Home / Dossier / De lange kijk op de geschiedenis. Brochure door George Novack (deel 2)

De lange kijk op de geschiedenis. Brochure door George Novack (deel 2)

In het eerste deel van de brochure “De lange kijk op de geschiedenis” door George Novack werd een algemeen beeld gegeven van de ontwikkeling van de mensheid. In het tweede en laatste deel wordt specifiek ingegaan op de geschiedenis van de Verenigde Staten en meer algemeen het Amerikaanse continent. Dit is voor veel Europeanen een verrassende kijk op de kolonisatie en de rol van de Indianen.

 

2. De grote lijnen van de Amerikaanse geschiedenis en haar volgende fase

We zijn hiervoor reeds ingegaan op de koers van de mensheid bij het verlaten van het dierenrijk en we hebben reeds gewezen op de verschillende opeenvolgende stappen in dat proces. De mensheid moest zich gedurende zowat een miljoen jaar door de wreedheid worstelen, gevolgd door een wandeling door de barbarij om dan met gebogen schouders en hoofd door de ijzeren poort van de klassensamenleving te gaan. Daar kreeg de mens gedurende duizenden jaren een harde opleiding onder de heerschappij van het privaat bezit, dat begon met de slavernij en haar hoogste vorm bereikte in de kapitalistische beschaving. Vandaag staat ons tijdperk, of beter gezegd onze strijd, aan de poort van het socialisme.

Laten we nu overgaan van de historische processen van de mensheid in haar geheel naar een overzicht van een specifiek onderdeel: de Verenigde Staten van Amerika. Aangezien het VS-imperialisme vandaag de steunpilaar van het internationale kapitalistische systeem vormt, is de rol van het Amerikaanse volk cruciaal in het beslissen hoe snel en hoe goed de mensheid de grote overgang zal maken van de klassensamenleving van het verleden naar de reorganisatie en vernieuwing van de wereld langs socialistische lijnen.

Ik zal proberen kort te antwoorden op volgende vier vragen: wat was de essentie van de Amerikaanse geschiedenis? Wat is haar verband met de ontwikkeling van de rest van de mensheid? Wat waren de resultaten tot op vandaag? En waar bevinden wij ons in dat verhaal?

* * *

De Amerikaanse geschiedenis kan worden opgedeeld in twee fundamenteel verschillende periodes. De eerste hoorde toe aan de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, de andere periode begon met de komst van blanke Europeanen op het einde van de vijftiende eeuw. Het begin van de menselijke activiteit in de Westelijke Hemisfeer blijft onduidelijk. Vermoedelijk kwam het zo’n twintig tot dertig duizend jaar geleden tot stand met de vroege Aziaten uit de Steentijd die door gunstige klimatologische omstandigheden (waarbij een deel van Alaska was verbonden met Siberië) de Beringstraat overstaken en stilaan hun weg gingen doorheen Noord, Centraal en Zuid-Amerika. Latere migratiestromingen brachten de praktijk van landbouw met zich mee. Het is op deze traditie dat de Indianen hun bestaansvorm afstemden.

Wie naar de Indianen kijkt als onbelangrijk of onontwikkeld, heeft een erg beperkt historisch Oordeel. De mensheid is tot haar actuele stand van zaken gekomen door vier takken van productieve activiteit. Het eerste is het verzamelen van voedsel, met inbegrip van het scharrelen naar wortels en bessen alsook het jagen en vissen. Het tweede is het aanleggen van voorraden. Het derde is landbouw. Het vierde is vakmanschap dat geleidelijk groeit tot grootschalige industrie.

De Indianen waren bijzonder goed in het jagen, vissen en andere manieren om voedsel te verzamelen. Ze waren ingenieuze vakmensen met op sommige vlakken bijzonder goed uitgewerkte technieken en mogelijkheden. De Inca’s maakten bijvoorbeeld textiel dat erg fijn was van afwerking, kleuren en ontwerpen. Ze kwamen tot meer diverse vormen van weven dan gelijk welk ander volk in de geschiedenis.

De Indianen hadden nog het meeste talent op het vlak van de ontwikkeling van landbouw. Wellicht hebben ze onafhankelijk zelfs de bodemontginning ontdekt. Ze brachten het alleszins tot een gediversifieerde perfectie. We zijn schatplichtig aan de Indianen voor de meeste groenten die vandaag worden geteeld en langs de keuken op onze tafel belanden. Zo waren er granen, aardappelen en bonen, maar op de uitgebreidere lijst vinden we ook tomaten, chili, pompelmoezen, noten, avocado’s en na het eten volgde tabak. De Indianen kenden en gebruikten 400 verschillende soorten planten. Geen enkele plant die door de Indianen werd geteeld, was bekend in Azië, Europa of Afrika voor de komst van de blanken in Amerika.

Er wordt veel gesproken over wat de blanken allemaal naar de Indianen meebrachten, maar er wordt minder ingegaan op wat de Indianen aan de Westerse blanken hebben gegeven. De invoering van voedselplanten die van de Indianen werden afgenomen, zorgden voor meer dan een verdubbeling van de voedselvoorziening van het oude continent na de vijftiende eeuw, dat werd een belangrijke factor in de expansie van de kapitalistische beschaving. Meer dan de helft van de landbouwproducten die vandaag wereldwijd worden geteeld komen van planten die destijds door de Indianen werden geteeld.

Van de eerste tot de vijftiende eeuw creëerden de Indianen indrukwekkende en zelfs opzienbarende culturen op basis van hun mogelijkheden op het vlak van landbouw. De landbouw zorgde ervoor dat sommige verspreide en rondzwervende jagersstammen gingen samenwonen in kleine maar permanente vestigingen waar ze in hun levensonderhoud voorzagen door graan, bonen en andere groenten te telen. Ze weefden katoen, maakten aardewerk en ontwikkelden verschillende ambachten.

De Inca’s in de Andes, de Maya’s in Guatemala en de Yucatán, en de Azteken in centraal Mexico hadden geen contact met de Europese beschaving en ontwikkelden onafhankelijk daarvan de meest ontwikkelde vormen van de samenlevingen van Indianen. Hun culturen omvatten het beste dat de Indianen konden bereiken in de vijfentwintig duizend jaar die ze kregen van de geschiedenis. De Maya’s maakten wiskundige en astronomische berekeningen die complexer en meer ontwikkeld waren dan deze van de Europeanen. Ze hadden onafhankelijk in hun numeriek stelsel het concept “nul” opgenomen, iets wat zelfs de Grieken en de Romeinen niet hadden bereikt.

De Indianen hadden stappen vooruit gezet tot de middelste stadia van de barbarij en daar hielden ze halt. Het blijft een open vraag of ze, in het geval er geen contact was geweest met machtigere en meer productieve volkeren, in staat zouden geweest zijn om de volledige weg naar de beschaving af te leggen. Wat wel vast staat, is dat er enorme obstakels waren om een dergelijk pad op te gaan. De Indianen hadden geen belangrijke getemde diersoorten zoals paarden, koeien, varkens, schapen of buffels. Het temmen van die dieren hadden de Aziaten en de Europeanen in de richting van de beschaving gestuwd. De Indianen hadden enkel de hond, de kalkoen of in de Andes ook lama’s, alpaca’s en soms ook bijen. Bovendien kenden ze het wiel niet, tenzij voor speelgoed. Ze wisten niet hoe ze ijzer of vuurwapens moesten maken. Ook andere voorwaarden voor de beschaving ontbraken.

De geschiedenis is het andere deel van de wereld maakte echter dat deze vraag zonder voorwerp werd. De meest ontwikkelde Indianen waren van rondzwervende jagers gegroeid naar stammen die in permanente gemeenschappen leefden. De Europeanen daarentegen, eveneens een aftakking van de Aziatische cultuur, waren niet enkel in een klassensamenleving terecht gekomen maar kenden ook een sterk ontwikkelde beschaving. Hun meest progressieve onderdelen gingen van het feodalisme over naar het kapitalisme.

Deze ongelijke ontwikkeling van de samenleving in de Oude en de Nieuwe wereld zou zorgen voor een tweede belangrijke keerpunt in de Amerikaanse geschiedenis. Wat was in essentie het belang van de ommekeer toen de West Europeanen de Atlantische Oceaan overstaken? Het betekende de overgang van het Stenen Tijdperk naar het IJzeren Tijdperk in Amerika, van een barbaarse naar een beschaafde levenswijze, van de stammenorganisatie op basis van collectieve praktijken naar een samenleving gebaseerd op privaat bezit, productie voor de uitwisseling van goederen, de familie, de staat,… Weinig gebeurtenissen in de geschiedenis waren dramatischer en leerrijker dan de confrontatie en het conflict tussen de vertegenwoordigers van de Indianen uit het gemeenschapsleven van het Stenen Tijdperk en de gewapende vertegenwoordigers van de beschaving. In de science fiction lezen we wel eens over bezoeken van buitenaardse wezens in vliegende schotels aan de Aarde. Voor de Indianen waren de eerste bezoeken van de blanken niet minder schrikwekkend en onbegrijpbaar.

Voor de Indianen hadden deze blanke mensen totaal vreemde gewoonten, standaarden en levenswijzen. Ze waren vreemd in hun voorkomen en gedrag. De verschillen tussen de twee waren zo diepgaand dat ze niet konden worden verenigd. Wat was de oorzaak van de aanhoudende en dodelijke confrontatie tussen hen? Ze vertegenwoordigden twee niet met elkaar in overeenstemming te brengen niveaus van sociale organisatie die gebaseerd waren op totaal verschillende voorwaarden en die andere doelstellingen voorop stelden.

Zelfs op haar hoogtepunt was het leven van de Indianen gebaseerd op het collectivisme van de stammen en de ruwe technologie. De psychologie van de Indianen werd bepaald door dergelijke sociale instellingen. De Indianen hadden geen wielen, ijzer of het alfabet. Er waren ook geen instellingen, ideeën, gevoelens en doelstellingen zoals bij de beschaafde volkeren die zo ver waren geraakt door de technologie en de cultuur van een hebzuchtige samenleving. Deze voorwaarden hadden een speciale soort van menselijke wezens gecreëerd die het product waren van een samenleving die was gebaseerd op privaat bezit.

De meest ontwikkelde Indianen leefden van de landbouw. Maar hun landbouw maakte geen gebruik van de zelfde economische wijze als bij de nieuwkomers. De belangrijkste methoden om voedsel te produceren op basis van het bewerken van de grond, hoorden toe aan de volledige stam en geen enkel element in de productie of distributie kon exclusief worden geclaimd door individuele bezitters. Dat was ook het geval voor het belangrijkste productiemiddel, met name de grond zelf. Toen de Europeanen aankwamen aan het Amerikaanse strand, kon er nergens tussen de Atlantische en de Stille Oceaan iemand opstaan en zeggen: “Dit is mijn persoonlijke eigendom, of van mijn familie – alle anderen mogen dit niet betreden en moeten wegblijven.” Het land was de volledige bevolking.

Dat was wel anders voor de blanken, de uitdragers van een nieuwe en hogere samenlevingsvorm. Voor hen leek het natuurlijk en noodzakelijk, net zoals dat vandaag nog steeds het geval is voor de meeste inwoners van dit land, dat zowat alles op deze aarde persoonlijk bezit van iemand is. Kledij, huizen, oorlogswapens, gereedschap, schepen, zelfs mensen zelf kunnen gekocht en verkocht worden. Het glanzen van edele metalen was ervoor verantwoordelijk dat het privaat bezit een hoeksteen van het wereldlijk bestaan werd en zelfs de poorten naar de hemel zou openen. Columbus schreef naar koningin Isabella het volgende: “Goud is een schat en wie dit bezit, heeft al wat nodig is in deze wereld en ook de middelen om zielen te redden van het vagevuur en hen toegang te geven tot de vreugde van het paradijs.” Dat was letterlijk het geval op dat ogenblik aangezien rijke katholieken vrijbrieven konden afkopen voor hun zonden. Cortez zou aan een aantal oorspronkelijke bewoners van Mexico hebben gezegd: “Wij Spanjaarden hebben last van een hartziekte waarvoor we goud zoeken, enkel goud aangezien dat een specifieke remedie biedt.”

De doctrine van de blanke Europeanen stelde dat alles een prijs had, of het nu was om geluk in het heden te verkrijgen of redding in de toekomst. Dit idee bleef de regel voor de plutocratische heersers van onze dagen, die in hun campagnes om de wereld te domineren niet alleen individuen opkopen maar ook volledige regeringen. In hun zoektocht naar goud en winst, gingen Columbus en de conquistadores over het doden en als slaven gevangen nemen van duizenden Indianen op de eilanden die ze hadden ontdekt. En dat was slechts het begin.

Vanuit het standpunt van de wereldgeschiedenis werd dit keerpunt in Amerika gekenmerkt door de samenloop van twee revolutionaire processen. Het eerste was de overgang van de Europese samenleving van een feodale naar een burgerlijke basis. Een deel van dat proces in West-Europa omvatte een druk om als kapitalistische handelaars de operaties te verspreiden over heel de wereld. In hun zoektochten naar nieuwe markten of piratentochten kwamen de zendelingen van de opkomende burgerlijke samenlevingen in Europa aan de andere kant van de oceaan terecht waar ze op de Indianen botsten. Het vernietigen van de oude culturen van de Azteken en de Inca’s, het gevangennemen van Indianen als slaven of het uitmoorden van de oorspronkelijke bewoners door de Spaanse (en andere) veroveraars,… waren onderdelen van het offensief van deze Europese revolutie.

Door de uitbreiding van het revolutionair proces in Europa, werden de volkeren van het Stenen Tijdperk in Amerika overspoeld en overstemd door de meest ontwikkelde vertegenwoordigers van de klassenbeschaving. Dit was niet het enige continent waar een dergelijk proces plaats vond. Wat van de 15de tot de 19de eeuw gebeurde in de Nieuwe Wereld, vond eerder ook al plaats in West-Europa zelf en er werd zelfs naar de meest achtergebleven delen van de wereld getrokken aangezien het kapitalisme sindsdien over de hele wereld is verspreid.

De strijd tussen de volkeren van het Stenen Tijdperk en de vertegenwoordigers van de burgerlijke samenleving werd hevig uitgevochten. Deze oorlogen duurden zowat vier eeuwen en eindigden met de desintegratie of de vernietiging van de prehistorische culturen en met de onbetwiste suprematie van de klassensamenleving.

Met de komst van de blanke Europeanen (en ook de gekleurde Afrikanen die als slaven werden meegebracht) kwam de Amerikaanse geschiedenis op een totaal ander spoor, er kwam een nieuwe koers die werd bepaald door de behoeften van een jong en uitbreidend wereldkapitalisme.

We komen nu aan een cruciale vraag: wat was de belangrijkste lijn van de Amerikaanse groei sinds 1492? Er kunnen verschillende antwoorden worden gegeven, de groei van nationale onafhankelijkheid, de verspreiding van democratie, het zelfbewustzijn van de gewone man of de uitbreiding van de industrie. Dit soort formules wordt ons steeds aangeleerd op school en ze omvatten aspecten van het proces, evenwel zonder in te gaan op de kern van de zaak.

Het correcte antwoord op de vraag is dat, ondanks omwegen op weg, de belangrijkste lijn van de Amerikaanse geschiedenis bestond uit de opbouw en de consolidatie van de kapitalistische beschaving tot op het punt waar deze zich uiteindelijk bevindt. Iedere poging om de ontwikkeling van de Amerikaanse samenleving sinds de 16de eeuw te verklaren, zal tegen deze achtergrond moeten worden geplaatst. De ontdekking, verkenning, vestiging, ontwikkeling, uitbuiting, democratisering en industrialisering van dit continent moeten allemaal worden gezien als opeenvolgende stappen in de opbouw van een burgerlijke samenleving. Dat is de enige interpretatie van de beslissende gebeurtenissen van de afgelopen 450 jaar in het Noorden van Amerika die nut heeft en die een coherente visie biedt op onze complexe geschiedenis waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen hoofd- een bijzaken. Alles in onze nationale geschiedenis moet verbonden worden met proces van de vestiging van de kapitalistische levenswijze in haar meest uitgesproken en vandaag ook in haar meest schadelijke vorm.

Dat wordt meestal de “Amerikaanse levenswijze” genoemd. Een meer realistische en eerlijke karakterisering zou het een kapitalistische levenswijze noemen, aangezien deze levenswijze slechts een beperkte historische periode van toepassing zal zijn als een voorbijgaande uitdrukking van het beschaafde leven in Amerika.

Het centrale belang van de vorming en omvorming van de burgerlijke samenleving kan ook op een andere wijze worden aangetoond. Wat is het meest opvallende specifieke kenmerk van de Amerikaanse geschiedenis sinds de komst van de Europeanen? Er waren heel wat specifieke zaken in de geschiedenis van dit land, in zekere zin is het een erg specifiek land. Maar wat de Amerikaanse ontwikkeling scheidt van de ontwikkeling van andere belangrijke naties op deze wereld, is dat de groei en de opbouw van de Amerikaanse samenleving volledig in de periode van de uitbreiding van het wereldkapitalisme valt. Dat is de sleutel om de Amerikaanse geschiedenis te begrijpen, als het nu gaat om de koloniale geschiedenis, de geschiedenis van de negentiende eeuw of deze van de twintigste eeuw.

Dit is niet het geval in andere belangrijke landen als Engeland, Duitsland, Rusland, India, Japan of China. Deze landen gingen door langere periodes van slaven- of feodale samenlevingen die hun stempel hebben blijven doordrukken tot vandaag. Kijk maar naar dat overblijfsel van een feodale instelling in de vorm van de Japanse keizer of het ritueel van de Engelse monarchie.

Amerika daarentegen ging recht van de wildernis en de barbarij naar het kapitalisme, waarbij het op dat parkoers slechts beperkt in contact kwam met slavernij en feodalisme die slechts een beperkte rol speelden in de opbouw van het burgerlijk systeem. Op een paar eeuwen tijd haastten de Amerikanen zich doorheen stadia van sociale ontwikkelingen die elders voor de rest van de mensheid duizenden jaren in beslag namen. Er was echter een nauw verband tussen deze twee processen. Als de rest van de mensheid niet reeds zo ver was gevorderd, zouden de Amerikanen in staat zijn geweest om zo ver en zo snel vooruit te lopen. De rol van pioniers is altijd moeilijker en er is altijd meer tijd voor nodig.

De samenkomst van de anti-feodale revolutie in Europa met uitroeiingsoorlogen tegen de Indianen gingen het burgerlijke tijdvak van de Amerikaanse geschiedenis vooraf. Deze periode omvatte zo’n 450 jaar. Er zijn drie onderscheiden fasen die elk werden gekenmerkt door revolutionaire veranderingen in het Amerikaanse leven.

* * *

De eerste periode is deze van het koloniale Amerika dat zich uitstrekt van 1500 tot aan de Amerikaanse Grondwet van 1788-89. Als we de sociale vormen en economische krachten va het Amerikaanse leven tijdens deze drie eeuwen bestuderen, zal deze periode van de vorming van onze beschaving gekenmerkt worden door een uitzonderlijke mengeling van prékapitalistische instellingen met de opkomende kapitalistische vormen en productiekrachten. Het collectivisme van de Indianenstammen werd omgevormd, vernietigd of teruggedrongen. Er werden overblijfsels van het feodalisme ingevoerd vanuit Europa en hier overgezet. De ranchos in het zuiden van Californië op het begin van de negentiende eeuw werden voorafgegaan door koloniale baronieën, volledige kolonies zoals Maryland of Pennsylvania waren het bezit van grootgrondbezitters die hun rechten hadden gekregen van de Engelse monarchie. Grote boeren maakten gebruik van blanke en gekleurde slaven die in heel wat regio’s de belangrijkste arbeidskrachten vormden.

Daarnaast waren er honderdduizenden kleine boeren, jagers, vakmensen, handelaars en anderen die geassocieerd werden met nieuwe vormen van bezit en economische activiteiten en die een aantal gewoontes, gevoelens en ideeën hadden die voortkwamen uit het opkomende kapitalisme in Europa dat nu ook begon te bloeien langs deze kant van de Atlantische Oceaan.

De fundamentele vraag die door deze ontwikkeling opkwam, was of het prékapitalistische dan wel de kapitalistische krachten zouden zijn die er het sterkst uitkwamen. Dat was de centrale as van sociale strijd binnen de kolonies en zelfs van de aanhoudende oorlogen tussen Europese landen voor het bezit van de Nieuwe Wereld, wat kenmerkend was voor de koloniale periode. De strijd op dit front kwam in een beslissende fase in de jaren 1763 tot 1789, de periode van voorbereiding, het uitbreken, het voeren en het beslissen van de eerste Amerikaanse revolutie. Dit was het eerste stadium van de burgerlijk-democratische revolutie op het continent.

Het kwam voort uit een vorm van oorlog tussen de heersers en aanhangers van Groot-Brittannië en de koloniale massa’s die werden geleid door vertegenwoordigers van de handelaars, bankiers, industriëlen uit het noorden en de grondbezitters van het zuidelijke slavensysteem, een aanhangsel van het opkomende inheemse kapitalisme. Het resultaat van deze strijd was bepalend voor het volgende stadium in het lot van het Amerikaanse kapitalisme. Als de dominantie van Groot-Brittannië was blijven duren, dan had dit mogelijk een verdere ontwikkeling van de burgerlijke samenleving kunnen belemmeren, net zoals het dat heeft gedaan in India en Afrika.

De eerste Amerikaanse revolutie en haar onafhankelijkheidsoorlog was een echte beweging van het volk. Zo’n bewegingen kunnen heel wat zaken die verrot zijn en klaar om begraven te worden, neer halen. Maar bovenal zijn ze sociaal creatief waardoor nieuwe instellingen ontstaan die mogelijkheden en middelen creëren voor een volgende stap voorwaarts. Dat was zeker het geval bij onze eerste nationale revolutie die sindsdien een onderdeel is geworden van het Amerikaanse en internationale collectieve bewustzijn. De tradities ervan zijn zo krachtig dat ze pijnlijk zijn voor de kapitalistische heersers van dit land in hun houding tegenover koloniale emancipatiebewegingen.

Wat waren de belangrijkste verwezenlijkingen van deze eerste fase van de Noord-Amerikaanse burgerlijk-democratische revolutie? Het maakte een einde aan het reactionaire bewind van de tienduizenden handelaars, bankiers, grondbezitters en fabrikanten uit Groot-Brittannië die, nadat ze de Amerikaanse kolonies mee vooruit hadden gestuwd, een blok aan het been waren geworden. Er kwam onafhankelijkheid voor de kolonies die werden verenigd en de weg voorbereiden op het einde van feodale instellingen en tradities onder de monarchie. Het democratiseerde de staten en er kwam een republiek. De weg werd voorbereid om de beschaving in haar oorspronkelijke kapitalistische vorm snel te verspreiden van de Atlantische Oceaan tot de Stille Oceaan.

De revolutie had internationale gevolgen. Het was een inspiratiebron voor gelijkaardige bewegingen in de Latijns-Amerikaanse kolonies in de daaropvolgende eeuw. En het had zelfs een impact op het Oude Continent. Dat blijkt onder meer uit het dagboek van gouverneur Morris, een financiële leider van de Patriottische partij die één van de eerste VS-ambassadeurs in Frankrijk werd. Hij was in Parijs om er Amerikaanse eigendommen te verkopen aan aristocraten die met uitwijzing werden bedreigd door de Franse revolutie. Deze klanten klaagden er bij Morris over dat zijn Amerikaanse landgenoten zich beter wat hadden ingehouden zodat het Franse volk niet de moed zou hebben gehad om hun voorbeeld te volgen.

Maar zelfs de meest diepgaande revolutie kan niet meer doen dan wat de historische mogelijkheden toelaten. Er waren twee belangrijke beperkingen bij deze eerste opstand. Deze kwamen in de decennia hierna sterk tot uiting. Eén was het feit dat de revolutie de basis voor het instituut van de slavernij niet wegnam. Heel wat leiders van deze periode, zoals Thomas Jefferson, hoopten dat de slavernij zou verdwijnen omdat het economisch niet interessant was.

Een tweede beperking was dat de revolte wel leidde tot politieke onafhankelijkheid, maar het kon niet tot een volledige onafhankelijkheid van de VS in een kapitalistische betekenis leiden. Dat was op twee terreinen duidelijk: intern in de VS zelf moesten de Noordelijke kapitalisten de macht delen met de Zuidelijke slavenhouders met wie ze samen een revolutionaire onafhankelijkheidsoorlog hadden gevoerd en een nieuwe regering hadden opgezet. Daarnaast moest er op de internationale markt rekening worden gehouden met de economische onderwerping aan de meer ontwikkelde industriële en financiële structuur van de Engelsen.

De leiders van de revolutie waren zich bewust van die beperkingen. Dezelfde Morris die we reeds aanhaalden, schreef vanuit Parijs op 30 september 1791 aan president George Washington:

“We zullen… grote en snelle stappen vooruit zetten op het vlak van nuttige productie. Dat is op zich voldoende om onze onafhankelijkheid te voltooien. We zullen dan als het ware een wereld op onszelf vormen, ver weg van de oorlogen in Europa. Hun revoluties zullen enkel nuttig zijn om ons dingen te leren en om ons te amuseren. Net zoals het gebrul van een stormachtige zee vanop een bepaalde afstand ook een aangenaam geluid kan worden.”

Er kwam echter een historische factor tussen waardoor dit aangename vooruitzicht werd doorbroken. Deze factor was het resultaat van een dubbele revolutie in de technologie: één die plaats vond in de Engelse industrie en een andere die plaats vond in de Amerikaanse landbouw. De vestiging van fabrieken met stoommachines in de Engelse industrie, vooral in de textiel, zorgde voor een toename van de vraag naar grote voorraden katoen. De uitvinding van de katoenmachine zorgde ervoor dat de Zuidelijke plantages het aanbod zouden opdrijven om aan de vraag te voldoen.

Hierop kreeg de slavernij, dat stilaan in crisis was gekomen, een nieuwe levenslijn. Deze economische combinatie leverde de notabelen van de Zuiderse katoenrijken een enorme rijkdom en macht op. Als we de Amerikaanse geschiedenis van de eerste helft van de negentiende eeuw bestuderen, zien we dat het nationale en politieke leven werd gedomineerd en bepaald door de strijd voor de macht tussen de Zuidelijke slavenhouders enerzijds en de anti-slavernij elementen anderzijds. De cruciale sociale vragen werden niet altijd openlijk gesteld. Maar gelijk welk ander conflict naar deze kwestie worden teruggeleid: wat zullen de Amerikanen doen met de slavernij?

(Vandaag is er een gelijkaardige situatie in verband met het kapitalisme. Gelijk welke discussie in het sociaal-economisch leven van dit land uitbreekt, het kan steevast teruggebracht worden tot de sociaal-economische kernvraag: wat zullen de Amerikanen doen met het kapitalisme?)

Gedurende de eerste vijftig jaar van de negentiende eeuw hielden de katoenaristocraten ongetwijfeld de macht stevig in handen. Ze werden rap gewoon aan de macht en privileges en dachten dat deze eeuwig zouden standhouden. Rond 1850 begon de situatie snel te veranderen. Een nieuwe combinatie van sociale krachten kwam op en was sterk genoeg om niet alleen de macht van de slavenhouders te betwisten, maar ook om deze te bestrijden in een burgeroorlog waarna deze macht uiteindelijk werd gebroken.

Het is erg leerrijk om de mentaliteit en de blik van de Amerikanen in 1848 te bestuderen. Dat was een jaar van revoluties in de belangrijkste West-Europese landen. De bevolking in de VS, maar ook de machthebbers, zagen deze uitbarstingen vanuit een geïsoleerde positie.

De Europese revoluties werden door delen van de heersende klassen in de Verenigde Staten zelfs positief onthaald omdat ze voornamelijk gericht waren tegen een aantal monarchieën. Hier in de VS was er geen monarchie die moest omver geworpen worden, ook al was er nog steeds de aristocratie van de slavenhouders in het zuiden. De meeste gewone Amerikanen hadden sympathie voor de Europese revoluties. Ze zagen het als het bijbenen van de Europeanen op een vlak dat al verworven was in eigen land. De Amerikanen dachten: “Wij hebben onze revolutie al gehad en hebben geen nieuwe nodig. Het aantal revoluties dat ons door de geschiedenis is toebedeeld, hebben we volledig bereikt.”

Ze keken zelfs geen vijftien jaar verder in de eigen toekomst. De burgerlijk-democratische revolutie had nog heel wat onafgewerkte elementen. In de jaren 1850 werd het duidelijker dat de Zuidelijke slavenhouders niet enkel hun macht wilden versterken in de zuidelijke staten, maar dat ze de controle wilden verwerven over de volledige bevolking van de Verenigde Staten. Dit kleine groepje van rijken kende zichzelf het recht toe om de mensen te zeggen wat kon en wat niet kon, waar het land moest uitbreiden en hoe de zaken in Amerika wel en niet moesten gebeuren.

Er bleek dan ook nood aan een tweede revolutie om de taken van de burgerlijk-democratische die niet werden gerealiseerd op het einde van de 18de eeuw te volbrengen, en tegelijk de belangrijkste problemen van de Amerikanen sindsdien aan te pakken. Gedurende dertien jaar was er een voorbereidende strijd, gevolgd door vier en een half jaar burgeroorlog, twaalf jaar Heropbouw. Deze intense en onvermijdelijke revolutionaire opstoot duurde alles samen zo’n dertig jaar.

Het belangrijkste voor ons is het nettoresultaat van dat werk. Ieder schoolkind wordt geleerd dat de slavernij werd afgeschaft en dat de zwarte bevolking niet langer als slaven moest werken. De belangrijkste verwezenlijking van deze revolutie, vanuit het standpunt van de Amerikaanse en internationale ontwikkelingen, was het feit dat de laatste interne hinderpalen voor de consolidatie van het kapitalistische bewind werden weggenomen.

Deze periode betekende de conclusie van de aanhoudende competitie sedert 1492 tussen de prokapitalistische en de prékapitalistische krachten op het continent. Kijk maar naar wat er gebeurde met de volkeren die de diverse prékapitalistische levenswijzen vertegenwoordigden. De Indianen werden uitgeroeid, onteigend of opgesloten in reservaten. Engeland, waar er nog feodale elementen aanwezig waren en dat kolonies aan haar macht onderwierp, werd van het continent verwijderd. Het Amerikaanse industriële kapitaal verwierf niet alleen politieke macht, maar ook economische onafhankelijkheid. De zuidelijke plantagebezitters waren de laatste prékapitalistische kracht die uit de weg werd geruimd met de Burgeroorlog en de periode van Heropbouw.

De kapitalistische heersers van het industriële regime voelden zich als de Graaf van Monte Cristo die vanuit zijn gevangenis ontsnapte en die tegen de achtergrond van een grote rijkdom en een pas herwonnen vrijheid uitriep: “De wereld is van mij”. En zo hebben ze zich sindsdien ook gedragen.

* * *

Ik wil nu enkele opmerkingen maken over de economische en politieke ontwikkeling van de Amerikaanse samenleving sinds 1492 tot aan de overwinning van de kapitalistische klasse. Zoals eerder reeds gesteld, was het privaat bezit van de productiemiddelen zo goed als onbestaande op dit continent tot in de vijftiende eeuw. Hierna kwamen de blanke kolonialisten waarbij de dominante trend eruit bestond dat alle productiemiddelen in private handen terecht kwamen en ook zo werden gebruikt. De grond bijvoorbeeld werd voordien door stammen gecontroleerd, de blanken kenden de eigendomsrechten toe aan individuen of bedrijven uit heel het land.

Na de overwinning van de Noordelijke bankiers, handelaars en ondernemers in het midden van de negentiende eeuw, kwam dit proces nog op een hoger niveau terecht. De productiemiddelen in privaat bezit kwamen steeds meer geconcentreerd terecht in de handen van bedrijven. Vandaag kan een individu in staat zijn om een auto of vliegtuig te bouwen, maar zonder vele miljoenen dollars is hij niet in staat om de concurreren met General Motors of Ford. Zelfs een grote magnaat als Henry J Kaiser heeft dat ondervonden.

Vandaag is er amper nog een lapje grond over dat niet iemands bezit is. De burgeroorlog heeft dit proces versneld door de Homestead Act dat 160 acres (zo’n 70 hectare) grond aan private individuen toekende, en door andere beslissingen van het Congress waarbij miljoenen hectaren grond werden verdeeld onder spoorbedrijven. De verdeling van de grond onder kleine boeren was progressief aangezien dit de enige manier was om de ontwikkeling van de landbouw onder deze condities te versnellen.

Het is onmogelijk om gedetailleerd in te gaan op de wijze waarop de kolonialisten zich vestigden in de Midwest en het Westen, maar een aantal gevolgen van de kapitalistische expansie moeten toch worden vermeld. Ten eerste heeft deze kapitalistische expansie het bewustzijn van de gemiddelde Amerikaan sterk bepaald. In tegenstelling tot de Indianen is de instelling van privaat bezit zo sterk doorgedrongen, dat het slechts met moeite kan worden verlaten. De Europeanen trokken het Amerika van de Indianen binnen en hun afstammelingen zitten nu zelfs al in de ruimte. Een extreme, zelfs absurde, maar wel leerrijke illustratie van de effecten van de kapitalistische expansie op het Amerikaanse bewustzijn, zagen we in een krantenartikel in Illinois onder de titel: “Wie bezit de ruimte? Inwoner van Chicago beweert dat hij dit is”. Dit artikel stelde onder meer:

“Met de plannen om vanop de aarde eigen satellieten rond te sturen, werd de vraag onvermijdelijk [althans onvermijdelijk voor Amerikanen die heilig geloven in het privaat bezit]: wie bezit de ruimte? De meeste experts gaan ermee akkoord dat deze kwestie zich boen hun hoofden afspeelt. De wetenschappers stelden dat dit een probleem was voor de experten van het internationale recht. De advocaten stelden dat ze geen precedenten hadden om zich op te baseren. Enkel James T Mangan, een sneldenkende journalist uit Chicago, heeft een duidelijk antwoord op de vraag wie de ruimte bezit. Mangan verklaart dat hij de ruimte bezit. Om deze bewering te ondersteunen, heeft hij een akte laten registreren bij het registratiebureau van Cook County. In de akte, die werd aanvaard nadat de advocaat van de overheid de eis plechtig ondersteunde, werd gesteld dat “alle ruimte in alle richtingen van de aarde” vanaf 20 december 1948 aan Mangan toekwamen. Hij verklaarde dat het tot 20 december 1955 mogelijk was om de akte te betwisten en voegde er aan toe: “De regering heeft geen legaal recht op de ruimte zonder mijn toelating.”

Dit mag dan al waanzin zijn, er zit wel een methode achter. Die methode komt voort uit de kapitalistische levenswijze. Deze gentleman, Mangan, probeerde slechts bij de buitenaardse ruimte een zelfde veroveringsdrang aan de dag te leggen als onze voorgangers die aan de basis lagen van de overname van het Amerikaanse continent. Deze specifieke fanatieke invulling van privaat bezit zou inhouden dat we in de toekomst heel ver in de ruimte zouden kunnen vliegen. Deze invulling verschilt slechts qua gedurfdheid en consistentie van andere aanhangers van de logica van het private bezit.

Het tweede punt dat ik wil maken, handelt over het onderling verband tussen evolutie en revolutie. Deze twee fasen van sociale ontwikkeling worden vaak tegenover elkaar geplaatst als tegengestelde en onverzoenbare alternatieven. Wat leert de Amerikaanse geschiedenis ons hierover? De Amerikaanse bevolking heeft al twee revolutionaire perioden gekend in haar nationale geschiedenis. Beiden vormden de basis voor een lange periode van sociale vooruitgang op basis van eerdere verwezenlijkingen.

In de periode tussen revoluties zijn er steeds kleine veranderingen die plaatsgrijpen in het leven van mensen. Ze nemen het kader van hun leven voor normaal aan en zien het als iets vaststaand en finaal. Het is moeilijk om iets anders in te beelden. Het idee van revolutionaire verandering in hun eigen leven of tijdperk wordt gezien als fantasievol of toch minstens onrelevant. Het was nochtans tijdens zo’n periodes van evolutionaire vooruitgang dat vaak amper opgemerkte opeenstapelingen van veranderingen meer drastische wijzigingen voorbereiden.

De nieuwe klassenbelangen die machtig werden, maar niet volledig ontwikkelden, de sociale en politieke conflicten die optraden maar niet werden opgelost, de veranderingen in de belangrijkste sociale krachten leidden tot storingen tot het een acuut stadium bereikte. De mensen in dit land waren niet roekeloos. Ze probeerden alles uit om tot een redelijk compromis te komen tussen de tegengestelde krachten en vaak kwamen ze ook tot akkoorden. Maar na een tijdje werden deze bestanden onefficiënt en van erg korte duur. Het conflict tussen de verschillende sociale krachten was niet te stoppen en brak effectief uit op een hoger niveau tot een breekpunt werd bereikt.

Kijk maar naar de Amerikaanse kolonisten van 1763. Zij waren – aan de zijde van moeder Engeland – opgekomen uit een succesvolle oorlog tegen de Fransen en de Indianen. Ze hadden niet verwacht dat ze tien jaar later de strijd zouden aangaan met de Engelsen om hun eigen vrijheid af te dwingen. Bovendien kregen ze daarbij steun van Frankrijk. Dat zou in 1763 als fantasie zijn afgedaan. En toch gebeurde het minder dan een decennium later. Dr. Benjamin Rush, één van de ondertekenaars van de Onafhankelijkheidsverklaring, stelde in zijn autobiografie:

“Op 1000 mensen was er in 1774 niet één die opkwam voor of wenste dat er onafhankelijkheid zou komen. Van de weinige voorstanders had niemand de immense invloed van de onafhankelijkheidsstrijd voorzien op het nationale en individuele karakter van de Amerikanen.”

Voor de meerderheid van de Noordelijke Amerikanen, die profiteerden van de economische groei van 1851-1857 (de grootste economische groei in de negentiende eeuw voor de Burgeroorlog), was het absoluut niet duidelijk dat als gevolg van de processen in eigen land (die versterkt werden door de welvaart), het land zou opgesplitst worden rond de slavenkwestie. Dat gebeurde nochtans vier jaar na de depressie van 1857. In de plaats daarvan dachten ze: was er geen compromis met de slavenhouders in 1850 en kunnen er geen nieuwe compromissen volgen? Er waren inderdaad pogingen om tot een compromis te komen en dat tot aan het begin van de Burgeroorlog en zelfs erna.

De voorstanders van afschaffing van de slavernij, de Abolitionisten, en de Zuidelijke extreme slavenhouders anderzijds voorzagen elk vanuit hun standpunt een ander verloop van de ontwikkelingen en probeerden zich voor te bereiden op de komende revolutie. Maar deze radicale stemmen stonden nog niet sterk.

Deze cruciale episodes in de Amerikaanse geschiedenis tonen aan dat onder de voorwaarden van een klassensamenleving perioden van graduele sociale evolutie een voorbereiding vormen op de revolutionaire oplossing van de opeengestapelde en onopgeloste problemen van volkeren en naties. Deze revolutionaire opkuis creëert op haar beurt de voorwaarden voor een nieuwer en hoger stadium van evolutionaire vooruitgang. Deze afwisseling wordt bijzonder scherp aangetoond in de Amerikaanse geschiedenis van de achttiende en negentiende eeuw.

Het is belangrijk om als derde punt over de gevolgen van de kapitalistische ontwikkeling in de Verenigde Staten op te merken dat onze nationale revoluties direct verbonden waren met de omstandigheden in eigen land. Er was geen sprake van het importeren van standpunten door “buitenlandse agitatoren”, ook al speelden sommige van die agitatoren (zoals Tom Paine) een belangrijke rol. De revoluties kwamen voort uit het rijpen van conflicten tussen interne sociale krachten. Maar dat was slechts één kant van de medaille. De strijd in eigen land waren verbonden en werden bepaald door economische en sociale ontwikkelingen op wereldvlak.

We hebben al eerder gewezen op de rol van overzeese migratie waardoor het gezicht van Amerika zou veranderen en op het feit dat die migratie mee veroorzaakt werd door de antifeodale burgerlijke revoluties die Europa veranderden. De verovering van ons continent was verbonden met deze revoluties. De eerste Amerikaanse revolutie vond plaats tijdens een periode van handelskapitalisme, het eerste stadium van de ontwikkeling van een wereldkapitalisme. Historisch gezien maakt het deel uit van een reeks van burgerlijk-democratische revoluties die de kapitalistische klasse internationaal aan de macht zouden brengen. De eerste Amerikaanse revolutie kan gezien worden als een kind van de Engelse burgerlijke revolutie van het midden van de zeventiende eeuw. Tegelijk is het een soort van ouder van de Franse burgerlijk-democratische revolutie van het einde van de achttiende eeuw.

De handel in deze periode, niet alleen de Amerikaanse maar ook de wereldhandel, leidde tot het ontstaan van een machtige handelsklasse in het Noorden, waarbij deze werd ondersteund door maritieme arbeiders en ambachtslieden in de kuststeden en vrije boeren op het platteland. Zij vormden de stoottroepen van de “Sons of Liberty”. Het is geen toeval dat de bruisende havenstad Boston – waar veel rijke handelaars die van het Britse juk af wilden, robuuste arbeiders in de haven, scheepspersoneel,… woonden – vooraan stond in de strijd tegen de Britten en dat de revolutionaire oorlog zelf uitbrak na een Britse poging om Boston klein te krijgen.

De Tweede Amerikaanse revolutie vond plaats op een ogenblik dat het industriële kapitalisme een sterke groei kende langs beide kanten van de Atlantische Oceaan. De periode van 1848 tot 1871 werden gekenmerkt door oorlogen en revoluties. Deze conflicten leidden niet tot een desintegratie van het wereldkapitalisme, zoals dit vandaag het geval is, maar zorgden ze voor een onbetwiste macht van de kapitalistische klasse in Amerika en een aantal Europese landen.

Het tweede stadium van de burgerlijk-democratische revolutie in de Verenigde Staten, de Burgeroorlog, zorgde ervoor dat de Noordelijke industriëlen in het zadel werden gelicht. Dat was een belangrijke revolutionaire gebeurtenis voor de periode van 1848 tot 1871, een periode die begon met de mislukte Franse en Duitse revoluties van 1848 en eindigde met de Frans-Pruissische oorlog en de Commune van Parijs in 1871. De belangrijkste gebeurtenis in deze periode van de wereldgeschiedenis was de overwinning van de Amerikaanse kapitalisten in dit land, dit zou de basis vormen voor hun opmars naar de wereldmacht.

* * *

Met deze lessen in het achterhoofd, kunnen we nu eens een blik werpen op de opkomst van de Amerikaanse samenleving na het einde van de burgeroorlog tot vandaag. De kapitalisten konden de vruchten plukken van twee succesvolle revoluties. Voor hen was revolutie in Amerika iets van het verleden, de VS zouden nu vooruitgaan met kleine stapjes. Er is inderdaad een belangrijke evolutie van de kapitalistische samenleving geweest bovenop de fundamenten van de verwezenlijkingen van vroegere revoluties. Maar in de dialectiek van onze nationale ontwikkeling heeft de uitzonderlijke expansie van de kapitalistische productiekrachten de elementen voorbereid voor een andere revolutie met een beslissende confrontatie tussen klassenkrachten.

Sinds 1878 waren er twee belangrijke trends in dit land. Het belangrijkste was de groeiende concentratie van economische, politieke en culturele macht in de handen van de monopolisten. Ze werden af en toe uitgedaagd, maar nooit ten val gebracht. Ze zijn open over hun machtsuitoefening. Zoals de heer Wilson van het grootste monopolie en van het departement van defensie stelde: “Wat goed is voor General Motors, is goed voor het land”.

Dit is een echo van een eerdere verklaring van de absolute monarch Lodewijk XIV die stelde: “L’état, c’est moi” (De staat, dat ben ik). Het oude regime in Frankrijk werd begraven in 1789. Alles op deze wereld – en dat geldt in het bijzonder voor de politieke regimes en sociale systemen onder de klassensamenleving – bevat haar eigen tegengestelden, haar eigen fatale oppositie. Dat is zeker het geval voor de macht van het kapitalisme dat zich volledig baseert op de productieve en politieke capaciteiten van de loonarbeid.

De ironie is dat naarmate de rijkdom van de kapitalisten toeneemt, de sociale positie van de uitgebuite arbeiders die aan de basis van deze rijkdom liggen eveneens sterker wordt. De Verenigde Staten hebben samen met de opkomst van het monopoliekapitalisme ook de opkomst gezien van een sterker georganiseerde, gecentraliseerde en verenigde arbeidersbeweging. Van zodra de kapitalisten en loonarbeiders bestonden, waren er spanningen, conflicten, stakingen, lock-outs, tussen delen van deze twee klassen. Deze komen voort uit de natuur zelf van hun onderlinge relatie die gebaseerd is op een tegenstelling.

Deze conflicten zijn tot nu toe voor het grootste deel niet voorbij de grenzen van de politieke en economische structuren die werden vastgelegd door de Burgeroorlog gegaan. De conflicten werden afgezwakt, onderworpen aan compromissen,… Ondanks al die verstoringen, hebben de monopolistische heersers zich ingegraven in hun posities en hebben ze zich verder versterkt. Een dichtere kijk op de ontwikkelingen geeft echter aan dat de arbeidersklasse een steeds meer invloedrijke, maar noch steeds onderworpen, plaats in het nationaal leven inneemt.

De vraag die zich met vernieuwde krachten opwerpt, is dan ook: zal deze situatie van impasse voor de klassenstrijd – met de arbeiders in een tweederangspositie – oneindig blijven duren? De kapitalisten antwoorden natuurlijk dat dit inderdaad kan en zelfs moet blijven duren. Ze doen er verder alles aan om het voortbestaan van het status quo te behouden, van hetgeen op school wordt aangeleerd tot antivakbondswetten. De vakbondsleiding gaat grotendeels mee met deze algemene ontwikkeling.

Noch de kapitalistische woordvoerders, noch de leiders van de AFL-CIO (vakbondsfederatie) kunnen zich baseren op gelijk welk precedent in de Amerikaanse geschiedenis om hun verwachting van een oneindig behoud van het status quo te rechtvaardigen. Dat is één les van ons nationale verleden dat door de “lange kijk” van het socialisme wordt benadrukt. Gedurende vele jaren schoten de Amerikaanse kolonisten, ondanks occasionele oprispingen, goed op met het moederland en werd deze band zelfs gekoesterd. Deze verhouding werd snel en erg radicaal omgekeerd. Hetzelfde zagen we bij de lange periode van vreedzaam samenleven van de Noordelijke vrijstaten en de Zuidelijke slavernij.

Gedurende zestig jaar speelden de Noorderlingen de tweede viool na de slavenaristocraten uit het zuiden. De meerderheid dacht zelfs dat deze situatie eeuwig zou blijven duren. De slavenhouders, net als de kapitalisten vandaag, stelden dat hun “Amerikaanse way of life” de kers op de beschavingstaart vormde. Maar een nieuwe combinatie van progressieve krachten moest zichzelf laten gelden, de groeiende tegenstellingen kwamen tot uiting in een burgeroorlog waarbij de oude orde werd omver geworpen. Politieke bondgenoten van vandaag blijken morgen onverzoenbare krachten te zijn.

De verdedigers van het status quo in dit land vinden vandaag geen argumenten in de belangrijkste ontwikkelingen van de wereldgeschiedenis in onze tijd. In 1848, op een ogenblik dat de kapitalistische klassen langs beide kanten van de Atlantische Oceaan een einde maakten aan monarchieën en feodale aristocratieën, kwamen de communistische pioniers naar buiten met hun ideeën en begonnen ze een beweging van wetenschappelijk socialisme op te bouwen die een gids zou worden in de emancipatiestrijd van de arbeidersklasse. In 1917, negenenzestig jaar later, werd de eerste arbeidersstaat opgezet in de Sovjetunie. Er volgde geen enkele nieuwe arbeidersstaat gedurende bijna drie decennia.

En dan was er de Tweede Wereldoorlog, waarna het domein van het collectief bezit in Oost-Europa werd uitgebreid, en de Chinese revolutie waarbij het kapitalisme werd omvergeworpen in een belangrijke macht van het oosten.

Dat alles vormt een beeld van de kolossale stappen vooruit in de wereldgeschiedenis. De essentie van het nieuwe stadium is dat de beweging voor de vooruitgang van het kapitalisme, dat de wereldgeschiedenis van de zestiende tot de negentiende eeuw heeft gedomineerd, in de twintigste eeuw werd opgevolgd door een antikapitalistische beweging van de socialistische arbeidersklasse en haar koloniale bondgenoten.

De huidige kapitalistische heersers proberen natuurlijk om de verworvenheden en opvattingen van deze revolutionaire beweging van de arbeiders en de neokoloniale volkeren voor te stellen als beperkt tot andere delen van de wereld terwijl ze hier worden neergeslagen. De machthebbers proberen ten allen prijze om hun invloed te behouden. Ze doen dit net als de Britse heersers of de Zuidelijke slavenhouders die elk in hun periode alle middelen gebruikten om de opkomende revolutionaire krachten tegen te houden. De agenten van de Amerikaanse plutocratie doen vandaag exact hetzelfde. Zullen de monopolisten slagen waar hun voorgangers hebben gefaald? Laat ons even op die vraag ingaan.

Het hoogtepunt van een revolutionaire proces bestaat uit de overgang van de opperste macht van de ene klasse naar de andere. Wat zijn de dominante machtsverhoudingen in de Verenigde Staten? Alle belangrijke beslissingen over het buitenlands en binnenlands beleid worden gemaakt door het milieu van topkapitalisten die hun belangen en doelstellingen voorop stellen. De arbeiders kunnen hier en daar een beslissing of een beleid wat bijsturen, maar de invloed hiervan is bijzonder beperkt tegenover de politieke macht van de monopolisten.

Er is echter een opmerkelijke tegenstelling in deze krachtsverhouding. De verenigde vakbeweging heeft zeventien miljoen leden. Met hun families, aanhangers en vrienden, kan deze beweging voldoende stemmen verzamelen om politieke vertegenwoordigers van de georganiseerde arbeidersbeweging een meerderheid te bieden in de steden, deelstaten en in Washington. Dit betekent dat de kapitalisten hun heerschappij eigenlijk enkel door het falen van de arbeidersbeweging kunnen verderzetten. Het gaat om een aanhoudend falen van de arbeidersbeweging om een onafhankelijke politieke koers te varen op het vlak van acties en organisaties. Correcter gesteld ligt het probleem vooral bij de actuele leiders van de arbeidersbeweging. Zij slagen er niet in om de enorme kracht van hun beweging te gebruiken en de potentiële macht effectief te benutten.

De georganiseerde arbeidersbeweging heeft potentieel voldoende politieke sterkte, naast haar economische en sociale mogelijkheden, om de leidinggevende kracht van dit land te worden. Dat is waarom iedere stap in de richting van een onafhankelijke arbeiderspartij op basis van de vakbonden verregaande gevolgen zou hebben tegenover de actuele situatie, los van de bedoelingen of het programma van de organisatoren van deze partij. Elke stap in een dergelijke richting zou een machtsverschuiving betekenen waarbij de beslissingsmacht van de kapitalisten in de VS zou worden betwist, net zoals de opkomst van de Republikeinse Partij in Washington in 1860 een teken was van de machtsverschuiving van de slavenhouders naar de Noordelijke industriëlen.

De Republikeinse leiders van 1861 hadden geen revolutionaire bedoelingen. Ze leidden een reformistische partij. Ze wilden de macht van de slavenhouders beperken. Maar om dat te bereiken, werd de gevestigde machtsbalans tussen de klassen verstoord. De slavenhouders erkenden dat hun suprematie werd bedreigd en ze waren zich daar veel bewuster van dan dat de Noordelijke Republikeinse leiders beseften wat hun impact was. Dat is waarom de slavenhouders een contrarevolutionaire aanval inzetten in een poging om hun vroegere macht te behouden.

De vergelijking met iedere poging van de arbeidersbeweging om in een land de politieke macht in te nemen, zelfs op een reformistische wijze, is duidelijk. Is een dergelijke overgang van de macht mogelijk? Een opeenvolging van veranderingen in de machtsverhoudingen heeft de opkomst van de Verenigde Staten gekenmerkt: van het Britse kolonialisme tot en de handelaars en plantagehouders van de 18de eeuw tot de industriëlen van de 19de eeuw. Vandaag gaan we in de richting van een nieuwe belangrijke verandering in de machtsverhoudingen, van de heersende plutocratie naar de opkomende arbeidersklasse en haar bondgenoten bij de onderdrukte minderheden.

Het hele verloop van de economische, sociale en politieke ontwikkelingen in dit land en in deze eeuw wijzen in die richting. Natuurlijk is de positie van de arbeidersklasse nog verre van dominant, en ze is zich nog minder bewust van haar historische rol. Maar vanuit een lange kijk op de geschiedenis, is het belangrijk om te wijzen op de verschillende groeiritmes in het economisch, sociaal en politiek potentieel van de verschillende tegengestelde krachten in de samenleving. Als we terugkijken naar de geschiedenis van dit land van 1876 tot 1957 zien we dat de balans overhelt naar de macht van de arbeidersbeweging, ondanks alle complicaties die er zijn. Niets was in staat de opkomst van de arbeidersbeweging te stoppen, niet de imperialistische oorlog, noch het McCartyisme,…

De belangrijkste verdienste van het wetenschappelijk socialisme is dat het ons toelaat om aan dit proces deel te nemen op basis van een begrip ervan, waarbij we proberen om het te beïnvloeden in iedere fase van het proces door er richting aan te geven en het proces te versnellen zodat de grootse doelstellingen zo economisch en efficiënt mogelijk kunnen worden bereikt. Die taak kan op een georganiseerde wijze worden vervuld met een revolutionaire leiding en een marxistische partij die in staat is om haar broodnodige vormende en organiserende functies in het proces te begrijpen.

* * *

Laat ons nu eens terugkeren naar Vincent Sheean die de frase “de lange kijk op de geschiedenis” populariseerde en met wie we deze tekst hebben aangevat. Jammer genoeg heeft die schrijver slechts een heel korte tijd vastgehouden aan de lange kijk. Hij werd geënthousiasmeerd door de revolutionaire gebeurtenissen van de jaren 1920, onderging de veranderingen van het radicalisme van de jaren 1930 en werd zo een aanhanger van een socialistische omvorming van de samenleving en van de anti-imperialistische zaak. Hij werd zelfs een sympathisant van het leninisme. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog was er echter een stap achteruit op het vlak van het politieke bewustzijn en van gebeurtenissen. Sheean sloot zich aan bij de intellectuelen die de aftocht bliezen. Hij gleed af van de socialistische wetenschap van Marx en Lenin naar het mysticisme van Mahatma Ghandi. We kunnen hem beter laten dromen over de mogelijkheden van het passief verzet tegen het kwade, zolang hij maar niemand anders aansteekt en probeert achteruit te trekken.

Toen de eerste wezens een ruggengraat kregen, was dat een beslissende stap in het proces van de evolutie. Er waren doorheen de geschiedenis meermaals stappen achteruit, dat zagen we zeker in belangrijke strijdbewegingen van onze generatie. Heel wat mensen werden afgeschrikt door de immense taken die voor de arbeidersbeweging staan of werden na nederlagen zodanig gedemoraliseerd of verloren het zicht op de richting van de sociale evolutie. Dat zagen we de afgelopen jaren in kringen van arbeiders en intellectuelen bij heel wat meer mensen dan Vincent Sheean.

Deze “verloren generatie” heeft de belangrijkste les van zowel de wereldgeschiedenis als de Amerikaanse geschiedenis vergeten, voor zover het deze ooit heeft begrepen. Die les is immers dat de krachten die de vooruitgang van de mensheid bewerkstelligen de meest omvangrijke obstakels hebben overwonnen en uiteindelijk toch aan het langste eind hebben getrokken. Anders zouden wij niet in staat zijn om over de geschiedenis te praten of om een bijdrage te leveren in het volgende hoofdstuk van die geschiedenis.

Onze dierlijke voorlopers gingen vooruit van de vis tot de aap, onze menselijke voorlopers gingen van de aap tot de Republikeinse president Eisenhower van de Verenigde Staten en de conservatieve voorzitter Meany van de vakbondsfederatie AFL-CIO. Langs deze weg maakte de mens een einde aan de heerschappij van tal van heersende klassen die, net als de monopolisten vandaag, dachten dat hun heerschappij nooit zou eindigen. Is het rationeel om te denken dat het soort figuren als Meany de ultieme vertegenwoordigers zijn van de Amerikaanse arbeidersklasse en dat het reactionair beleid nog decennia lang zal standhouden?

Het Amerikaanse volk zal op de voorgrond komen in de toekomst, net zoals ze dit op cruciale ogenblikken in het verleden heeft gedaan. Er zullen meer vooruitziende mannen en vrouwen opstaan die een beeld hebben van de nieuwe wereld die nodig is. Deze strijdbare leiders en leidende strijders zullen, gewapend met de “lange kijk” van het marxisme, in de praktijk bewijzen dat het socialistisch vooruitzicht van de mensheid, en van de Amerikaanse natie, niet zo ver af staat als het vandaag misschien kan lijken.