Home / Dossier / 25 jaar na de genocide in Rwanda. Deel 4: Rol van het imperialisme en de periode na de genocide

25 jaar na de genocide in Rwanda. Deel 4: Rol van het imperialisme en de periode na de genocide

Rwandees vluchtelingenkamp in Congo. (Foto vanop Wikipedia)

Hoe het kapitalisme barbarij creëerde in het gebied van de Grote Meren…

Vijfentwintig jaar geleden vond in Oost-Afrika een gebeurtenis van ongekende en historische gruwel plaats: de genocide op Tutsi’s en de slachting van gematigde Hutu’s. De genocide vond plaats voor de ogen van de wereldmedia. Barbaarsheid op industriële schaal veroorzaakte op amper drie maanden – van april tot juni 1994 – de dood van 800.000 tot een miljoen mensen. Vijfentwintig jaar later kijken we terug op de oorzaken en gevolgen van deze genocide voor Rwanda en de hele regio. We publiceren dit dossier in vijf delen: van de periode voor de kolonisatie tot vandaag.

Dossier door Alain Mandiki

Imperialisme = barbarij

In 2011 trok een revolutionaire beweging door Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De moeilijkheden in dit proces hebben ertoe geleid dat een deel van de Europese publieke opinie “humanitaire” interventies steunde, met name in Libië. De wijdverbreide en aanhoudende illusie was destijds dat onze staten een rol te spelen hadden bij het tot stand brengen van democratie en sociale vooruitgang in deze regio’s. In opiniepeilingen van die tijd was een grote meerderheid van mening dat westerse landen moesten ingrijpen om Benghazi te beschermen tegen Khadafi’s bloedige onderdrukking. Een meerderheid van de sociaaldemocratie en de Groenen, evenals linkse figuren zoals Jean-Luc Mélenchon, steunden de interventie op initiatief van Frankrijk. En zelfs een deel van de revolutionair-marxistische linkerzijde gaf de internationalistische positie op om een imperialistische interventie te steunen.

Vandaag de dag is Libië verwikkeld in een burgeroorlog en steunt Frankrijk, tegen het advies van de Europese Unie in, generaal Haftar, een barbaarse krijgsheer, om zijn eigen belangen te verdedigen. Libië is in feite verwoest. En niet alleen Libië valt compleet uiteen, de hele regio van de Sahel is door deze imperialistische interventies aangetast. Terroristische groepen zoals AQIM (1) hebben voor chaos onder de bevolking gezorgd. De Europese Unie van haar kant wordt getroffen door de migratiegolf uit de regio. Het onvermogen van het neoliberale beleid om de kwestie van de opvang van deze vluchtelingen op te lossen, wordt gebruikt door rechts- en extreemrechtse populisten om zich te versterken.

In het algemeen zijn de humanitaire aspecten van een militaire operatie niet meer dan een rookgordijn om de koude en wrede berekening van de belangen van een kleine elitaire minderheid verhullen. De klassenstrijd is geen morele kwestie, maar een kwestie van krachtsverhoudingen. Imperialisme geeft niet om mensenlevens of de natuur. Het maakt zich zorgen over bevoorrading, afzetmogelijkheden, invloedssfeer en, uiteindelijk, de winstvoeten. En dit ongeacht de kosten voor mens en natuur. De Rwandese genocide is een schoolvoorbeeld van hoe dit functioneert.

In Rwanda heeft het Franse imperialisme een enorme nederlaag geleden. Maar het was geen nederlaag zonder een gevecht. Het imperialisme deed er alles aan om zijn steunbasis te beschermen. Alvorens in detail op de ontwikkeling in te gaan, is het belangrijk eraan te herinneren dat als het Franse imperialisme in dit geval een reactionaire rol speelde, dit niet betekent dat het Amerikaanse en Britse imperialisme een progressieve rol speelden. Ze hadden gewoon tegenstrijdige belangen. In dezelfde periode leidde het Amerikaanse imperialisme de operatie Desert Storm, de voorbode van de vernietiging van de hele Perzische Golfregio na tien jaar oorlog tussen Iran en Irak. Na de installatie van het Kagame-regime in Rwanda en de destabilisering van de hele regio volgden bovendien de twee Congolese oorlogen (2). Enkele miljoenen mensen stierven en er was sprake van massale oorlogsverkrachtingen. De VS wilden niet rechtstreeks deelnemen aan de VN-missie na het mislukken van de operatie “Restore Hope” van de Unified Task Force (UNITAF) in Somalië.

De ‘nieuwe Fachoda’: van Françafrique naar het Gemenebest

De feiten zijn 25 jaar oud, maar het is pas sinds kort dat er meer materiaal vrijkomt en dat sommige prominente figuren uit de gebeurtenissen beginnen te spreken. Dit materiaal geeft een idee van de betrokkenheid van de Franse staat bij de burgeroorlog en de genocide. Maar er is nog veel werk aan de winkel, waarvan het belangrijkste is om van dit kapitalistische systeem van uitbuiting af te komen, een systeem dat steeds de waarheid verdraait om zijn misdaden te verbergen. Het Franse leger bloed aan zijn handen door de genocide van 1994. Verschillende journalisten en militairen getuigen hiervan, zoals luitenant-kolonel Guillaume Ancel die een boek publiceerde, generaal Jean Varret die zijn hiërarchie in de jaren negentig al had gewaarschuwd dat de extremisten van het regime de Batutsi’s wilden “liquideren”, en journalist Jacques Morel die verklaarde dat “Frankrijk de genocide heeft toegedekt als een kip die op haar kuikens zit.” (3) Om een idee te krijgen van de algemene betrokkenheid van Frankrijk zijn de documentaires “Rwanda, kroniek van een aangekondigde genocide” (3) en “Dood ze allemaal!” (4) aan te bevelen.

In 1990 stuurde Frankrijk duizend soldaten om bepaalde operationele eenheden van de Rwandese strijdkrachten op te leiden, te bewapenen en zelfs te leiden. Het doel was de handhaving van een regime waarmee de samenwerking in 1973 begon. Tot het einde zou het Franse leger zijn rol spelen. De Missie van de Verenigde Naties voor Rwanda (UNAMIR), onder leiding van de Canadees Roméo Dallaire, kreeg de opdracht om als buffer te fungeren tussen de twee kampen die door verschillende imperialistische staten werden gesteund. Dallaire had maanden eerder gewaarschuwd voor de naderende voorbereiding van een genocide op basis van informanten binnen de Interahamwe-milities (5). Maar zodra de confrontatie tussen de twee kampen zijn kritieke punt bereikte met de moord op tien Belgische vredeshandhavers, werd UNAMIR geblokkeerd door de tegenstrijdigheden in haar mandaat, waardoor het machtsevenwicht om te bepalen welk kamp zou winnen werd opengelaten en de bevolking in handen was van de genocideplegers. In juni 1994 lanceerde Frankrijk zijn beruchte ‘Operatie Turkoois’, waarvan de huidige stafchef van de Franse strijdkrachten, generaal Lecointre, deel uitmaakte. Volgens Ancel en anderen was deze Franse militaire operatie, die aanvankelijk opgezet was als een ultieme poging om het regime, veranderd in een humanitaire operatie omwille van de media-aandacht voor het bloedbad en de misdaden van het regime. Het Franse leger heeft toen alle hoogwaardigheidsbekleders naar het naburige Congo overgebracht (6).

Sommigen concluderen dat er meer macht moet worden gegeven aan supranationale instellingen en zijn voor een multilaterale en multipolaire wereld. Dat is een complete illusie. Wanneer de imperialistische mogendheden het in hun belang achten om een multilaterale aanpak te volgen, doen ze dat. Als dit niet in hun belang is, handelen ze anders. Het voorbeeld van Libië is zeer veelzeggend. En als supranationale instellingen werkelijk in de weg staan van belangen die door de imperialistische mogendheden als cruciaal gezien worden, dan aarzelen ze niet als om drastisch te werk te gaan. De recente hervatting van het onderzoek naar de dood van Dag Hammarskjöld op weg naar Congo illustreert dit (7).

Verscheurd door genocide moet de maatschappij heropgebouwd worden

Ondanks de steun van het Franse imperialisme verloor het regime van Habyarimina de burgeroorlog. De overwinning van het RPF maakte een einde aan de genocide op de Batutsi. Deze militaire overwinning en het einde van de moorddadige barbaarsheid van de Hutu Power gaven het nieuwe regime veel nationaal en internationaal krediet en gezag. Vooral omdat de georganiseerde tegenstanders verslagen en buiten de nationale grenzen verdreven werden.

De machtsovername door het RPF gebeurde echter niet zonder tegenstrijdigheden. Ten eerste hebben verschillende leden van het RPA tijdens de militaire campagne bloedbaden, represailles en andere traditionele oorlogsmisdaden uitgevoerd (8). Deze slachtpartijen gingen naar verluidt door na de militaire overwinning om de pas verworven macht veilig te stellen en de vestiging van voormalige Batutsi-vluchtelingen in gebieden als Byumba en Kibungo mogelijk te maken (9). Deze slachtpartijen liggen aan de grondslag van twee reactionaire verhalen: het ene is puur negationistisch en ontkent de realiteit van de genocide op batutsi’s en gematigde Bahutu’s, het andere is de theorie van de ‘dubbele genocide’. Volgens deze laatste werden “gelijkwaardige” moordpartijen door beide etnische groepen gepleegd. Door de geschiedenis van Rwanda en Burundi door elkaar te halen, kan verwarring ontstaan. In Burundi hebben de neokoloniale kapitalistische mogendheden vertrouwd op een Tutsi-minderheid om het land te regeren. Na een opstand van de bevolking en in het bijzonder de Bahutu’s, organiseerde het Micombero-regime in 1972 genocidale slachtpartijen. En in 1993 veranderde de crisis in Burundi in een burgeroorlog met genocidale slachtpartijen.

Ook al waren sommige van deze slachtpartijen ingegeven door etnische haat, de meeste waren het resultaat van een machtsstrijd en toonden het onvermogen om op basis van een kapitalistisch systeem vol tegenstrijdigheden te reageren op sociale behoeften. De particuliere eigendom van de productiemiddelen, in de eerste plaats landbouwgrond, houdt in dat conflicten eindigen in politieke en gewapende conflicten, om toegang te krijgen tot grondstoffen.

De situatie na de genocide was rampzalig. Rwanda is een arm land dat tussen 1989 en 1994 een economische crisis doormaakte; een besparingsplan opgelegd kreeg door het IMF en de Wereldbank; perioden van hongersnood kende, een burgeroorlog waarin verschillende imperialisten bij proxy met elkaar botsten; en genocide. Er was een samenleving met een miljoen mensen die afgeslacht waren, honderdduizenden weeskinderen en duizenden vrouwen die besmet waren met aids als gevolg van de verkrachtingen die zij tijdens de oorlog ondergingen. En een samenleving die op het punt stond enkele honderdduizenden mensen te berechten die verdacht werden van deelname aan de slachtpartijen. Alles moest met weinig middelen worden herbouwd. De internationale hulp was aanvankelijk gericht op vluchtelingenkampen, maar een groot deel van deze hulp kwam niet rechtstreeks in Rwanda aan, maar in de kassa’s van de banken voor de terugbetaling van leningen aan de Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (ADB) (10 ).

De Gacaca: verzoeningspoging ondermijnd door tegenstrijdigheden

Om de verantwoordelijken voor de voorbereiding en organisatie van de genocide te ontmaskeren, en ook om de vele verdachten te berechten, werden er verschillende instrumenten in het leven geroepen. Op internationaal niveau heeft het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda (ICTR) de zaken van bijna 100 mensen in Arusha (11) onderzocht. Op basis van de wet van 1993 betreffende de universele rechtsmacht heeft België vier personen van de Hutu Power (12 ) berecht. Maar de zwakte van deze instellingen is meervoudig. In de eerste plaats richt het zich alleen op “grote vissen”, terwijl een grote massa verdachten zit weg te rotten in  gevangenissen. En dan heeft dit alles ook een hoge kostprijs. De berechting van de “Butare Four” in België kostte meer dan 3 miljoen euro. Aan de andere kant berechten internationale instellingen alleen wat het machtsevenwicht hen in staat stelt om te berechten. Tot op heden zijn er geen RPF-leden die oorlogsmisdaden pleegden berecht. Bovendien heeft België na het conflict in Irak onder Amerikaanse druk al snel de versie van zijn universele rechtsmacht ingetrokken (13). Het maakt dat sommigen stellen dat het internationale gerecht alleen Afrikanen berecht, wat het gezag ervan verzwakt. Dit is duidelijk een slechte formulering, maar in wezen is het gerechtelijk systeem dat we kennen afhankelijk van de klassenconflicten in de samenleving en dus van de krachtsverhoudingen tussen de klassen. Dit beperkt de mogelijkheden om recht te doen geschieden op een manier die echte verzoening mogelijk maakt.

In Rwanda heeft de gerechtelijke autoriteit zich gericht op de organisatoren, degenen die kinderen hebben vermoord en degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan verkrachting. Met de middelen die aan justitie werden besteed, kon niet veel meer worden gedaan. Maar de belangrijkste beperkende factor is dat als we de geschiedenis van de genocide willen traceren, we de recente geschiedenis van Rwanda op een vrije manier moeten kunnen bestuderen. Zoals we weten, wordt de geschiedenis geschreven door de winnaars. Deze hebben er geen belang bij dat hun klassenbelangen wordt onthuld.

Voor de vermeende daders van genocide in de andere categorieën werd een originele instelling opgericht: de Gacaca. Deze gemeenschapshoven zijn een moderne versie van een oude traditie en instelling van conflictoplossing in de Rwandese samenleving vóór de kolonisatie. De Gacaca beoordeelde meer dan 1,2 miljoen gevallen en 2 miljoen mensen tussen 2005 tot 2012. De resultaten van deze uitspraken zijn gemengd (14). President Kagame stelde deze gerechtshoven voor als “Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen.” Deze manier van formuleren is vaak een pseudo-pan-Afrikaanse rechtvaardiging voor onrechtvaardigheid en dictatuur. Zoals we hierboven hebben aangetoond, is wat er in 1994 en daarvoor in Rwanda gebeurde geen ‘strikt’ Afrikaanse kwestie, maar een situatie waarin internationale en nationale machtsverhoudingen onlosmakelijk met elkaar verbonden waren.

Afgezien van de kritiek moet worden we erkennen dat het, binnen een kapitalistisch systeem dat zich voedt met verdeeldheid en alleen bereid is om middelen uit te trekken als dat rendabel is voor de economische en politieke elites, of als de druk van massabewegingen hen daartoe dwingt, onmogelijk is om de samenleving te verzoenen. Daartoe waren middelen nodig om de materiële en psychologische zorg voor de slachtoffers te waarborgen en om instellingen op te zetten die mensen die betrokken zijn bij het gemeenschapsrecht adequaat opleiden, wat betekent dat er geïnvesteerd wordt in onderwijs en opleidingen. Het was ook noodzakelijk om de schade door de burgeroorlog en de genocide te herstellen door alles wat toen verwoest werd weer op te bouwen. Alleen een plan dat op democratische wijze door de hele bevolking wordt besproken, kan die taken aan. Een plan dat de balans opmaakt van de sociale behoeften, het land gelijkelijk verdeelt en de economische middelen richt op het voorzien in de behoeften. Alleen het kader van een democratische socialistische samenleving zou het mogelijk maken deze elementen te vestigen.

 

Voetnoten

  1. Al Qaeda in de Islamitische Maghreb, voorheen SAPC (Salafistische Groep voor Prediking en Bestrijding).
  2. 1996-1997 en 1998-2003.
  3. “Rwanda, chronique d’un génocide annoncé”, lange documentaire op France 24, 5 avril 2019.
  4. “Tuez-les tous ! (Rwanda : Histoire d’un génocide « sans importance »)”, Raphaël Glucksmann, David Hazan en Pierre Mezerette, 27 november 2004.
  5. Militie opgericht in 1992 door het Habyarimana-regime. Het nam deel aan de moordpartijen tijdens de genocide. Een deel van hun troepen werd door Frankrijk naar Oost-Congo geëxporteerd, waar ze nog steeds verblijven.
  6. https://www.lemonde.fr/international/article/2018/03/15/guillaume-ancel-nous-devons-exiger-un-reel-controle-democratique-sur-les-operations-militaires-menees-au-nom-de-la-france_5271448_3210.html.
  7. Voormalig secretaris-generaal van de VN, wiens vliegtuig onder verdachte omstandigheden is neergestort. https://www.lalibre.be/actu/international/un-pilote-belge-m-a-confie-avoir-tue-le-secretaire-general-de-l-onu-hammarskjold-5c3b54ccd8ad5878f0fc194d.
  8. https://www.liberation.fr/evenement/1996/02/27/rwanda-executions-massives-de-hutus-dans-l-ombre-du-genocide-des-tutsis_161810.
  9. Colette Braeckman, Les Nouveaux prédateurs: Politique des puissances en Afrique centrale, Aden Belgique, 2009, p.235.
  10. Idem, p.238.
  11. Meer hierover: http://unictr.irmct.org/fr/tribunal.
  12. https://www.liberation.fr/planete/2001/04/17/la-belgique-juge-quatre-genocideurs-rwandais_361579.
  13. https://www.rtbf.be/info/belgique/detail_il-y-a-15-ans-la-belgique-abrogeait-sa-loi-de-competence-universelle?id=9988443.
  14. https://www.hrw.org/fr/report/2011/05/31/justice-compromise/lheritage-des-tribunaux-communautaires-gacaca-du-rwanda.