Home / Internationaal / Latijns-Amerika / Ecuador: opstand van werkenden en inheemse bevolking verslaat regering en IMF

Ecuador: opstand van werkenden en inheemse bevolking verslaat regering en IMF

Analyse door Tony Gong, Socialist Alternative (VS)

Op de eerste dag van oktober heeft president Lenín Moreno de brandstofsubsidies in Ecuadro gestopt. Dit kaderde in de economische herstructurering die overeengekomen was met het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Nog geen twee weken later werd Moreno gedwongen om de subsidies te herstellen na enorme protesten van vakbonden, inheemse groepen en studenten. Deze protesten dwongen hem om de hoofdstad te ontvluchten! In het hele land gingen vakbonden in staking en inheemse demonstranten staakten de olieproductie, wat de kracht van de werkende en inheemse massa’s liet zien en de weg wees voor verder verzet tegen het neoliberale programma van het IMF.

Moreno: nieuwe bezuinigingen en privatisering

Moreno won de verkiezingen in 2017 op een voorzichtig links hervormingsgezind platform van verhoogde overheidsuitgaven. Hij was de favoriete opvolger van de vorige president Rafael Correa, die het socialezekerheidsstelsel door de olie-export liet groeien, maar er niet in slaagde het te handhaven na de ineenstorting van de grondstoffenprijzen midden jaren 2010. Eenmaal gekozen, ging Moreno scherp naar rechts. Zijn beleid voor de Ecuadoriaanse economie komt uit een neoliberaal draaiboek: buitenlandse schuld afbetalen en buitenlandse particuliere investeerders aantrekken. Moreno beperkte de groei van de overheidsuitgaven tot slechts 3% per jaar, met een tekort dat alleen de terugbetaling van schulden mogelijk maakt. Hij gaf amnestie voor een deel van de 4,3 miljard dollar aan belastingen die particuliere bedrijven verschuldigd waren en begon in februari 2019 met de privatisering van staatsbedrijven, waaronder het zeer winstgevende National Communications Corporate (CNT). Hij zette ook Correa’s olie-exploratie en -exploitatie in het Amazonegebied voort en nodigde buitenlandse bedrijven uit om te boren zonder de inheemse bevolking te raadplegen of zich zorgen te maken over de klimaatverandering.

Tegelijkertijd tekende Moreno voor een lening van 10 miljard dollar bij het IMF en de Wereldbank. De instrumenten van het imperialistische kapitaal, het IMF en de Wereldbank vragen niet alleen om terugbetaling van de lening, maar eisen ‘structurele’ economische hervormingen om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de imperialistische belangen, of het nu gaat om het wegnemen van belemmeringen voor buitenlandse investeringen of het verzwakken van de binnenlandse concurrentie. Als onderdeel van dit kredietpakket, waarvan de details pas begin oktober bekend raakten, heeft Moreno zes maatregelen en dertien arbeidshervormingen ondertekend, waaronder belastingvoordelen voor de aankoop van materieel en grondstoffen door bedrijven, de halvering van het aantal vakantiedagen voor overheidspersoneel van 30 tot 15 en de vermindering van hun loon met 20%, en het beruchte einde van de brandstofsubsidies. De regering zal slechts 1,3 miljard dollar besparen door de brandstofsubsidies te verlagen, maar ziet ondertussen 4,3 miljard dollar aan achterstallige vennootschapsbelasting over het hoofd! Het is duidelijk dat Moreno de levensomstandigheden van werkende mensen en armen aanvalt om nieuwe bedrijfssubsidies te betalen.

Massale weerstand tegen de Paquetazo

Toen de brandstofsubsidies afliepen, schoot de benzineprijs van de ene op de andere dag meer dan 30% omhoog en verdubbelde de dieselprijs, met alle gevolgen van dien voor het openbaar vervoer, de scheepvaart en het woon-werkverkeer, en ook voor de rest van de economie. De dag nadat het IMF-pakket was aangekondigd, kondigden de grootste inheemse organisatie van het land, CONAIE, de centrale vakbondsorganisatie FUT, en andere groepen gezamenlijk nationale protesten tegen het paquetazo (pakket) aan. Elf transportvakbonden die vrachtwagen-, bus- en taxichauffeurs in het hele land vertegenwoordigen, gingen op donderdag 3 oktober in staking, waarbij arbeiders en hun voertuigen de belangrijkste snelwegen blokkeerden, zendingen en voedselleveringen platlegden, en de hele noordelijke toegang tot de hoofdstad van Quito en alle belangrijke wegen binnen het land blokkeerden. De enorme kracht van de arbeidersklasse was duidelijk: heel het land lag plat. Moreno riep onmiddellijk de noodtoestand voor 60 dagen uit. Dit geeft de militairen ongekende uitvoerende macht. Slechts een dag later moest Moreno echter toegevingen doen aan de FUT in ruil voor het stoppen van de staking.

Ondertussen mobiliseerden CONAIE en andere inheemse groeperingen massaal naar de hoofdstad, waardoor een bezetting van tienduizenden mensen op gang kwam. In de stad verenigden arbeiders, inheemse groepen en studenten zich in protest en richtten barricades op, terwijl inheemse groepen de noord-zuid snelwegen blokkeerden en olievelden bezet hielden. Op 8 oktober had de regering de controle over de hoofdstad verloren, met demonstranten die de Nationale Vergadering kortstondig bezet hielden. Moreno kondigde een avondklok aan en vluchtte naar de stad Guayaquil, op acht uur rijden. Dat hield de beweging niet tegen: in Guayaquil groeide het aantal betogers tot tienduizenden als reactie op de komst van Moreno. FUT en CONAIE kondigden een tweede staking van onbepaalde duur aan vanaf 9 oktober.  In Quito werden de weinige straten die nog open waren, gecontroleerd door rijen taxi’s waarbij slogans tegen Moreno op de auto’s waren aangebracht. Inheemse groepen hadden inmiddels ook een van de twee grote oliepijpleidingen van Ecuador in beslag genomen. Samen met de bezette olievelden zorgde dit ervoor dat 68% van de olieproductie van het land stil lag. Hierdoor verloor het land bijna 13 miljoen dollar per dag.

In Quito, Guayaquil en andere steden beantwoordde de oproerpolitie de betogingen met wapens, gepantserde voertuigen en traangas, waardoor uiteindelijk meer dan 1300 demonstranten gewond raakten en acht demonstranten het leven lieten. De repressie door de politie was bijzonder hard omdat Moreno niet van plan was om zich terug te trekken en zei: “Ik zie niet in waarom ik dat zou moeten doen als ik de juiste beslissingen neem.” Er zijn rechtse tegenprotesten geweest, klein in aantal maar opmerkelijk voor hun belangrijkste deelnemers: alle te schande gemaakte politici van de traditionele rechterzijde, inclusief de in vervolging gestelde voormalige president Abdalá Bucaram, betuigden hun steun aan Moreno. Dit bewijst eens te meer dat de politieke elite aan dezelfde kant staat en elkaar steunt om te voorkomen dat de arbeidersklasse en onderdrukte lagen veranderingen doorvoeren.

Op 12 oktober zette Moreno het leger in de straten van de grote steden in om “de orde in heel Ecuador te herstellen”, met een uitgaansverbod van onbepaalde duur. CONAIE reageerde met een oproep tot escalatie en radicalisering van de actie. Op 13 oktober onderhandelde Moreno eindelijk met CONAIE over een overeenkomst om de brandstofsubsidies te herstellen in ruil voor sociale vrede. Hij beloofde onderhandelingen over de economische hervormingen. Inheemse groepen demobiliseerden hun aanhangers en velen keerden terug naar hun huizen ver van de steden.

Verwerp de rest van de Paquetazo!

De brandstofsubsidies worden hersteld, maar de rest van de paquetazo en andere neoliberale hervormingen liggen nog steeds op tafel. Belastingvoordelen, privatisering van staatsbedrijven, en vermindering van de vakantiedagen en lonen voor staatswerknemers blijven een grote bedreiging voor de werkende bevolking. Deze hervormingen moeten worden bestreden met massamobilisatie, maar het gevaar bestaat dat toonaangevende organisatoren het gevoel hebben dat de strijd gewonnen is en niet mobiliseren om het voordeel van de beweging in te zetten om het hele pakket te verslaan. De FUT heeft de arbeidshervormingen afgekeurd, maar heeft op 30 oktober een protest geannuleerd in ruil voor een plaats aan de onderhandelingstafel met Moreno.

Het gevaar bestaat dat deze onderhandelingen alleen maar leiden tot vertragingen, oponthoud en mazen in de wet die de essentie van de overeenkomst met het IMF niet veranderen. De regering van Moreno weigert met CONAIE te onderhandelen, en beschuldigt de groep van criminele handelingen en rebellie. Als Moreno zover gaat dat hij het leger inzet om de brandstofsubsidies in te trekken, en pas na twee algemene stakingen en verschillende massabezettingen terugkrabbelt, zal hij de rest van zijn programma niet opgeven aan de onderhandelingstafel, tenzij hij geconfronteerd wordt met de dreiging van een nieuw revolutionair offensief! Zowel FUT als CONAIE zouden meer invloed hebben gehad als de mobilisaties om de rest van de hervormingen in te trekken tijdens de onderhandelingen waren voortgezet. Alle onderhandelingen moeten in het openbaar worden gevoerd en onder het toeziend oog van de commissies en vergaderingen van arbeiders, inheemse en jonge mensen, die het laatste woord moeten hebben over elke overeenkomst.

Moreno koopt tijd om zich voor te bereiden op een nieuwe ronde van protesten als hij niet in staat is om FUT en CONAIE tevreden te stellen met beperkte toegevingen. Beide organisaties zouden een nieuwe ronde van protesten moeten plannen, deze keer voor een gecoördineerde en, indien nodig, langdurige strijd. Het verzet tegen het besparingspakket werd verzwakt door de arbeidersleiders en inheemse groeperingen die beide een “aparte vrede” met Moreno bereikten, en door de afzonderlijke gesprekken die ze nu voeren.

In heel Latijns-Amerika kunnen arbeiders en inheemse volkeren slechts het hoofd bieden aan lokale oligarchen en het imperialisme als ze samen vechten. De arbeidersklasse heeft een belangrijke rol te spelen in het leiden van de strijd, vooral een langdurige strijd. Werkenden kunnen de industrie en het transport vanuit hun steden en werkplaatsen platleggen en tijdens een langdurige staking de productie en bevoorrading van levensbehoeften van de arbeidersklasse en inheemse gemeenschappen organiseren. Arbeiders van de oliesector kunnen met de inheemse bevolking samenwerken om de productie te stoppen, en arbeiders moeten de inheemse bevolking verdedigen als die mobiliseert tegen het racisme van de rechtse elites van de stad. Arbeiders kunnen ook de zenders overnemen die inheemse demonstranten demoniseren als “lui”, “achterlijk” of erger, en deze uitzendingen omzetten in boodschappen van solidariteit.

De arbeidersklasse moet de staking rechtstreeks richten op de belangrijkste krachten achter het pakket: de binnen- en buitenlandse bedrijven die Ecuador’s natuurlijke en menselijke grondstoffen willen plunderen. En op hun beurt moeten de arbeiders strijden voor de eisen van de inheemse bevolking, voor hun recht op land en tegen de vernietiging van hun gemeenschappen en hun omgeving voor de winst, en de inheemse groepen moeten strijden voor de eisen van de arbeiders.

Welke kant gaat Ecuador op?

Als Moreno weigert om de rest van het pakket in te trekken, moeten FUT en CONAIE oproepen tot massamobilisatie om het hele pakket te verslaan en een alternatief van inheemse en arbeidersmacht voor te bereiden. De beweging moet haar eigen politieke alternatief uitbouwen, want geen van de huidige grote partijen kan een geloofwaardig alternatief bieden voor het neoliberalisme. Terwijl voormalig president Correa sympathie betuigde voor de protesten, toont zijn staat van dienst als machthebber die buigt voor de belangen van het kapitalisme en imperialisme dat er behoefte is aan een nieuwe politieke kracht die bereid is om tot het einde toe te strijden.

Moreno’s toekomst is onzeker, vooral omdat Ecuadorianen zich nog levendig kunnen herinneren dat ze meerdere presidenten hebben afgezet: van 1996 tot 2007 kon geen enkele Ecuadoriaanse president een volledige ambtstermijn voltooien. Het was geen aanklacht of staatsgreep die een einde maakte aan de heerschappij van het neoliberalisme in de jaren 2000, het was een revolutionaire beweging die een radicaal ander soort economie eiste. Het zogenaamde ‘Socialisme in de 21ste eeuw’ kwam in heel Venezuela, Bolivia en Ecuador in zwang tijdens de ‘Bolivariaanse Revolutie’, waarbij linkse regeringen de macht overnamen en de staatswinsten uit de olie-industrie nationaliseerden of richtten op een uitbreiding van de sociale dienstverlening. Dat was mogelijk in het tijdperk van de hoge grondstoffenprijzen. Dit proces werd echter aan beperkt door de samenwerking van de Correa-regering met het binnenlandse kapitalisme en het feit dat de regering er niet in slaagde om de krachten van het internationale kapitalisme te bestrijden toen de olie- en grondstoffenprijzen instortten.

Zolang Ecuador wordt beheerd door bedrijven en afhankelijk is van de wereldwijde kapitalistische markt, zal het een door schulden geplaagde exporteur van grondstoffen blijven en de ketenen van de marktlogica zullen het land voortdurend dwingen om leningen, hervormingen van de ‘vrije markt’ en besparingen door te voeren. Om een einde te maken aan deze aanvallen op de levensomstandigheden, de armoede te stoppen, adequate huisvesting en gezondheidszorg voor iedereen te bieden en de levensstandaard te verhogen, heeft Ecuador echt socialisme nodig waarbij de economie door de gewone mensen wordt gepland voor gebruik in plaats van winst. Dit moet het programma worden van de protestbeweging, en het moet worden uitgevoerd door een regering van arbeiders en inheemse volkeren. Op wereldschaal wijzen de opstanden in Chili, Haïti en Puerto Rico, de duizenden demonstranten in Argentinië, enz. allemaal op een mogelijke toekomst waarin een socialistisch Ecuador niet op zichzelf staat, maar deel uitmaakt van een vrijwillige socialistische federatie in Latijns-Amerika, die in staat is een einde te maken aan de economische uitbuiting van het neokolonialisme en die strijdt voor internationaal socialisme.