Op 1 maart is er de Grote Colère van de PVDA, een mars voor een ander beleid als antwoord op de huidige politieke crisis. De PVDA heeft sinds de verkiezingen niet stilgezeten en heeft laten zien dat ze geen partij is zoals de anderen in het parlement.

Artikel door Boris (Brussel) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Net als LSP is PVDA actief in zowel Vlaanderen, Wallonië als Brussel, naar het beeld van de strijd van de arbeidersbeweging die steeds taalgrenzen moest overstijgen om ernstige overwinningen te behalen. De verkozenen van PVDA verdienen het equivalent van een gemiddeld arbeidersloon, terwijl traditionele politici in een ivoren toren wonen. In de parlementen lieten ze de stem van werkenden en hun gezinnen horen. Ze dwongen een noodfonds voor de zorgsector af met een alternatieve parlementaire meerderheid die tot stond kwam onder druk van de mobilisaties van de Witte Woede en groepen als ‘La Santé en Lutte’. De PVDA lanceerde een petitie voor een minimumpensioen van 1500 euro netto, waarvoor al 170.000 handtekeningen werden verzameld. Met de Grote Colère wil de PVDA haar krachten mobiliseren om te wegen op het debat over de federale regeringsvorming. Geen enkele traditionele partij was zo actief.

De Grote Colère

De PVDA stelt dat de sociale boodschap van de verkiezingen wordt genegeerd. Dat klopt. De rechtse partijen die de verkiezingen verloren, proberen de uitslag te vervalsen rond het idee van de zogenaamde ‘twee democratieën’ met een rechts Vlaanderen en een links Wallonië. Dat doen ze om een nieuwe staatshervorming te eisen en de rechtse politiek door te zetten. In werkelijkheid is de Zweedse regering afgestraft voor het beleid van sociale afbraak.

In de oproep voor de betoging stelt de PVDA dat België door de huidige crisis “in de tang wordt gehouden door politici die politieke spelletjes spelen enerzijds en separatisten die het land willen splitsen anderzijds.” De woede tegen de politici wordt gemobiliseerd rond drie eisen: minimumpensioen van 1.500 euro per maand netto, halvering van de lonen van politici en herfederalisering van bevoegdheden inzake mobiliteit, klimaat en armoedebestrijding.

Deze aanpak en deze zeer bescheiden eisen lijken te wijzen op de wil om de ‘Shame’-betoging van 23 januari 2011 in Brussel deels te herhalen. Die betoging bracht na 223 dagen van crisis in de regeringsvorming maar liefst 45.000 mensen op de been. De betogers uitten toen hun ongenoegen over de politieke crisis. De organisatoren eisten de vorming van een regering. LSP was het niet eens met het concept van die oproep, maar kwam wel tussen in de betoging. We deden dit met de slogan: “Een regering om de banken en speculanten aan te pakken, niet de werkenden en hun gezinnen.”

De politieke crisis van 2010-11 kwam voor de doorbraak van de PVDA en er was evenmin een reactie van de georganiseerde arbeidersbeweging. Vandaag wordt de sociale sfeer nog gekenmerkt door de klimaatacties van de jongeren, terwijl ook het personeel in de zorgsector, de gevangenissen en bij de NMBS in actie kwam. In Vlaanderen is er verzet tegen de rechtse regering door de culturele en de sociale sectoren. Bij het personeel van de lokale besturen in Brussel is er een langdurige strijd tegen lage lonen. Er was tevens strijd in de sector van de dienstencheques en aan de Gentse universiteit waar de ABVV-campagne ‘Fight for 14’ wordt geconcretiseerd door acties van het personeel.

Bovendien was er de vakbondsbetoging van het ABVV op 28 januari ter verdediging van de sociale zekerheid. Dat was een eerste succes in de voorbereiding van de arbeidersbeweging op de komende aanvallen. ABVV-voorzitter Robert Vertenueil verklaarde dat een regering moet vertrekken van koopkracht, het sociale en het klimaat op basis van de verzekering van een sterke sociale zekerheid, een minimaal pensioen van 1.500 euro netto, terugkeer naar de pensioenleeftijd van 65 jaar, een minimumloon van 14 euro per uur, sociale uitkeringen boven de armoedegrens en een noodplan van sociale en ecologische investeringen.

Strijden voor een regering van de miljonairstaks

Na vier decennia van neoliberaal beleid bevinden de traditionele partijen zich in een crisis en is het zwaartepunt van de politieke berekeningen geleidelijk naar de regio’s verschoven. Iedereen is het erover eens dat er een nieuwe besparingskuur nodig is om het begrotingstekort, dat eind 2020 12,4 miljard euro zal bedragen, aan te pakken. Dat zal moeilijk lukken zonder de sociale zekerheid te raken.

Voorstanders van een regering met zowel N-VA als PS willen de sociale zekerheid ontmantelen door delen ervan te regionaliseren via een nieuwe staatshervorming, terwijl aanhangers van een regering zonder N-VA de voorkeur geven aan de optie van een federale ontmanteling. Naar het voorbeeld van het ABVV heeft de Wereldvrouwenmars begrepen wat er op het spel staat, door de nationale betoging van 8 maart in het kader te plaatsen van de verdediging van de sociale zekerheid. Met de Grote Colère lijkt de PVDA dit punt te hebben gemist.

De herfederalisering van bevoegdheden leidt niet automatisch tot een links beleid. In feite wordt het idee van herfederaliseren gedeeld door een aantal liberalen. De eisen van de Grote Colère zijn niet opgewassen voor de uitdagingen die zich stellen. Tijdens de verkiezingscampagne eiste de PVDA een radicaal publiek investeringsplan van 10 miljard euro per jaar om de sociale tekorten en de klimaatuitdaging aan te pakken. Net als het ABVV verdedigde het de invoering van een minimumloon van 14 euro per uur, maar ook voorstellen zoals de 30-urige werkweek en de miljonairsbelasting. Waarom ging de PVDA niet verder op deze weg en probeert de partij niet om de passieve steun voor deze ideeën om te zetten in het begin van actief verzet op 1 maart? Als we het ernstig menen met een regering van de miljonairstaks, dan moeten we van elke gelegenheid gebruik maken om te bouwen aan een gunstige krachtsverhouding hiervoor.

Een regering van de miljonairstaks zal botsen op chantage, tegenwerking en sabotage (kapitaalvlucht, …) door de kapitalistische klasse. Een arbeidersregering zal dus haar toevlucht moeten nemen tot het wapen van de nationalisatie om ons dagelijks leven echt te veranderen.