Home / Edito - Belgische politiek / Van ongenoegen naar overwinningen door offensieve strijd

Van ongenoegen naar overwinningen door offensieve strijd

PVDA-voorzitter Mertens. Foto door Liesbeth

De aanhoudende besparingen treffen de meerderheid van de bevolking op één of meerdere manieren: tekorten in de zorgsector, geen betaalbaar wonen, gebrek aan openbare diensten, falende infrastructuur, lage pensioenen, lonen die de levenskost niet volgen, onmogelijke werkdruk, … Het leidt tot protest van buschauffeurs, de culturele sector, zorgpersoneel of gemeentepersoneel in Brussel. De vraag is hoe we van ongenoegen en protest naar overwinningen gaan. Organisatie van onze strijd is essentieel, maar op zich volstaat het niet. Er is ook nood aan een programma van maatschappijverandering dat doorheen strijd verder verfijnd wordt en gedragen wordt door een groeiende laag in de samenleving. Een sterkere krachtsverhouding op de werkvloer en politieke vertaling van de eisen van de arbeidersbeweging, zijn nodig en zullen elkaar versterken.

Edito door Geert Cool uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

PVDA zorgt ervoor dat we gehoord worden in het parlement

De intrede van 43 PVDA’ers in de parlementen na de verkiezingen van 26 mei is een enorme stap vooruit voor onze politieke vertegenwoordiging. Sindsdien wordt op bredere schaal gehoord wat de problemen van de werkenden en hun gezinnen zijn. Voor sommige politici zal dat schrikken zijn. Zo gaf Kris Peeters in Het Laatste Nieuws toe dat het een aanpassing was dat hij niet langer een auto met chauffeur heeft, niemand die zijn lunch regelt en hijzelf met Google Maps op zoek moest naar zijn hotel.(1) Parlementsleden met een gemiddeld werknemersloon zoals die van PVDA leven in een andere wereld. Ze spreken over de tekorten in de zorg, bij De Lijn, op het spoor, … Ze doen dat niet als buitenstaanders, maar vanuit een actieve betrokkenheid.

Met het amendement over een noodfonds van 67 miljoen euro per maand voor de zorgsector scoorde de PVDA in de Kamer. Het feit dat er geen federale regering is, maakt dat er met de cijfers van de begroting van vorig jaar wordt geregeerd: ‘voorlopige twaalfden’ die voor elke maand een twaalfde van het jaarbudget van 2018 voorzien. Een regering in lopende zaken die in de verste verten niet over een meerderheid beschikt, is geen sterke regering. Dat laat ruimte voor initiatieven zoals het amendement over de zorgsector. Daarmee wordt ook druk gezet op de andere partijen die zich in de kiescampagne uitspraken voor meer middelen voor de zorg. Terecht verwees de PVDA naar de golf van witte woede op straat die de druk opvoert.

Breuk met budgettair keurslijf nodig

De voornaamste kritiek van rechts was dat extra middelen leiden tot een onevenwicht in de begroting. Anders gezegd: er zijn geen middelen voor. Dat die er wel zijn voor miljardencadeaus aan de grote bedrijven, wordt er uiteraard niet bij gezegd. Op Radio 1 vroeg men Peter Mertens van PVDA of er gelijkaardige voorstellen komen voor andere sectoren met grote noden. Dat was een uitgelezen kans om het over de sociale tekorten in de samenleving te hebben. Helaas reageerde Mertens vanuit de budgettaire beperkingen. “Neen, dit gaat om een sector die in acute nood is. (…) Wij gaan dat niet gelijk waar toepassen.” En 67 miljoen op een voorlopig twaalfde van 16 miljard is maar beperkt: “Men moet daar niet te paniekerig over doen.” (2) Na jaren van achteruitgang vormen extra middelen voor de zorg een trendbreuk. Bovendien blijft de vraag hoe we de eisen van de zorgbeweging en andere noodlijdende sectoren zullen afdwingen. Hoe bereiden we ons voor op de volgende federale regering die – indien ze binnen het budgettaire keurslijf blijft – voorstellen zal doen om te besparen op zorg en sociale zekerheid? En wat met de besparingen op regionaal vlak die in Vlaanderen en Brussel al erg concreet zijn en in Wallonië en de Federatie Wallonië-Brussel onvermijdelijk bij komende begrotingscontroles?

Een breuk met het budgettair keurslijf is noodzakelijk en moet voorbereid worden. Dat gebeurt het best door mobilisatie en betrokkenheid van zoveel mogelijk werkenden en hun gezinnen. Tijdens de Franstalige regeringsonderhandelingen had de PTB sterker gestaan indien het rond de centrale eisen van het ABVV regionale meetings, publieke debatten en acties had gehouden. Dit had duidelijk kunnen maken dat het falen om tot linkse regeringen te komen, geen resultaat was van een weigering tot beleidsdeelname of van politieke spelletjes, maar van een weigering van PS en Ecolo om de budgettaire beperkingen te doorbreken.

Verandering vereist massastrijd

Het is duidelijk dat we een krachtsverhouding moeten opbouwen. Overwinningen zoals het noodfonds van 67 miljoen euro voor de zorg krikken het zelfvertrouwen op. Petities, ludieke acties, pamfletten, … kunnen een rol spelen om onze eisen te populariseren en op te bouwen naar meer doorslaggevende acties, zoals stakingen die de economische macht rechtstreeks uitdagen omdat ze het kapitaal raken in de winsten. Protest dat de arbeidersbeweging mobiliseert, heeft historisch het meest effect in het afdwingen van democratische rechten.(3) Alle belangrijke sociale verworvenheden zijn het resultaat van massabewegingen: de 8-urendag, algemeen stemrecht, betaald verlof, sociale zekerheid, … kwamen er niet door plotse parlementaire inzichten, maar door massabewegingen die het volledige systeem bedreigden.

Om tot verandering te komen, is een massabeweging nodig die de economische macht van de arbeidersklasse gebruikt. De jongerenbeweging rond klimaat nam het idee van stakingen over. ‘Klimaatstaking’ is door de Britse Collins Dictionary uitgeroepen tot woord van het jaar.(4) Massabewegingen staan wereldwijd op de agenda en werken aanstekelijk. “Zien eten, doet eten,” luidt een volks gezegde. Krachtsverhoudingen bouwen we niet op door ons enkel te richten op een actieve minderheid, maar door met die minderheid naar bredere lagen van de bevolking gaan.

Programma van maatschappijverandering

Het overlegmodel dat in de periode van na-oorlogse economische groei mogelijk was door het afkopen van sociale vrede in ruil voor toegevingen aan de werkende klasse, kan in de huidige context van crisis en dreigende nieuwe recessie geen stand houden. Wachten tot er een federale regering is om onze eisen te verdedigen met syndicale acties, is een tactiek die geen rekening houdt met het einde van het overlegmodel. De sterkere PVDA-aanwezigheid in het parlement kan gebruikt worden om het verzet op straat aan te wakkeren en te organiseren. Het is een illusie te denken dat perfect logische maatregelen zoals een hoger minimumpensioen van 1.500 euro per maand gemakkelijk zullen bekomen worden en dat het een kwestie van politieke wil is. Er zal harde strijd op straat voor nodig zijn. De PVDA draait het in haar massapamflet echter om: “Wij staan klaar om voor vuurwerk te zorgen in het parlement. Maar daarvoor hebben we je steun nodig.”

De aanwezigheid van PVDA in alle parlementen is belangrijk en een stap vooruit, maar het zwaartepunt om tot verandering te komen ligt bij straatacties en massabewegingen. In het verleden dachten de BWP en BSP, de voorlopers van de huidige SP.a en PS, dat alle veranderingen via het parlement zouden gerealiseerd worden. Stakingen om enkel stoom af te laten zodat nadien het parlementaire compromis kon gezocht worden, ondermijnden de strijd voor algemeen stemrecht. Toen de mijnwerkers begin jaren 1930 overgingen tot wilde stakingen, probeerde de sociaaldemocratie de beweging onder controle te krijgen door telkens opnieuw een wetsvoorstel in te dienen voor de nationalisatie van de sector. Het volstond niet om de stakingsbeweging van 1932 te voorkomen. Het maakt echter duidelijk dat zelfs bijzonder progressieve voorstellen en acties contraproductief kunnen zijn indien ze niet gericht zijn op het organiseren en versterken van de strijd van onderuit.

Dit voorkomen kan door een programma van socialistische maatschappijverandering te koppelen aan elke concrete eis en directe maatregel. Zoals Rosa Luxemburg in haar kritiek op de BWP opmerkte: “Zelfs indien een specifieke politieke situatie de arbeiderspartij er tijdelijk toe kan brengen om bepaalde eisen sterker naar voor te schuiven, moet ons volledig programma steeds het fundament van onze politieke strijd vormen.”(5) Als wij in onze voorstellen steeds wijzen op de nood aan socialistische maatschappijverandering, is dat niet uit gewoonte. Het is een objectieve vaststelling dat het consolideren van sociale verworvenheden en het afdwingen van nieuwe fundamenteel botsen met het kapitalisme. Doorheen de strijd voor hervormingen, waaraan we enthousiast deelnemen, bouwen we aan de steun voor een breuk met het kapitalisme. Zo benadrukken we al jaren dat een massaal plan van publieke investeringen in openbare diensten en infrastructuur een breuk met het budgettaire keurslijf vereist.

Alle economen wijzen op de dreiging van een nieuwe recessie. Spreekbuizen van het kapitalisme stellen vast dat hun systeem vastloopt. De arbeidersbeweging en de linkerzijde zijn de afgelopen 30 jaar door een moeilijke periode van neoliberaal triomfalisme gegaan, maar daar komt een einde aan. Van triomfalisme is er onder de woordvoerders van het kapitalisme al enige tijd geen sprake meer.

Het wordt tijd dat we met onze kant, die van de arbeidersbeweging, van een defensieve opstelling overgaan naar een offensieve strijd voor socialistische maatschappijverandering.

 

Noten

  1. Het Laatste Nieuws 27 oktober 2019
  2. Radio 1, De Ochtend 19 oktober 2019. Te bekijken op https://www.youtube.com/watch?v=hBDO72qqpS8
  3. Studie van de Washington Post https://www.washingtonpost.com/politics/2019/10/24/we-checked-years-protests-countries-heres-what-we-learned-about-working-class-democracy/
  4. https://www.theguardian.com/books/2019/nov/07/climate-strike-named-2019-word-of-the-year-by-collins-dictionary
  5. Zie het boek: “Rosa Luxemburg et les socialistes Belges” door Anne Vannesse, uitgegeven in 2018