Home / Partijnieuws / CWI Nieuws / Kapitalisme in crisis: instabiliteit in wereld

Kapitalisme in crisis: instabiliteit in wereld

Half augustus is een belangrijke vergadering doorgegaan in België met vertegenwoordigers van zusterpartijen en -groepen van LSP uit 25 landen. In meer dan één opzicht luidt dat een nieuw tijdperk in. Elders in deze krant vindt de lezer toelichtingen bij de belangrijke ontwikkelingen van de voorbije maanden in de revolutionaire socialistische internationale, het Committee for a Workers International (CWI), waarvan LSP de Belgische afdeling is. Maar het zijn vooral de internationale ontwikkelingen op economisch, politiek, sociaal en ecologisch vlak die dit nieuw tijdperk zullen inkleuren.

Artikel door Eric Byl uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Economie dreigt in recessie te gaan

De achtergrond van al die ontwikkelingen is de snelle vertraging van de wereldeconomie en de sterke mogelijkheid van een nieuwe financiële crash vergelijkbaar met die van 2008-9. De sociale gevolgen zullen niet te overzien zijn. Destijds leidde de crash, na een periode van verlamming van de klassenstrijd, tot revolutionaire gebeurtenissen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten en massabewegingen, inclusief algemene stakingen in vooral Zuid-Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Azië. De crisis werd uiteindelijk bedwongen door massale geldinjecties van overheden en centrale banken, gigantische investeringen door de Chinese nationale en lokale overheden en overheidsinstellingen en een wereldwijde gecoördineerde interventie van de G20.

Dat is vandaag onmogelijk. De wereldwijde schuldgraad is intussen fors toegenomen. Destijds liet men de rentevoeten zakken om het aangaan van leningen door overheden, gezinnen en bedrijven te stimuleren. Enkele rentevoeten werden zelfs negatief om banken aan te zetten hun reserves niet te parkeren. Vandaag staan de rentevoeten al historisch laag en zijn in sommige gevallen negatief. Men deed massaal beroep op ‘kwantitatieve versoepeling’: het fenomeen waarbij centrale banken maandelijks extra geld in de economie injecteren om ze te smeren. Daardoor liepen de activa op de balans van de Federal Reserve op tot 22% van het BBP terwijl dat tussen WOII en 2008 varieerde tussen 4 en 6%, voor de Europese Centrale Bank is dat zelfs 40% en voor de Bank of Japan 90%!

De onmiddellijke aanleiding voor de crisis in 2008-9 was het uiteenspatten van de zeepbel op de huizenmarkt in de VS. Vandaag is de grootste dreiging de vertraging van de wereldhandel en de handels- en muntoorlogen. Maar de onderliggende zwakheden voor de kapitalistische economie gaan al terug tot het einde van de naoorlogse groeispurt in de jaren ’70. De belangrijkste interne tegenstelling van het kapitalisme is over-accumulatie van kapitaal, de toenemende neiging om meer meerwaarde te produceren dan op een rendabele manier geïnvesteerd kan worden. Het heeft geleid tot nieuwe investeringsdomeinen door de privatisering van openbare diensten, pensioensystemen, nutsvoorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs. De rendementscrisis leverde ook een verdere ‘financialisering’ op, met een nog grotere rol van banken en een enorme uitbreiding van krediet. De globale schuld bedraagt nu drie keer het globale BBP. Ondanks alle intenties om de financiële markten in te tomen is het casino vandaag groter dan in 2009: 1.200.000 miljard $ is belegd in afgeleiden.

Een strijd voor hegemonie

Geopolitiek is voor het eerst sinds ’73 opnieuw de belangrijkste aanleiding voor de aanstormende recessie. Er is een toenemende strijd voor wereldhegemonie, vooral tussen China en de VS. Sinds 2017 vertraagt de groei van de wereldhandel, volgens de OESO tot 2,1% dit jaar. Tussen 1987 en 2007 groeide de wereldhandel jaarlijks nog gemiddeld met 7%. Een belangrijke factor is het inzetten van handelstarieven als een wapen in de buitenlandpolitiek door Trump. Export uit de VS naar China is daardoor vorig jaar afgenomen met 31,4% en die van China naar de VS met 7,8%. De Chinese overheid liet de renminbi voor het eerst door de bodem van 7 dollar zakken als reactie op Trumps aankondiging om vanaf 1 september ook 10% te heffen op de 350 miljard $ Chinese import die nog niet eerder getroffen werd. Nog diezelfde dag noemde de Amerikaanse schatkist China een muntmanipulator. De tarievenoorlog wordt mogelijk een muntoorlog.

Handelsconflicten blijven daartoe niet beperkt. De EU wil toegevingen van de VS inzake landbouwpolitiek terwijl de VS ermee dreigt 25% te heffen op Europese auto’s. Japan heeft exportcontroles opgelegd aan Zuid-Korea. China en Europa zijn verdeeld over de nieuwe zijderoute, de opening van markten en investeringsvoorwaarden voor bedrijven. In Afrika woedt een strijd voor invloed tussen Europa, Rusland, de VS en China. Er is een nieuwe wapenwedloop aan de gang en het aantal brandhaarden voor militaire conflicten blijft maar toenemen: Rojava, Indisch Kasjmir, de Chinese Zuidzee, de straat van Hormuz, … Eigenlijk dreigt veel meer dan een handelsoorlog en gaan we door een periode van de-globalisering, technologieoorlog en betwisting van de hegemonie van de VS. Martin Wolf (Financial Times) schrijft over “het begin van een 100-jarige oorlog.” De Britse krant The Guardian verwijst naar een atmosfeer die doet denken aan de Europese zomer van 1914.

Sommigen spreken van een nieuwe koude oorlog. De Sovjetunie en het VS-imperialisme waren twee antagonistische maatschappelijke systemen die elkaar in evenwicht hielden, ook met nucleaire dreiging, maar achteraf bekeken bleef de koude oorlog ‘relatief’ koud. Deze keer gaat het om twee varianten van het kapitalisme, de een meer staatskapitalistisch, de ander neoliberaal. De logica van de spanningen tussen de VS en China is oorlog, een strijd op leven en dood, maar twee factoren houden dat tegen: het nucleair arsenaal waardoor er alleen maar verliezers kunnen zijn en de reactie die dat teweeg kan brengen op het thuisfront, ook in China, zeker na de massabeweging in Hongkong.

Politieke instabiliteit en sociale revoltes

De burgerij moet al die spanningen beheren met instrumenten gemaakt voor een vorige periode en onaangepast aan het nieuwe tijdperk. De naoorlogse instellingen van Bretton Woods en allerlei verdragen vallen uiteen. Politieke partijen die decennia lang onbetwiste ‘leiders van de natie’ leverden verschrompelen. Zowel op links als op rechts worden ze uitgedaagd door nieuwe, radicalere formaties. Het vormen van stabiele regeringen wordt aartsmoeilijk. Minderheidsregeringen en atypische coalities zien het licht. De economische crisis heeft de autoriteit van de traditionele burgerlijke instellingen uitgehold waardoor gevaarlijk knip- en plakwerk vereist is.

Vooral rechtse populisten slaan daar voorlopig electoraal munt uit wegens het onvermogen van zowel traditioneel links als de nieuwe linkse formaties om verandering af te dwingen. Het falen van Lula en Dilma in Brazilië maakte de weg vrij voor Bolsonaro, het afstoppen van Sanders door de Democraten in de VS voor Trump, het verraad van Syriza blaast Nieuwe Democratie in Griekenland nieuw leven in, het falen van Rifundazione in Italië en van de 5-sterrenbeweging werd een lanceringsplatform voor Salvini, … De electorale overwinningen van rechtse populisten betekenen echter geen geconsolideerde steun aan hun programma en dikwijls wekken ze gigantische tegenbewegingen op.

De arbeidersbeweging gaat nog steeds gebukt onder de nederlagen van het verleden en de erfenis van de val van het stalinisme. Dat drukt zich op een geconcentreerde wijze uit bij de vakbondsleiders en die van oude en nieuwe linkse politieke formaties en zorgt er mee voor dat de arbeidersbeweging haar stempel nog niet gedrukt heeft op de beweging. De algemene staking in Brazilië werd op gang getrokken door de vrouwenbeweging, in Algerije werd de oproep tot staking via sociale media buiten de traditionele structuren gelanceerd, in Hongkong wordt heel de beweging gecoördineerd via sociale media, maar dat kan snel keren. Zowel in Algerije als in Soedan begint de basis haar vakbonden op te eisen, meestal door het opzetten van structuren gecontroleerd van onderuit. In Hongkong greep de eerste algemene staking in decennia plaats en in de VS begint de beweging zich te vertalen naar een golf van syndicalisatie. We denken dat we voor een keerpunt staan en dat de beste voorbereiding daarop erin bestaat om zich nu al te engageren in de bestaande bewegingen op een socialistisch programma en met een oriëntatie naar de arbeidersbeweging.