Home / Dossier / Individuele inspanningen volstaan niet voor ecologische transitie

Individuele inspanningen volstaan niet voor ecologische transitie

We worden ermee om de oren geslagen: “verandering begint bij jezelf,” wordt steeds herhaald. Alles zou afhangen van ons gedrag en kleine dagelijkse handelingen. Zouden we gered zijn indien iedereen vegetariër wordt, enkel nog lokale producten koopt, voor korte afstanden steeds de fiets neemt, het vliegtuig helemaal verbant, drie keer minder nieuwe kleren koopt en enkel nog tweedehands huishoudapparaten gebruikt? Een nieuwe studie geeft aan dat dit niet zou volstaan als antwoord op de klimaatuitdagingen.

door Nicolas Croes

Het debat hierover is niet nieuw. In 2015 werd er al op geantwoord door de Franse socioloog Jean-Baptiste Comby. Die schreef in zijn boek “La question climatique, genèse et dépolitisation d’un problème public” (Raisons d’agir, 2015) reeds: “De som van individuele gedragingen is nog geen collectief gedrag. Het is een illusie gericht op weinig efficiënte maatregelen voor het milieu die bovendien politiek onschadelijk zijn.”

Een studie van het Franse adviesbureau “Carbone 4”, dat gespecialiseerd is in een koolstofarme strategie en aanpassing aan de klimaatverandering, is het met dit standpunt eens. (1) Volgens deze studie zou de som van de individuele inspanningen zoals hierboven beschreven overeenkomen met minder dan een derde van de inspanning die nodig is om aan het Klimaatverdrag van Parijs te voldoen (2)! Afhankelijk van de veronderstellingen die in de studie zijn gemaakt, zouden de overheid en de bedrijven tussen de helft en driekwart van de vereiste emissiereductie-inspanning moeten leveren. De observatie is zo klaar als een klontje: alleen vertrouwen op eigen verantwoordelijkheid is als jezelf in de voet schieten.

Gedurfde maar cruciale collectieve oplossingen

Er zijn veel maatregelen die de overheid dringend moet nemen. De eerste zijn de renovatie van openbare gebouwen en sociale woningen, grootschalige investeringen in de ontwikkeling van openbaar vervoer (gratis en kwalitatief hoogstaand openbaar vervoer), de omvorming van de hele energiesector tot een openbare dienst (zonder compensatie van aandeelhouders van bestaande bedrijven tenzij op basis van bewezen behoeften) om een einde te maken aan de kolen- en gassector, of specifiek in België de afschaffing van fiscale voordelen voor bedrijfswagens (waarbij het voordeel voor werkenden moet omgezet worden in loon).

Maar er is meer. Het is uiteraard absoluut noodzakelijk om uit het kader van neoliberale handelsovereenkomsten zoals Ceta (Canada-EU-vrijhandelsovereenkomst) te stappen. Deze akkoorden gaan precies in de tegenovergestelde richting van een ecologische transitie die diepgaande structurele veranderingen vereist, zoals een collectieve arbeidsduurvermindering (zonder loonverlies en met compenserende aanwerving), het herstel van de secundaire spoorlijnen of een totaal andere benadering van het tempo van transport van personen en goederen.

Zullen bedrijven de strijd voeren?

Bazen en hun politici schreeuwen in koor dat dit allemaal ‘onbetaalbaar’ is. Voor hen is er maar één optie: verder in het huidige doodlopende straatje rennen. Het enige wat volgens hen kan, is het ‘groene’ gedrag van individuen en bedrijven fiscaal stimuleren. Dat gebeurt op een erg verschillende manier.

Voor ons betekent een “fiscale stimulus” dat we extra ecotaksen en andere asociale belastingen moeten ophoesten. Zo heeft de Duitse regering van Merkel samen met de groene partij een project opgezet voor een CO2-belasting die alle mensen treft op basis van consumptiegoederen. Onder het voorwendsel van een ecologische heroriëntatie van de industrie, is er vooral sprake van prijsstijgingen die de koopkracht van de werknemers en de meest kwetsbaren treffen en tegelijk de overheidsinkomsten moeten opkrikken op een ogenblik dat de economie in de problemen komt.

Voor bedrijven betekent een “fiscale stimulus” iets anders: nieuwe belastingverlagingen. Werkt dit? Niet echt. De grote bedrijven kregen de afgelopen jaren miljarden euro’s aan fiscale cadeaus om de economie te stimuleren en extra jobs te creëren. Het geld verdween in belastingparadijzen. Ook vanuit ons land vertrekt steeds meer geld naar die paradijzen. La Libre schreef op 21 augustus dat Belgische bedrijven steeds meer betalingen doen aan landen die als belastingparadijs bekend staan. In 2016 ging het om 82 miljard euro, in 2017 om 129 miljard euro en vorig jaar om 206 miljard euro. De winsten van bedrijven leiden niet tot nieuwe investeringen, maar tot records voor de dividenden aan de grote aandeelhouders: in het tweede kwartaal van dit jaar ging dat voor de beursgenoteerde bedrijven om 513 miljard dollar.

Verschillende bedrijven springen op de bio-kar omdat het financieel interessant is. Zelfs Coca-Cola heeft een campagne waarin het oproept tot recyclage en opkomt voor een afvalvrije wereld: “Koop geen Coca-Cola als je ons niet helpt recycleren.” Het Franse TV-programma Cash Investigation wees er echter op dat Coca-Cola in een interne nota fel gekant is tegen een verhoging van de recyclagedoelstellingen in Europa. Herbruikbare glazen flessen blijven veruit het meest ecologisch, maar dat betekent het organiseren van een distributiestelsel van ophaling en recyclage van deze flessen. Daartoe zijn Coca Cola en andere multinationals niet bereid. Voor hen is ecologie slechts een kwestie van communicatie: een manier om op de groene golf te surfen.

 

1)            César Dugast en Alexia Soyeux (Carbone 4), ‘‘Faire sa part ? Pouvoir et responsabilité des individus, des entreprises et de l’Etat face à l’urgence climatique’’, op www.carbone4.com

2)            Niet-bindend akkoord dat in werking trad op 4 november 2016 na de klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP21). Het doel was de opwarming van de aarde tegen 2100 te beperken “tot ver onder 2°C ten opzichte van het pre-industriële niveau”. Voordat de Verenigde Staten zich terugtrokken, was de overeenkomst ondertekend door 195 van de 197 landen van de Verenigde Naties.

 

Voor een rationeel geplande economie

Momenteel worden alle belangrijke beslissingen over de inzet van maatschappelijke middelen genomen door een select aantal zeer rijke ondernemers. De beslissingen worden genomen op basis van wat het meeste geld oplevert. Dit betekent vaak het gebruik van compleet inefficiënte methoden om dingen te produceren. Denk bijvoorbeeld aan de “fast fashion” industrie. Het creëren van trends die zo snel veranderen dat niemand het kan bijhouden, zorgt ervoor dat mensen goedkope wegwerpkleding blijven kopen, die kleding vervolgens dumpen en dan meer kopen. Wereldwijd worden jaarlijks tachtig miljard kledingstukken in massa geproduceerd, bijna uitsluitend met water verslindend maar goedkoop textiel zoals katoen. Om de juiste kleur voor een spijkerbroek te krijgen, wordt meer dan 10.000 liter water gebruikt!

We hebben een democratisch geplande economie nodig waarin de grootste bedrijven in publieke handen komen en de beslissingen over het beheer van een bepaalde sector worden genomen door gekozen organen van werkenden en consumenten. Een bedrijf in publieke handen brengen, betekent dat zowel de materiële middelen – fabrieken, gereedschappen, distributienetwerken, technologieën, infrastructuur – als de bestaande financiële reserves uit handen van rijke investeerders worden genomen en in de handen van de maatschappij als geheel komen. Als die kritische stap eenmaal is gezet, kunnen democratische raden de kapitalistische bazen vervangen en de werking van dat bedrijf of die sector vergemakkelijken. Deze raden zouden de expertise van het personeel in die sector moeten weerspiegelen. Zij zijn het best op de hoogte van de manier waarop de sector functioneert, wat hij produceert en wat kan worden verbeterd.

Op basis van een democratisch geplande economie kan innovatie ingezet worden in het belang van de gewone mensen en het klimaat. We kunnen investeren in een echte transformatie van grote industrieën op een duurzame basis. We kunnen investeren in de omscholing van miljoenen werknemers in de huidige vervuilende sectoren en miljoenen goedbetaalde jobs creëren, waarbij we gebruik maken van hernieuwbare energie door middel van zonne-, wind- en golftechnologie. Er zullen ongetwijfeld nieuwe vormen van hernieuwbare energie worden ontdekt, en het perfectioneren van de technologie om deze energie te benutten zal de opleiding van meer wetenschappers en ingenieurs vereisen, evenals het inzetten van wetenschappers die momenteel werken aan de ontwikkeling van wapens voor veel nuttiger werk.

Om een aantal van de ergste gevolgen van de klimaatcrisis om te buigen, zou een wereldwijd herbebossingsproject moeten worden opgestart. Herbebossing door het aanplanten van miljoenen inheemse bomen zou de luchtvervuiling drastisch verminderen en zou de natuurlijke habitats en ecosystemen die door ontbossing verloren zijn gegaan, herstellen. Daarnaast zal er een belangrijke reorganisatie van de wereldwijde landbouw nodig zijn om het land dat aan het vee wordt gegeven te verminderen en om gezonde vleesalternatieven te ontwikkelen.

Een samenleving die bevrijd is van de beperkingen van de winst zou een aantal baanbrekende projecten kunnen ondernemen om de samenleving te veranderen: het creëren van energie-efficiënte woningen met een effectievere isolatie, onderzoek naar mogelijkheden om vervuilde lucht direct schoon te maken en weer uit te stoten of het ontwikkelen van wegen waarbij elektrische voertuigen zich opladen terwijl ze rijden. Uitbreiding van duurzaam openbaar vervoer zou niet alleen de levensstandaard van veel mensen verbeteren, het zou ook een sprong voorwaarts zijn in de transformatie van de samenleving op een groene basis.

De oplossing voor deze crisis zal niet van bovenaf komen, ze zal niet worden geïnnoveerd door Elon Musk, ze zal niet komen door eenvoudigweg om de vier jaar te stemmen. De omvorming van de samenleving op een werkelijk duurzame basis en het waarborgen van een toekomst voor de mensheid berust op het beëindigen van de chaotische heerschappij van het kapitalisme en het vervangen van deze heerschappij door een werkelijk democratische planeconomie.

In plaats van de kapitalistische anarchie van de productie voor de winst, moeten we rationeel en democratisch plannen hoe we de middelen van de planeet duurzaam kunnen gebruiken om aan de behoeften van de meerderheid te voldoen. In de woorden van Karl Marx zou dit “de introductie van de rede op het gebied van de economische betrekkingen” betekenen. Dit is wat wij democratisch socialisme noemen. Het is de verenigde en georganiseerde kracht van werkenden en jongeren die deze socialistische verandering kan inluiden.