Na zijn verkiezingsnederlaag in Istanbul dreigt ook Erdogans economische kaartenhuis in elkaar te storten.

Artikel door Sosyalist Alternatif (CWI Turkije), geschreven eind juli

Minister van Financiën en Begroting Berat Albayrak (toevallig de schoonzoon van Erdogan) stelde voor de zomer dat hij “het licht aan het einde van de tunnel” voor de Turkse economie zag. Toch kan dit licht alleen dat van een tegemoetkomende trein geweest zijn.

De economische situatie is lang onstabiel geweest. In 2018 volstond een tweet van Trump om een grote valutacrisis in het land te veroorzaken. De aanleiding was een geschil over de opsluiting van Brunson, een Amerikaanse dominee, in Turkije. De Turkse lire verloor abrupt 29% van zijn waarde ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Onder de kapitalisten en hun politieke vertegenwoordigers ontstond paniek. Tot ongenoegen van Erdogan werd de Turkse Centrale Bank gedwongen om de rente met 6% te verhogen. De dominee werd vrijgelaten. Tijdelijk keerde de rust terug. Toch was dit slechts een voorproefje van wat er zou gebeuren als de verwachte crisis toesloeg.

De economische depressie treft de arbeidersklasse nu al hard, vooral door de stijgende prijzen. De jaarlijkse inflatie bedraagt 20% (2017: 8-9%). Inzake de voedingsmiddelen bedroeg de inflatie in april zelfs 32%. Volgens gegevens van de Confederatie van Turkse Vakverenigingen (Türk-İş) is de armoedegrens voor een gezin van vier personen vastgesteld op een maandelijks inkomen van 6.863 Lira. Het minimumloon bedraagt echter slechts 2.020 Lira. 57% van de loontrekkenden moet meer dan 48 uur per week werken om de eindjes aan elkaar te knopen. De meesten zijn ook afhankelijk van consumentenkrediet. De som van de persoonlijke schulden (leningen voor huisvesting of voertuigen niet meegerekend) bedraagt nu 350 miljard Lira. Nu al kunnen twee miljoen mensen hun consumentenkrediet niet meer terugbetalen.

Ook de werkloosheid neemt toe. Volgens het Turkse Instituut voor de Statistiek (TÜIK) bedroeg de werkloosheidsgraad in maart 2019 14,1% (een stijging met meer dan een miljoen mensen). Onder de jongeren ligt het werkloosheidspercentage boven de 25%. Bovendien is de economische groei, die door de AKP altijd als propagandamiddel werd gebruikt, ingestort: van +7,4% in 2017 naar slechts +2,5% in 2018. Alle indicatoren wijzen op een verdere krimp in 2019. Voor 2019 voorspelt het IMF zelfs een achteruitgang van 2,6%.

De crisis heeft politieke gevolgen voor Erdogan; bij lokale verkiezingen heeft de AKP/MHP-alliantie de belangrijkste grootstedelijke gebieden, waaronder Istanbul, verloren. Van de 82 miljoen inwoners van Turkije wonen er 16 miljoen in Istanbul. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de AKP, die al 25 jaar over de stad regeert, aanvankelijk niet bereid was de nederlaag te accepteren en haar rechters de resultaten liet annuleren. De grote burgerij kon de nederlaag van Erdogan evenmin smaken. Ze wacht vol ongeduld op structurele maatregelen van de regering om de arbeidersklasse voor de crisis te laten betalen. De resultaten in Istanbul hebben de invoering van deze maatregelen echter tijdelijk stilgelegd. Toch staan alle burgerlijke partijen, of het nu gaat om de CHP en IYI (een splitsing van de ultranationalistische MHP) of de AKP en de MHP, wat hun steun aan de belangen van de kapitalisten betreft aan dezelfde kant. Reeds op de verkiezingsavond kwam deze eenheid ondubbelzinnig tot uiting bij elke voorzitter van de “oppositie”: er werd verzekerd dat de AKP moest worden gesteund voor zover zij “correcte” maatregelen nam.

Met betrekking tot de linkse HDP was het correct om in de tweede ronde op te roepen om tegen de AKP te stemmen. Op dit vlak was er geen alternatief. De HDP had echter te vroeg besloten om de CHP en IYI vanaf het begin van de lokale verkiezingen te bevoordelen door niet met eigen kandidaten op te komen in de steden van West-Turkije. Dit gaf een volstrekt verkeerd signaal. Deze klassenoverschrijdende positie van de HDP is verontrustend. De arbeidersklasse is cruciaal voor de strijd tegen de kapitalistische crisis. Het nationalisme dat in het hele land wordt aangewakkerd, is het grootste obstakel voor de eenheid van de arbeidersklasse. Alleen een programma dat de belangen van de arbeiders compromisloos verdedigt, kan dit overwinnen. Voor de HDP, die zich ten doel heeft gesteld om in heel Turkije een politiek alternatief te worden, is dit een beslissende test. Met de komende crisis zal een nieuwe periode van grote strijd beginnen. Om hier als massapartij op voorbereid te zijn, moet de HDP dringend de discussie over een socialistisch programma op de agenda zetten. Zo’n programma zou onder andere de onteigening van de banken en sleutelsectoren onder democratische arbeiderscontrole en -beheer moeten omvatten.

De komende periode zal een uitdagende periode worden voor de arbeidersklasse en de onderdrukten – maar ook voor vakbonden en links in het algemeen. Het verzet versterken met een socialistisch programma tegen de kapitalistische crisis is absoluut noodzakelijk om een alternatief te bieden op nationalisme, uitbuiting en kapitalisme.