Home / Internationaal / Europa / Oostenrijkse coalitie van rechts en groenen: een nieuw model?

Oostenrijkse coalitie van rechts en groenen: een nieuw model?

Kurz (ÖVP) en Kogler (Grüne)

Analyse door Till Ruster, Wenen

Een zomeravond in Ibiza, een villa, een wodka-Red Bull, het vermeende nichtje van een Russische oligarch, een verborgen camera. Wat klinkt als het decor van een James Bond-film was inderdaad een valstrik voor de Oostenrijkse vice-kanselier en lange tijd leider van de extreemrechtse FPÖ (Vrijheidspartij). Hij werd gefilmd terwijl hij opschepte over de verkoop van publieke goederen en contracten voor het politieke gewin van zijn partij. Hoewel de coalitieregering tussen de conservatieve en extreemrechtse partijen vrij succesvol was in de peilingen, betekende “Ibiza-Gate” zijn snelle ondergang. Een voorlopige regering volgde snel, evenals vroege verkiezingen in het najaar.

Maar de agenda van deze coalitie was nog niet klaar. Na een decennium van sociaaldemocratische-conservatieve regeringen, waarvan de besparingen langzaam en met betrokkenheid van de vakbondsleiders werden doorgevoerd, kozen velen in de heersende klasse voor een agressievere koers. Voor hen was het de hoogste tijd om de aanvallen te versnellen om Oostenrijk klaar te stomen voor de toegenomen concurrentie en de verwachte nieuwe economische crisis. De extreemrechtse partij (FPÖ) was hiervoor een nuttige partner voor de conservatieven (ÖVP). Een wet om de werkdag te verlengen tot 12 uur (of 60 uur per week), een aanval op de openbare ziektekostenverzekering, belastingverlagingen voor bedrijven en besparingen voor werklozen, geweren en paarden voor de politie waren slechts enkele van de maatregelen die door deze regering werden doorgedrukt. En dit alles ging gepaard met harde, racistische wetten tegen vluchtelingen, en met name tegen moslims.

Maar dit was slechts het begin. Oostenrijk heeft nog veel van de verworvenheden van de arbeidersklasse van vroegere generaties: sociale zekerheid, pensioenen, bescherming van vakbondsdelegees. Veel van de zaken die in andere landen zijn geprivatiseerd, zijn nog steeds in handen van de overheid. Al deze voordelen zijn in de loop der jaren langzaam afgenomen, maar bevinden zich nog steeds in een relatief betere positie. Het offensief van de heersende klasse dat door ÖVP en FPÖ werd ingezet, werd doorkruist door Ibiza-gate en de FPÖ bevond zich in een dermate diepe (maar waarschijnlijk tijdelijke) crisis, dat een andere coalitie na de vervroegde verkiezingen onmogelijk was.

Als de Groenen ‘out of the box’ gaan

Er was dus een nieuwe, sterke partner voor de ÖVP nodig. Hier komt de Groene Partij op het toneel. Bij de vorige verkiezingen haalde ze de kiesdrempel van 4% niet. Maar nadien volgde een snelle opgang,  meestal uit de crisis van de sociaaldemocraten, maar bovenal waren ze de enigen die profiteerden van de enorme klimaatbeweging. De groenen hadden niet eens een heel gedurfd klimaatprogramma, maar omdat ze een programma hadden, terwijl er geen alternatief was met een beter programma, en omdat ze gezien worden als een partij die zich bewezen heeft op vlak van klimaat, werd het historisch beste resultaat voor de Oostenrijkse groenen neergezet met 13,9%. Partijleider Werner Kogler noemde de verkiezingsdag een “Zondag voor de Toekomst” en voedde de hoop op een meer klimaatbewuste agenda.

Tijdens de verkiezingscampagne beloofde hij geen coalitie aan te gaan met de zeer rechtse conservatieve leider Sebastian Kurz. Met de kwaliteiten van een echte traditionele politieker nam hij dat terug en sinds 7 januari heeft Oostenrijk nu de eerste conservatief-groene coalitie in een federaal parlement in Europa. Er zijn veel internationale en Oostenrijkse voorbeelden van dit soort coalities op stads- of staatsniveau die stabiel en efficiënt werken als traditionele burgerlijke regeringen. Het lijkt erop dat de Groenen in de meeste landen een lange weg hebben afgelegd sinds ze opgezet werden als partijen geworteld in milieuprotesten en als zeer linkse en opstandige krachten. Ook in Oostenrijk zijn veel radicale linksen in de jaren tachtig toegetreden tot de Groene Partij, in de hoop op een nieuwe linkse formatie die verder ging dan de traditionele, bureaucratische structuren van de sociaaldemocraten en de stalinisten. Sommige groene parlementsleden en zelfs sommige nieuwe ministers komen oorspronkelijk uit sociale bewegingen of linkse vakbondskringen. Maar dit alles lijkt eeuwen geleden als je kijkt naar het regeerakkoord van begin januari.

Klimaat eerst, al het andere op de tweede plaats?

Zelfs de Groenen waren het er publiekelijk over eens dat ze het niet eens zijn met veel onderdelen van dat regeerakkoord. De sociale media staan vol met activisten die dicht bij de Groenen staan en die aangeven hoezeer ze vooral tegen de racistische inhoud van het akkoord zijn, zoals een uitbreiding van een hoofddoekenverbod en een eenvoudigere opsluiting van vluchtelingen. Het had op exact dezelfde wijze in een regeerakkoord met de FPÖ kunnen staan. In feite stond het zelfs in het eerdere regeerakkoord tussen ÖVP en FPÖ. En dat is een belangrijk punt met betrekking tot deze nieuwe regering: zij zet in belangrijke kwesties de politiek van de vorige regering voort en neemt geen van de door hen ingevoerde wetten terug. De ÖVP zou in veel opzichten hetzelfde kunnen doen met de Groenen als met extreemrechts! En de meeste groenen aanvaarden dit: er is geen grote controverse over het akkoord in de partij. Daar wordt het voorgesteld als het best mogelijke akkoord: ‘laat de conservatieven doen wat ze willen rond vluchtelingen, het leger en de economie, zodat de Groene Partij kan beslissen over het klimaat en de strijd tegen corruptie’. Dit vertrekt vanuit het idee dat alles moet gericht zijn op het redden van de planeet en dat al de rest bijkomstig is. Is dat een redelijk standpunt?

Klimaatmaatregelen in ruil voor besparingen, zullen de steun voor klimaatacties ondermijnen. Een meerderheid van de bevolking is het er zeker over eens dat er grote inspanningen nodig zijn rond klimaat. Maar tegelijk vrezen velen voor de veranderingen, omdat ze weten dat ‘veranderingen’ door gevestigde partijen altijd betekenen dat zij er zelf op achteruit gaan. Net zoals de werkende klasse de gevolgen van de economische crisis van 2008 moest dragen, vrezen veel werkenden dat hetzelfde zal gebeuren met de klimaatcrisis. Als dit gebeurt, zal de beweging haar steun verliezen. Het zal gaan om jobs en levensstandaard versus klimaat. In zo’n concurrentiestrijd zullen we allemaal verliezen.

Socialisten verbinden de strijd voor sociale rechtvaardigheid en het klimaat met elkaar en leggen uit dat ze dezelfde vijand hebben. Dezelfde kapitalisten die achter de twaalf uur durende werkdag en de aanvallen op werklozen en migranten zitten, beheren ook deze economie die onze planeet vernietigt. Het is niet alleen noodzakelijk om hen te laten opdraaien voor de kosten van klimaatmaatregelen, het is ook absoluut noodzakelijk om de manier waarop we de productie organiseren te veranderen. We hebben dringend behoefte aan een geplande economie! Het is voor velen in de beweging al duidelijk: elke echte effectieve verandering voor het klimaat komt er pas als we ingaan tegen de belangen van de grote bedrijven. En geen enkele andere partij in Oostenrijk is zo sterk, direct, trots en duidelijk verbonden met de kapitalisten als de conservatieve ÖVP.

Wat kan er van de nieuwe regering verwacht worden?

De coalitiepartners publiceerden hun akkoord, een lange tekst van 328 bladzijden. Veel tekst voor niet zo veel duidelijke doelstellingen. De belangrijkste punten zijn de economie, migratie en natuurlijk klimaatverandering. De koers die is uitgezet is in veel opzichten een voortzetting van de koers die de voormalige coalitie van de ÖVP met de extreemrechtse en racistische FPÖ had uitgezet: neoliberalisme voor de economie plus racisme als onderdeel van ‘verdeel-en-heers’. Dit omvat belastingverlagingen voor het grootkapitaal en de rijken, onder meer voor verhuurders, en subsidies voor verschillende takken van de economie. Net als bij eerdere regeerakkoorden wordt er niet veel gezegd over de impopulaire besparingen. Het zijn grotendeels dezelfde mensen die eerdere besparingen doorvoerden die nu de regering zullen vormen. Bovendien wordt niet gezegd hoe alle andere zaken zullen betaald worden. Ze zullen dus proberen om ons te laten betalen, ook voor de klimaatmaatregelen. Bedrijven die een groen beleid voeren zullen beloond worden. Maatregelen zoals goedkoper openbaar vervoer zullen echter wellicht niet zomaar doorgevoerd worden. Er wordt een investering van 2 miljard euro in openbaar vervoer voorgesteld. Dat is bijzonder welkom, maar zelfs indien dit er effectief komt zal het niet volstaan om de koolstofuitstoot tegen te gaan. De besparingen die aanvaard worden in naam van het klimaat, zullen dus niet heel veel opleveren voor dat klimaat.

Ongewone coalitie

Gevestigde commentatoren omschrijven de coalitie als een ongewoon samengaan, een soort compromis tussen twee oude tegenstanders. De werkelijkheid is anders. De groenen toonden meermaals dat ze een normale en typische traditionele partij zijn. Leden van de partij zie je wel op betogingen en in het parlement behoren ze vaak tot de linkervleugel. Sommige partijleiders komen verfrissend over tegenover de saaie politieke klonen bij de andere partijen. De groenen zijn al lang voor het homohuwelijk, voor het legaliseren van marihuana en natuurlijk voor het milieu. Bovendien zijn ze tegen racisme en tegen oorlog. Maar eenmaal in de regering vergeten ze dit alles bijzonder snel en gemakkelijk.

De Groenen hebben geen alternatief op het kapitalisme en dus ook niet op de traditionele politiek. Ze vertegenwoordigen geen sociale bewegingen of zelfs maar de arbeidersklasse. Ze zijn er wel in geslaagd de steun te verwerven van een deel van de kapitalistische klasse. Hun belang is niet zo verschillend van de rest van de heersende klasse en een coalitie tussen verschillende takken van het kapitaal is heel natuurlijk.

Deze twee partijen zijn eigenlijk bijzonder hecht. De oude basis voor de conservatieven leeft op het platteland. De landbouw verandert daar, met EU-subsidies en de markt duwt veel Oostenrijkse boeren in de richting van “milieuvriendelijke” productiemethoden. De Groenen voorzagen dat al vroeg en vestigden zich als lobby voor die boeren. Deze nieuwe laag boeren heeft nieuwe belangen ontwikkeld die dichter bij de Groenen staan, terwijl ze nog steeds veel van de oudere overtuigingen hebben die eerder aansluiten bij de conservatieven.

Maar ook de liberalen in de steden, die een vooruitstrevend geloof hebben als het gaat om vluchtelingen of de bevrijding van vrouwen, hebben economische belangen, waardoor ze openstaan voor belastingverlagingen en meer besparingen op de armen. Dergelijke belangen worden het best vertegenwoordigd door de conservatieven.

Soortgelijke ontwikkelingen vinden plaats in veel westerse landen. Met de sociaaldemocraten in crisis worden de Groenen in veel landen een interessante optie voor de macht. Maar de tijden van stabiele regeringen zijn voorbij. Regeren tegen een achtergrond van internationale crisis van de burgerlijke democratie is een wankele zaak in het algemeen. De heersende klassen moeten flexibeler worden met hun handhavers in de regering dan in het verleden. Het is dus waarschijnlijk dat groene partijen zich ook in andere landen bij soortgelijke coalities zullen aansluiten, zoals dat ook in Duitsland al wordt besproken.

Laat ze hier niet mee wegkomen!

De laatste jaren was er in Oostenrijk een opleving van sociale bewegingen en klassenstrijd, zij het van een al zeer laag niveau. Na jaren van slechts enkele grotere betogingen zagen we een reeks massamobilisaties, waaronder een enorme vakbondsbetoging tegen de 12-urige werkdag en de terugkeer van stakingen ingebed in de collectieve onderhandelingen. Met de Fridays For Future zagen we niet alleen tienduizenden jongeren die herhaaldelijk op straat kwamen, maar was het ook mogelijk om structuren op te bouwen waarbij honderden activisten betrokken waren.

De voormalige ÖVP-FPÖ regering werd vanaf de eerste dag geconfronteerd met protest. De mensen hielden de regering met argwaan in de gaten en het was zelfs in de vakbonden gemakkelijker om te mobiliseren. Maar voor velen voelt de nieuwe conservatieve en groene coalitie als een “terugkeer naar het normale”, met twee partijen: rechts en links van het “centrum” die met compromissen werken en geen al te extreme maatregelen nemen in de ene of de andere richting. Veel mensen uit de arbeidersklasse zijn gewoon blij dat de FPÖ uit de regering is.

Het was niet alleen de FPÖ die achter de agressieve agenda stond. Het was ook de ÖVP, en het was vooral de heersende klasse die hen motiveerde om dat te doen. De agressieve agenda werd niet alleen in de politiek opgenomen; ook de collectieve onderhandelingen werden op deze manier vormgegeven. Het was een offensief dat op vele niveaus werd ingezet om de verworvenheden van de arbeidersklasse te verpletteren en Oostenrijk voor te bereiden op de toegenomen concurrentie met andere economieën en de komende crisis. Zij zullen dit project niet opgeven, maar hebben hiervoor een nieuwe bereidwillige partner gevonden in de Groenen. Er is geen tijd te verliezen. We moeten ons voorbereiden op de voortzetting van de aanvallen. Nieuwe regering, dezelfde agenda.

Laten we steun mobiliseren voor de relatief militante maatschappelijk werkers, die op dit moment in collectieve onderhandelingen zitten. Laten we een sterke campagne voor de Internationale Vrouwendag opzetten rond offensieve eisen aan de Oostenrijkse regering. Laten we de klimaatbeweging naar een nieuw niveau brengen door samen te werken met de vakbonden en de arbeidersbeweging, de enige kracht die echt in staat is om radicale actie tegen de vervuilende bedrijven af te dwingen. En laten we deze bewegingen samenbrengen in een nieuwe arbeiderspartij en een socialistisch alternatief opbouwen.