Home / Edito - Belgische politiek / Asociaal beleid afgestraft: Jambon zet Zweeds door en doet er nog een schep bovenop

Asociaal beleid afgestraft: Jambon zet Zweeds door en doet er nog een schep bovenop

Jambon. (Foto vanop Wikipedia)

Het asociale beleid van de Zweedse regeringen werd afgestraft. Toch krijgen we op Vlaams niveau een heruitgave van de vorige regering. De verliezende partijen zetten door en doen er nog een schep bovenop. Het asociale karakter van het beleid wordt opgevoerd. Niet alleen migranten worden hard aangepakt, ook werklozen, het middenveld en de ambtenaren. Wie blijft buiten schot? De rijksten, de vastgoedlobby, de grote bedrijven, … Er is inderdaad een VB-stempel op deze regering die als motto lijkt te hanteren: ‘rijk volk eerst’. De sociale beloften in het regeerakkoord worden in de verf gezet, maar het blijkt een dun laagje vernis te zijn.

Door Geert Cool

Sociale klemtonen: onvoldoende middelen zullen problemen niet oplossen

De regering-Jambon probeert zich voor te doen als ‘sociaal’ voor wie hier woont – we schreven bijna ‘voor echte Vlamingen’ – en strenger voor wie er bij wil horen. Een blik op wat als sociale maatregelen wordt voorgesteld, maakt duidelijk dat dit nonsens is. De noden in onder meer de zorgsector, onderwijs en inzake betaalbaar wonen zijn bijzonder groot. De voorgestelde middelen beantwoorden niet aan de noden.

Zo is er geen sprake van de benodigde 1,6 miljard euro per jaar om de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg weg te werken. Dat was het cijfer waar het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) over sprak. Met 270 miljoen euro komt de nieuwe Vlaamse regering nog niet in de buurt! Om de ouderenzorg betaalbaar te houden, komt er geen maximumfactuur en zal de overheid evenmin fors investeren in degelijke publieke ouderenzorg. Neen: het zorgbudget voor een groot aantal ouderen wordt opgetrokken en er is de belofte van extra personeel op basis van personeelsnormen. Alles samen krijgt welzijn 550 miljoen euro extra, dat is ongeveer hetzelfde als onder de vorige Vlaamse regering en het blijft een pak onder wat nodig is.

Er wordt geen werk gemaakt van tienduizenden nieuwe sociale woningen, ook al is de wachtlijst opgelopen tot 153.910 mensen in Vlaanderen in 2018 (bijna evenveel als het aantal beschikbare sociale woningen: 156.280). De regering beweert te investeren in sociale huisvesting, maar erg ambitieus is ze niet. Het regeerakkoord houdt het op: “De investeringsmachtiging voor nieuwbouw en renovatie wordt de volgende 5 jaar gecontinueerd op het niveau van 2019” met een klemtoon op renovatie. Kortom: er wordt niet extra geïnvesteerd en er komen geen of amper nieuwe sociale woningen bij. De Vlaamse steun voor sociale huisvesting in de grote steden (Antwerpen, Gent) blijft behouden. Het voorstel uit de startnota van De Wever om die financiering te stoppen, was volgens de N-VA-voorzitter bewust naar voren gebracht om het nadien terug te trekken. Zo gaat het met sociale maatregelen van deze Vlaamse regering: we mogen al blij zijn met wat we hadden… Een status-quo dat niet volstaat, wordt als ‘vooruitgang’ voorgesteld. Zonder extra sociale huisvesting wordt enkel gefoefeld aan de toegang ertoe: die wordt moeilijker voor nieuwkomers.

De verlaging van de registratierechten bij de aankoop van een nieuwe woning van 7 naar 6% wordt als een sociale maatregel voorgesteld, maar komt nadat het opgedeeld tarief van 5% (voor klein beschrijf) en 10% (voor groot beschrijf) was afgeschaft. Voor een kleine woning blijft er dus een stijging van de registratierechten. Het afschaffen van de woonbonus wordt door sommigen als een ‘links’ accent voorgesteld. Dat is nonsens: de woonbonus zorgde voor een stijging van de huizenprijzen waarbij wat een gezin terugkreeg als woonbonus eigenlijk al doorgegeven was aan de vastgoedsector. Die sector moet van de regering-Jambon niets vrezen: door niet in extra sociale huisvesting te investeren, wordt de ‘huizenmarkt’ volledig aan de private sector overgelaten. Waar de invoering van de woonbonus tot stijgende prijzen leidde, zal de afschaffing ervan wellicht geen daling veroorzaken. Werkenden die een woning kopen zijn er de dupe van. Een links accent zou bestaan uit massale publieke investeringen in sociale huisvesting en betaalbaar wonen, maar dat vinden we niet in het regeerakkoord.

Blijft nog de maatregel van de jobbonus over: wie minder dan 1.700 euro bruto per maand verdient, zou een nettobonus krijgen van 50 euro per maand. Wie tussen 1.700 en 2.500 euro bruto verdient, zal een kleinere bonus krijgen. Deze opgesmukte jobkorting zou volgens de liberalen van toepassing zijn op één op de drie werkenden. De maatregel kost 350 miljoen euro en is één van de duurste die deze regering neemt. Mensen met een laag inkomen zullen dit zeker verwelkomen, maar het blijft nog even wachten: de maatregel komt er pas in 2021. En we moeten vaststellen dat de regering niet de werkgevers wil laten betalen voor hun personeel maar de gemeenschap. In plaats van een hoger loon dat recht geeft op bijhorende sociale voordelen (bijvoorbeeld inzake pensioenen) wordt een bonus uit de gemeenschapskas betaald.

De ‘sociale’ maatregelen vallen dus mager uit en wegen niet op tegen de nieuwe asociale voorstellen in het regeerakkoord.

Tegen nieuwkomers, werklozen, ambtenaren en al wie ambetant is

Het Vlaams Belang vond terecht dat het regeerakkoord wel degelijk de stempel van de partij droeg. Opmerkelijk was trouwens dat het VB geen kritiek had op het tekortschieten van de voorgestelde ‘sociale’ maatregelen, maar zich beperkte tot de roep om migranten en nieuwkomers nog harder aan te pakken. Het regeerakkoord neemt maatregelen uit het beruchte 70-puntenprogramma van het Vlaams Blok over: Vlaanderen stapt uit gelijkekansencentrum Unia en maakt de toegang tot onder meer de verplichte inburgering moeilijker. Nieuwkomers zullen 180 euro inschrijvingsgeld betalen voor de inburgeringscursus en twee keer 90 euro voor examens Nederlands en maatschappelijke oriëntatie. Met 360 euro is een inburgeringscursus duurder dan een driejarige Bachelor-opleiding voor een beursgerechtigde student.

Hiermee creëert de Vlaamse regering de illusie dat de sociale achteruitgang van de afgelopen jaren het resultaat is van investeringen in nieuwkomers. De lage lonen, tekort aan middelen voor onderwijs, falende infrastructuur of tanende zorgsector zijn echter het resultaat van een transfer van middelen van de gemeenschap naar de grote bedrijven via allerhande belastingvoordelen. Daar weigeren alle regeringen in dit land – inclusief de federale eens die er komt – tegen in te gaan. Met 43.397 nieuwkomers in Vlaanderen in 2017 (de laatste cijfers in de Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor van de Vlaamse overheid) zou een bijdrage van 360 euro in totaal 15 miljoen euro opleveren. Om de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg weg te werken, is 1,6 miljard euro nodig of honderd keer meer. Anders gezegd: de aanvallen op nieuwkomers zijn vooral symbolisch om de indruk te wekken dat de regering gaat voor het ‘eigen volk eerst’: ze zullen amper middelen opbrengen maar ondertussen is 360 euro heel veel geld voor wie hier net aankomt.

Wie dacht dat de aanvallen zich tot de nieuwkomers zouden beperken, vergist zich. Werklozen bijvoorbeeld worden harder aangepakt. De VDAB krijgt meer mogelijkheden om werkzoekenden strenger op te volgen met een “verplichte overeenkomst over een persoonlijk traject naar werk” (waarvoor de VDAB overigens geen extra middelen krijgt) gevolgd door een mogelijkheid van verplichte onbetaalde gemeenschapsdienst na twee jaar. Gemeenten kunnen personeel beginnen afdanken: straks komen er onbetaalde dwangarbeiders in de plaats. Dat is letterlijk wat deze maatregel in Nederland heeft betekend: het voorbeeld van de afgedankte straatveger die nadien als gemeenschapsdienst onbetaald de straten moest vegen, is algemeen gekend.

Liggen ook onder vuur: wie voor de Vlaamse overheid werkt. Nieuw personeel wordt voortaan enkel contractueel tewerkgesteld, met uitzondering van het onderwijs. Het ambtenarenstatuut wordt volledig afgebouwd, wat een stap achteruit is voor het betreffend personeel (onder meer inzake jobzekerheid en pensioenen). De Vlaamse regering wil een “slanke” overheid met minder personeel. Inzake de lonen wordt een schot voor de boeg gelost met de stelling dat “het belang van anciënniteit in de loonvorming” wordt “teruggeschroefd.”

Nieuwkomers, werklozen en ambtenaren krijgen het gezelschap van al wie ‘ambetant’ kan zijn voor de rechtse Vlaamse regering. Zo wordt de financiële ondersteuning aan gelijkekansencentrum Unia afgeschaft, moet de VRT de ‘Vlaamse identiteit’ uitdragen en stoppen met kritische opiniestukken te publiceren (de nieuwssite mag enkel ter ondersteuning van beeldmateriaal zijn), het Minderhedenforum verdwijnt en de mutualiteiten worden voorzichtig aangepakt met de suggestie dat de zorgkassen (betaald door de zorgpremie) samensmelten en los komen te staan van de mutualiteiten.

Onderwijs: toegang tot hoger onderwijs moeilijker

Er zijn beloften om nieuw personeel in het onderwijs aan te trekken, onder meer door de anciënniteit uit de privésector over te nemen. In het kleuteronderwijs zouden er meer middelen komen. Het M-decreet – een poging tot opname van leerlingen met specifieke noden in het reguliere onderwijs, evenwel zonder de nodige middelen hiervoor te voorzien – wordt opnieuw afgeschaft. De ernstige herfinanciering door meer publieke middelen voor onderwijs, blijft echter uit.

Wat wel verandert, is de grotere nadruk op prestaties. Verplichte standaardproeven in het secundair onderwijs zijn daar deel van. In het hoger onderwijs komt er een harde knip tussen bachelor en masteropleidingen, wat de toegang tot masteropleidingen beperkt (tenzij een student de middelen heeft om langer te studeren). Daarnaast wil de regering een ‘rationalisering’ van de bacheloropleidingen, waarbij opleidingen met minder dan 115 studenten bedreigd zijn.

Geen investeringen in openbaar vervoer

Op De Lijn is er de afgelopen jaren fors bespaard en de Vlaamse regering wil daarmee doorzetten. De regering wil ons meer laten betalen: “Sowieso blijft De Lijn verder een hogere kostendekkingsgraad realiseren en blijft kostenefficiëntie een permanente drijfveer.” Kostendekkingsgraad staat voor het aandeel van de kosten die door de gebruikers rechtstreeks betaald wordt, naast het aandeel dat we onrechtstreeks via de gemeenschapsmiddelen betalen. De regering legt bovendien op dat er in de tweede helft van de regeerperiode in één vervoersregio een volledige liberalisering wordt doorgevoerd: via tendering zal daar een operator aangeduid worden. De weg voor private bedrijven wordt gemakkelijker: “We onderzoeken tevens hoe we de drempels in de regelgeving kunnen wegwerken voor private vervoersinitiatieven.”

Dat dit op protest van het personeel kan botsten, beseft de Vlaamse regering ook. Daarom bepaalt het regeerakkoord: “We zetten een stap verder op het vlak van een gegarandeerde dienstverlening.” Daartoe wordt aangedrongen op overleg met de sociale partners, maar als dat niets oplevert doet de regering het zelf.  “Bij gebreke aan resultaten binnen de termijn van zes maanden, zal de regering het initiatief nemen om voormelde doelstelling alsnog te realiseren.”

Vlaamse identiteit

Op het N-VA-congres kregen de kopstukken het meeste applaus voor de nationalistische maatregelen. Waar er in het gemeenschapsonderwijs een volledig verbod op levensbeschouwelijke tekenen, inclusief de hoofddoek, komt in naam van de neutraliteit, geldt de neutraliteit niet voor de burgemeesterssjerp waar er voortaan keuze is tussen de Belgische driekleur en een Vlaamse versie. Voortaan zullen we aan de sjerp zien of er een Vlaams-nationalistische burgemeester is of niet. Er komt een ‘Vlaams canon’. In de Vlaamse rand wordt onderzocht of er een ‘voorrangregel’  komt om voorkeur te geven aan “leerlingen uit de Vlaamse gemeenschap.”

Quid CD&V?

De vorming van de nieuwe Vlaamse regering verliep ondanks dezelfde samenstelling als de vorige niet gemakkelijk. Het duurde vier maanden en er was een lijvig document – zonder exacte cijfers – nodig om de regeringsvorming te bezegelen. Het blijft immers een regering van verliezende partijen, waarbij N-VA de vooruitgang van VB probeert te gebruiken om de eigen stempel te vergroten. De liberalen zijn blij dat ze erbij zijn. CD&V zal het met dit regeerakkoord nog moeilijker krijgen om zich voor te doen als het ‘sociaal gezicht’ binnen een rechtse regering. De partij stond al onder druk door het asociale beleid van de vorige Zweedse regeringen, maar lijkt nu aan de top oprecht enthousiast over een verderzetting van de aanvallen. De enige discussies lijken te gaan over welke rol welk kopstuk zal spelen. Met het tegenvallende resultaat en de nog dramatischer achteruitgang in de peilingen na de verkiezingen, stelt zich stilaan de vraag: ‘quid CD&V’? Wat zal CD&V doen? Na de verkiezingen vlogen al verwijten over en weer tussen ACV-leiders en CD&V-kopstukken, met dit regeerakkoord wordt het voor de ACV-top nog moeilijker om CD&V de hand boven het hoofd te houden.

Verzet nodig!

De maatregelen in het regeerakkoord liggen in de lijn van de vorige Vlaamse regering en gaan nog een stap verder op verschillende vlakken, onder meer tegen nieuwkomers, ambtenaren of personeel en gebruikers van De Lijn. De sociale maatregelen die beloofd worden, voldoen helemaal niet aan de noden en zijn vaak slechts bevestigingen van wat er al was. Deze regering rijdt voor de rijken. Gewone werkenden die dachten dat zij het beter zouden hebben omdat migranten harder aangepakt worden, moeten maar eens becijferen wat de afschaffing van de woonbonus voor hen kost. Het begint met migranten, maar de neoliberale besparingslogica kan zich niet tot deze groep beperken.

Er zal verzet nodig zijn tegen de regering-Jambon. We mogen ons niet langen vangen aan de racistische verdeel-en-heersmethode die vandaag prominent verdedigd wordt door de regering, in een poging om het sociale falen op andere vlakken te verbergen. De rechtse partijen werden afgestraft omwille van hun asociaal beleid, meer nog meer asociaal beleid zullen ze daar geen antwoord op bieden. Collectieve strijd van de arbeidersbeweging rond de noden voor de meerderheid van de bevolking, is nodig. Als de arbeidersbeweging haar stempel niet op de discussies drukt, zal het publieke debat beperkt zijn tot racisme-light versus hard racisme, tussen keiharde besparingen op onze levensstandaard versus een zachtere variant ervan.