Home / Belgische politiek / Nationaal / Eensgezindheid over besparingen. Maar toch is puzzel voor federale regering bijna onmogelijk…

Eensgezindheid over besparingen. Maar toch is puzzel voor federale regering bijna onmogelijk…

Foto: Liesbeth

De kans groeit dat 2019 de geschiedenis zal ingaan als opnieuw een jaar dat België geen werkende federale regering had. Eind 2018 viel de onpopulaire Zweedse regering, waarna Michel zonder N-VA in lopende zaken verder ging. Voor zichzelf vonden Michel, Reynders en Peeters ondertussen een andere job in Europa. Tegen de achtergrond van een tanend vertrouwen in de politiek en met het vooruitzicht van een nieuwe economische recessie, is het niet evident om een federale regering te vormen. Ook de regionale regeringen zullen onder steeds grotere druk komen te staan.

Artikel door Geert Cool uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

10 miljard besparen

Zelfs met optimistische groeiprognoses voor de Belgische economie, loopt het begrotingstekort volgens het Monitoringscomité dit jaar op tot 7,12 miljard euro en volgend jaar tot 10,33 miljard. Het Federaal Planbureau verlaagde de groeiverwachting voor dit jaar naar 1,1% en voorspelt dat er in 2020 slechts 37.000 jobs zullen bijkomen, bijna een halvering tegenover de vorige jaren. Na jaren van besparen, is er dus uitzicht op nog meer besparingen. Het beleid van de afgelopen jaren leverde niet het resultaat op dat vooropgesteld werd door de politici. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het vertrouwen in de politiek zo beperkt is.

Bij de verkiezingen van mei kregen de besparingspartijen van de regering-Michel rake klappen. N-VA probeerde het asociale beleid te verstoppen achter een anti-vluchtelingenretoriek, maar spreidde daarmee het bedje van het Vlaams Belang. Vier maanden na de verkiezingen maakt de zwakte van de andere traditionele partijen in Vlaanderen dat N-VA ons kan laten vergeten dat zij de grootste verliezer was. Maar bij N-VA weten ze ook dat perceptie alleen niet volstaat: de eerste peiling na de verkiezingen was rampzalig voor N-VA, dat verder zakt naar 22,7% en het VB voor moet laten. Een alternatief op het asociale beleid van de afgelopen jaren heeft het VB echter niet.

Als het VB kan scoren, komt dit vooral door de afwezigheid van een voldoende geloofwaardig alternatief. De traditionele partijen liggen in de touwen. Gelukkig was er de doorbraak van de PVDA die voortaan in alle parlementen vertegenwoordigd is. De PVDA kan deze groei best gebruiken om strijd op straat en op de werkvloer te organiseren en te versterken. Afgelopen zomer hadden N-VA en VB een monopolie op het publieke debat langs Vlaamse kant. De Standaard schreef over “De stilte van links” en de “rechtse zomer.”

Besparingen verzachten?

Voor de verkiezingen stelde LSP dat er een krachtsverhouding moet opgebouwd worden voor een breuk met het budgettair keurslijf. Dit kan het best door opbouwende campagnes rond offensieve eisen (14 euro per uur minimumloon, 1500 euro per maand minimumpensioen, 30-urenweek zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen, massaal programma van publieke investeringen in infrastructuur en openbare diensten, …). Veel manoeuvreerruimte voor het ‘verzachten’ van de besparingslogica is er immers niet.

Weerleggen de Waalse en Brusselse akkoorden dit standpunt? Als we PS mogen geloven wel: er zijn enkele voorzichtige en niet altijd even goed becijferde voorstellen zoals gratis openbaar vervoer voor 65+ en -25-jarigen bij MIVB en geleidelijk ook bij TEC, 70.000 gratis schoolmaaltijden en 12.000 nieuwe sociale woningen. Er wordt gesproken over investeringen in mobiliteit en betaalbaar wonen. Als deze maatregelen er effectief komen, zijn ze welkom. Maar ze volstaan niet om het besparingsbeleid om te keren en een einde te maken aan armoede, woningnood en andere sociale problemen. In Brussel werd niet tegemoet gekomen aan de eisen van het gemeentepersoneel, ondanks beloften voor de verkiezingen. Op het niveau van het Waalse gewest en de Franstalige Gemeenschap stelt Bodson (ABVV) dat de regeerakkoorden de stem van de burgers niet weerspiegelen.

Bovendien is er de vraag hoe deze sociale maatregelen gefinancierd worden: alleszins niet door de middelen te zoeken waar ze zitten. Daar willen de liberalen niet van weten. Er wordt aangekondigd dat grote infrastructuurprojecten buiten de begroting zullen gehouden worden om extra marge te creëren op basis van een schuldtoename. Tussen 2014 en 2018 stegen de schulden van de verschillende regio’s van 50 tot 60,4 miljard euro. Aan Europa zal vriendelijk gevraagd worden om dit te aanvaarden. Als dat niet lukt, is het de schuld van Europa dat de geplande sociale maatregelen er niet komen. Of er kan geschoven worden met de tekorten om enkele symbolen te realiseren: het opvoeren van de prijzen voor bepaalde gebruikers van het openbaar vervoer kan het gratis maken voor anderen. Er zijn nog veel onduidelijkheden die kunnen leiden tot excuses om de erg welgekomen, maar tegelijk bijzonder bescheiden, sociale maatregelen niet uit te voeren terwijl tegelijk het besparingsbeleid op andere vlakken onverkort wordt doorgezet.

Om ter rechtst in Vlaanderen?

Langs Vlaamse kant zet N-VA de toon. Van sociale maatregelen is daar geen sprake. In onze vorige krant schreven we dat de sociale bescherming niet alleen voor migranten wordt afgebouwd. De inkt van onze krant was amper droog of het oude voorstel van gemeenschapsdienst voor werklozen (in feite dwangarbeid in plaats van loonarbeid) werd nog eens opgerakeld. Wat er al bekend raakte van voorstellen, maakt het plaatje duidelijk: moeilijker toegang tot sociale bescherming en een compleet gebrek aan investeringen in sociale zekerheid en openbare diensten. De druk van goede peilingen voor het VB duwt de N-VA-voorstellen verder naar rechts, ook al scoorde het VB door zich net te profileren als tegenstander van het asociaal beleid.

Hoe de fel verzwakte CD&V het beleid zal verkopen aan ACV-leden, is nog maar de vraag. De christendemocraten werden afgestraft voor het asociale beleid van de voorbije jaren. ACV-leden namen massaal deel aan het protest tegen dat beleid. Na de verkiezingen haalden partijkopstukken uit naar de ACV-leiders die voorzichtige kritiek hadden geuit op CD&V. Het maakt de nauwe banden met CD&V ook voor de ACV-leiding stilaan onmogelijk. Peilingen geven bovendien aan dat CD&V verder wegzakt en op weg is naar dezelfde irrelevantie als CDH langs Franstalige kant.

Wie zal met wie besparen?

De informateurs Reynders (MR) en Vande Lanotte (SP.a) hebben voor de federale regeringsvorming de regionale regeringen afgewacht. Tot hiertoe hebben ze enkel geëlimineerd: radicaal-links en extreemrechts waren niet welkom, CDH kondigde zelf aan voor de oppositie te kiezen, Ecolo weigert met N-VA te onderhandelen en Groen wil niet zonder Ecolo in een regering. Blijven over: vier Vlaamse en twee Franstalige partijen waarbij er nog één Vlaamse partij kan afvallen. De tactiek van de stoelendans met af en toe een stoel minder, levert echter geen stabiele ploeg van overblijvers op.

De mogelijkheid van een regering zonder N-VA blijft overeind, maar is moeilijk wegens geen meerderheid langs Vlaamse kant. Een regering met zowel N-VA als PS krijgen beide partijen moeilijk verkocht, ze vrezen hierop afgerekend te worden omdat ze hun eigen falen verstopten achter een vijandsbeeld tegenover de andere. De regionale regeringsvormingen tonen nuanceverschillen, maar ook dat alle traditionele partijen zich neerleggen bij de besparingslogica die de meerderheid van de bevolking de broekriem aanspant om de grote bedrijven extra ‘ademruimte’ (lees: winsten) te geven. Het enthousiasme en de framing waarmee de aanvaarding van dat neoliberale kader gebeurt, is het grootste verschil. De ondermijning van het vertrouwen in de politiek maakt de instabiliteit groter en maakt dat perceptie aan belang wint. Het maakt de puzzel voor de federale regering nog moeilijker.

Arbeidersbeweging moet eigen stempel drukken

Voor de burgerij is het duidelijk: los van wie er in de regering komt, moet en zal er verder hard bespaard worden op de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking. Verzet hiertegen zal nodig zijn! Na de verkiezingen heeft de arbeidersbeweging amper een eigen stempel op het debat gedrukt. Langs Franstalige kant gebeurde dit meer dan langs Nederlandstalige kant, waar vakbonden en links helemaal niet aan bod kwamen. Het maakte dat het publieke debat bijna enkel over Vlaamse identiteit, afkeer tegen migranten en extreemrechts ging.

We kunnen dit niet enkel aan de traditionele media wijten: de arbeidersbeweging heeft mogelijkheden om zelf initiatieven voor campagnes en acties te nemen. Kijk maar hoe in het najaar van 2014 sociale eisen centraal in het debat kwamen door het opbouwende actieplan van de vakbonden. Er is potentieel voor campagnes rond een hoger minimumloon (Fight for €14), loonsverhogingen (zoals het Brussels gemeentepersoneel), meer middelen (zoals in de zorgsector) of een minimumpensioen (zoals de petitie van de PVDA hiervoor). Deze campagnes moeten met een zo breed mogelijke betrokkenheid op straat en op de werkvloer gevoerd worden om onze collega’s, familie en kennissen te overtuigen.

Strijdbare en opbouwende campagnes kunnen ervoor zorgen dat de gesprekken op de werkvloer minder gedomineerd worden door racisme en ze kunnen duidelijk maken dat het VB wel beweert sociaal te zijn, maar dat masker enkel gebruikt om des te meer verdeeldheid te verspreiden. Het afdwingen van onze eisen, zal strijd vergen. Tegen de achtergrond van een nieuwe recessie zullen we zeker niets cadeau krijgen. LSP speelt een actieve rol in strijdbewegingen en verdedigt daarbij de noodzaak van maatschappijverandering: een socialistisch alternatief op de ongelijkheid en sociale en ecologische problemen die eigen zijn aan het kapitalisme.