Home / Internationaal / Midden-Oosten en Noord-Afrika / Egyptische betogers slopen de muur van angst

Egyptische betogers slopen de muur van angst

Analyse door Serge Jordan (CWI)

Op vrijdagavond 20 september brak er in Egypte op grote schaal protest uit. Honderden mensen kwamen naar het Tahrirplein in Caïro, het epicentrum van de revolutie van januari 2011, en nog veel meer mensen trokken door de straten elders in het land, waaronder de havensteden Alexandrië en Suez, maar ook in Mahalla al-Kubra, het bastion van de arbeidersklasse.

Het deed denken aan de slogans van de eerste golf van revoltes in het Midden-Oosten en Noord Afrika acht jaar geleden. De betogers eisten het ontslag van president Abdel Fattah al-Sisi en de val van zijn militaire regime – in sommige gevallen door affiches met het gezicht van de dictator te vernietigen. Dit ging gepaard met de grootste “elektronische betoging” in jaren, met honderdduizenden tweets die al-Sisi opriepen om af te treden.

Deze betogingen zijn tot nu toe relatief klein van omvang en het is nog maar de vraag of ze zullen uitgroeien tot een grotere beweging. Maar hun uitbarsting in een land onder de staat van beleg, de risico’s die de deelnemers hebben genomen, de snelle uitbreiding van de protesten in Egypte en de stoutmoedigheid van de eisen van de betogers hebben onherstelbare schade toegebracht aan het prestige van het boegbeeld van het regime en vormen een beslissende stap in het overwinnen van de ‘angstaanjagende drempel’ die werd opgelegd door jaren van harde repressie door de staat.

De niet-aflatende cycli van toenemende armoede door besparingen en aanvallen op de levensstandaard, in combinatie met de systematische onderdrukking van de meest elementaire vrijheden door het regime, hebben een enorm explosieve vulkaan gecreëerd die op elk moment kan uitbarsten. Nadat al-Sisi en zijn handlangers in de zomer van 2013 door een militaire staatsgreep aan de macht kwamen, hebben ze een van de wreedste dictaturen van het moderne kapitalisme geïnstalleerd. Dit gebeurde met de politieke zegen van de grote imperialistische mogendheden, die financiële steun en een overvloedige wapenverkoop bieden. Sommige van deze westerse wapens worden door de Egyptische veiligheidstroepen gebruikt om de huidige golf van protesten neer te slaan.

Maar zoals Napoleon ooit zei: “Je kunt alles doen met bajonetten, behalve erop zitten”. Geen enkel regime kan lang overleven door middel van bruut militair geweld alleen. Het feit dat het regime opnieuw geconfronteerd wordt met een openlijke tegenstand op straat toont dat zelfs het hevigste geweld dat door de heersende klassen wordt ontketend, op lange termijn nooit immuniteit biedt tegen revolutionaire omwentelingen.

Beelden en video’s die via sociale media worden verspreid laten zien dat de betogers overwegend jong zijn, vaak tieners en jonge twintigers. De generatie die actief deelnam aan de revolutie van 2011 kreeg al te maken met de ingrijpende repressie van het regime: velen zijn in de gevangenis gegooid, vermoord, gemarteld of gedwongen in ballingschap. Destijds te jong om echt deel te nemen en minder direct getroffen door de nederlagen van het afgelopen decennium, komt nu een nieuwe generatie moedig op de voorgrond.

Vonk

De directe aanleiding voor deze beweging waren nieuwe onthullingen over corruptie en de obscene luxe van de heersende elite. Een voormalig acteur en bouwmagnaat, Mohamed Ali, die enorme winsten haalde uit zijn contracten met het Egyptische leger, publiceerde de voorbije weken een reeks video’s vanuit zijn zelfopgelegde ballingschap in Spanje. Daarin beschuldigde hij al-Sisi, zijn vrouw en hoge militaire ambtenaren ervan dat zij miljarden aan publiek geld in eigenbelang in prestigeprojecten hebben gestoken, zoals de bouw van huizen, paleizen en luxueuze hotels. Hij riep de mensen op om te betogen. Sommige voormalige militairen en inlichtingenofficieren hebben sindsdien soortgelijke beschuldigingen geuit.

De steeds strakkere greep van de militaire top op de Egyptische economie en de persoonlijke machtsconcentratie in handen van de naaste kring van al-Sisi’s heeft wrok en frustratie opgeroepen bij die delen van de grote zakelijke en militaire elite die op een zijspoor zijn gezet. De toevallige figuur van Mohamed Ali is een typische manifestatie van deze lagen. Maar zijn aanklachten hebben de woede aangewakkerd van miljoenen Egyptenaren die geconfronteerd worden met afbrokkelende infrastructuur en toenemende armoede, werkloosheid, inflatie en dakloosheid. Zelfs de zoals steeds onderschatte cijfers van de Wereldbank spreken van 60% Egyptenaren die nu onder of nabij de armoedegrens leven.

De onderwerping van het regime van al-Sisi aan de besparingsplannen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) als voorwaarde voor een kredietpakket van 12 miljard dollar heeft sociale schade aangericht en de levensomstandigheden van de arbeidersklasse en de middenklasse Egyptenaren fel aangetast. Volgens eigen cijfers van de regering zijn tussen 2015 en 2018 nog eens 4 miljoen extra mensen in armoede vervallen. De massa’s hebben niets gemerkt van de economische groei van Egypte die geprezen wordt door wereldwijde pro-kapitalistische analisten en ratingbureaus. Aangezien de straatprotesten van de laatste dagen een nieuwe fase van meer openlijk verzet tegen het regime van al-Sisi tonen, hebben ze ook alarmbellen door de markten doen rinkelen. Voor het eerst sinds 2016 schortte de Egyptische beurs de handel op zondag op na de scherpste daling in jaren.

Top van het regime verward

Sinds vrijdag is er op het Tahrirplein een zware veiligheidsaanwezigheid. Gepantserde voertuigen hebben het plein afgesloten en de veiligheidstroepen hebben cafés in het centrum van Cairo gesloten, in een poging om meer protesten te vermijden. Honderden betogers en politieke activisten zijn door de politie gearresteerd en ook enkele ‘veteranen’ van de revolutie van 2011 waren een doelwit van repressie. Toch heeft dit niet voorkomen dat een nieuwe betogingsgolf zaterdag de straat op trok in andere gebieden en steden in het hele land, met name in Port Said, waar troepen traangas, rubberen kogels en scherpe munitie hebben afgevuurd. Zondag kwam het nieuws dat Facebook Messenger, BBC News en enkele andere sociale media en lokale online nieuwszenders verstoord of geblokkeerd waren.

Desalniettemin valt het op dat de repressie tot nu toe relatief beperkt is, althans vergeleken met de vroegere normen van het regime van al-Sisi. De instelling voor buitenlandse media-accreditatie publiceerde zaterdag een verklaring met bedekte dreigementen om buitenlandse journalisten te vervolgen als ze op een “overdreven” manier verslag doen van de gebeurtenissen – maar zonder expliciet melding te maken van de protesten. De meeste nationale media hebben het protest grotendeels verzwegen.

De relatieve terughoudendheid van het regime voor het gebruik van de volledige staatskracht heeft ertoe geleid dat sommigen geloven dat de protesten “van binnenuit” zijn georkestreerd. Pogingen van segmenten van de heersende elite om deze beweging tegen al-Sisi af te leiden voor hun eigen gewin en om het systeem waar ze van profiteren veilig te stellen, liggen natuurlijk in de aard van dergelijke situaties. Als de protesten zich ontwikkelen, kunnen delen van het leger besluiten om tegen al-Sisi in actie te komen, omdat de “sterke man” zijn vermogen om de stabiliteit van het heersende regime te waarborgen heeft uitgeput. In die zin zou de “favoriete dictator” van Donald Trump wel eens een ernstig risico kunnen worden. Vandaar het belang voor de beweging om niet alleen al-Sisi en zijn directe entourage aan te vallen, maar om te streven naar het wegvegen van de hele rotte structuur waarop ze rusten.

Maar de huidige beweging reduceren tot een goed georkestreerde samenzwering, miskent het niveau van de echte woede die onder de oppervlakte kookt. Een 19-jarige inwoner van Boulaq, een volkswijk van Caïro, vertelde aan de New York Times: “De mensen wachtten gewoon op de kans om te protesteren – de video’s van Mohamed Ali zijn niet de echte reden waarom ze dat deden. De reden is dat mensen actie wilden ondernemen.”

Het gebrek aan vertrouwen van het regime in bloedige repressie op dit moment is vooral een indicatie van de algemene staat van shock, verdeeldheid en verwarring binnen de hogere echelons van het Egyptische staatsapparaat over hoe te reageren op deze grotendeels spontane beweging van onderuit. Velen in de heersende klasse begrijpen zeker dat het een groot bloedbad tegen de beweging hen kan achtervolgen. Zelfs de kleinste bedreiging voor de status en machtscontrole van al-Sisi kan nu al gauw een existentiële kwestie worden door een sneeuwbaleffect van massaprotest die heel het regime bedreigt. Bovenal vrezen ze dat de arbeidersklasse, net als in januari 2011, na een lange periode van onderwerping het vertrouwen terugwint en zich met haar eigen eisen in de strijd stort. Maandag legden de arbeiders van Ceramica Cleopatra, een fabriek in het industriegebied van Suez, uit protest tegen al-Sisi – het werk neer uit protest tegen een betoging die hun baas had georganiseerd om de dictator te steunen! Dat zegt veel over hoe snel de stemming kan veranderen als de angst van de massa’s begint te vervagen.

In ieder geval blijft contrarevolutionair geweld een integraal en onvermijdelijk onderdeel van het arsenaal van de heersende elite om massa-actie tegen te gaan. De betogers moeten dan ook bereid zijn zich te verdedigen. Actiecomités in de wijken, werkplaatsen, scholen en universiteiten kunnen helpen om het verzet tegen de repressie van het regime te organiseren en om toekomstige acties op een breder en meer georganiseerd niveau te leiden. Een oproep naar de vele arme dienstplichtigen in het leger met een gedurfd programma van sociale en economische verandering en een oproep om actiecomités op te richten om het leger te zuiveren van zijn corrupte hiërarchie, zou zowel de repressieve capaciteiten van de staat fundamenteel ondermijnen, als mogelijke manoeuvres door de delen van het veiligheids- en militaire establishment om de huidige protestbeweging te doen ontsporen, zoals ze dat in 2011 en 2013 deden.

Nieuwe golf van massale strijd in de regio

Hoewel het nogal wat analisten heeft verrast, is de huidige crisis al enige tijd in de maak. De angst voor een mogelijke revolutionaire besmetting was de drijvende kracht achter de actieve rol van de Egyptische staat in het bijstaan van de Soedanese militaire raad in zijn poging om de revolutionaire strijd daar op bloedige wijze te onderdrukken. Dat heeft niet gewerkt: de Egyptische betogers lijken juist aangemoedigd te zijn door de revolutionaire bewegingen in de regio. Die beweging heeft afgelopen april het lot van de Soedanese dictator al-Bashir bezegeld en ook de Algerijnse ex-president Bouteflika kwam ten val. Zoals een Egyptische activist het verwoordde: “Ze wilden het begin van een Egyptisch scenario in Algerije… nu is het Algerijnse scenario begonnen in Egypte.” Als de gebeurtenissen in Egypte in een stroomversnelling komen, kunnen ze op hun beurt de vlammen van de opstand tegen de vele onderdrukkende regimes in de regio aanwakkeren. De recente presidentsverkiezingen in Tunesië, waarbij alle favoriete kandidaten van de heersende klasse, inclusief de vertrekkende premier, in de eerste ronde zwaar verslagen werden, zijn een aanwijzing te meer dat de heersende politieke orde, opgelegd door het kapitalisme en imperialisme in de nasleep van de zogenaamde ‘Arabische Lente’, in een complete puinhoop ligt.

De recente ervaringen in al deze landen wijzen echter op een belangrijke les: als de arbeidersklasse, arme massa’s en revolutionaire jongeren een einde willen maken aan armoede en onderdrukking, dan moeten ze hun eigen alternatief ontwikkelen, gebaseerd op eigen partijen, onafhankelijk van en tegen alle delen van de kapitalistische heersende elites, die altijd zullen proberen revolutionaire bewegingen te kapen, af te leiden, te verdelen en te verpletteren om hun verrotte en uitbuitende systeem te behouden.

Mohamed Ali is een onbetrouwbare miljonair die vanuit eigen belangen met het regime botste. Maar hij heeft gelijk als hij zegt dat “het systeem verantwoordelijk was” en dat er “een nieuw systeem nodig is.” Het was tegen de achtergrond van de wereldwijde economische crisis van het kapitalisme in 2008-2009 dat de eerste golf van revoluties de regio op zijn kop zette. Met een nieuwe wereldrecessie in het verschiet zullen de problemen van de Egyptische arbeiders en armen alleen maar verergeren, zolang het kapitalisme aanhoudt.

Mogelijk staan we aan het begin van een nieuw hoofdstuk van de onvoltooide Egyptische revolutie. Ali heeft een oproep gedaan voor een ‘miljoenmars’ op vrijdag, voor studenten om te staken en voor betogers om alle grote pleinen van het land te vullen. Aangezien een eerste breuk is gemaakt in de verdediging van het regime, zou deze beweging zich wel eens kunnen verspreiden, ook al zorgen de zware nederlagen van de Egyptische massa’s de afgelopen jaren voor een onvermijdelijke scepsis over de uitkomst van een nieuwe revolutionaire opstand die niet van de ene op de andere dag overwonnen zal worden.

Om dit te bereiken moet de beweging zich bewapenen met een programma dat niet alleen gericht is op het omverwerpen van al-Sisi, maar ook op het aanpakken van alle belangrijke kwesties waar de arbeiders, de armen en hun gezinnen mee te maken hebben: hoe kan men voedsel op tafel leggen, banen garanderen voor werkloze jongeren, fatsoenlijke huisvesting, infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en openbaar vervoer ontwikkelen, een einde maken aan de wijdverbreide seksuele intimidatie van vrouwen en meisjes en zo verder.

In de strijd voor de vrijheid van meningsuiting, democratisch georganiseerde vakbonden, een einde aan martelingen en de vrijlating van politieke gevangenen, moeten de socialisten er ook voor opkomen dat de obscene rijkdom van de heersende elite van Egypte uit haar handen wordt genomen en wordt gebruikt om het leven van de mensen te verbeteren. Door de schuld van het land af te wijzen en de grote bedrijven, banken en grote landgoederen te nationaliseren, te beginnen met die van de corrupte militaire heersers, en door een beroep te doen op de miljoenen arbeiders en armen om de economie en de maatschappij democratisch te beheren volgens de behoeften van de overgrote meerderheid, zou een nieuw, socialistisch en democratisch Egypte kunnen worden gebouwd, vrij van onderdrukking en uitbuiting.