Affiche van de Gestapo in Frankrijk waarbij verzetsstrijders als criminelen werden afgebeeld

Uit de archieven van de klassenstrijd

Arben Dawitian was een buitengewoon revolutionair. Zijn geboortedatum en -plaats zijn onzeker. Volgens valse documenten (opgesteld in 1937 op naam van Armenak Manoukian, om aan vervolging van de geheime politie in Rusland te ontsnappen) werd hij in 1898 in het Armeense Karabagh geboren. Hij werd in 1917 lid van de Bolsjewistische partij in Georgië.

door Guy Van Sinoy

In 1918 trad hij toe tot het Rode Leger en speelde een rol in de burgeroorlog bij de verdediging van de stad Bakoe. Daarbij raakte hij drie keer gewond. Hij werd gevangen genomen door Britse troepen, maar wist te ontsnappen en vluchtte naar Teheran. Hij keerde terug naar het Rode Leger in Azerbeidzjan en Armenië, waar hij in 1920 bevorderd werd tot officier en politiek commissaris.

In 1923 werd hij naar de Transkaukasische universiteit van Tiflis gestuurd. Maar in 1925 werd hij uitgesloten als aanhanger van Trotski. Terug in Yerevan werd hij de lokale woordvoerder van de linkse oppositie. Eind 1927 werd hij uit de partij gesloten, in 1928 opgepakt en naar Kazachstan gedeporteerd. In 1931 werd hij tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld en gedeporteerd naar Siberië. Daar neemt hij deel aan de 18-daagse hongerstaking onder leiding van de Bolsjewiek-Leninisten, de linkse oppositie. Hij slaagt erin te ontsnappen via Perzië waar hij in complete ellende leeft. Hij herstelt de communicatie met Leon Sedov, de zoon van Trotski die in Parijs het Bulletin van de Oppositie (in het Russisch) publiceerde.

Op initiatief van Trotski en Sedov werd een internationale financiële oproep gelanceerd om hem te helpen en zijn reis naar Europa te betalen. Arben Dawitian kwam in 1937 in Frankrijk aan en getuigde voor de onderzoekscommissie van de Moskouse processen. Hij werd actief in de groep van Leon Sedov in Parijs, maar neemt wat afstand omwille van de houding van Mark Zborowski, een medewerker van Sedov die nadien blijkt geheim agent van de Russische veiligheidsdiensten te zijn. Dawitian vond werk in een arbeiderscoöperatie in Parijs.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nam Dawitian contact op met een groep Armeense communisten in Frankrijk. Hij werd opgenomen in het Armeens communistisch verzet onder leiding van Missak Manouchian. Die groep voert gewapend verzet tegen de nazi-bezetter. Op 12 augustus 1943 neemt Dawitian deel aan de operatie waarmee de trein van Parijs naar Verdun wordt ontspoord.

Op 23 augustus gooide hij, gedekt door een groep Armeense verzetsstrijders, een granaat in een vrachtwagen vol Duitse soldaten aan de uitgang van de fabrieken van Renault-Billancourt. Op 5 oktober raakte hij gewond tijdens een confrontatie met fascistische milities in de Quartier Latin in Parijs. Zijn kameraden brachten hem naar een ziekenhuis en vervolgens herstelde hij in een veilig huis. Dat was bij de ouders van de zanger Charles Aznavour.

De inlichtingendiensten waren de groep van Dawitian op het spoor. Dawitian en zijn kameraden werden in november 1943 opgepakt en overgeleverd aan de Gestapo. Die verspreidde in heel het land een rode affiche met foto’s van soldaten van het “leger van de misdaad” (het verzet). Onder de foto’s ook die van Dawitian en negen andere “buitenlandse terroristen.” Op 21 februari 1944 werden Manouchian en 22 kameraden, waaronder Dawitian, geëxecuteerd op de berg Valérien.