Home / Internationaal / Europa / Onrustwekkend resultaat in Oost-Duitsland: winst voor AfD, fors verlies voor Die Linke

Onrustwekkend resultaat in Oost-Duitsland: winst voor AfD, fors verlies voor Die Linke

Het is niet omdat het rechts-populistische AfD in geen van beide Duitse deelstaten waar afgelopen weekend gekozen werd de grootste werd, dat er geen reden tot ongerustheid is. De verkiezingen van 1 september markeerden een stabilisering van de openlijk extreemrechtse AfD op een hoog stemmenpercentage. Ze bevestigen de resultaten van de nationale en Europese verkiezingen.

Artikel door Claus Ludwig

De hogere opkomst kwam deels door het feit dat er op het laatste moment een anti-AfD-mobilisatie plaatsvond. Dit kwam vooral ten goede aan de respectieve partijen van de minister-presidenten: CDU in Saksen, SPD in Brandenburg. De partijen van de Berlijnse coalitie hebben de verkiezingen verloren, maar zijn er nog redelijk goed van afgekomen door het gebrek aan een zichtbaar alternatief op hun regering.

Ondanks de beschamende verkiezingsuitslag van de SPD in Saksen is de sociaaldemocratie daar meer dan ooit nodig om te regeren. De electorale neergang versnelt het einde van de zogenaamde GroKo (Grote Coalitie) niet, maar stabiliseert hem voorlopig wel. De hogere opkomst in beide staten maakt dat niet alleen AfD maar ook de Groenen en de FDP aan absolute stemmen winnen. CDU in Saksen en SPD in Brandenburg doen dat ook. Die Linke daarentegen werd procentueel in beide staten bijna gehalveerd en verloor bijna 48.000 stemmen in Brandenburg (CDU: 30.000) en 85.000 in Saksen (SPD: 38.000).

De smeulende crisis van de partij, met zwakke punten in verschillende deelstaatverkiezingen, een matig resultaat in de Bondsdagverkiezingen van 2017 en de zwakke resultaten in de Europese verkiezingen heeft hierdoor een acute toestand bereikt.

Waarom Die Linke verliest

Er is niet één reden voor het verlies van Die Linke, er zijn er verschillende. De eerste en belangrijkste stap voor Die Linke zou zijn om na te gaan waarom zoveel fout loopt. Brandenburg is een uitstekend voorbeeld van het verwoestende effect van deelname aan een regering die geen verschil maakt. Zo werd in Brandenburg ingestemd met een repressieve politiewet. In tegenstelling tot het nationale programma werd de uitbreiding van de ontginning van bruinkool ondersteund. De openbare diensten werden afgebouwd. Er was geen enkele aanpak voor problemen van emigratie uit de regio, de slechte dienstverlening en het erg beperkte openbaar vervoer. In een peiling gaf 70% aan dat Die Linke “vanuit de deelstaatregering niets had doorgevoerd dat opgemerkt werd.” In Saksen was dit niet fundamenteel anders. Daar bewees Die Linke dat het ook vanuit de oppositie een erg weinig kritische houding tegenover de regering kan aannemen.

Hoewel deze feiten duidelijk herkenbaar zijn voor iedereen, gaan delen van de partij- en factieleiders, vooral voorzitter Katja Kipping en fractievoorzitter Dietmar Bartsch, in het offensief om de bereidheid tot regeringsdeelname in de staten en in de Federatie te vergroten. De hoge scores van de Groenen maken een rood-rood-groene coalitie immers waarschijnlijker. Maar dat verandert politiek gezien niets.

Een samenwerking met deze SPD en deze Groenen zal slechts gebeuren tegen de prijs van de politieke zelfovergave van Die Linke. In het oosten heeft de partij haar functie als sociaal protestpartij al grotendeels verloren; ze wordt gezien als onderdeel van het establishment en wordt overbodig omdat de Groenen de evenwichtsoefening tussen progressief klinkende beloften en kapitalistische realpolitik er eleganter uit laten zien.

Er kan sprake zijn van tijdelijke hoogtepunten, zoals momenteel in Berlijn, of een eerste euforie, zoals in Bremen. Maar uiteindelijk wordt de rekening gepresenteerd op basis van de vraag of er effectief een ander beleid gevoerd wordt.

Niet dat principieel steeds oppositie voeren de oplossing is. In Saksen stelt Die Linke zich al jaren op als een regeringspartij in de wachtkamer. In haar programma voor de staatsverkiezingen spreekt Die Linke van een “rem op privatiseringen”, maar niet van het volledig afwijzen van privatiseringen en het terugbrengen van de reeds geprivatiseerde bedrijven in publiek eigendom. De sociale woningbouw zou “gestimuleerd” worden, maar de Saksische linkerzijde wilde er niet van weten dat de staat en de gemeenten sociale huisvesting zouden bouwen.

Sociale vraag onderschat?

In Die Linke is er al lang discussie over de vraag of de “sociale kwestie” voldoende benadrukt wordt. Met name de aanhangers van Sarah Wagenknecht beweren dat Die Linke dit heeft verwaarloosd en te veel lijkt op de Groenen als een stadspartij die zich richt op zaken als antiracisme en milieubescherming.

Natuurlijk maken de reeds geleden sociale achteruitgang in het oosten, de lage lonen, onzekere banen en de zorgen over de komende economische ontwikkelingen of armoede van bejaarden en ook de ervaringen met Die Linke in de regering deel uit van de frustratiemix waarop de angstpropaganda van de rechtse populisten is gebaseerd.

Sociale rechtvaardigheid en economische problemen waren echter niet de bepalende factoren bij deze verkiezingen. Een peiling gaf aan dat 58% in Brandenburg en 75% in Saksen tevreden is met de economische situatie. Anderzijds vreest 63% van de bevolking in Saksen dat “klimaatverandering onze bestaansmiddelen vernietigt” en 60% meent dat de “invloed van de islam te sterk wordt.”

Het heeft geen zin om de “sociale kwestie” als een abstract gegeven te gebruiken. Het moet concreet worden beantwoord. Dit omvat het formuleren van een duidelijk antiracistisch standpunt. Die Linke moet de beperkingen van de Groenen in de klimaatkwestie overstijgen. Dat kan door een radicale ecologische verandering te bepleiten en er tegelijkertijd voor te strijden dat deze niet wordt betaald door de arbeidersklasse, maar door de rijken en de grote bedrijven.

Klimaat en werk

De AfD deed het over de hele linie goed onder de werkenden en was ook succesvol in het bruinkoolgebied van Lausitz. Op één uitzondering na werd het daar de sterkste partij in alle kiesdistricten. De schijnbare tegenstelling tussen ecologie en economie, klimaatbescherming en werkgelegenheid heeft er een grote vlucht genomen. Waarschijnlijk uit zorg voor hun werk hebben veel werkenden voor de partij van de klimaatleugenaarsgekozen.

Noch de opportunistische koers van de Brandenburgse Linke, die vast wil houden aan bruinkool, noch de negerende houding van de Groenen, die zich niet bekommeren om jobs, is nuttig. Hier zou een linkse partij moeten optreden die zonder aarzeling vecht voor de uittreding uit de klimaatmoordende bruinkool en er net zo vastberaden voor pleit dat de lonen van bruinkoolarbeiders voor onbepaalde tijd betaald blijven worden totdat er een gelijkwaardige jobs zijn gewaarborgd. Dit zal niet werken als men bang is om de eigendomskwestie – de noodzakelijke socialisatie van de energie-industrie onder democratische controle – aan de orde te stellen.

Het is ook begrijpelijk dat de bruinkoolarbeiders geen vertrouwen hebben in algemene beloften van vervangende werkgelegenheid en structurele programma’s, gezien Kohls historische leugen over de “bloeiende landschappen” bij de hereniging van Duitsland. Die Linke zou moeten pleiten voor een omvattend openbaar programma voor de ecologische herstructurering van de industrie, actief de straat op moeten gaan om dat te bepleiten, ook in de vakbonden dit standpunt verdedigen en de werkenden laten zien hoe zij zelf actief kunnen worden om hun levensstandaard te verdedigen.

Systeemverandering

De “sociale kwestie” alleen defensief aan de orde stellen, in de zin van een tweede uitgaven van de sociaaldemocratie, zal niet werken. Er is geen plaats voor een ‘huisbewaarderspartij’ die aanbiedt om de aftakelende welvaartsstaat te herstellen. De klassenkwestie is onlosmakelijk verbonden met de grote vragen van de toekomst, migratie en klimaat, met de vraag hoe we willen leven en wie daarover beslist. De partij moet de “sociale kwestie” op een toekomstgerichte manier aanpakken. Hiervoor zou het offensief antikapitalistisch moeten optreden.

Het systeem bevindt zich in een structurele economische, ecologische, sociale en politieke crisis, los van de relatieve opleving in Duitsland die nog steeds in het bewustzijn leeft. Die Linke zal alleen uit haar strategische blokkade geraken als zij antwoorden biedt op deze crisis en in de concrete debatten laat zien dat zij een praktische waarde heeft omdat zij deze debatten inhoudelijk en praktisch kan bevorderen.

Zolang Die Linke de moed mist om het kapitalisme fundamenteel in twijfel te trekken, zolang het kwesties als klimaatbescherming, woningnood, racisme en armoede door de ogen van een reclamebureau ziet, en zich afvraagt welk onderwerp op de affiches moet komen en wanneer  (waarbij er tegenstrijdigheden zijn tussen affiches in verschillende regio’s), zolang zal de partij de ontwikkelingen slechts achterna lopen. De partij moet de visie van een fundamenteel andere samenleving verdedigen, zij heeft een socialistisch perspectief nodig dat door concrete voorstellen wordt onderbouwd.

Noch de verdere aanpassing aan de SPD en de Groenen, noch wederzijdse beschuldigingen en nieuwe persoonlijke conflicten zullen de partij nu helpen. Die Linke moet de omschakeling maken van een puur op het parlement gerichte partij naar een partij die actief campagne voert, in sociale conflicten aanwezig is en zich bewijst als een actieve kracht die een praktische waarde heeft voor mensen op het terrein.

AfD vestigt zich

De crisis van het systeem, het uiteenvallen van de EU en de toenemende tegenstellingen tussen de regio’s in de wereld leiden tot polarisatie – naar links en naar rechts. De polarisatie naar links, die momenteel tot uiting komt in grote antiracistische protesten en de klimaatbeweging, komt echter amper tot uiting in de verkiezingen. De AfD is erin geslaagd om de rechtse polarisatie bij verkiezingen bijna te monopoliseren.

De AfD heeft kenmerken van een ‘protestpartij’. Zo zegt 87% van de AfD-stemmers in Brandenburg en 83% in Saksen dat dit de enige partij is waarmee men tegen de gevestigde partijen kan protesteren.

Het is maatschappelijk protest dat niet zomaar naar links zal worden omgeleid. Slechts 14% van de AfD-stemmers in Brandenburg zei dat lonen en pensioenen doorslaggevend waren voor hun stem, 11% in Saksen zei dit over de sociale zekerheid. 97% in Brandenburg en 99% in Saksen zei dat ze de AfD leuk vonden omdat deze “de instroom van buitenlanders en vluchtelingen wil beperken”, 30% en 34% gaf respectievelijk aan dat de eisen hierover doorslaggevend waren voor hun stem.

Succes voor de racistische AfD-vleugel

Horst Kahrs van de Rosa Luxemburg Stichting schrijft in zijn verkiezingsanalyse: “Wie voor AfD kiest, wil een andere samenleving.” Dit is kort door de bocht, maar niet verkeerd. Het protestkarakter van de AfD is gebaseerd op een diepgewortelde etnische en racistische houding, het zweeft op de wereldwijde golf van reactionaire ‘antwoorden’ op de crisis van het kapitalisme. Slechts 24% van de AfD-aanhangers is van mening dat de levensomstandigheden enorm zijn verslechterd. Maar 92% is bezorgd over de invloed van de islam en 80% meent dat dit “ons leven” te veel verandert.

Dit verklaart ook waarom de duidelijke bocht naar rechts van de partij haar populariteit nauwelijks heeft aangetast. De AfD-afdelingen in Saksen en Brandenburg staan open voor het activistisch rechtse militanten. De Brandenburgse topkandidaat Kalbitz heeft contacten met gekende nazi’s. In het hele oosten domineert de etnische, agressief racistische “vleugel” rond Bernd Höcke.

We kunnen ons niet zo snel van de AfD ontdoen. In een fase waarin de sociale strijd niet openlijk wordt uitgevochten en de klassenkwestie ondergeschikt wordt gemaakt aan ogenschijnlijke vraagstukken van ‘waarden en normen’, kan de AfD relatief gemakkelijk de tegenstrijdigheden verbergen tussen zijn prokapitalistisch economisch en sociaal beleid en de demagogie van het zich gedragen als een vertegenwoordiger van de ‘kleine mensen’.

De opkomst van de AfD geeft geen reden tot paniek, maar is wel een reden tot bezorgdheid. De AfD verschuift het politieke discours verder naar rechts en heeft daarmee een effect op onder meer de CDU.

De successen in de verkiezingen in de bastions van Höcke’s “vleugel” hebben het openlijk extreemrechtse deel van de partij versterkt. Höcke heeft al aangekondigd dat hij zich voorbereidt op de verkiezingen voor het partijbestuur in de herfst. Tegelijkertijd wordt de AfD blootgesteld aan een grotere druk om zich aan te passen. Binnenkort zullen de stemmen in de Saksische of Brandenburgse CDU luider zijn om de AfD te “integreren” en de partij met de voeten in de realiteit te brengen.

Een deelname van de AfD aan de regering kan het anti-establishment imago van de partij klappen toebrengen. Maar de Oostenrijkse en Italiaanse ervaringen leren dat dit rechtse populisten niet noodzakelijk verzwakt. In die landen kon extreemrechts standhouden en de hele politiek verder naar rechts duwen. Het is aan de arbeidersbeweging om het politieke terrein te betreden met haar eigen offensieve eisen en programma. Enkel zo kan populistisch rechts gestopt worden.