Home / Partijnieuws / CWI Nieuws / Tony Mulhearn (1939-2019): voortrekker van de arbeidersklasse in Liverpool

Tony Mulhearn (1939-2019): voortrekker van de arbeidersklasse in Liverpool

Foto: Dave Sinclair

Liverpool verloor een van zijn grootste voortrekkers van de arbeidersklasse ooit, en een groot gezinsman, toen Tony Mulhearn op 7 oktober op 80-jarige leeftijd overleed.

Door Hugh Caffrey, Socialist Alternative

Tony is in veel opzichten als klassenvechter geboren. De vreselijke armoede in de sloppenwijken van Liverpool, die langer dan in veel andere steden bleven bestaan, was iets dat Tony bij bleef en hij sprak vaak over hoe strijd de dagelijkse omstandigheden van de werkenden kon veranderen.

Tony werd in de jaren zestig van de vorige eeuw een aanhanger van Militant en bleef steeds lid van Militant en vervolgens de Socialist Party. De verbinding tussen correct toegepaste ideeën van het marxisme en vastberaden voorvechters als Tony en anderen, legde de basis voor de grote strijdbewegingen van de jaren 1970 waarmee ook het religieus sektarisme in de stad werd overwonnen. Het legde de basis voor de enorme confrontatie tussen het stadsbestuur en de regering-Thatcher in 1983-87, een confrontatie en strijd waarin Tony een hoofdrol speelde. Als voorzitter van de District Labour Party leidde Tony het orgaan dat de krachten van de arbeidersklasse, vrouwen- en jongerenorganisaties van de stad samenbracht, met tot 500  afgevaardigden die de vergaderingen bijwoonden. In de gemeenteraad speelden anderen een prominente rol, maar het waren ongetwijfeld Tony’s ideeën en scherpzinnigheid die de richting bepaalden.

Deze confrontatie was een massale strijd waarin georganiseerde arbeiders centraal stonden, en waarbij alle andere onderdrukten betrokken werden via vakbonds- en gemeenschapsorganisaties en in het bijzonder de massapartij die Labour toen was. De gemeenteraad was verantwoording verschuldigd aan deze beweging en vocht en onderhandelde voor haar. Thatcher werd gedwongen zich terug te trekken, gaf tientallen miljoenen pond aan financiering toe, en de raad ging door met het bouwen van duizenden huizen, een breed scala aan gemeenschapsvoorzieningen en het creëren van duizenden jobs. Uiteindelijk werd de beweging niet door Thatcher verslagen, maar door haar isolement, georkestreerd door de lafaards aan de rechterkant Labour elders en op nationaal niveau, in het bijzonder door de afgrijselijke partijleider Neil Kinnock.

De werkenden van Liverpool en Merseyside in het algemeen zijn dit niet vergeten. Tony werd regelmatig op straat benaderd door mensen die zich zijn rol herinnerden en nog steeds een onverzettelijk respect hadden. Maar Tony liet dit nooit naar zijn hoofd stijgen en gaf eens toe hoe hij zich soms ongemakkelijk voelde bij de zijn lokale bekendheid. Hij was fel in zijn overtuigingen en trouw aan zijn opvattingen, maar Tony kon ook verrassen met zijn bescheidenheid. Hij verafschuwde het pronken met persoonlijkheid en ego.

In 2011 twijfelde Tony of hij zich het jaar daarop kandidaat zou stellen voor de nieuw gecreëerde functie van burgemeester. Dan hoorde hij de beruchte uitspraak van de kandidaat van Labour, de huidige burgemeester Anderson. Die stelde: “Ik ben geen old Labour of New Labour, ik ben Joe Labour.” Tony besliste meteen om zich kandidaat te stellen. Doorheen die campagne bleek dat veel werkenden de strijd van Tony en het linkse gemeentebestuur uit de jaren 1980 nog lang niet vergeten waren. Als de verkiezingen enkel in de armere noordkant van de stad waren gehouden, dan was Tony op de tweede plaats geëindigd. De TUSC (Trade Union and Socialist Coalition) werd op dat moment het linkse alternatief voor Labour in de stad en Tony belichaamde de politieke link tussen de vroegere massastrijd en de nieuwe situatie.

Tony was altijd een vakbondsman. Zijn beginjaren in de grafische industrie en de ervaring van de machtige vakbonden gaven hem inzicht in de nog steeds relevante arbeidersbeweging. Toen de arbeidswereld veranderde en Tony bij de overheid ging werken, probeerde hij altijd te begrijpen en te bespreken wat de veranderingen in deze situatie betekenden voor de vakbonden en marxisten binnen de vakbonden. Tony droeg bij aan heel wat belangrijke discussies over deze kwesties. Na zijn pensioen was Tony een zeer actief lid van de Merseyside Pensioners Association en bleef hij die ervaring toepassen. “Je dient altijd een motie in, Hughie,” zei hij mij. “Anders weet niemand wat er is afgesproken.” Goede raad die hij elke week volgde, zelfs als hij ziek was en een motie voor andere kameraden opmaakte. Tony’s persmededelingen namens de MPA stootten vijanden van de werkende klasse voor de borst en toonden het enthousiasme dat velen voelden voor het potentieel van Labour nadat Corbyn als partijvoorzitter was verkozen, maar dit vereiste wel de afzetting van gemeenteraadsleden en parlementairen van Labour.

Tony was een goed mens. Warm en vriendelijk, genereus en attent, en een geweldige familieman. Hij zou altijd een armere kameraad een drankje kopen of voor de jongere kameraden opkomen als hij dacht dat hij dat moest. De liefde voor Tony onder zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen was duidelijk voor iedereen die hen ontmoette. Het tragische overlijden van Tony’s vrouw, Maureen, in 2018 en zijn latere ziekte beperkten wat Tony het afgelopen jaar fysiek kon doen. Maar hij bleef gepassioneerd over wat hij dacht en zag als de taken van de dag, en hij was vastbesloten om zijn best te doen om deze met iedereen te bespreken al was het maar om de strijd zelfs maar een centimeter vooruit te helpen.

Tragisch genoeg overleed Tony vlak voor de lancering van zijn autobiografie, aanstaande zondag. Maar het boek is gepubliceerd en verdient een breed lezerspubliek om hulde te brengen aan de man en zijn ideeën, zijn strijd en voorbeeld. Als Tony nog steeds bij ons was, zou hij zeggen dat het niet over hem gaat, maar over andere kameraden die hetzelfde nastreven. Die nederige vastberadenheid om te strijden voor een betere socialistische wereld is iets waar we allemaal uit kunnen leren om zijn nagedachtenis te eren.