Home / Internationaal / Midden-Oosten en Noord-Afrika / Libanon in opstand: massa’s komen verenigd op straat

Libanon in opstand: massa’s komen verenigd op straat

Bijna een maand al schudt de opstand van 17 oktober Libanon door elkaar. Deze beweging is spontaan in alle lagen van de bevolking ontstaan na een reeks bijkomende belastingen, waaronder een taks op het gebruik van WhatsApp voor gratis communicatie.

Door Ammar (Brussel)

Een religieus-sectair politiek regime

Sinds het einde van de burgeroorlog in 1990 wordt Libanon geregeerd door partijen die sterk betrokken waren bij de burgeroorlog. De leiders van de meeste partijen zijn voormalige krijgsheren, of hun zonen. Het enige fundamentele onderscheid tussen de verschillende partijen zit in de religieuze basis waarop ze gebouwd zijn. Dit wordt ondersteund door de Libanese grondwet, die de scheiding der machten en het Libanese politieke regime baseert op religieus communitarisme. Het aantal zetels in de parlementen dat aan elke religieuze gemeenschap wordt toegekend, ligt vast. Sleutelposities van de autoriteiten zijn verdeeld over de verschillende gemeenschappen (de president van de republiek is een maronitische christen, de parlementsvoorzitter is een sjiitische moslim en de eerste minister is een soennitische moslim). Deze verdeling is bedoeld om spanningen tussen de gemeenschappen te verminderen, maar in werkelijkheid is het een toepassing van het beruchte verdeel-en-heersprincipe ten voordele van de elite.

De opstand van 17 oktober is de eerste beweging in de hedendaagse Libanese geschiedenis die deze politieke opdeling tussen gemeenschappen ondermijnt. Er waren in het verleden verschillende bewegingen tegen de regering, maar deze waren vaak erg gedeeltelijk en communautair bepaald. Voor het eerst lopen maronitische christenen, orthodoxen, soennitische moslims, sjiieten en druzen hand in hand door de straten tegen een gemeenschappelijke vijand: de regering en al haar corrupte bondgenoten.

Een volk onder druk, een losgekoppelde elite

Deze ontwikkeling is het resultaat van tientallen jaren neoliberaal beleid en besparingen die leiden tot een gebrek aan middelen voor openbare diensten, terwijl de belastingdruk voor de armste lagen erg hoog blijft. Omwille van het onvermogen om een regeringscoalitie te vormen, zijn de verschillende partijen al enkele jaren vertegenwoordigd in een soort van ‘regering van nationale eenheid’ onder leiding van Saad Hariri. Sinds de economische crisis van 2008, die Libanon hard trof, en de politieke crisis met Saoedi-Arabië in 2017, zijn de inkomsten van de staat fors gedaald. Dit heeft de corrupte regering ertoe aangezet om de belastingen te verhogen en de uitgaven te verminderen, zodat er steeds een financiële marge overbleef voor de persoonlijke belangen. Zo kondigde de regering in 2019 op enkele maanden tijd verschillende harde besparingen aan om het overheidstekort terug te dringen: van een verhoging van de accijnzen op tabak tot de beruchte WhatsApp-belasting. Dit waren druppels die de emmer deden overlopen.

Op donderdag 17 oktober trokken duizenden mensen de straat op tegen deze nieuwe belasting. Hun aantal liep snel op tot bijna 2 miljoen mensen. En dit in een land met minder dan 6 miljoen inwoners (waarvan dan nog eens een groot deel Syrische en Palestijnse vluchtelingen)!

De regering reageerde zeer snel door de aangekondigde belastingen in te trekken, maar de lont was aangestoken. En de beweging had al radicalere eisen aangenomen, namelijk het volledig aftreden van de regering en het einde van het bestaande communautaire politieke systeem in Libanon.

Sindsdien heeft de premier ontslag genomen en de religieuze leiders van de verschillende gemeenschappen riepen meteen op tot de vorming van een nieuwe regering. Dit laat zien hoezeer de elites de beweging proberen te kalmeren door op sommige eisen te reageren, maar tevergeefs. Want de opstand van 17 oktober heeft ook veel maatschappelijke eisen: een progressief belastingstelsel, sociale zekerheid, massale investeringen in de water- en elektriciteitsnetwerken. Het hele land heeft vandaag nog steeds te kampen met frequente stroomuitval door een gebrek aan investeringen in infrastructuur. Wie het zich kan permitteren koopt een oliegenerator om bij stroomuitval over elektriciteit te beschikken, maar de armsten moeten het vaak enkele uren per dag zonder elektriciteit stellen.

Jongeren en vrouwen vooraan in het protest

Veel analisten dachten dat de protesten na enkele weken wel zouden uitdoven. Dat was buiten de jongeren gerekend die een nieuwe adem geven aan de protestbeweging.

De afgelopen week hebben veel schoolkinderen (middelbare scholieren en kinderen) geweigerd om naar school te gaan, terwijl de scholen werden heropend, om de straat op te gaan en zich bij de beweging aan te sluiten. In alle grote steden van het land vonden jongerenbetogingen plaats.

In een land waar 41% van de bevolking jonger is dan 25 jaar en waar meer dan 35% van de 18-25 jarigen werkloos is (volgens officiële cijfers, maar de realiteit is veel erger), zijn jongeren een belangrijke kracht. Ze staan net als vrouwen vooraan in de strijd.

Het maakt dat er in het hele land belangrijke eisen zijn voor een aanzienlijke verbetering van de vrouwenrechten, zelfs in de meest religieuze regio’s. Volgens de Wereldbank hebben vrouwen in Libanon slechts 60% van de rechten van een man. Zo is het vrouwen verboden kinderbijslag te ontvangen, tenzij de echtgenoot overleden is of niet in staat om te werken. Ook vandaag is het in Libanon nog steeds legaal om met een kind onder de 16 jaar te trouwen, mits de ouders ermee instemmen. Dergelijke wetten worden nu ter discussie gesteld en vrouwen vragen terecht om een nieuw burgerlijk wetboek waarin ze gelijk zijn aan mannen.

Perspectieven voor de beweging

Deze massale beweging is echt een primeur in de geschiedenis van het land. We moeten er blij mee zijn, maar moeten ons ook bewust zijn van zwakke punten. Om meer overwinningen te behalen en naar echte verandering toe te werken, moet de beweging zichzelf structureren en organiseren op de werkplekken, daar ligt immers de economische macht. Maar Libanon is nog steeds een ontluikend land als het gaat om sociale beweging en arbeidersstrijd. Zo is minder dan 8% van de Libanese werkenden lid van een vakbond. De weinige vakbonden in Libanon zijn meestal ineffectief in termen van strijd en werken samen met de regerende politieke partijen. Er bestaat tot op heden geen enkele onafhankelijke arbeidersorganisatie in Libanon.

De Communistische Partij van Libanon (CPL), erfgenaam van het stalinisme, beschouwt Hezbollah sinds de val van de Sovjet-Unie als een bondgenoot vanwege haar anti-Amerikaanse en antizionistische politiek. De alliantie met zo’n regerende partij, die evenveel als andere partijen profiteert van het systeem, wordt niet begrepen door de bevolking, ondanks de zeer recente en radicale verandering in haar positie.

Het gebrek aan leiding is een ernstig probleem voor deze opstand. Dit komt ook tot uiting in de belangrijkste eisen van de beweging, namelijk het vestigen van een overgangsregering van onafhankelijke experts. Deze eis is begrijpelijk onder een deel van de bevolking dat zoekt naar een alternatief, maar een dergelijke regering heeft grote beperkingen.

Zelfs indien zo’n regering in eerste instantie wat schuchtere sociale vooruitgang kan toestaan om de situatie tot rust te brengen, zou ze uiteindelijk met de economische elite van het land samenwerken. De bevolking zou nog steeds niet over de nodige openbare diensten beschikken.

Op dezelfde manier zou buitenlandse inmenging alleen de imperialistische belangen van deze macht dienen, of dat nu op regionaal niveau is, met Saoedi-Arabië of Iran, of met imperialistische wereldmachten zoals de VS of Rusland.

De Libanezen moeten begrijpen dat alleen zij hun toekomst in eigen hand kunnen nemen. Door deze macht in handen te geven van een minderheid, hoe seculier en apolitiek ook, zouden de reeds bestaande problemen alleen maar worden uitgesteld. Een van de eisen van de beweging zou de oprichting van een revolutionaire grondwetgevende vergadering kunnen zijn om een grondwet op te stellen die werkelijk tegemoetkomt aan de behoeften van de onderdrukte arbeiders en de massa’s en die de onmiddellijke nationalisatie eist van de grootste private bedrijven die essentieel zijn voor het economisch functioneren en die nu slechts een handvol mensen ten goede komen.

Een eerste stap in deze richting zou de organisatie van bijeenkomsten en coördinatiecomités op de werkvloer en in de wijken kunnen zijn om een eisenpakket te ontwikkelen en acties te organiseren. Deze democratische organisatie zou de eenheid van de onderdrukten en de arbeiders kunnen consolideren en de basis kunnen leggen voor nieuwe massaorganisaties om hun belangen te verdedigen. Dit zou een ideale manier zijn om alle pogingen om de beweging te verdelen of met loze beloftes in slaap te sussen, te dwarsbomen en de strijd op te bouwen naar een echte volksregering, dat wil zeggen een antikapitalistische en socialistische regering die ervoor zorgt dat de productiemiddelen van de samenleving in handen van de onderdrukte arbeiders en de massa’s komen om de economie te plannen in het belang van de meerderheid en niet langer in het belang van de economische en politieke elite.