De federale regeringsvorming leek in een stroomversnelling te komen toen PS-voorzitter Magnette met de paars-groene partijen vergaderde en een nota opstelde. Het werd echter al gauw duidelijk dat dit scenario op intern protest bij Open VLD botste en er bovendien het probleem blijft dat er geen Vlaamse meerderheid is. CD&V liet niet na om daar nadruk op te leggen. Ook N-VA deed dit, zelfs indien het in de vorige legislatuur geen probleem had met het ontbreken van een federale meerderheid in Brussel en Wallonië.

Door Geert Cool

De voorstanders van paars-geel, in de eerste plaats N-VA, werden in snelheid gepakt door Magnette en vreesden om het initiatief te verliezen. Hun wensdroom is eigenlijk een verderzetting van de vorige Zweedse regering die overging tot harde aanvallen op de sociale bescherming van werkenden om extra cadeaus aan de grote bedrijven uit te delen. Het probleem waarmee ze sinds 26 mei kampen, is dat deze regering sowieso haar meerderheid kwijt is. De Zweedse coalitiepartners kregen allemaal verlies te slikken in de verkiezingen, N-VA nog het meest van al. Dezelfde regering verderzetten is hierdoor niet mogelijk. N-VA en delen van CD&V en Open VLD weigeren een verband te leggen met het door hen gevoerde asociale beleid.

De tegenkantingen van delen van Open VLD en van CD&V tegen een paars-groene meerderheid (aangevuld met CD&V om een iets comfortabeler meerderheid te hebben) en het doelgericht lekken van de eerste nota van Magnette, zijn indicaties dat er nog tijd nodig is om tot een eventuele paars-groene meerderheid te komen en dat dit geen evidente coalitie is. De problemen blijven overeind: er is geen meerderheid langs Vlaamse kant en in de oppositie langs Nederlandstalige kant zijn N-VA en VB erg dominant.

De gelekte nota van Magnette zal bij heel wat werkenden wellicht als een verademing onthaald zijn. Er werd gesproken over het optrekken van de pensioenen en andere sociale maatregelen. Dit alles bleef erg vaag, maar in vergelijking met de brutale neoliberale maatregen van de vorige Zweedse regering of de nieuwe Vlaamse besparingsregering, komt het positiever over. Het doet denken aan de Waalse regering waar in de regeringsverklaring sociale beloften worden gemaakt, maar alles afhankelijk is van de vraag of er middelen voor gevonden worden. Het antwoord op die vraag ligt voor de hand: in een context van stokkende economische groei en Europese begrotingsdiscipline zullen er geen middelen zijn. De werkenden die op straat kwamen tegen het asociale beleid van de Zweedse regering willen geen vage beloften, maar concrete maatregelen: hogere lonen en minimum 14 euro per uur, minimumpensioen van 1500 euro per uur, meer middelen voor degelijke openbare diensten (zoals openbaar vervoer, onderwijs, sociale huisvesting, cultuur, …), intrekking van de hogere pensioenleeftijd, … Zo concreet wordt Magnette uiteraard niet. ABVV-voorzitter Vertenueil kondigt terecht acties in januari aan om de druk op te voeren rond pensioenen, welzijn en sociale zekerheid. “Als de weinige linkse maatregelen die in de nota [van Magnette] stonden, verdwijnen, zal dat voor ABVV een probleem zijn.”

Met zijn paars-groene onderhandelingen heeft Magnette voorsprong genomen op het paars-gele project. Topliberalen zoals Somers merkten op dat je blind moet zijn om niet te zien dat N-VA niet in een federale regering wil. Een deel van zijn partijbasis denkt daar anders over en ook bij CD&V wordt eerst een duidelijker bewijs geëist van het feit dat N-VA echt niet wil. N-VA gebruikt meteen de uitspraken van Magnette om de zwartepiet naar de PS door te schuiven. Dat is een spel van perceptie waarmee De Wever zijn concurrenten in Vlaanderen wil verzwakken.

Van een ‘Vlaams front’ is er ondertussen geen sprake meer. Dat front herstellen, is er niet gemakkelijker op geworden. Het idee dat een ‘Vlaams front’ goed is voor de welvaart van de hardwerkende Vlamingen, is doorprikt door de besparingen van de regering-Jambon. De malaise bij De Lijn, de culturele sector, de welzijnswereld, … en het gebrek aan investeringen in sociale noden, zorgden voor een Vlaamse protestbeweging tegen de Vlaamse regering. Dat ondergraaft het idee van een ‘Vlaams front’ en het doet zeker CD&V pijn: het Vlaamse middenveld kende traditioneel een sterke christendemocratische aanwezigheid.

Na Magnette is de as CD&V-MR aan zet met hun nieuwe partijvoorzitters Joachim Coens en Georges-Louis Bouchez. De Wever reageerde dat hij hoopt dat paars-groen daarmee van tafel is. Maar ook in het scenario van paars-geel zit de PS nog steeds in de coalitie en moet N-VA minstens op een aantal punten, niet in het minst het communautaire, toegevingen doen. Jean-Luc Crucke van MR steekt niet weg dat de optie van paars-geel steeds onwaarschijnlijker wordt: “Paars-groen is vandaag makkelijker dan paars-geel.”

Meer dan een jaar na de val van de Zweedse regering door het vertrek van N-VA om zich te profileren tegen vluchtelingen met verzet tegen het Marrakesh-pact, is er nog geen uitzicht op een nieuwe regering. Beide scenario’s, zowel paars-groen als paars-geel, zijn erg moeilijk te realiseren en bouwen nieuwe problemen in. Maar ook het perspectief van vervroegde verkiezingen ligt moeilijk. Kortom, de politieke instabiliteit blijft en alle opties blijven moeilijk tot onmogelijk.

Dat mag voor de arbeidersbeweging geen reden tot passiviteit zijn. Zoals we in ons maandblad al opmerkten: “Binnen de vakbonden moeten de strijdbare delegees de wapens niet neerleggen, integendeel. Indien een paars-groene-oranje regering wordt gevormd, zullen de kruimels voor de arbeidersbeweging enkel dienen om langs de andere kant hele stukken taart te stelen. Enkel massale strijd op straat en in de bedrijven kan echte progressieve hervormingen afdwingen en een verdere afbraak van de welvaartsstaat – waarvan nog maar weinig overblijft – tegengaan. Geen illusies en ons voorbereiden op de strijd is de boodschap!” Laten we van de acties die Vertenueil aankondigde gebruik maken om het politieke debat over onze bekommernissen te laten gaan.