Home / Sociaal / Ecologie / Klimaatprotest organiseren en richten op breed gedragen systeemverandering

Klimaatprotest organiseren en richten op breed gedragen systeemverandering

Foto: Jean-Marie

Eind september waren er wereldwijd nieuwe klimaatacties, ook in ons land. Het ongenoegen blijft groot, de dringendheid wordt enkel zichtbaarder. Sinds de start van de klimaatbeweging begin dit jaar werden amper maatregelen genomen. Bovendien volstaan deze niet: het zijn slechts druppels op een hete plaat. Dat is niet genoeg: het vuur van de hete plaat moet afgezet worden!

Artikel door Franz (Antwerpen) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Historische beweging

Als er hier en daar beperkte maatregelen kwamen, was dit enkel omdat er voor gestreden is. Dat er niet meer gebeurde, leidt tot teleurstelling en demotivatie. Veel scholieren zullen opnieuw op straat komen en de strijd verderzetten. Sommigen zullen helaas afhaken omdat ze het nut niet inzien of de moeite te groot vinden voor een mager resultaat.

In de eerste helft van dit jaar staakten de scholieren 23 keer voor het klimaat. Op het hoogtepunt waren er meer dan 30.000 scholieren die door Brussel betoogden en bijna 100.000 jongeren en werkenden namen deel aan de grootste betogingen. Sindsdien was het moeilijk om deze aantallen te mobiliseren. De acties werden kleiner, wat voor demotivatie zorgde bij een deel van de jongeren en de bevolking. Tegelijk roept het vragen op waarom de beweging niet verder kon bouwen. De nood aan oplossingen wordt immers altijd hoogdringender.

De Actief Linkse Scholieren & Studenten stelden van bij het begin dat de beweging een opbouwend actieplan nodig had en dat een oproep om elke week te staken en in Brussel te betogen niet haalbaar was. Scholieren die staken moeten rekening houden met hun ouders, school en leerkrachten en dan zijn er nog de ticketprijzen om naar Brussel te gaan. Scholieren deden hun best om consequent aanwezig te zijn, maar elke week was voor de meesten niet mogelijk. Er was nood aan een actieplan met ook rustmomenten die de beweging moesten toelaten om op krachten te komen en om onderling te discussiëren over volgende stappen en dit vervolgens ook te organiseren.

Belang van actiecomités

Youth 4 Climate nam de eerste initiatieven en werd door de media en zichzelf gezien als de leiding van de beweging. Dit was goed om de beweging op gang te trekken. Daar verdient Youth 4 Climate alle lof voor. Maar om een bredere beweging op te bouwen, was er nood aan comités op alle scholen om de strijd van onderuit te organiseren en tijd uit te trekken om regionaal en nationaal samen te komen om de volgende stappen te bespreken.

Dit gebeurde niet: de voortrekkers van Youth 4 Climate zagen meer heil in het organiseren van de beweging via de media in plaats van de activisten in de beweging te organiseren. Dit werkte toen de beweging in een stroomversnelling zat, maar niet toen er meer tegenkanting kwam en de vermoeidheid groter werd om hierop te antwoorden. Scholieren die er een andere mening op nahielden dan Youth 4 Climate voelden zich niet gehoord.

Wie zijn onze bondgenoten en wie niet?

Vooral de discussie over centrale eisen en wie onze bondgenoten zijn om die eisen af te dwingen, was belangrijk. In plaats van een verenigende eis als gratis en degelijk openbaar vervoer centraal te stellen en alles in te zetten op samenwerking met syndicalisten, liet Youth 4 Climate zich vangen door holle beloften van regering en werkgevers.

Het tekende de oproep Sign for My Future, een schijncampagne van Big Business om zichzelf progressief voor te doen en de beweging op een voor hen onschadelijk pad te brengen. Sign for My Future was mee ondertekend door de Belgische banken, terwijl die volgens Fairfin “5,6 miljard euro investeerden in bedrijven die mee verantwoordelijk zijn voor branden in het Amazonegebied.”

Natuurlijk dragen ook de vakbondsleiders een verantwoordelijkheid: het duurde lang voor er initiatieven kwamen om de jongeren te steunen in hun protest, laat staan dat er iets kwam als een offensieve campagne om met personeel van openbaar vervoer bijvoorbeeld meer middelen en betere dienstverlening te eisen als onderdeel van de klimaatacties.

Extinction Rebellion

De moeizame mobilisaties voor de zomer, de tegenvallende resultaten van de verkiezingen en interne strubbelingen binnen Youth 4 Climate, die nog eens uitvergroot werden in dezelfde media waar de campagne zo hard op rekende in de opbouw van het protest, creëren ruimte voor andere organisaties en initiatieven.

Extinction Rebellion (EXTR) bijvoorbeeld probeert met burgerlijke ongehoorzaamheid een nieuw type actie naar voren te schuiven. Het trekt lessen uit de ervaring van Youth 4 Climate, maar niet noodzakelijk de juiste. Het is positief dat meerdere verantwoordelijken en woordvoerders op het voorplan treden, maar er wordt niet opgeroepen tot het opzetten van klimaatcomités in de scholen en op de werkplaatsen.

EXTR beseft dat je niet iedereen kan vragen om weken aan een stuk te staken. Maar in plaats van te gaan voor een breed gedragen opbouwend actieplan, wordt geprobeerd om enkel een harde kern te organiseren in spraakmakende acties. EXTR stelt dat het volstaat om 1 tot 3% van de bevolking consequent te mobiliseren. Het kiest voor een relatief kleine harde kern die veel opofferingen maakt, in plaats van te bouwen aan een democratisch georganiseerde massabeweging. De spraakmakende acties trekken aandacht van de media en de activisten, maar er is steeds een gevaar van isolement en repressie.

Een gevaar van deze benadering is dat we via een achterpoort blijven steken bij de individuele verantwoordelijkheid: als we zelf maar genoeg actie voeren, moet de regering wel luisteren. De vraag wie verantwoordelijk is voor de klimaatcrisis wordt onvoldoende beantwoord. Zo eist EXTR dat “de noodtoestand wordt uitgeroepen, de regering eerlijke informatie aan de burgers geeft en tot slot dat een burgerplatform een noodplan mag uittekenen.” Dit laat opnieuw de vraag open wie voor de oplossingen moet betalen: de gewone werkenden die al gebukt gaan onder een besparingsbeleid en de dreigende nieuwe economische crisis, of de grote bedrijven die hun aandeelhouders nog rijker maken op de kap van de werkenden en de planeet.

Onduidelijkheid rond de vraag wie moet betalen, heeft Groen veel stemmen gekost bij de laatste verkiezingen. Het geeft ruimte aan de klimaatsceptici om twijfel te zaaien. De klimaatbeweging heeft nood aan een programma van massale publieke investeringen in groenere infrastructuur en technologie, gratis en beter openbaar vervoer en verregaande controle op de uitstoot en vervuiling van de bedrijven. Dit alles zonder de levensstandaard of de werkgelegenheid te bedreigen. Er zijn opofferingen nodig, maar dan wel door diegenen die onze planeet en onze samenleving kapotmaken voor grotere winsten.

Van de traditionele politici moeten we niet verwachten dat zij tegen de gevestigde belangen ingaan. Er is een brede democratisch georganiseerde beweging nodig om met de werkenden en hun gezinnen de controle over de sleutelsectoren van de economie over te nemen zodat we samen een rationele planning kunnen uitwerken om het leven op deze planeet te redden. Wij nemen enthousiast deel aan het klimaatprotest en verdedigen daarin een programma van socialistische maatschappijverandering. Sluit aan!