De film ‘Parasite’ van Bong Joon-ho won de Gouden Palm en nu ook de Oscar voor beste film. Claus Ludwig van Sozialistische Alternative (Duitsland) raadt iedereen de film aan.

De geur van armoede

“Ze ruiken allemaal hetzelfde,” zegt Da-song, de zoon van de rijke familie Park, over de vier leden van de familie Kim die als huisbedienden onder valse namen de villa van Park zijn binnengeslopen en beweren elkaar niet te kennen. Ze kunnen zich niet ontdoen van de geur van armoede, de geur van hun eeuwig vochtige kelderappartement.

Door de aanbeveling van een goede vriend krijgt de zoon van de familie Kim, Ki-woo, een baan als docent Engels in het huishouden van de familie Park. Hij, zijn zus en zijn ouders leiden een precair leven en zijn meestal werkloos. Ze hebben hun talenten, maar ze falen bijna altijd. Net als de artistiek begaafde dochter van de familie Ki-jeong, die herhaaldelijk faalt voor de kunstacademie en haar talenten alleen kan ontwikkelen door het vervalsen van documenten.

Ki-woo slaagt erin alle leden van zijn familie in de villa van Park onder te brengen. Ki-jeong wordt “kunsttherapeut” voor Da-song, die in zijn vroege jeugd getraumatiseerd was. Hun vader, Ki-taek, wordt chauffeur en moeder, Chung-sook, kan aan de slag als huishoudster. Ki-taek legt zijn kinderen uit dat ze geen plannen moeten maken, want als ze fout gaan, zullen ze bitter teleurgesteld zijn. Al snel wordt duidelijk dat er geen plannen nodig zijn opdat alles mis kan gaan.

Filmmaker Bong Joon-ho beeldt de rijke familie Park uit zonder enige sympathie. De personages zijn hol, je kan zelfs geen sympathie voelen voor de kinderen. Iedereen hoopt dat Kim’s familie in ieder geval ergens in slaagt. Ze zijn een beetje gebroken, maar levende mensen die op basis van solidariteit overeind blijven.

Wie zijn de parasieten?

Bong leidt ons naar de vraag “wie zijn de echte parasieten?” De Kim’s hebben gelogen en proberen de alcoholvoorraad van de familie-Park te bemachtigen, maar ze werken elke dag voor hun geld, koken, rijden, geven les of spelen, springen op commando, met de dreiging dat ze elk moment ontslagen kunnen worden omdat de baas hun geur niet lekker vindt.

Zoals in veel van zijn films, zoals “The Host” of “Mother”, laat de regisseur de verliezers en de onderdrukten botsen met de rijken en machtigen, met veel empathie voor de armen, met humor, gewelduitbarstingen en wat theatraal bloed. Bong Joon-ho illustreert de scherpe klassenverschillen en de concurrentiedruk van de Zuid-Koreaanse samenleving in een taal die wereldwijd toegankelijk is. “Parasite” is een waardige winnaar van de Gouden Palm van Cannes en is zeker de moeite waard om te zien.