Op 26 november om middernacht werd bekend dat de nieuwe bank NewB van start kon gaan: er werd meer dan de vereiste 30 miljoen euro opgehaald, waarvan 27 miljoen euro al gestort. Dit is een extra steen in de opbouw van dit coöperatieve bankproject. De geboorte van een bank in het Belgische economische landschap, met 88 financiële instellingen, is nog steeds opmerkelijk. Dat is des te meer het geval omdat deze bank als coöperatieve wil werken en zegt gebaseerd te zijn op een ethisch en duurzaam project dat ook de financiële wereld wil veranderen.

Door Alain (Namen)

Een product van de Grote Recessie

De kredietcrisis vanaf 2007 leidde tot een beurscrash en een economische recessie waar we nooit echt uit zijn gekomen. De crisis was een ramp voor de meerderheid van de bevolking, die inleverde op vlak van leef- en werkomstandigheden, sociale bescherming en openbare diensten. De crisis heeft het de autoriteit van het kapitalistische systeem ondermijnd.

Het hele idee dat de “onzichtbare hand van de markt” het risico van de zogenaamde NINJA-kredieten (1) zou verwateren is in de praktijk aan diggelen geslagen. Het risico had zich overal verspreid. Het overheersende economische model en de theorie werden uitgedaagd. Om het systeem van zichzelf te redden, moesten de regeringen de banken nationaliseren om rommelkredieten op te ruimen. Het was de gemeenschap die de kosten van het kapitalistische feest betaalde.

Verschillende mensen gingen op zoek naar alternatieven en oplossingen. Het project van een coöperatieve bank, zoals NewB, is één van de ideeën die tijdens de crisis opgang kende, naast de roep voor een terugkeer van publieke banken. Zo ontstond de Caisse d’Investissement de Wallonie (CIW), die in 2009 door de Waalse regering met groot succes werd gelanceerd via een fondsenwerving van 80 miljoen euro bij 12.500 privé-investeerders, terwijl het Waals Gewest 20 miljoen euro bijdroeg. Het avontuur eindigde in 2019 met een verlies van 8,5 miljoen euro.

In 2011 is het coöperatief project NewB van start gegaan. Om met instemming van de financiële toezichthouders van start te kunnen gaan, moest NewB 30 miljoen euro ophalen. Op 26 november 2019 hadden zich meer dan 65.000 mensen bij het project aangesloten en het vereiste bedrag verzameld. Dit komt neer op ongeveer 450 euro per persoon. Maar dit gemiddelde verbergt een veel complexere verdeling. Er zijn 3 soorten coöperanten: gewone coöperanten (aandeel van 20 euro), ledencoöperanten (aandeel van 2.000 euro) en investeerderscoöperanten (aandeel van 200.000 euro). Het is waarschijnlijk dat de doelstellingen voor deze drie soorten coöperanten niet identiek zijn. Op middellange termijn zou dit kunnen leiden tot controverse op de algemene vergadering. Bovendien moet het commerciële project van de bank de komende jaren worden verfijnd, omdat de bank zich niet zal bezighouden met hypothecair krediet, omdat dit als risicovol wordt beschouwd.

De beperkingen die door de nood aan winstgevendheid worden opgelegd, zullen zeker niet ontbreken. De bank hoopt immers binnen vier tot vijf jaar winstgevend te zijn. Het valt af te wachten of de ambities, die tijdens de campagne om geld op te halen gesteld werden, effectief zullen gerealiseerd worden. Het aandeel van het type B (20 EUR) is reeds gedegradeerd tot iets minder dan 5 EUR in waarde, aangezien er in eerste instantie een bedrag van ongeveer 11 miljoen euro moest worden gesaneerd.

De krant Le Soir stelde in een verhelderend artikel: “In juni 2020 is de coöperatie, als ze een bank wordt, van plan om rekeningen-courant, spaarboekjes en kortlopende leningen (met alleen duurzame doelen) voor particulieren op de markt te brengen. Maar pas op: NewB wil wel inclusief zijn, maar zal geen goedkope bank zijn. Het bedrijfsdoel is om ‘een eenvoudige, veilige en duurzame coöperatieve bankdienst’ te bieden aan haar leden. Dit heeft een kostprijs.” (2)

De rekeningkosten voor klanten zijn nog niet vastgesteld, maar door het ontbreken van NewB geldautomaten kost elke geldopname € 0,75 om andere banken te betalen. De bank zal alleen ongereguleerde spaarrekeningen hebben met een tarief van 0%, terwijl het rendement op het spaargeld in de meeste banken over het algemeen 0,11% bedraagt (rente en getrouwheidsbonus) voor gereguleerde rekeningen (zonder belasting op de eerste € 980 jaarlijkse rente).

Een project dat een zekere belangstelling trekt

Meer dan 65.000 mensen (particulieren, verenigingen, jeugdbewegingen, vakbonden, universiteiten, overheden, vooral aan Franstalige kant) die meer dan 30 miljoen investeren in een coöperatieve bank met een ethische en burgerroeping, dat is een sociaal feit. Als de investeerders naar leeftijd worden ingedeeld, is er een piek van 29-jarigen. Dit alles illustreert dat een deel van de bevolking na de Grote Recessie tot de conclusie is gekomen dat de casino-economie en de controle van de effectenmakelaars over het economisch beleid een bedreiging vormt voor de planeet en de mensheid.

In sommige opzichten heeft dit bewustzijn antikapitalistische aspecten. Maar deze zijn vooral gericht tegen de financiële wereld. De manier waarop de crisis is ontstaan na de val van Lehman Brother en de herkapitalisatie van Freddie Mac en Fanny Mae door de Amerikaanse staat, de besmetting van de financiële crisis in de zogenaamde ‘reële’ economie en de oppervlakkige uitleg die door traditionele commentatoren wordt gegeven, hebben dit besef doen ontstaan.

Desalniettemin meent LSP dat dit bewustzijn achterblijft bij de ontwikkelingen waar we nu mee te maken hebben. We staan op een keerpunt in de wereldsituatie. De economie staat aan de vooravond van een nieuwe recessie, waarvan de meest waarschijnlijke onmiddellijke aanleiding de handelsoorlog tussen de twee grootste mogendheden ter wereld, de VS en China, is. Hoewel instabiliteit en volatiliteit de betrekkingen tussen de verschillende machten kenmerken, is dit ook het geval binnen de afzonderlijke landen. Het neoliberale beleid wordt door de meerderheid van de bevolking op grote schaal betwist, maar die meerderheid heeft nog niet de politieke middelen om de bezitters uit te dagen. Deze laatste hebben nog geen economisch beleid gevonden dat hen in staat stelt een zekere stabiliteit te herwinnen die wordt ondersteund door mooie winsten.

Financiële sector onder het kapitalisme

De meeste mensen die NewB zien als een oplossing voor de macht van de financiële sector, zijn nog niet tot de conclusie gekomen dat het hele systeem moet worden afgewezen. Zij hebben het verband tussen de financiële sector en de zogenaamde ‘reële’ economie nog niet geanalyseerd. De wijze waarop de financiële wereld een dergelijk gewicht kon krijgen in verhouding tot de productie, het verkeer en de uitwisseling van goederen is een kwestie die het verdient om diepgaand te worden onderzocht. Er is veel over dit onderwerp geschreven door marxisten. Allereerst door Marx, maar ook door Rudolf Hilferding, Rosa Luxemburg en Lenin tijdens het debat over het imperialisme aan het begin van de 20e eeuw. Zij geven ons uitleg over de praktische gevolgen van het imperialisme voor de situatie in de wereld.

In Lenins boek ‘Imperialisme, het hoogste stadium van het kapitalisme’ lezen we: “De belangrijkste en oorspronkelijke functie van de banken is de bemiddeling bij betalingen. In verband daarmee maken de banken braakliggend geldkapitaal tot functionerend, d.w.z. tot winstgevend kapitaal. Ze brengen allerlei geldelijke inkomsten bijeen en stellen deze ter beschikking aan de klasse der kapitalisten. Naarmate het bankwezen zich ontwikkelt en in enkele weinige instellingen geconcentreerd wordt, ontgroeien de banken aan de rol van bescheiden bemiddelaars en worden tot almachtige monopolisten die beschikken over bijna het gehele geldkapitaal van de gezamenlijke kapitalisten en middenstanders, zowel als over het grootste deel van de productiemiddelen en grondstoffen in een bepaald land, of in een hele reeks landen. Dit plaatsmaken van talrijke bescheiden bemiddelaars voor een handvol monopolisten vormt een van de fundamentele processen waarmee het kapitalisme uitgroeit tot kapitalistisch imperialisme.”

Door de financiële wereld los te zien van de rest van het kapitalistische systeem, vergeet men dat het hele systeem moet worden afgewezen en dus in de eerste plaats het fundament ervan. En het fundament van de kapitalistische sociale verhoudingen ligt in de loonarbeid. Als we dit element uit de vergelijking halen, evacueren we ook de strijdmethoden die ermee verbonden zijn: strijd van collectieve aard die tot doel heeft om de kapitalistische eigendom van de productiemiddelen te betwisten. Er blijven dan slechts strijdmethoden over die niet gebaseerd zijn op de werkenden, maar op individuele acties en pogingen om het systeem te moraliseren of om af te wijken van zijn wetten door middel van productie- en samenwerkingscoöperaties.

De discussie over de strijd om een betere wereld te bereiken, is een debat dat in de arbeidersbeweging al geruime tijd gaande is. Sinds de Ricardiaanse socialisten (3), utopisten en anarchisten, onder andere, zijn er een groot aantal ervaringen verzameld, samengevat door de socialistische theorie. Hoewel we overtuigd zijn van de waarde van de theorie om ons in actie te leiden, weten we dat de meerderheid van de mensen zich niet zomaar laat overtuigen door theoretische ontwikkelingen.

De waarheid is altijd concreet

De arbeidersbeweging heeft de verschillende theorieën altijd in de praktijk getest. In die zin is de coöperatieve beweging geen nieuw debat. De Rochdale Fair Trade pioniers, Engelse wevers, lanceerden de eerste coöperatieve in 1848. De arbeidersbeweging nam het idee over en bracht de coöperatieve beweging op gang. De coöperatieve beweging neemt een belangrijke plaats in de sociale geschiedenis van België in. Maar het is altijd beperkt geweest in zijn mogelijkheden door de wetten van het kapitalisme.

Rosa Luxemburg zegt in haar boek ‘Sociale hervorming of revolutie’: “Wat de coöperaties, en vooral de productiecoöperaties betreft: zij vormen naar hun wezen binnen de kapitalistische economie een tweeslachtig iets: een op kleine schaal gesocialiseerde productie met handhaving van kapitalistische ruil. Maar in de kapitalistische economie beheerst de ruil de productie en maakt, gezien de concurrentie, een niets ontziende uitbuiting, d.w.z. volledige beheersing van het productieproces door de kapitaalsbelangen tot bestaansvoorwaarde voor de onderneming. In de praktijk manifesteert zich dit in de noodzaak om de arbeid zo intensief mogelijk te maken, te verkorten of te verlengen, al naar gelang de marktsituatie en om de arbeidskracht steeds overeenkomstig de eisen van de afzetmarkt aan te trekken en af te stoten en op straat te smijten. Kortom, de noodzaak doet zich gelden om alle bekende methoden te hanteren die een kapitalistische onderneming in staat stellen te concurreren. In de productiecoöperatie komen de arbeiders zodoende voor de tegenstrijdige noodzaak te staan, zichzelf met het volle pond aan absolutisme te regeren, tegenover zichzelf de rol van kapitalistische ondernemer te spelen. Aan deze tegenstrijdigheid gaat de productiecoöperatie dan ook te gronde, doordat zij òf zich weer terug ontwikkelt tot een kapitalistische onderneming, òf, als de belangen van de arbeiders zwaarder wegen, wordt opgeheven.”

België heeft momenteel 88 banken, waarvan 56 banken in buitenlandse handen zijn, 18 banken deels in Belgische handen maar voor het grootste deel in buitenlandse handen en 14 banken in Belgische handen met een Belgische meerderheid. Er is 272,6 miljard euro aan Belgische spaarrekeningen en 332,4 miljard euro aan beleggingsfondsen. (4) Dit betekent dat NewB slechts een klein deel (0,000826% als je 50 miljoen meetelt) van het kapitaal in ons land controleert. Dit zal te klein zijn om de manier waarop de financiële sector in België werkt te beïnvloeden.

Maar kan het bestaan van NewB niet als voorbeeld dienen? Zou het een soort “staaltje van ethische perfectie” kunnen zijn dat de rest van de markt kan sturen? Wij denken van niet, maar dit is een vraag die in de eerste plaats in de praktijk zal worden beantwoord. Het voorbeeld van de Caisse Wallonne d’Investissement is evenwel veelzeggend.

Dit fonds werd in 2009, te midden van de crisis, door de Waalse regering gelanceerd als antwoord op de groeiende behoefte aan regulering van de financiële sector en het streven naar de terugkeer van de publieke bank ASLK. Het werd gelanceerd met 20 miljoen publieke middelen en 80 miljoen opgehaald via obligaties. Pas in 2018 was er winst. Het begon zijn verhaal met een verlies van 5 miljoen op Griekse obligaties. Vervolgens gingen sommige bedrijven failliet waardoor de onzekere vorderingen op leningen opliepen tot een waarde van 3 miljoen euro. Het resultaat was een verlies van 8,5 miljoen over 10 jaar. Desondanks achten de initiatiefnemers zich gelukkig omdat het ARKimedes-fonds in Vlaanderen op een fondsenwerving van 110 miljoen euro een verlies van 54 miljoen moest incasseren. (5)

Coöperatie, openbare bank of nationalisatie van de sector?

In een televisiedebat verwees Bernard Bayot, de voorzitter van NewB, naar de jaren 1980 om een terugkeer naar een meer gediversifieerde banksector te verdedigen. (6) Hij legde uit dat de commerciële banken op dat moment “functioneerden voor het dividend van de aandeelhouders” naast de openbare banken “in het algemeen belang” en de coöperatieve banken “ten dienste van hun klanten-aandeelhouders.”

Door het zo te formuleren, erkent Bayot de beperkingen van het coöperatieve initiatief, dat niet in de plaats kan treden van een overheidssector gericht op de mobilisatie van spaargelden als financieringsbron voor het algemeen belang. In sommige opzichten volgt de PVDA dezelfde logica. Zo verwierp Raoul Hedebouw in een interview met de krant Le Soir de nationalisatie van de hele banksector: “We zijn voor het opnieuw opzetten van een openbare bank, zoals we vroeger de ASLK en het Gemeentekrediet hadden. Dat veronderstelt een eerste uitgave van 1 tot 2 miljard, maar nadien zou het inkomsten opleveren. Dus een federale bank die in staat is om spaargeld van mensen op te halen, een rendement te garanderen en te investeren in de reële economie. De particuliere banken zouden blijven, maar het zou een veiligere bank zijn.” (7)

Maar kan een publieke bank of een coöperatieve bank die speculatieve investeringen weigert de concurrentie aangaan met particuliere banken, die in periodes van hoge speculatieve rendementen aantrekkelijker zijn? Daarom zijn de ASLK (de vroegere Algemene Spaar- en Lijfrentekas) of coöperaties (zoals Arco van de christelijke arbeidersbeweging) opgeslorpt door de particuliere bankmarkt.

We hebben de particuliere sector genoeg gered met het geld van de gemeenschap. Laten we wat van ons is opeisen en de hele financiële sector in handen van de gemeenschap brengen! Zo kunnen we een einde maken aan de speculatie en tegelijkertijd de veiligheid van het spaargeld en lage rentetarieven voor kleine handelaren en particulieren garanderen. Zo kunnen we ook spaargeld van de mensen mobiliseren voor sociale en ecologische investeringen die beantwoorden aan de behoeften van de bevolking op vlak van infrastructuur, hernieuwbare energie, crèches en scholen, openbaar vervoer, gezondheidszorg en sociale huisvesting.

Als reactie op de crisis van het kapitalisme heeft het geen zin om te proberen de markten te temmen. De arbeidersbeweging moet zich baseren op een goed ontwikkeld strijdprogramma en een reeks socialistische maatregelen zoals de nationalisering van banken en sleutelsectoren van de economie en de niet-betaling van overheidsschuld om de overgang van het kapitalisme naar democratisch socialisme te waarborgen. Met een politiek instrument om onze collectieve kracht te organiseren, kunnen we een einde maken aan dit regime van uitbuiting. Het bouwen van dat instrument is waar we naartoe werken.

 

Verwijzingen

1) NINJA-lening: een lening die wordt verstrekt aan huishoudens zonder inkomen, zonder baan en zonder vermogen. Typisch voor de hypotheekverstrekkende industrie in de Verenigde Staten vanaf de jaren 2000. Deze leningen kwamen in de zomer van 2007, toen de kredietcrisis uitbrak, onder de aandacht van het publiek.

2) https://plus.lesoir.be/263826/article/2019-11-29/voici-quoi-ressemblera-la-banque-newb

3) Het Ricardiaans socialisme is een tak van het klassieke economische denken, gebaseerd op het werk van de econoom David Ricardo (1772-1823). De term wordt gebruikt om de economen van de jaren 1820 en 1830 te beschrijven die een theorie van kapitalistische uitbuiting ontwikkelden op basis van Ricardo’s theorie dat arbeid de bron is van alle rijkdom en ruilwaarde.

4) https://www.febelfin.be/sites/default/files/2019-06/facts_figures_2018_-_version_fr.pdf

5) https://www.lecho.be/economie-politique/belgique/wallonie/la-caisse-wallonne-d-investissement-beneficiaire-en-2018/10124306.html

6) https://www.rtbf.be/info/societe/detail_cqfd-newb-un-investissement-a-risque?id=10371375

7) https://plus.lesoir.be/245799/article/2019-09-05/la-rentree-de-raoul-hedebouw-ptb-elio-di-rupo-mene-une-politique-de-droite