Home / Op de werkvloer / Publieke sector - algemeen / Besparingen verstikken onze bibliotheken

Besparingen verstikken onze bibliotheken

Foto vanop Wikipedia

Deze zomer verscheen in Le Soir een artikel onder de titel: “Is de volgende regering al vergeten om middelen voor de bibliotheken te voorzien?” Het artikel verwees naar een rapport van de Raad van Openbare Bibliotheken uit 2018 en stelde bovendien vast dat het woord ‘bibliotheek’ nergens in de onderhandelingen was gevallen. In het regeerakkoord van PS, MR en Ecolo voor de Franstalige Gemeenschap is er slechts één verwijzing met het voornemen “om geleidelijk over te gaan tot een volledige financiering van de bestaande decreten.” Dat is erg vaag en het beantwoordt niet aan de noden van de bibliotheken.

Artikel door een bibliothecaris

Eerst en vooral moeten we een vooroordeel doorprikken: als de bibliotheken het vandaag moeilijk hebben, komt dit niet door een gebrek aan belangstelling van het publiek of een afname van het aantal mensen dat leest.

Een moderne bibliotheek biedt veel meer diensten aan dan enkel het beschikbaar maken van boeken. Het is ook een plaats voor allerhande activiteiten en opleidingen. Een sociale plek met de mogelijkheid om tot rust te komen, wat te babbelen, na schooltijd op ouders te wachten, rustig te studeren, met de computer iets op internet op te zoeken, er is een opleidingscentrum met ICT-advies, er is hulp bij het zoeken naar werk, … Dat allemaal wordt gratis of bijna gratis aangeboden.

Alle cijfers geven aan dat het aantal gebruikers toeneemt, ook al zijn er nuances te maken. Het aantal lezers dat van de Franstalige bibliotheken gebruik maakt, bedraagt 783.000 of bijna 20% van de bevolking. Het aantal uitleningen is op 10 jaar tijd met 4% toegenomen, het aantal aangeboden activiteiten met 57% en het totaal aantal gebruikers van de bibliotheken met 42%. De afgelopen tien jaar is het aantal uren internetgebruik in de bibliotheken met 131% gestegen.

Dit is het resultaat van een decreet uit 2009 dat de sector ingrijpend verandert. Het doel was om over te stappen van een beleid waarin het ter beschikking stellen van documenten centraal stond naar een beleid gericht op het stimuleren van alle leespraktijken, met een diversificatie en ontwikkelingsplannen op meerdere terreinen.

Het werk van bibliothecarissen is effectief meer gediversifieerd. Maar de subsidies zijn niet gevolgd. Het aantal voltijdse equivalenten stagneert rond 1300, in 2015 werd 19% bespaard op de exploitatiesubsidies, er kwam een lineaire vermindering van de subsidies met 1% per jaar, de erkenningen werden uitgesteld en als ze uiteindelijk toegekend worden volgt de financiering slechts gedeeltelijk. De jaarlijkse subsidie van 20 miljoen euro van de Franstalige Gemeenschap dekt slechts 30 tot 40% van de middelen voor de openbare bibliotheken, die in 85% van de gevallen door de gemeenten worden georganiseerd.

De besparingen op het niveau van de Gemeenschap worden op die manier doorgeschoven naar de gemeenten die ook al gebukt gaan onder de besparingen. Het resultaat is een toename van de werkdruk, afname van de middelen en steeds meer moeilijkheden om een dienst aan te bieden die iedereen daadwerkelijk en onder de best mogelijke omstandigheden toegang geeft tot cultuur.

Om uit deze situatie te geraken, zijn vage aankondigingen niet genoeg. Er moet gebroken worden met het budgettaire keurslijf op alle machtsniveaus. Het geld moet gehaald worden waar het zit: niet in de bibliotheken, maar bij de superrijken.