Home / Op de werkvloer / Publieke sector - algemeen / Onhoudbare werkdruk bij het OCMW: interview over het protest in Luik

Onhoudbare werkdruk bij het OCMW: interview over het protest in Luik

Aan de megafoon: Simon Hupkens.

Op 12 september kwamen een honderdtal personeelsleden samen voor de kantoren van het OCMW in Luik. Ze eisten maatregelen om de onhoudbare werkdruk te verlichten. We spraken over het protest met Simon Hupkens, verantwoordelijke van de ACOD-delegatie bij het Luikse OCMW.

Het was een geslaagde actie bij de heropstart van het werkingsjaar. Waarom werd geprotesteerd?

“De maat is vol. Bij het OCMW in Luik, net zoals bij andere OCMW’s in de rest van het land, is het aantal dossiers explosief toegenomen sinds 2015. Toen werd de wachtuitkering voor werklozen beperkt. Het maakte dat in 2015 alleen al 70.000 mensen hun recht op werkloosheidsuitkering verloren, aldus cijfers van het ABVV. Het betekent in de praktijk dat de opvolging van de sociale uitkeringstrekkers deels overgedragen werd van de federale overheid naar de gemeenten. De extra middelen die hiervoor uitgetrokken werden voor de OCMW’s waren erg beperkt, compleet onvoldoende om in de noden te voorzien.

“Het maakt dat sociaal werkers overweldigd worden door het aantal te behandelen dossiers, sommigen moeten tot 120 dossiers opvolgen! In zo’n situatie kunnen we slechts het minimum doen, namelijk ervoor zorgen dat de gebruiker een leefloon krijgt. Maar mensen helpen om uit die situatie te geraken, lukt niet.

“Komt daar nog bij dat de dossiers complexer zijn. De samenleving is steeds harder, waardoor het leven harder is en niet iedereen in staat is om daarmee om te gaan. Wie bij het OCMW terecht komt, heeft alle andere mogelijkheden (familie, vrienden) uitgeput. Als er geen andere uitweg meer is, trekt men naar het OCMW. Bovendien staan sociale diensten die afhankelijk zijn van andere instanties ook onder druk, waardoor er minder hulp is. Dat heeft allemaal een impact op de werking van het OCMW.

“Sociaal werkers met meer ervaring bevestigen dat de sociale situaties vandaag complexer zijn dan 20 of 30 jaar geleden. Ze spreken over ‘lasagne-lagen’:  onder elk probleem zit er nog een ander. Onder een probleem inzake huisvesting, zit er nog een probleem van geestelijke gezondheid, of van familiaal geweld, … Als er rond deze mensen geen openbare diensten zijn, worden problematieken te laat opgemerkt en zijn ze moeilijker aan te pakken.”

De situatie is al enige tijd moeilijker. Waarom wordt dan nu net geprotesteerd?

“Eerst en vooral omdat we bezig zijn met alle collega’s opnieuw te mobiliseren rond de syndicale delegatie. We doen dit op een manier waarbij we de betrokkenheid zo groot mogelijk willen maken. Sinds drie jaar organiseren we minstens één keer per jaar een algemene vergadering waarvoor goed gemobiliseerd wordt. Dit is een centraal evenement voor de syndicale actie. Dit jaar hielden we daarnaast ook lokale algemene vergaderingen in verschillende diensten. Daarbij kwamen de collega’s steevast met klachten over de werkdruk die het onmogelijk maakt om mensen in soms dramatische situaties correcte hulp te bieden. De belangrijkste beroepsziekte bij het OCMW is burn-out. Dat komt omdat we geen antwoord kunnen bieden aan mensen die ons uitleggen dat ze geen geld hebben voor hun kinderen of voor kleding. Collega’s worden daar depressief van of nemen ontslag.

“Een tweede element is dat de kwestie van werkdruk officieel moet erkend worden door het gemeentebestuur en expliciet moet opgenomen worden in een beleidsplan. Het Luikse OCMW moest een strategisch meerjarenplan indienen om de grote lijnen van het bestuur de komende jaren uit te tekenen. We dachten dat dit een goed moment was om de druk op te voeren, engagementen te vragen, een administratieve vereenvoudiging en een beperking van de tijdrovende controlemaatregelen op het personeel te eisen.

“Het meerjarenplan ligt nu op tafel. We zullen het analyseren en bespreken op een nieuwe algemene vergadering waar we onze kritieken zullen formuleren en nieuwe acties voorbereiden indien dit plan niet aan onze eisen tegemoetkomt, namelijk als er geen versterking van het personeel komt.

“We weten dat de middelen van het OCMW niet oneindig zijn. Maar een OCMW staat niet geïsoleerd van de rest van de samenleving. We moeten de middelen halen waar ze zitten. Als de directie samen met ons wil strijden voor meer federale middelen voor de OCMW’s, dan zullen we hen van harte verwelkomen in dit gevecht. Anders zullen we ons standpunt handhaven en opkomen voor meer middelen. Misschien moeten we ook bouwen aan een samenwerking tussen het personeel van verschillende OCMW’s om samen te strijden. Vandaag wordt maximaal 85% van een leefloon betaald door de federale overheid, vaak gaat het om amper 70%. De rest wordt gedragen door de gemeenten. Een volledige terugbetaling is het minimum, zeker in de grote steden waar er een concentratie van armoede is.”