Voor de tweede keer op korte tijd werd Vlaams minister-president Jan Jambon uitgejouwd op een prijsuitreiking. Hij weet wellicht ook dat dit een significant aantal is. In de media is er veel aandacht voor randbemerkingen over het karakter van het protest, de timing en de plaats ervan. Zo wordt de olifant in de porseleinenkast ongemoeid gelaten: het diep gedragen ongenoegen over het asociale beleid van de Vlaamse regering.

Nochtans is dat een politiek feit met verregaande gevolgen. Het maakt dat De Wever en de N-VA niet staan te roepen om vervroegde verkiezingen en het maakt dat oproepen tot een Vlaams front weinig indruk maken. Als een Vlaams front dient om geen federale regering te vormen, is het enige praktische nut de verdediging van de Vlaamse regering. Maar net die regering is onpopulair. De muziek- en cultuursectoren staan niet bekend als de grote militante voortrekkers van sociaal protest, ook al speelde de cultuursector een prominente rol in onder meer Hart boven Hard. Galabijeenkomsten staan evenmin bekend als broeihaarden van oproer en subversieve daden. Het doet het boegeroep op de MIA’s en de Ultimas enkel luider klinken.

En dan was het nog niet eens de echte cultuurminister die de honneurs kwam waarnemen. Jan Jambon kwam duidelijk tegen zijn goesting, terwijl we in De Standaard afgelopen weekend konden lezen dat de onverkozen Joachim Pohlmann de eigenlijke minister van cultuur is. De rechtse conservatief Pohlmann is allergisch aan alles wat nog maar naar links ruikt, met neonazi’s zoals die van Schild&Vrienden in de eigen partij heeft hij daarentegen minder problemen. Pohlmann schrijft opiniestukken in naam van andere partijleden: De Standaard noteerde en passant dat een debatje in de krant enkele jaren geleden gestart en geëindigd werd door Pohlmann die respectief als Bart De Wever en Eric Defoort schreef.

Door hier en daar te verwijzen naar enkele conservatieve denkers moet Pohlmann voor een intellectueel doorgaan. Inhoudelijk komt hij echter niet ver. Zo slaagde hij er ooit in om het onderscheid tussen links en rechts te verklaren met de stelling dat links zoekt naar slachtoffers om een overdaad aan moreel superieure gevoelens kwijt te kunnen. In zijn eigen partij kan Pohlmann in dat geval wel wat linkse vijanden vinden: de partijtop wentelt zich al te graag in een slachtofferrol met desnoods wat Vlaamse kaakslagen er bovenop. Het lange interview met Pohlmann in De Standaard verwees naar een opinie van hem over “bekakte kunstenaars” die “boven hun koppen pompoensoep de wereldpolitiek aan een analyse onderwierpen en concludeerden dat alleen “echte kunst” de wereld kon redden.” Het morele superioriteitsgevoel druipt ervan af.

Maar de conservatieve uitspattingen van partijsoldaat Pohlmann is niet wat ons interesseert. Het gaat over het feit dat de Vlaamse regering op cultuur bespaart, zegt dat dit noodzakelijk is en protest ertegen afdoet als ongepast. Dit gaat niet over zeden of morele gevoelens: het is bijzonder concreet en materieel. Het besparingsbeleid treft werkenden in verschillende sectoren: van straathoekwerkers over zorgpersoneel en onderwijzers tot culturele werkers. Zij hebben gelijk dat ze protesteren. Het boegeroep vestigt de aandacht op het ongenoegen. Nu komt het erop aan om dit te organiseren in protestacties en in het uitbouwen van een krachtsverhouding. Op 5 maart is er een nieuwe actie van de sociale sector. Dat biedt een nieuwe kans om het protest tegen het Vlaamse besparingsbeleid te versterken en op straat te tonen. Strijden voor middelen voor cultuur is daar onderdeel van.