De regering-Jambon kondigde bij haar aantreden grote plannen aan voor het onderwijs: het lerarentekort wegwerken, nieuwe scholen bouwen en het basisonderwijs extra financieren. Dit zijn maatregelen die zeker nodig zijn, maar de manier waarop ze dit willen doen is dubieuzer. Jarenlang werd bespaard op het onderwijs, deze regering gaat daar mee door. Enkel het basisonderwijs krijgt netto meer geld, maar daarmee moet heel wat gebeuren en de structurele problemen worden niet opgelost.

door Thomas (Gent)

De leerkrachten weten heel goed wat nodig is voor het onderwijs. Op 20 maart vorig jaar was er een geslaagde stakingsdag onder de slogan: “Waarom? Daarom!! Zelfs een kind weet wat onderwijs nodig heeft.” De staking was een succes met leerkrachten die spontaan acties organiseerden naar het voorbeeld van wat hun leerlingen rond de klimaatcrisis deden.

Uit de Vlaamse werkbaarheidsbarometer van 2019 bleek nogmaals dat onderwijs zeer slecht scoort. Voor 46,3% van de respondenten stelt er zich een probleem inzake psychische vermoeidheid, voor 19% is dit zelfs acuut. Hiermee is onderwijs de slechtst scorende sector. Het evenwicht tussen werk en privé is voor 23,7% problematisch, waarvan 7,2% stelt dat het acuut is. Ook hier haalt onderwijs de slechtste score. Leraren werken gemiddeld 41 uur per week. Dat is op een volledig jaar, dus met vakanties inbegrepen. Het vaak terugkerende argument dat leraren veel vakantie hebben, zegt dus helemaal niets over de werkdruk. Tijdens een lesweek loopt de gemiddelde werktijd op tot maar liefst 49 uur! Dit zijn maar enkele van de redenen waarom velen de droom om leerkracht te worden laten vallen, of al snel opgeven. Eén op de vijf beginnende leerkrachten houdt er binnen de eerste vijf jaar mee op.

Niet enkel de leerkrachten lijden onder de jarenlange besparingen op onderwijs, ook de leerlingen en hun ouders voelen de gevolgen. In de PISA-testen zakt ons land steeds verder weg. Elke studie wijst erop dat het onderwijs in ons land meer dan elders sociale ongelijkheid bevestigt en versterkt. Ouders krijgen steeds vaker de factuur gepresenteerd: er was al de boterhamtaks voor het gebruik van de refter. Nu kwam daar nog een voorbeeld van een ‘dutjestaks’ bij: in Aalter vraagt een kleuterschool 1 euro per dag per kleuter in de ‘slaapklasjes’.

Om het tekort aan leerkrachten te compenseren, worden vrijwilligers ingezet. Scholen moeten extra spaghettifestijnen en feesten organiseren om geld in het laatje te krijgen. Van de leerkrachten wordt daarbij uiteraard geheel vrijwillig extra inzet verwacht. Sommige leerkrachten steken in de grote vakantie zelf de handen uit de mouwen om klassen op te frissen of andere klusjes uit te voeren. Dat getuigt van een enorme inzet en betrokkenheid, maar het is vooral het resultaat van een gebrek aan middelen. Bovendien zorgt dit alles voor meer ongelijkheid: scholen met ouders die meer middelen hebben, kunnen meer investeren in de school of in bijscholing.

Er zijn meer publieke middelen voor onderwijs nodig. Het moet minstens terug naar 7% van het BBP, zoals dit begin jaren 1980 het geval was. Dit is nodig zodat er meer lesuren beschikbaar zijn en scholen kunnen investeren in ondersteunende functies zoals voltijdse leerlingenbegeleiders, psychologen, maatschappelijke experten, sociale begeleiders, … Dan kunnen leraren zich op hun kerntaak concentreren: dynamische lessen geven die jongeren inspireren en laten groeien in hun mogelijkheden.

Deze en vorige regeringen waren niet bereid om dit te doen. We zullen ze onder druk moeten zetten voor degelijk onderwijs. De staking van 20 maart 2019 maakte duidelijk dat veel leraren bereid zijn dit te doen. We zullen echter de vakbonden op vele scholen opnieuw moeten opbouwen. Dit zullen we niet doen door de besparingen gecontroleerd mee door te voeren, maar door een alternatief plan op te stellen voor wat het onderwijs werkelijk nodig heeft en hierover op iedere school info- en discussiemomenten organiseren om het verzet te organiseren tegen de besparingen en voor degelijk onderwijs voor iedereen.