Home / Edito - Internationaal / Bernie Sanders zet klassenstrijd en socialisme op de agenda

Bernie Sanders zet klassenstrijd en socialisme op de agenda

De voorbije maanden heeft de klassieke media Bernie afgeschilderd als onverkiesbaar. Er waren gemanipuleerde peilingen. Het radicale karakter van zijn boodschap, zijn leeftijd en gezondheidstoestand, elk argument dat kon worden opgediept werd gebruikt om de publieke opinie ervan te overtuigen dat het weinig zin had op hem te stemmen bij de voorverkiezingen van de Democratische Partij.

door Bart Vandersteene

Maar zijn campagne staat er. Zeker sinds Alexandria Ocasio-Cortez (AOC), Ilhan Omar en Rashida Tlaib, drie van de meest populaire leden van het Congres, hun steun uitspraken. Sanders haalde al 4 miljoen dollar aan giften op. Dat is meer dan eender welke kandidaat ooit in deze fase van de campagne. Populaire muzikanten als Ariane Grande, Cardi B en Killer Mike spraken hun steun uit. Toch wordt hij door de commentatoren weggezet als onverkiesbaar. De belangrijkste reden daarvoor is dat zijn voorstellen en ideeën onaanvaardbaar zijn voor het establishment.

Elizabeth Warren wordt gepromoot als een bijna even progressief maar aanvaardbare variant op Sanders. Warren nam zelf veel twijfels hierover weg: ze omschreef zichzelf als een “kapitalist tot op het bot.” Maar zelfs haar voorstellen voor een meer verantwoord kapitalisme gaan veel te ver voor een groot deel van de elite. Een strijd waarin Sanders en Warren de belangrijkste kandidaten zijn, is een nachtmerrie voor het establishment van de Democratische Partij. Het is één van de redenen waarom er zich nieuwe kandidaten aandienen, zoals Patrick Deval uit de omgeving van Obama.

Sanders beweegt verder naar links

Sanders voert een radicalere campagne dan in 2016. Dit weerspiegelt hoe miljoenen jongeren en werkenden de voorbije jaren geradicaliseerd zijn. Sinds 2016 was er het begin van een massale vrouwenbeweging die door #MeToo in gang is gezet; massale protesten van jongeren tegen wapengeweld en meer recent tegen klimaatverandering; en natuurlijk de belangrijkste stakingsgolf in tientallen jaren. Het begon met de revolte van leraren, maar heeft zich nu verspreid naar andere sectoren, waaronder de werknemers in de automobielsector.

In recente toespraken, onder andere tijdens de lancering van zijn campagne in Queens op 19 oktober, sprak Sanders over hoe zijn presidentschap een “regering van de werkende klasse” zou inluiden en dat hij als president de “organisator in chief” zou zijn. Hij zegt niet alleen dat hij de rijken wil belasten, hij zegt ook dat “miljardairs niet zouden mogen bestaan.” Hij heeft in het hele land strijdbijeenkomsten en stakingspikketten van werkenden bezocht en heeft zijn activisten aangemoedigd om hetzelfde te doen.

In zijn platform pleit Sanders voor gezondheidszorg voor iedereen en een federaal minimumloon van 15 dollar. Hij eist ook een verhoging van de salarissen van leerkrachten en de kwijtschelding van alle studentenschulden. Om de existentiële dreiging van klimaatverandering aan te pakken, heeft Sanders, in navolging van AOC, gepleit voor een gedurfde Green New Deal die de economie kan omvormen weg van fossiele brandstoffen. Bernie en AOC pleiten terecht voor massale overheidsinvesteringen in een groene reconversie van de economie. Deze kan miljoenen banen creëren, maar dan moet de energiesector wel in publiek bezit worden genomen, en dat zeggen ze helaas niet expliciet.

Sanders heeft moedige voorstellen gedaan om de anti-vakbondswetten terug te draaien en zo de positie van werkende mensen, die zich organiseren tegen de elite van het bedrijfsleven, drastisch te versterken. Dit houdt onder meer het recht in van werknemers in de publieke sector om zich te organiseren en collectief te onderhandelen. Federale ambtenaren moeten het recht krijgen om te staken en solidariteitsstakingen moeten opnieuw gelegaliseerd worden. Terecht benadrukt Sanders bij deze en andere eisen, dat een massabeweging de enige manier is om dit te bereiken.

In een recent interview vroeg Cenk Uygur van De Jonge Turken aan Sanders waarom hij een betere kans zou hebben om Trump te verslaan dan Biden. Hij antwoordde: “Om Trump te verslaan zal er een massale opkomst van kiezers nodig zijn. Daarvoor moeten veel jonge mensen, armen, werkenden willen deelnemen aan het politieke proces. Daarom moet je praten over die thema’s die gewone Amerikanen belangrijk vinden en ze zo motiveren om te gaan stemmen.”

Sanders werpt hiermee een cruciale vraag op. De Democraten van het establishment zijn niet in staat om mensen te overtuigen dat zij betekenisvolle verandering zullen brengen. Hillary Clinton kon zich in 2016 op geen enkele manier ontdoen van de Wall Street stempel die op haar kleefde. Ze kon vooral stemmen krijgen omdat ze Trump niet was.

In 2008 creëerde Barack Obama grote verwachtingen na acht jaar rechts beleid onder George Bush en de rampzalige oorlogen in Afghanistan en Irak. Na 2008 controleerden de Democraten zowel Kamer als Senaat. Obama trad aan op het moment dat de wereldwijde crisis werd ingezet. Al snel bleek dat hij onderdeel was van het politieke establishment en zich concentreerde op het redden van de banken terwijl miljoenen gewone Amerikanen hun baan en hun huis verloren. De Democraten die volledige controle hadden in Washington deden bijna niets om de werkende mensen te helpen. Integendeel: de kloof tussen arm en rijk verdiepte. Deze ervaring legde de basis voor de opkomst van de Tea Party en uiteindelijk Trump.

Mocht Sanders de Democratische nominatie winnen dan zal een groot deel van de partij zijn campagne saboteren. De heersende klasse zou nog liever vier jaar verder gaan met een onstabiel figuur als Trump dan Sanders als president te aanvaarden. Ze hebben het vertrouwen dat Warren met voldoende druk te overtuigen valt om haar voorstellen af te zwakken. Een overwinning van Sanders daarentegen zou de werkende klasse inspireren om terug te vechten op een niveau dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw niet meer is gezien.

Limieten van Sanders

Als marxisten zien we ook een aantal beperkingen in de politiek van Sanders. Hij wil het kapitalisme hervormen en de slechtste eigenschappen ervan wegnemen. Maar als je echt een samenleving wil ten dienste van de meerderheid van de bevolking, dan moet je de macht wegnemen van de heersende klasse. Die macht drukt zich uit in de eigendom van de kapitalisten over de productiemiddelen. Kapitalisme zonder winstmaximalisatie is een contradictie. Zonder de eigendom van de productiemiddelen in vraag te stellen, zal het onmogelijk blijken om het programma van Sanders te realiseren.

Toen Sanders in 2015 zijn eerste kandidatuur voor het presidentschap aankondigde, vroeg hij of hij moest kandideren als onafhankelijke of als Democraat. De Democratische primaries gaven hem een enorm publiek platform, maar die keuze had tegelijkertijd ernstige beperkingen. De campagne van Sanders werd gesaboteerd en ondemocratisch geblokkeerd door het Democratisch Nationaal Comité. Ook dit keer krijgt Sanders te maken met een black-out van de media en het establishment is bereid om hem met elke vuile truc te blokkeren als zou blijken dat hij kan winnen.

Sanders’ campagne en zijn ideeën worden actief bestreden door de leiding van de Democratische Partij. Deze staat nog steeds stevig onder controle van het bedrijfsleven. Daarom zou het voor Sanders en AOC beter zijn om een nieuwe partij te lanceren.

Als Sanders en zijn miljoenen vrijwilligers erin zouden slagen alle obstakels in de voorverkiezingen te overwinnen, dan heeft hij een massale ledenorganisatie nodig – in feite een partij binnen een partij – om hem te beschermen tegen de sabotage van het Democratisch establishment.

Maar als hij de nominatie verliest, wellicht via manipulatie en bedrog, zou Sanders een nationale conferentie van zijn aanhangers moeten bijeenroepen. Deze conferentie zou kunnen bespreken om de campagne verder te zetten als onafhankelijke kandidaat. Het zou het begin kunnen vormen van een nieuwe partij van de werkende klasse, een partij waar je niet eerst een onmogelijke interne strijd moet voeren om een linkse koers te varen.

Soms lijkt het alsof alle linkse krachten ondergedompeld zijn in de Democratische Partij. Maar de opkomst van Sanders in 2016, gevolgd door AOC en andere ‘democratische socialisten’ in 2018, wijst op een belangrijke evolutie in de publieke opinie. Democratische kiezers zijn meer en meer kritisch tegenover de leiding van de Democraten, haten zelfs delen van het Democratische establishment en staan open voor het soort politieke revolutie waar Sanders voor pleit.