De kracht van de arbeidersbeweging zit in ons aantal. Dat maken ook de sociale verkiezingen duidelijk.

In de privébedrijven – en enkele openbare diensten – worden tussen 11 en 24 mei sociale verkiezingen gehouden voor de afgevaardigden in de ondernemingsraad en het CPBW (Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk). De bazen bereiden de verkiezingen ook al voor. Zo wil het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) de beschermingstermijn voor kandidaten inkorten. (L’Echo 12 december 2019) Bij geen enkele politieke verkiezing zijn er zoveel kandidaten als bij de sociale verkiezingen: vorige keer waren er ruim 130.000 kandidaten in ruim 6.000 bedrijven.

Artikel door Guy Van Sinoy

Kortere bescherming tegen ontslag?

Kandidaten voor sociale verkiezingen zijn gedurende vier jaar beschermd tegen ontslag. De verkozenen zijn beschermd tot de volgende sociale verkiezingen, de niet-verkozenen zijn 2 jaar beschermd (4 jaar als ze voor de eerste keer kandidaat waren). Het VBO wil dat de bescherming van niet-verkozenen wordt stopgezet zodra de uitslag van de verkiezingen bekend is (zoals in Nederland). We kunnen ons nu al voorstellen wat de volgende stap zou zijn voor niet-verkozen kandidaten, die snel naar de uitgang van het bedrijf kunnen worden geleid.

Nieuwkomers die voor het eerst meedoen aan sociale verkiezingen zouden daar het slachtoffer van worden. Een jonge of nieuwe collega heeft immers vaak nog niet de kans gekregen om buiten zijn of haar naaste collega’s gewaardeerd te worden. De eis van het VBO is erop gericht om een vernieuwing van vakbondsdelegaties te bemoeilijken door obstakels op te werpen om potentiële nieuwe kandidaten – vooral jongeren – te intimideren.

Interimmers en hun stemrecht

Steeds meer bazen verkiezen uitzendkrachten boven contractueel personeel (1). Dat is voor hen immers veel praktischer! Een interimmer kan gemakkelijker en zonder opzegtermijn afgedankt worden, simpelweg door het contract niet te verlengen op het einde van de week. Nochtans kan de baas niet zomaar alles doen: de voorwaarden voor het gebruik van uitzendkrachten zijn wettelijk vastgelegd en in een aantal gevallen is instemming van de vakbondsdelegatie vereist. (2)

Naar aanleiding van een amendement dat op 13 maart 2019 door de parlementaire commissie is goedgekeurd, heeft het parlement uitzendkrachten stemrecht verleend in ondernemingen die er gebruik van maken. Dit zorgde voor grote woede bij het VBO! Er was immers geen unanimiteit over deze kwestie binnen de Nationale Arbeidsraad (NAR: een officieel nationaal paritair orgaan waar bazen en vakbonden zitting in hebben). De vakbonden verwelkomden deze democratische doorbraak en roepen uitzendkrachten op om massaal gebruik te maken van hun stemrecht.

Vakbonden uitbouwen onder nieuwe lagen

Een terechte oproep, maar we kunnen verder gaan. Waarom bijvoorbeeld aanvaarden dat er in de Groep van 10 (een informeel overlegorgaan op nationaal niveau) vertegenwoordigers zitten van KMO’s die weigeren om sociale verkiezingen (voor het CPBW) te organiseren in bedrijven met minder dan 50 personeelsleden?

Dit is geen detail. Meer dan 850.000 werknemers zijn hierdoor uitgesloten van stemrecht bij sociale verkiezingen. Bij gebrek aan sociale verkiezingen is het moeilijk om een vakbondsdelegatie op te richten, terwijl zo’n delegatie belangrijk is om het gebruik van interimarbeid van nabij op te volgen.

Het recht op sociale verkiezingen in KMO’s is een oude eis van de vakbonden. De aanval van het VBO is een kans om het weer op tafel te leggen en zo in het tegenoffensief te gaan!

 

  1. In 2016 nam het interimwerk in België met 9,3% toe in vergelijking met 2015. 652.338 werkenden waren in 2016 minstens één dag actief als interimmer. Het gaat omgerekend om 109.399 voltijdse equivalenten. (La Libre 4 mei 2017)
  2. Opmerking voor syndicale delegaties: lees de Wet op de interimarbeid van 24 juli 1987 en cao n°108 van 16 juli 2013 goed na.