“Four more years”… Bush volgt zichzelf op.

De Amerikaanse presidentsverkiezingen waren opnieuw bijzonder nipt. Hoewel het definitieve (en beslissende) resultaat van de deelstaat Ohio nog niet gekend is, heeft Kerry president Bush reeds gefeliciteerd met zijn overwinning. Hierdoor is het duidelijk dat de 43ste president van de VS ook de 44ste wordt: George W. Bush. Hoe was het mogelijk dat de verantwoordelijke voor uitzichtloze oorlogen en een asociaal binnenlands beleid kon winnen?

Hoe wordt gestemd?

In iedere deelstaat wordt gekozen voor één van de presidentskandidaten. Wie in de deelstaat wint, krijgt de "kiesmannen" van die deelstaat toegewezen. Die verkiezen op hun beurt de president overeenkomstig de kandidaat die in hun deelstaat gewonnen heeft.

Op dit ogenblik heeft Bush 254 kiesmannen tegenover 252 voor Kerry. In Iowa (7) en New Mexico (5) zal Bush het wellicht halen waardoor de verhouding 266 tegenover 252 is. De 20 resterende kiesmannen in Ohio zullen hierdoor beslissend zijn.

Met 99% van de stemmen geteld in Ohio haalt Bush er 51,1% (2.771.814 stemmen) tegenover 48,4% voor Kerry (2.624.201). De Kerry-campagne heeft de hoop opgegeven om met de nog niet getelde stemmen (zo’n 250.000) de achterstand in te halen.

In de aanloop naar de presidentsverkiezingen vroegen velen zich af hoe het mogelijk was dat Bush niet verslagen werd. De afgelopen jaren is er in de VS een hard besparingsbeleid gevoerd op sociaal vlak, er gingen miljoenen jobs verloren en enkel de grote bedrijven en banken konden profiteren van een belastingsverlaging doorgevoerd door Bush. Op internationaal vlak trok Bush ten oorlog in Afghanistan en Irak waar hij chaos installeerde. Internationaal en ook in de VS was er een immense anti-oorlogsbeweging, de betogingen in de VS waren zelfs groter dan ten tijde van Vietnam.

Ondanks het wantrouwen tegenover het beleid van Bush, stevent hij nu af op een nieuwe overwinning. Het is alleszins duidelijk dat hij dit niet in de eerste plaats aan zichzelf te danken heeft, maar aan de zwakke "oppositie" van Kerry. Het enige punt waarop Kerry echt van Bush verschilde, was dat hij niet Bush is. Het feit dat hij de kandidaat tegen Bush was, was meteen de enige troef van Kerry. Inhoudelijk staat hij voor eenzelfde beleid. Kerry steunde de oorlog in Irak en wou zelfs meer troepen sturen, hij steunde de aanval op de sociale zekerheid en de belastingsverlagingen voor de rijksten. Hij stemde samen met de Republikeinen de ‘Patriot Act’ waarmee de democratische rechten en vrijheden in de VS kunnen beknot worden. Als rijkste senator – niet evident in een miljardairsclub als de Amerikaanse senaat – komt Kerry op voor de belangen van zijn klasse.

Het feit dat Kerry een kopie is van Bush, maar met een andere naam en stijl, zorgde voor een bijzonder miniem enthousiasme voor zijn campagne. Velen stemden voor Kerry om toch maar van Bush af te raken, maar nu wordt duidelijk dat Kerry en de Democraten niet in staat zijn om effectief komaf te maken met Bush. Een meerderheid heeft gestemd voor het origineel (Bush) in plaats van voor een kloon ervan (Kerry).

Het falen van de Democraten om Bush te verslaan toont het failliet aan van de strategie om "het minste kwaad" te steunen. Tegenover de beide partijen van de grote bedrijven en banken, is er nood aan een eigen politiek verlengstuk van de arbeiders en jongeren. De onafhankelijke kandidaat Ralph Nader scoorde ditmaal minder dan in 2000. Voorlopig staat hij op 386.826 stemmen. Dit komt deels omwille van de sterke sfeer om Bush te verslaan en te stemmen voor "Anybody but Bush", maar ook deels omwille van het falen van Nader om na de sterke resultaten in 2000 de actieve basis voor de campagne om te zetten in een politiek orgaan in de vorm van een nieuwe partij die op permanente basis politiek actief is. Nader is na 2000 van het toneel verdwenen om pas met de presidentsverkiezingen van 2004 terug te komen. Zo’n puur electorale strategie is onvoldoende om te bouwen aan een echt politiek verlengstuk voor de anti-oorlogsbeweging en de strijd tegen de aanvallen op de sociale zekerheid en de arbeids- en loonsvoorwaarden.

De overwinning van Bush is een slechte zaak voor de arbeiders en jongeren in de VS en elders in de wereld en versterkt de dringendheid van een eigen politiek instrument.

Delen: Printen: