Home / Op de werkvloer / Lonen / Terwijl zij voor 650.000 niet buitenkomen, willen ze werklozen gratis doen werken

Terwijl zij voor 650.000 niet buitenkomen, willen ze werklozen gratis doen werken

Voor hen: nooit genoeg, altijd meer! Voor ons: altijd minder!

Twee maten en gewichten. Dat is het minste wat je kan zeggen van het politieke establishment. In de Vlaamse onderhandelingen wordt het voorstel van gemeenschapsdienst voor werklozen opnieuw op tafel gelegd. Het betekent dat wie geen werk vindt straks gratis moet werken. Waarom zouden lokale overheden en zelfs particulieren nog personeel aan een degelijk loon aanwerven als ze beroep kunnen doen op quasi gratis personeel? Dit voorstel zet een algemene neerwaartse druk op lonen en arbeidsvoorwaarden.

Tegelijk horen we dat voor toplui, zoals de manager van Proximus die Dominique Leroy zal opvolgen, een bovengrens van 650.000 euro per jaar te laag is. Voor topfuncties wordt niet aan gemeenschapsdienst door langdurig werklozen gedacht. Neen, een neerwaartse druk op de toplonen wordt omschreven als een handicap. Het zou het moeilijker maken om bekwame kandidaten te vinden.

De onderliggende boodschap is duidelijk: de bekwaamheid voor het soort jobs dat gewone mensen uitoefenen, wordt als minder gezien dan de bekwaamheid voor jobs van de topmanager. Maar wanneer valt alles stil: als er geen CEO is of als er het gewone personeel niet werkt? Inderdaad: zonder onze arbeid kunnen die topmanagers niets beginnen. Maar toch geldt voor hen een opwaartse druk op de lonen en voor ons een neerwaartse.

Dat wordt door de gevestigde politiek en hun media niet in vraag gesteld. We moeten dat van hen ook niet verwachten. We moeten het zelf in vraag stellen met de arbeidersbeweging en onze eigen stempel op de discussies drukken. Dat doen we best door onze eigen eisen en voorstellen te verdedigen. Als de regering aan gemeenschapsdienst voor werklozen denkt, betekent dit dat er wel degelijk jobs beschikbaar zijn. Het wil zeggen dat er jarenlang onvoldoende publieke investeringen in openbare dienstverlening was waardoor sommige taken niet meer uitgevoerd worden. Wij denken ook dat de openbare dienstverlening moet uitgebreid worden. Maar dan wel aan goede arbeids- en loonvoorwaarden. Niet op basis van dwangarbeid, dat is immers zo 18e eeuws! Om een algemene opwaartse druk voor onze lonen mogelijk te maken, is de eis van 14 euro per uur minimumloon belangrijk. Dit zou niet alleen de allerlaagste lonen de hoogte in duwen, maar ook andere lonen naar boven duwen.

Rond de toplonen voor managers is de essentie het grote verschil tussen de hoogste en laagste lonen. Waarom geen maximale verhouding invoeren tussen de laagste en de hoogste lonen. De beperking van de loonspanning, het maximale verschil tussen het hoogste en het laagste loon, is een oude eis van de arbeidersbeweging. Het betekent dat het hoogste loon bijvoorbeeld maximaal vier keer zo hoog mag zijn als het laagste. Dan kan zo’n topmanager op vier gewone maandlonen rekenen. Als je daar niet mee rondkomt, dan is een gewoon maandloon sowieso veel te laag en moet dat aangepakt worden.

We zullen dit soort voorstellen niet op de agenda zetten door er braaf om te vragen. We moeten een krachtsverhouding uitbouwen, bijvoorbeeld rond de eisen van een hoger minimumloon en minimum pensioen van 1.500 euro per maand. Als de bazen en hun politiekers zeggen dat er geen geld is voor dergelijke maatregelen, dan wijzen we op hun eigen lonen die nooit hoog genoeg zijn. Ingaan tegen deze groeiende kloof tussen hun eigen privileges en onze lonen en uitkeringen, betekent strijden tegen het kapitalistisch systeem dat tot steeds meer ongelijkheid leidt. Een perspectief van een andere samenleving is voor LSP dan ook onderdeel van de strijd die vandaag moet opgebouwd worden.