Protest tegen de stijging van de brandstofprijzen in november 2019. Foto: Wikicommons

In januari leek het er even op dat de VS en Iran na jaren van toenemende spanningen naar een totale oorlog zouden gaan. Dat scenario lijkt nu minstens even uitgesteld te zijn. In Iran komt dit onder meer door de interne spanningen. Een open brief van studenten aan de Amirkabir Universiteit in Teheran, die al maandenlang betogen tegen het beleid van de regering, illustreert dat de steun aan het regime ondermijnd is en dat er de voorbije jaren een enorme politisering was.  De studenten leggen uit: “De gebeurtenissen van de afgelopen twee maanden tonen de incompetentie van het regime in Iran aan, een regime waarvan de enige reactie op de crisis het gebruik van geweld is. Het is onze plicht om al onze inspanningen te richten tegen zowel een onderdrukkende regering als een imperialistische macht.”

Door Julien (Brussel) – artikel uit de februari-editie van ‘De Linkse Socialist’

Sociale woede in Iran

De Islamitische Republiek Iran is bijna sinds haar oprichting in 1979 aan een reeks embargo’s onderworpen. De eerste sancties die de VS oplegden, dateren van 1984 en vele andere volgden. Zo zijn er de sancties van de Europese Unie, met name toen Iran de hervatting van haar nucleair programma in 2005 aankondigde. In 2016, na het akkoord van Wenen over het nucleaire programma van Iran, werden veel van die sancties opgeheven. De olie-export verdubbelde meteen en buitenlandse investeerders (Renault, Peugeot, Total, enz.) profiteerden van de nieuwe economische mogelijkheden.

Het regime hoopte zijn imago te herstellen ten opzichte van een ontevreden bevolking. In 2009 had een massale opstand de verkiezingsfraude bij de presidentsverkiezingen aan de kaak gesteld en sindsdien zijn de levensomstandigheden alleen maar verslechterd. In het jaar na de opheffing van de sancties bedroeg de economische groei van het land 11,5%. Zonder de olieverkoop bedroeg de groei echter slechts 3,3%. De inkomsten uit olie gingen enkel naar de Iraanse elite. Volgens officiële gegevens is 30% van de jongeren werkloos. Net als een groeiende laag van hun ouders en grootouders verwerpen de jongeren het autoritaire en corrupte regime van de mullahs.

Toen president Hassan Rohani in december 2017 een besparingsprogramma voorstelde, ontplofte de opgestapelde woede in de samenleving. Er was in het hele land een grote beweging van betogingen en stakingen tegen de hoge kosten van levensonderhoud. De slogans vielen niet meer alleen de regering aan, maar ook de ‘hoogste leider’ ayatollah Ali Khamenei (die boven de president staat). De reactie van het regime was een bloedige onderdrukking.

In 2018 kondigde Trump met grote voortvarendheid de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Iraanse nucleaire akkoord en het herstel van de Amerikaanse sancties aan. In Iran is de economische situatie daarop meteen verslechterd. In 2019 kromp de economie naar schatting met 8,5% tot 9,5%. Toen het regime in november 2019 een stijging van de brandstofprijzen aankondigde, vond er een nieuwe explosie plaats. Op hetzelfde ogenblik waren er ook in de buurlanden Irak en Libanon grote sociale mobilisaties.

Deze opstand werd gekenmerkt door talrijke stakingen in fabrieken, onder leerkrachten en vrachtwagenchauffeurs. De beweging betrok zowel jongeren als arbeiders uit verschillende gemeenschappen (Perzisch, maar ook Arabisch, Koerdisch, …). Opnieuw waren de slogans niet meer alleen gericht tegen de president en de regering, maar ook tegen Khamenei. Aan de andere kant hekelden de betogers ook de kosten van de steun van Iran aan verschillende milities en sjiitische politieke krachten in Irak, Syrië en elders in de regio.

Amerikaans imperialisme verzwakt

Iran kreeg meer gewicht in de regio door de verzwakking van het Amerikaanse imperialisme. Vandaag oefent Iran een grote, zo niet dominante, invloed uit in een aantal landen in de regio, zoals Irak, Libanon, Syrië, Jemen en de Palestijnse Gazastrook. Het is de groeiende invloed van Iran die de regering van Trump tot een verkeerd berekend offensief bracht door zich in mei 2018 terug te trekken uit het Iraanse nucleaire akkoord en sancties op te leggen, ondanks verzet van haar Europese bondgenoten.

Toen afgelopen september de Aramco-raffinaderijen in Saoedi-Arabië werden gebombardeerd (waardoor meer dan 5% van de wereldproductie van olie buiten bedrijf werd gesteld), wezen de VS en Saoedi-Arabië naar de Houthi-beweging in Jemen en naar de Iraanse financiers van deze beweging. Deze dynamiek leidde tot de moord op de Iraanse generaal Qassem Soleimani in Bagdad door een Amerikaanse aanval op 3 januari. Kort daarna dreigde Trump 52 sites in Iran ”snel en ernstig” te vernietigen, inclusief culturele sites, en de Iraniërs “harder te treffen dan ze ooit zijn geweest.”

In de afgelopen jaren werden de conflicten in de regio gekenmerkt door een aspect van ‘oorlog via marionetten’: de imperialistische mogendheden gingen niet direct met elkaar in conflict. Trump mag dan geen officiële oorlog met Iran zijn begonnen, maar met de moord op Soleimani effent hij de weg voor grotere conflicten in de toekomst.

De Iraanse autoriteiten hoopten het gevaar van een oorlog met de VS te gebruiken om de bevolking rond zich te herenigen. Dit mislukte al snel door de leugens van het regime over het neerstorten van vlucht 752 van Ukraine International Airlines. Daarbij kwamen 176 passagiers en bemanningsleden om het leven, voor het merendeel mensen van Iraanse afkomst. Het vliegtuig stortte neer nadat het per ongeluk door de Revolutionaire Garde was neergeschoten. Vervolgens vond een nieuwe golf van betogingen plaats, beginnend bij vier universiteiten in de hoofdstad. De volgende dag veranderde een wake ter nagedachtenis van de slachtoffers van de crash in een anti-regeringsbetoging. Het Iraanse regime is zich er terdege van bewust dat het niet alleen van buitenaf bedreigd wordt.

Hoe verder?

Vandaag woont 73% van de Iraanse bevolking in steden en de Iraanse arbeidersklasse heeft een indrukwekkend palmares van strijd. In 1979 was het de Iraanse arbeidersklasse die verantwoordelijk was voor de omverwerping van de monarchie. Een tijd lang was het voor de arbeiders mogelijk om de macht te grijpen. Zij controleerden fabrieken op basis van democratische basiscomités en ze ontwapenden de contrarevolutionaire krachten. Helaas had deze beweging geen strategie om de macht echt over te nemen. Tegenover de aarzeling en het gebrek aan daadkracht van de arbeiders kon ayatollah Khomeini, die uit ballingschap was teruggekeerd, steun mobiliseren om het proces om te buigen en in feite de revolutie van de arbeiders te stelen. Zelfs als hij belangrijke sociale toegevingen moest doen (gratis medicijnen en vervoer, het wegvallen van water- en elektriciteitsrekeningen, …), liet de door Khomeini opgelegde rechtse politieke islam vervolgens duizenden vakbondsleden en linkse leiders vermoorden of gevangen zetten. Het regime had dit nodig om zijn positie te consolideren.

De Iraanse arbeidersklasse is objectief gezien nog steeds de sleutel tot elke succesvolle revolutie in Iran. De onmiddellijke taak van de beweging is om zich te verbreden en zich lokaal, regionaal en nationaal te organiseren rond een programma om het religieuze kapitalistische regime van de mullahs omver te werpen en de economie zelf in handen te nemen. Op basis van de strijd van de afgelopen jaren hebben zich vakbondsstructuren en studentencomités ontwikkeld. De dictatuur is zich terdege bewust van het gevaar en heeft niet geaarzeld om tijdens de mobilisaties in november het internet af te sluiten om de organisatie van de beweging te verhinderen. Uiteindelijk zal de enige uitweg voor de massa’s in Iran bestaan uit het bijeenroepen van een revolutionaire grondwetgevende vergadering voor een democratisch en socialistisch Iran, dat de individuele vrijheden en gelijke rechten voor alle onderdrukte minderheden zou garanderen.

Op 5 januari was er een eerste protestactie tegen de oorlogsdreiging

Een oproep tot internationale solidariteit door de jongeren en de arbeiders in Iran is een fundamentele taak om een einde te maken aan de kapitalistische ellende en de oorlogsdreiging. Deze oproep moet uiteraard gericht zijn aan volkeren in de regio die eveneens in actie komen tegen het imperialisme en de corruptie van de elite, maar daarnaast ook aan de jongeren en werkenden in de VS en elders. Wat de regeringen in het Midden-Oosten en elders het meest vrezen, is dat het verzet over de grenzen heen zal groeien.

Overal ter wereld moeten we de eerste stappen zetten om een brede anti-oorlogsbeweging op te bouwen, vooral in de VS. Daar geniet de campagne van Bernie Sanders een groeiende weerklank en steun. Zijn verzet tegen de Amerikaanse militaire avonturen heeft veel enthousiasme gewekt.

  • Nee tegen de imperialistische interventie in het Midden-Oosten, voor de terugtrekking van Amerikaanse, Franse, Britse, Russische en alle andere buitenlandse troepen uit de regio en tegen elke inmenging van regimes in de aangelegenheden van hun buurlanden;
  • Volledige steun voor de protestbewegingen in Irak, Iran, Libanon en elders in hun strijd tegen armoede, corruptie en communautaire verdeeldheid;
  • Voor de opbouw van een massale anti-oorlogsbeweging in de VS en internationaal;
  • Eenheid van arbeiders en jongeren in de regio om de pro-kapitalistische regeringen, die gebaseerd zijn op etnische verdeeldheid en conflicten en deze versterken, ten val te brengen en te vervangen door werkelijk democratische arbeidersregeringen met een socialistisch programma om een einde te maken aan armoede, corruptie en autoritair bestuur – voor een democratische socialistische federatie van het Midden-Oosten.