Home / Column / Uit de archieven van de klassenstrijd. 1919-1920: twee rode jaren in Italië

Uit de archieven van de klassenstrijd. 1919-1920: twee rode jaren in Italië

Honderd jaar geleden kende Italië een golf van spontane strijd op zeer grote schaal. Italië was toen een land met grote landeigendommen in handen van de aristocraten. Maar liefst 55% van de beroepsbevolking werkte op het land en bestond uit landarbeiders, eigenaars van zeer kleine percelen en deelpachters (huurders van het land dat zij verbouwden). Ondanks de 14-urige werkdagen leefde de massa van de boeren in armoede. Tussen 1876 en 1914 emigreerden meer dan 8 miljoen Italianen naar Noord-Europa of Amerika.

Artikel door Guy Van Sinoy uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

In 1915 riep Italië de oorlog uit tegen Oostenrijk. Het Italiaanse leger, dat grotendeels uit boeren bestond, was slecht uitgerust en leed ernstige tegenslagen. Bijna 650.000 Italiaanse soldaten kwamen om het leven.

De strijd tegen de hoge kosten van levensonderhoud

In de nasleep van de oorlog stegen de prijzen razendsnel. De achtergebleven landbouw volstond niet om de hele bevolking in eten te voorzien. Er moest graan uit de VS ingevoerd worden. Het eerste protest van de werkenden nam de vorm aan van stakingen voor de aanpassing van de lonen aan de levenskost: 22.000 stakers in januari 1919, 400.000 in het midden van het jaar!

In de volkswijken verzamelen acties honderden betogers die ook winkels aanvielen. In juni 1919 waren er dergelijke acties in het noorden van het land (Genua, Milaan, Bologna, Pisa). De betogers plunderden de winkels op een georganiseerde manier en eisten vervolgens auto’s en vrachtwagens op om de in beslag genomen goederen naar de Arbeidsbeurs (vakbondsgebouwen) te brengen. Daar waren controlecommissies belast met de verkoop ervan tegen gereduceerde prijzen.

Vanaf juli breidde de beweging zich uit naar het zuiden (Palermo, Messina, Napels, Taranto). De vakbondsleiders (de CGL), waren volledig verrast door de beweging. Ze riepen op tot kalmte en drongen er bij de werkenden op aan zich niet te laten meeslepen in “tot mislukken gedoemde” acties. In Milaan riep de socialistische leider Turati op: “Doe geen domme dingen!”

De carabinieri schoten tientallen betogers neer, maar al snel moesten zij zich beperken tot het beschermen van openbare gebouwen omdat ze niet met genoeg waren om meer te doen. De regering was terughoudend om het leger in te zetten tegen de betogers. Er waren veel boerenzonen in het leger. Een confrontatie tussen soldaten en betogers dreigde op veel plaatsen uit te lopen op een verbroedering. Op veel betogingen waren er slogans als ‘Leve de sovjets’ en ‘Leve Lenin.’ De Communistische Partij van Italië zou opgericht worden in januari 1921.

(Wordt vervolgd in onze volgende krant: ‘Bezetting van de grond’).