Home / Op de werkvloer / ABVV / Een sociaal-ecologisch noodplan als basis voor een nieuw offensief

Een sociaal-ecologisch noodplan als basis voor een nieuw offensief

De verkiezingen gaven een duidelijk signaal. De bevolking heeft de vorige regering afgestraft. De Zweedse partijen hebben niet alleen verloren, ze hebben zo hard verloren dat ze hun meerderheid niet kunnen verderzetten. De sociale noden zijn groot. ABVV-voorzitter Robert Vertenueil stelt terecht voor om een sociaal-ecologisch noodplan te verdedigen. Laten we ervoor zorgen dat zo’n plan de basis is voor een actieve mobilisatie om overwinningen af te dwingen.

Artikel door Nicolas Croes, uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Roodgroene New Deal

Het ABVV omschrijft dit noodplan als een “roodgroene New Deal”. Het wil de koopkracht verhogen door hogere lonen en minstens 14 euro per uur, een minimumpensioen van 1.500 euro netto, hogere uitkeringen boven de armoedegrens en zowel sociale als ecologische investeringen (onder meer in infrastructuur, openbaar vervoer, kinderopvang, hernieuwbare energie, …).

In Frankrijk kreeg France Insoumise in de presidentsverkiezingen van 2017 heel veel steun voor het programma ‘L’Avenir en Commun’. In de VS is er groot enthousiasme voor de ‘Green New Deal’ van Bernie Sanders en Alexandria Ocasio-Cortez. Die programma’s zijn ambitieuzer en gedetailleerder dan wat het ABVV voorstelt, onder meer inzake de omvang van de publieke investeringen of nog over de noodzaak om tot nationalisaties over te gaan. Vertenueil becijfert zijn roodgroene New Deal op 3,5 miljard euro, wat vooral zou besteed worden aan de verhoging van de uitkeringen en de pensioenen. Het is beperkt, maar wel een goed begin. Er is een bredere steun onder de bevolking voor de voorstellen in dit noodplan.

Van sensibilisering naar actie

Deze steun wordt geïllustreerd door het succes van de PVDA-petitie rond minimum 1.500 euro netto pensioen. Deze petitie werd bij de start van het nieuwe werkjaar gelanceerd en werd meteen tienduizenden keren ondertekend. Er zal niet zomaar een parlementaire meerderheid voor dit voorstel gevonden worden. We zullen een krachtsverhouding moeten opbouwen. Dat gebeurt in de eerste plaats op de werkplaatsen en op straat. Om rond de pensioenen te winnen, is een nationale beweging met acties en stakingen nodig.

Rond de eis van een hoger minimumloon kunnen gemakkelijker eerste overwinningen geboekt worden. Dit kan op het niveau van sectoren of zelfs van individuele bedrijven. De bazen zullen er alles aan doen om precedenten te vermijden, maar met een opbouwend actieplan is het niet uitgesloten dat hier en daar een hoger minimumloon wordt afgedwongen. Een overwinning, ook al is het op beperkte schaal, is belangrijk om collega’s en vrienden te overtuigen van het nut van collectieve actie en strijd.

Er zijn interessante voorbeelden. Zo voert de ACOD-delegatie aan de UGent campagne om af te dwingen dat alle personeelsleden minstens 14 euro per uur verdienen. Een informatiecampagne en specifieke petitie bouwt op naar een staking hiervoor in maart volgend jaar. Het gaat om een honderdtal personeelsleden die vandaag minder dan 14 euro per uur verdienen. Dat is zeker betaalbaar, maar de directie zal niet graag een precedent scheppen. Er zal dus vastberaden strijd nodig zijn om elke opening te gebruiken. Het effect van een overwinning zou veel groter zijn dan enkel de direct betrokken collega’s: een verhoging van het minimumloon zorgt voor een algemene opwaartse druk op de lonen en bovendien kan het als voorbeeld gebruikt worden in andere bedrijven en sectoren.

Het voorbije jaar werd gekenmerkt door een groot aantal betogingen: jongeren voor het klimaat, gele hesjes, Brusselse brandweerlieden, zorgpersoneel en werkenden in het algemeen die hun koopkracht verdedigen. De precieze formulering van de eisen van deze groepen kan verschillen, maar de problemen waarmee ze te maken hebben zijn vaak identiek: gebrek aan publieke middelen, hoge kosten van levensonderhoud, onhoudbare werkdruk. Het programma dat door Robert Vertenueil verdedigd wordt, biedt een kans om deze verschillende bewegingen te verenigen.

Met een goede dynamiek – strijdbaar en democratisch, zoals de algemene vergaderingen van het Brusselse netwerk ‘Zorg in actie’  – is het niet alleen mogelijk om broodnodige overwinningen te behalen, maar ook om een programma te populariseren dat beantwoordt aan de huidige uitdagingen. Dat is noodzakelijk met het oog op de komende recessie, maar ook gezien de ecologische noodtoestand.

Zolang de belangrijkste sectoren van de economie onder controle staan van aandeelhouders en bazen, zullen ze dienen als hefbomen om elke ecologische of sociale vooruitgang te saboteren. Zo’n vooruitgang bedreigt immers hun winsten. Daarom benadrukken wij dat elke stap vooruit het vertrouwen in collectieve strijd van werkenden en onderdrukten kan vestigen, maar dat er tegelijk moet gestreden worden voor een alternatief op het kapitalisme: een socialistische samenleving met een democratisch geplande economie gericht op de noden van de bevolking, waaronder ecologische behoeften.