Protestactie in Keulen na de stemming in Thüringen waar met extreemrechtse steun een liberale minister-president werd verkozen

Neen aan samenwerking met extreemrechts!

Dit is een licht bijgewerkte versie van een artikel door de redactie van Sozialistische Alternative – SAV, ISA in Duitsland

De verkiezing van een nieuwe minister-president, gesteund door stemmen van het extreemrechtse AfD (“Alternatief voor Duitsland”), in de Duitse deelstaat Thüringen is een waarschuwing. Het volgt op de verkiezingen van afgelopen oktober, waarna werd aangenomen dat de coalitie van Die Linke (linkse partij), de sociaaldemocraten (SPD) en de groenen, die voor de verkiezingen aan de macht was, zou doorgaan. Maar de splinterpartij van de rijken, de zogenaamde “Vrije Democraten” (FDP), kreeg onverwacht en met stemmen van het AfD de positie van minister-president toegeschoven. Het AfD in Thüringen omvat beruchte fascisten als Björn Höcke die er aan de touwtjes trekt.

Het AfD is uitgelaten over dit manoeuvre en stelt zichzelf voor als briljante tactici en als spreekbuis van de fictieve ‘meerderheid’ die zich volgens AfD-voorzitter Jörg Meuthen verzet tegen wat hij de “links-rechts-groene 1968-besmetting van Duitsland” noemt.

Binnen de paar uur na de stemming trokken duizenden mensen de straten op in tientallen steden. Ze deden dit om hun afschuw te tonen. In Erfurt kwamen 500 mensen spontaan de straat op, in Jena in Thüringen waren dat er 2000, in Berlijn en Hamburg telkens meer dan duizend. In Keulen trokken betogers een vergadering van de parlementaire fractie van de FDP binnen.

De publieke druk werd al snel zo groot dat de pas verkozen minister-president Thomas Kemmerich noodgedwongen zijn ontslag aankondigde. De schijnvertoning gaat echter door. Die Linke roept de CDU op om te stemmen op hun leider, Bodo Ramelow, om door te gaan als premier. Het AfD zegt dat het misschien wel eens op Ramelow zal stemmen, wat onaanvaardbaar zou zijn. Terwijl de federale CDU-leiding nieuwe verkiezingen wil, is de CDU van Thüringen tegen, wetende dat het zou verliezen.

Er werden onmiddellijk memes en berichten op het internet verspreid, waarbij het gemanoeuvreer in het deelstaatparlement van Thüringen werd vergeleken met de steun die de conservatieven in het vooroorlogse Duitsland aan de nazi-partij gaven. Vergelijkingen met de Weimar-periode zijn inderdaad onvermijdelijk. Toen, net als nu, minimaliseerden de burgerlijke partijen het gevaar van rechts en namen ze steeds vaker de racistische propaganda van extreemrechts over. De CDU en FDP in Thüringen, wier voornaamste haat zich richt tegen de coalitie van Die Linke, SDP en de groenen onder leiding van Bodo Ramelow, hebben opportunistisch gehandeld. Dat maakte dat het AfD in staat was om te manoeuvreren.

Van Weimar naar Erfurt?

Betekent dit dat we een stap dichter bij een fascistische machtsovername staan? Zonder het gevaar van extreemrechts te minimaliseren, noch het geweld te negeren dat de fascisten veroorzaken, is het fascisme niet de regeringsvorm waaraan de heersende klasse op dit ogenblik de voorkeur geeft. Onder normale omstandigheden biedt de parlementaire democratie betere voorwaarden voor het optimaliseren van de winst. De heersende elite kan met relatief weinig inspanning en een beperkt gebruik van geweld brede lagen van de bevolking integreren in een systeem dat hun eigen belangen schaadt. Een dergelijk systeem biedt diverse en flexibele mogelijkheden om de belangen van het kapitaal te verdedigen en hun verschillende belangen met elkaar in evenwicht te brengen en te verzoenen, ook al hebben de kiezers verschillende ideeën.

In een dergelijke “democratie” zijn fascisten en rechtse terroristen nuttig voor intimidatie tegen links en tegen ongewenste minderheden. Maar het grootkapitaal wil hen niet de volle macht geven om te regeren, of een ongebreidelde kleinburger als Höcke zich met hun zaken te laten bemoeien. De heersende klasse neemt alleen haar toevlucht tot dergelijke drastische stappen wanneer haar macht ernstig wordt bedreigd. Dit was het geval in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, toen de arbeidersklasse in veel regio’s de macht greep. Een rood-rood-groene regering onder de zacht-linkse leiding van Bodo Ramelow komt bijlange niet in de buurt van een bedreiging van de heerschappij van het kapitaal.

De CDU en FDP in Thüringen werden in toenemende mate afhankelijk van het AfD. Zij vreesden dat het AfD bij elke nieuwe verkiezing meer stemmen zou winnen en hen van hun lucratieve banen zou beroven. Op korte termijn gaf dit het AfD de kans om de twee conservatieve partijen in de gewenste richting te duwen. Maar dit heeft geleid tot een verhitte discussie binnen de CDU. De federale leiding wil niet verbonden zijn met het AfD, maar lokaal zijn is de partij voorstander van samenwerking met het AfD.

De federale leidingen van CDU en FDP hebben afstand genomen van deze beslissing en doen een beroep op de “eenheid van de democraten”. Maar dit is misleidend. De FDP was nooit een antifascistische partij, maar de “kleine partij van de grote bedrijven” en heeft na de oorlog veel voormalige nazi’s een politieke thuis geboden. Degenen die hun huidige gedrag begrijpen als “verraad aan hun waarden” vergissen zich over wat de waarden van de FDP eigenlijk zijn. De partij wordt geleid door vergelijkbare kleinburgerlijke en burgerlijke lagen als het AfD, en staat net als het AfD voor sociale besparingen, deportaties, lagere lonen en pensioenen, maar dan met een liberale façade.

Op dezelfde manier is er geen reden om een zucht van verlichting te slaken op basis van het idee dat ‘de CDU en FDP toch niet zo slecht zijn’. Het taboe over samenwerking met extreemrechts is doorbroken. De grenzen van het denkbare en haalbare zijn naar rechts verschoven. Hoewel het op dit moment niet gepast is dat de federale partijleiders zo’n open en uitgebreide samenwerking nastreven, verandert dit niets aan hun principiële bereidheid om dergelijke rechtse posities te tolereren.

Tegelijkertijd heeft het AfD aangetoond wat het werkelijk bedoelt als het spreekt over een ‘anti-establishmentpartij’ die ingaat tegen de ‘oude partijen’. Door Kemmerich te steunen hielpen zij een gevestigde neoliberaal van een “oude partij” in functie te treden, die, als hij was gebleven, sociale besparingen, privatiseringen en deregulering zou hebben doorgevoerd en die zelf als westerse roversbaron naar het Oosten trok om zich daar na de val van de Berlijnse Muur te verrijken.

Burgerlijk parlementarisme in crisis

Door de sociale polarisatie en de toenemende aftakeling van de positie van de traditionele ‘volkspartijen’ wordt het steeds moeilijker om stabiele, betrouwbare meerderheden te vormen. Duitsland heeft momenteel een 6-partijensysteem, dat overigens ook een parallel met de Weimarrepubliek vormt. Aangezien de burgerij noch het AfD noch Die Linke volledig kan vertrouwen, is het onvermijdelijk dat er in de toekomst nog meer crises zullen ontstaan en dat er geen meerderheidsregeringen meer kunnen worden gevormd. Na het aftreden van Kemmerich duurt de crisis in Thüringen en in de CDU nog steeds voort.

Dergelijke crises zien we ook in andere Europese landen, waar oude partijen verdwijnen, nieuwe ‘bewegingen’ als kometen in de regering komen, om vervolgens weer snel te verdwijnen. Dit weerspiegelt de algemene ontevredenheid over de status quo en een enorm verlies aan vertrouwen in de gevestigde partijen. In de praktijk maakt het nu weinig verschil of een sociaaldemocratische of conservatieve regering aan de macht is: de levensstandaard stagneert in het beste geval nog steeds en de sociale onzekerheid neemt toe. Het zijn deze omstandigheden die leiden tot de opkomst van populisten en protestpartijen. Voor het kapitaal, dat vooral stabiliteit wil voor zijn bedrijven, is dit verre van wenselijk.

Die Linke onder druk om zich aan te passen

De burgerlijke partijen zullen de situatie nu gebruiken om Die Linke onder druk te zetten om zich nog verder aan te passen. Volgens peilingen zou een nieuwe verkiezing ertoe leiden dat Die Linke zou winnen terwijl de CDU zou verliezen. De CDU is dus aan het manoeuvreren en probeert een oplossing te vinden die voor hen aanvaardbaar is zonder nieuwe verkiezingen. De centrale zorg van de CDU is om Die Linke politiek te marginaliseren, ondanks hun sterke electorale steun, en hen te dwingen om te bedelen voor toelating tot “de gemeenschap van democraten” door afstand te doen van belangrijke eisen.

Bij de laatste verkiezingen kreeg Die Linke 31 procent van de stemmen in Thüringen. Bij nieuwe verkiezingen kan dit nog hoger oplopen. Een centrale vraag voor een linkse partij is altijd hoe zij dergelijke verkiezingssuccessen gebruikt voor sociale mobilisatie om haar politieke eisen af te dwingen en, in de huidige situatie, hoe zij de rechtse populisten en nazi’s kan bestrijden. De staat van dienst van de regering onder Bodo Ramelow verschilt niet fundamenteel van die van regeringen in andere deelstaten. Net als andere deelstaatregeringen heeft zij de beperkingen van de overheidsschuld en andere neoliberale regels geaccepteerd, vluchtelingen gedeporteerd en haar eis om de “Verfassungsschutz” af te schaffen in feite liet vallen. Die Verfassungsschutz is de Duitse binnenlandse geheime dienst die in Thüringen blijkbaar betrokken was bij de neonazistische terreurgroep NSU.

Als een linkse partij zich niet onderscheidt van de SPD en de Groenen, als zij onkritisch meewerkt aan de regering en als de leef- en werkomstandigheden van werkenden en werklozen niet fundamenteel veranderen, zal dit alleen maar bijdragen aan de versterking van het AfD. Alleen een sterke linkervleugel kan rechts verslaan. Het is daarom dringend noodzakelijk dat Die Linke in Thüringen de burgerlijke regels niet langer accepteert.

Veel mensen zijn terecht gealarmeerd over de gebeurtenissen in Erfurt. We moeten deze ontwikkelingen zien als een wake-up call om de belangrijkste les van de Weimarrepubliek te leren: aan de basis van het fascisme ligt het kapitaal. We kunnen alleen een einde maken aan racisme, misogynie en homofobie als we hun sociale basis, het kapitalisme, voor eens en altijd overwinnen.