De dienstenchequesector kan als voorbeeld gelden voor veel jobs waarin vooral vrouwen terechtkomen: lage lonen, slechte werkomstandigheden, het soort jobs waarvoor je nauwelijks waardering krijgt. Het zijn ook werkneemsters die moeilijker te organiseren zijn door de vakbonden, velen van hen zien nooit hun collega’s, de werkuren zijn zeer flexibel en maken het moeilijk gezamenlijk te overleggen wat er moet gebeuren om zaken te veranderen. Deze acties zijn een zeer goede eerste stap, ook om de syndicalisatiegraad in de sector op te drijven.

Die lage waardering die zich uit in lonen waarvan je niet kunt leven, uit zich ook in bijvoorbeeld het gebrek aan aandacht voor het materiaal waarmee gewerkt wordt – veel werkneemsters ontwikkelen problemen met de luchtwegen door de gebruikte producten – of in de aandacht voor werkbaarheid: wijd verspreide rugklachten tonen dat er een te hoge werklast is en te weinig aandacht, o.a. met opleidingen, voor goede werkomstandigheden. Die lage waardering uit zich ook in een hoog aantal vrouwen die seksistische opmerkingen vanwege hun klanten ondergaan, zoals een vroegere studie van het CSC aantoonde.

We waren met Campagne ROSA aanwezig op de acties van de poetshulpen om onze solidariteit te tonen. Het is schandalig dat zelfs een loonsverhoging van 1,1% door het patronaat geweigerd wordt. We steunen de eisen van de vakbonden om op korte termijn minimum te komen dat het personeel dezelfde opslag kan hebben als de rest van de werkenden. Het zou een belangrijke stap vooruit zijn als de syndicale strijd dat kan bekomen.

Op langere termijn is uiteraard meer nodig om tot volwaardige jobs in de sector te komen: aandacht voor beter werkmateriaal en maatregelen om gezondheidsklachten te voorkomen, maar zeker ook verdere loonsverhogingen. Zelfs met een voltijdse job in deze sector, wat al niet gemakkelijk te bekomen is, kom je niet aan een inkomen waarmee je een waardig leven kunt uitbouwen.

Het is juist voor deze laagbetaalde sectoren dat de eis van het ABVV voor een 14 euro/uur minimumloon zo belangrijk is. Enkel een opbouwende strijd waarbij de werknemers met de laagste lonen de steun krijgen van de beter betaalde werkenden kan een algemene overwinning boeken. Een overwinning in één bedrijf zou al een belangrijke stap zijn, omdat het als voorbeeld en precedent zou kunnen dienen om de strijd ook concreet in alle werkplaatsen te voeren.

Naar de komende internationale vrouwendag – 8 maart 2020 – toe zullen we deze eis centraal stellen, naast andere broodnodige eisen zoals de individualisering van de sociale uitkeringen en het opvoeren van de strijd tegen pesterijen op de werkvloer. Enkel als we op straat blijven komen en onze stemmen laten horen, zal er aandacht zijn voor onze noden!