neer te slaan. Zelfs met de steun van de “coalitie” zal dit niet genoeg zijn om zelfs tijdelijk de situatie te stabiliseren. Het regime van Bush heeft reeds nagegaan in hoeverre andere militaire krachten bereid zijn om “de lasten mee te dragen”, met de mogelijkheid van een deelname in een “VN-macht”. Maar het afbrokkelen van de autoriteit van de VS door de oorlog in Irak heeft enorme gevolgen en zorgt ervoor dat er nog geen steun is voor de voorstellen van Bush.

De Europese burgerij beroept zich op het feit dat de VS de “internationale wetgeving” heeft gebroken. Dat wordt ondersteund door een gamma aan burgerlijke professoren die het verschil tussen Bush en de formele aanpak van de VS na WO2 willen “bewijzen”. De bedreiging van een ander sociaal systeem, het stalinistische Rusland, dwong het VS-imperialisme om ondanks haar militaire macht rekening te houden met de belangen van haar medestanders. Dat was het uitgangspunt van het Charter van de Verenigde Naties dat een sterke VS-invloed kende. In tegenstelling tot de standpunten van kapitalistische machten voor WO 2 – zo verklaarde de Duitse kanselier tijdens WO1 dat een verdrag dat de neutraliteit van België vastlegde een “vod papier” was – werd door het VN-Charter opgelegd dat landen zich onthouden van het inzetten van troepen die de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van andere landen bedreigen. Er waren wel uitzonderingen mogelijk, waarbij ofwel op individuele basis ofwel door een collectieve tussenkomst werd gekozen voor een gewapende strategie.

Dit concept van “internationale wetgeving” is natuurlijk doordrongen met hypocrisie en tegenstellingen. Voor marxisten is wetgeving in laatste instantie altijd bepaald door een klassenbasis. De burgerij probeerde de steun van de bevolking en de “publieke opinie” te winnen door grote morele principes naar te voor te schuiven. Maar in werkelijkheid waren het niet de internationale wetgeving en instellingen, maar de omstandigheden van de Koude Oorlog en de specifieke rol van Washington daarbij die aan de basis lagen van aanpak na WO2. “In tegenstelling tot de mythologie aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, werd de legitimeit van de VS tijdens de Koude Oorlog niet zozeer bepaald door het feit dat VS mee aan de wieg van de VN stond of trouw de regels van de internationale wetgeving nakwam. Washington had het recht om ‘gelijk waar en wanneer’ tussen te komen, zoals duidelijk werd gemaakt met de oorlog in Vietnam, een oorlog die niet gesteund werd door de VN, of met de recente oorlog in Irak. In beide gevallen leidde dit tot een ernstige ondermijning van de autoriteit van de VS”, aldus de commentator Robert Kagan. De neo-conservatieven stelden het anders. John Bolton, een functionaris in de regering-Bush, stelde voor Bush aan de macht kwam: “Het is een grote fout als wij enige waarde zouden hechten aan internationale wetgeving, zelfs indien dit op korte termijn in ons belang zou zijn, aangezien het op langere termijn de bedoeling is van diegenen die denken dat internationale wetgeving iets betekent, om de macht van de Verenigde Staten te beperken.”

Deze brutale omschrijving van een Amerikaans unilateralisme is in de praktijk gebracht door het regime van Bush en dit met enorm schadelijke gevolgen. De VS wordt vandaag algemeen aanzien als de belangrijkste ‘schurkenstaat’ ter wereld. Recente opiniepeilingen hebben de enorme onpopulariteit van de VS op wereldvlak aangetoond. Enkel in Israël en Rusland was een meerderheid VS-gezind. Het afkeuren was het sterkst aanwezig in Europa waar 76% zich uitsprak tegen het buitenlands beleid van de VS, een stijging met 20% op 2 jaar tijd. Zelfs 60% van de Britten, de enige belangrijke macht die een belangrijk aantal troepen ontplooide in de oorlog in Irak, spraken zich uit tegen Bush. Deze oppositie stijgt tot 77% bij jongeren onder de 25. Zelfs een peiling in de VS gaf aan dat 67% van de Amerikanen de indruk had dat de VS minder gerespecteerd wordt in de rest van de wereld en 43% dacht dat de oorlog een belangrijk probleem was. De onverschilligheid van Bush, zowel op historisch vlak als op vlak van zijn imago in Europa en de rest van de wereld, komt tot uiting in zijn vergelijking tussen WO2 en 11 september: “Zoals de Tweede Wereldoorlog, begon de oorlog die we vandaag vechten met een verrassingsaanval op de VS”. Zoals een onwaardige Europese journalist schreef: “Vertel dat maar eens aan de Polen.”

Delen: Printen: