Home / Dossier / Dossier. De oorsprong van racisme (deel 2)

Dossier. De oorsprong van racisme (deel 2)

Slavenhandel

We publiceren een licht aangepaste versie van een uitgave van Blokbuster uit 1993. Het ging om een brochure geschreven door Jo Coulier, historicus en lid van de nationale stuurgroep van Blokbuster. Vandaag is Jo vakbondsafgevaardigde aan de VUB. We hebben zijn tekst licht aangepast waar er naar toenmalig actuele voorbeelden werd verwezen. Daarnaast hebben we een bijlage toegevoegd over migratie vandaag. Deze bijlage verscheen in de zomer van 2018 in maandblad ‘De Linkse Socialist’. Vandaag het eerste van drie delen. 

SLAVENHANDEL

DE ONTDEKKING van Amerika was de eerste schakel in de verovering van de wereld door Europese landen. Dit ging niet zonder bloedvergieten. Zo hebben verschillende Europese landen oorlogen met elkaar gevoerd om kolonies. Aanvankelijk hadden de Portugezen en de Spanjaarden de wereld onder elkaar verdeeld. Met het Verdrag van Tordesillas in 1494, trad Paus Alexander VI op als scheidsrechter en bepaalde dat alles dat 370 mijl ten westen van de Azoren lag Spaans bezit werd en het overige Portugees. Sevilla werd een monopoliehaven voor de handel en de zetel van de Indië-raad. Dit was uiteraard niet naar de zin van de andere Europese staten. Het gevolg: oorlogen tussen Engeland en Spanje, Engeland en Frankrijk, …

De Spaanse veroveraars gingen bij de onderwerping van de Indianen als moordlustige beesten tewerk. Hele volkeren werden op brutale wijze gedood. Nieuw was dit niet. Sinds het instellen van de Inquisitie (het vervolgen om godsdienstredenen), heeft de adel haar bloeddorstig karakter getoond. Duizenden Europeanen werden onthoofd, de handen geboeid en in de rivier geworpen (o.a. in het Belgische Dinant) of verbrand. In Amerika pasten ze hetzelfde principe toe. Maar al snel moordden ze op zo’n tempo of stierven de slaven door uitputting door het harde werk in mijnen en plantages dat een tekort aan arbeidskrachten ontstond. Daarom werd dit tekort opgevuld door slaven over te brengen uit Afrika.

Zelfs de meest bloeddorstige koningen hadden echter soms last van hun geweten. Zo was koning Karel II bezorgd om de legitimiteit van de handel in zwarten dat hij de Indië-raad vroeg dit probleem op te lossen. Gezien de katholieke leer broederlijkheid predikte, hadden de blanken een probleem. Door zwarten niet als mensen te beschouwen en bijgevolg niet als broeders, werd dit opgelost.

Niet iedereen in de katholieke kerk deelde deze mening. De Jezuïetenorde in Zuid- Amerika beschouwde de indianen als vrije mensen en bekeerden ze tot het katholicisme. Op economisch vlak stelden ze zelf een collectivistisch systeem in. Privébezit was verboden en men consumeerde gemeenschappelijk (zoals ten tijde van Christus). Maar dit bleef een uitzondering en het beviel de kerkelijke hiërarchie niet. De Jezuïeten-nederzettingen werden dan ook voortdurend aangevallen. In 1767 werden de Jezuïeten uitgewezen waardoor deze collectivistische nederzettingen in verval geraakten.

In Noord-Amerika ging het er anders aan toe. Het waren Engelsen, Nederlanders en Fransen die Noord-Amerika veroverden. De eerste kolonisatoren waren niet racistisch ingesteld. Dit kunnen we afleiden uit overgeleverde brieven van kolonisatoren. Zo is er de volledige briefwisseling van Richard Hakluyt. Hij was een grote verdediger van de Engelse kolonisatie. In 1585 beschreef hij de Indianen als eenvoudig (van geest) en ruw gemanierd, zonder kennis van god of wetten, maar van nature uit zachtaardig en gemakkelijk handelbaar. Ze stonden open voor de overstap naar het christendom en lieten zich gemakkelijk onderwerpen door een goede regering.

Deze visie was geen uitzondering maar algemeen bij de eerste blanke kolonisatoren in Noord-Amerika. Er ontstond zelfs een bloeiende handel tussen Indianen en blanken, onder meer in huiden. Maar naarmate het aantal blanken toenam, eisten deze ook steeds meer grond op. De Indianen werden meer en meer verdrukt en hun typische leefwijze, leven van de jacht, kwam in gevaar. De Indianen lieten dit niet zomaar gebeuren. Naarmate de blanken meer grond in beslag namen, ontstonden vele opstanden. Uiteindelijk werden de Indianen in de huidige VS grotendeels verdreven en uitgemoord, op enkele reservaten na. In Canada was dit minder het geval.

Slavernij was lange tijd een winstgevende business. Er werden fortuinen opgebouwd door de verkoop van slaven. Steden als Liverpool, Bristol en Sevilla danken voor een groot deel hun ontwikkeling aan de slavenhandel. Tussen 1630 en 1807 maakten de Britse slavenhandelaars 12 miljoen pond pure winst uit de slavenverkoop. Ook andere fortuinen zoals deze van de plantage-eigenaars waren volledig gebaseerd op de extreme uitbuiting van slaven.

Hoewel de slavernij een belangrijke bijdrage leverde in de ontwikkeling van het kapitalisme, begon het stilaan een rem te worden op de verdere vooruitgang. Het kapitalisme is een economisch systeem waarbij de arbeider zijn arbeidskracht “verkoopt” aan een kapitalist (eigenaar van de productiemiddelen). De kapitalist laat de arbeider voor hem werken, maar betaalt slechts een gedeelte uit van de door de arbeider voortgebrachte waarde in de vorm van loon. De rest neemt hij voor zichzelf onder de vorm van winst. Daarbij is de arbeidskracht niet meer dan de andere waren (producten) die verkocht en gekocht worden. Voor de kapitalist komt het erop aan deze arbeidskracht zo goedkoop mogelijk “te kopen” en de arbeider te laten werken wanneer hij hem kan gebruiken. Slaven die gekocht worden, moeten echter onderhouden worden, ook in periodes dat er geen werk is. Een “vrije” arbeider kan in die periodes afgedankt worden. Hij kost dus minder dan een slaaf. Een systeem van vrije ruil (op de markt) van arbeid en kapitaal, is vanuit kapitalistisch standpunt te verkiezen boven de slavenmarkt. Vooral de industriële kapitalisten hadden hierbij veel voordelen te winnen.

In de Verenigde Staten ontstond zo een conflict tussen het industriële noorden en het zuiden met zijn grote plantages. Vanaf 1787 werd een campagne tegen de slavernij gelanceerd. Bekende bankiersfamilies zoals Lloyds en Barclays steunden deze campagne, hoewel ze hun kapitalen verdiend hadden met slavenhandel. De voorstanders van de afschaffing van de slavernij, waren zeker geen antiracisten. Het tegendeel was waar.

In deze periode (einde 18de en begin 19de eeuw) werden zogenaamde “wetenschappelijke” theorieën ontwikkeld die de positie van de zwarten in de maatschappij moesten: rechtvaardigen. Deze deelden de mensheid in volgens een bepaalde hiërarchie. Bovenaan stond de blanke, daaronder de Aziaten en helemaal onderaan, juist boven de Chimpansee, stond de zwarte. Het was de plicht van de blanken om de zwarten “tewerk te stellen” aangezien zij als minderwaardige wezens niet in staat waren zichzelf te besturen, aldus deze pseudowetenschappers.

De meerderheid van de kapitalisten was inmiddels wel gewonnen voor het idee van de afschaffing van de slavernij en de invoering van een “vrije” arbeidsmarkt, waar je een arbeider kon ontslaan als je hem niet meer nodig hebt. In 1820 werd bepaald dat de slavernij in de zuidelijke staten mocht blijven bestaan, maar niet in de overige delen van de VS. Dit betekende dat vele slaven het zuiden ontvluchtten wat leidde tot spanningen tussen noord en zuid. In 1854 werd een partij gesticht die voorstander was van de totale afschaffing van de slavernij: de Republikeinse Partij. Dit zou leiden tot de afscheuring van de zuidelijke staten van de VS en de Amerikaanse burgeroorlog.

EINDE SLAVERNIJ

WE LEGDEN reeds uit hoe de slavernij ontstond door de ontwikkeling van het kapitalisme en de verovering van de wereld door West-Europese staten. Maar eens het kapitaal voldoende ontwikkeld was en een grote reserve aan arbeidskrachten aanwezig was, werd het interessanter over te schakelen op loonarbeid. Het is trouwens niet toevallig dat de eerste “intellectuelen” die de slavernij aanvochten de ideologen van het kapitalisme waren: Adam Smith, John Locke, Turgot, e.a.

Eén van de eerste stappen naar de afschaffing van de slavernij werd gezet door Jozef Il, keizer van Oostenrijk-Hongarije in 1782. Dit was echter van korte duur gezien de reactie van onder meer de adel. Een tweede poging om de slavernij te bannen kwam er in 1794. Na het omverwerpen van het absolute monarchie in Frankrijk werd op 26 augustus 1789 de Verklaring van de Rechten van de Mens afgekondigd. Daarin werd onder meer de slavernij veroordeeld. De revolutionairen in Frankrijk schaften dan ook de slavernij af. Maar in de Franse kolonies, zwaaiden de plantage-eigenaars nog altijd de plak en bleef de slavernij bestaan.

De eerste echte daad van antiracisme tijdens de Franse revolutie was de afkondiging van gelijke rechten voor gekleurde niet-slaven in 1792. Het jaar daarop volgde een slavenopstand in de kolonie St-Dominique die leidde tot de afschaffing van de slavernij op dit eiland. Een jaar later volgde de afschaffing in alle Franse kolonies. Dit was het hoogtepunt van de revolutionaire periode.

Daarna kwam een periode van reactie die begon met de machtsovername door Napoleon in 1802. Napoleon voerde de slavernij in de kolonies weer in. Er volgde nog een hele strijd om de slavernij definitief af te schaffen. Zolang de plantage-eigenaars een sterke politieke kracht vormden, bleef slavernij bestaan. In landen waar de industriële burgerij de macht bezat, verdween de slavernij sneller. Dit was het eerst het geval in Groot-Brittannië, waar slavernij in 1833 definitief afgeschaft werd.

De afschaffing van de slavernij leidde echter niet tot het verdwijnen van racistische vooroordelen. Deze waren in de cultuur van de heersende klassen stevig ingebakken. De nieuwe heersende klasse, de burgerij, had een algemeen misprijzen voor alle andere klassen, in het bijzondere de arbeidersklasse. De kapitalisten zagen zichzelf als ‘genieën’, die tot taak hadden de domme massa te leiden. De vooroordelen bestonden zowel ten aanzien van niet-blanken als ten aanzien van de arbeidersklasse. Dergelijke voordoordelen bleven lang bestaan. Tot op de dag van vandaag zijn velen uit de betere klassen nog van oordeel dat arbeiderskinderen niet geschikt zijn om te studeren en maar beter een beroep kunnen aanleren. Deze vooroordelen vinden hun oorsprong in de “wetenschappelijke” theorieën die ontwikkeld werden in de negentiende eeuw.

ONTWIKKELING VAN DE WETENSCHAP

WE HEBBEN reeds gewezen op de ontwikkeling van de ideologie van de burgerij en haar standpunt tegenover slavernij. Hoewel Smith, Locke, Hume, … voorstander waren van de afschaffing van slavernij, waren ze zeker geen antiracisten. In de strijd tegen de afschaffing werden nieuwe theorieën ontwikkeld om de ondergeschikte positie van de niet-blanken te verklaren.

In 1817 ontwikkelde de bioloog George Cuvier één van de eerste rassentheorieën die gebaseerd was op de hiërarchie van de mens. Hij onderscheidde het Kaukasische, het Mongoolse en het negerras. Het Kaukasische ras waartoe de Europeanen behoorden, was het ras dat aan de basis lag van de hoogste beschaving (het kapitalisme). Het Mongoolse ras kende ook wel beschavingen, maar deze waren stationair, dit wil zeggen dat ze niet verder ontwikkelden en verbeterden. Het negerras kwam voor hem overeen met de barbarij.

Sommige “wetenschappers” gaven aan dergelijke indelingen nog een religieus tintje door de zwarten te beschouwen als afstammelingen van Kham en zo te beweren dat hun ondergeschikte positie de wil van god is. Of hoe deze wetenschappers zich bij het verdedigen van hun theorie baseren op de bijbel, hoewel er van racisme geen sprake was bij de joden of kristenen in de oudheid. De filoloog J. C. Adelung, dacht dat de oorsprong van het menselijk ras in Kasjmir te vinden is. Alle archeologische vondsten in de laatste twee eeuwen, wijzen op het tegendeel en situeren de ontwikkeling van de mens in het centraal Afrika. De eerste beschavingen ontstonden in de Nijl-, Eufraat- en Indus-vallei en in Midden-Amerika. In ieder geval ver van Kasjmir.

De Duitser Johann-Gottfried Rhode zag de beschaving ontstaan in Centraal-Azië, bij de Ariërs. Deze volkeren verhuisden vervolgens naar Europa en naar India. We kunnen hem als de voorloper van Adolf Hitler zien. Hitler blonk niet uit door originaliteit, want al zijn ideeën over het Arische ras, de Duitse beschaving, … werden in de negentiende eeuw al ontwikkeld door vele rechtse Duitse intellectuelen. Ook Hegel schitterde in antisemitisme en een doorgedreven Duits nationalisme.

Maar ook de Franse en Engelse intellectuelen schitterden in het ontwikkelen van racistische en extreem nationalistische theorieën, zoals Gobineau met zijn “Essai sur l’inégalité des races humaines” of Robert Knox in “The Races of Men.” Op het politieke terrein ontstonden ook vele partijen die zich op dergelijke theorieën baseerden zoals Action Française van Daudet in Frankrijk.

In Engeland ontwikkelde Darwin de evolutieleer, waarin hij stelde dat alle mensen uit dezelfde voorvaders voortkwamen. Het verschil in ras was te verklaren door de natuurlijke selectie en de partnerkeuze. De soorten die het best aangepast waren aan de natuurlijke omgeving, hadden de meeste kans om te overleven. Hoewel misschien niet zo bedoeld, werd de theorie van Darwin ook door sommige aangegrepen om racistische ideeën te verdedigen. In elk geval zagen de kapitalisten in zijn theorie de bevestiging van hun positie als heersende klasse in de maatschappij.

KARL MARX

KARL MARX en Friedrich Engels, de grondleggers van het wetenschappelijk socialisme, waren de eersten die het rassen- en nationaliteitenprobleem benaderden vanuit de positie van de onderdrukten. Tot dan toe waren alle theorieën ontwikkeld door de heersende klasse: de adel en opkomende burgerij in de zestiende eeuw en de burgerlijke ideologen vanaf het einde van de achttiende eeuw.

Marx en Engels benaderden de problematiek vanuit een historisch materialistische visie. De ontdekkingen van Darwin hadden een belangrijke waarde voor de studie van de ontwikkeling van de mensheid. Darwins leer stelde dat het ontstaan van de mens een langdurig proces, een evolutie, was. Dit op zich was al een grote revolutie in het denken dat gedurende de middeleeuwen door de godsdienst beheerst werd. In het ontstaan van de mensheid stond voortaan het materiële in plaats van het goddelijke centraal.

Darwin legde ook uit hoe de mens voortgekomen is uit gemeenschappelijke voorouders van de dieren. Hij legde daarbij vooral de nadruk op de gelijkenissen tussen de homo sapiens en het dier. Marx en Engels legden juist de nadruk op de verschillen tussen mens en dier. Marx en Engels zochten naar een verklaring voor de kwantitatieve verschillen die maakten dat uit de voorouders van de aap een uniek denkend en sociaal dier als de mens voortkwam. Daarbij zochten ze naar een verklaring zonder tussenkomst van een goddelijke hand.

Engels legde uit dat het unieke aan de mens de arbeid is. Arbeid definieert hij als een bewuste interactie met de natuur met de bedoeling de natuur bewust te veranderen in het voordeel van de mens. Door dit proces werd echter ook de aard van de mens veranderd. Het centrale idee van Engels was dat arbeid en sociale organisatie, typisch menselijk, geen product van het menselijk brein was.

Het was juist de ontwikkeling van de arbeid en de sociale organisatie die veranderingen teweeg brachten in het menselijk brein. De ontwikkeling van de hersenen bij de mens zijn dus te wijten aan zijn unieke activiteit waarin hij verschilt van de dieren, namelijk de arbeid. Op het moment dat onze voorvaderen rechtop gingen lopen, waren de handen niet meer nodig om op te lopen en konden voor andere dingen gebruikt worden. De vrije hand stelde hem in staat werktuigen te maken. Eigenlijk is dit het onderscheid tussen mens en dier. Dieren kunnen ook “werktuigen” gebruiken, zoals een stok. De mens maakt echter zijn eigen werktuigen, terwijl dieren enkel stokken gebruiken die reeds aanwezig zijn.

Door het maken van werktuigen ontwikkelden de hersenen. De mens probeerde de natuur te manipuleren naar zijn eigen voordeel. De ontwikkeling van de landbouw is hierbij revolutionair. De mens produceert voortaan zijn eigen voedsel en is niet meer afhankelijk van wat hij vindt. Aanvankelijk bestaat er een arbeidsdeling tussen man en vrouw, een arbeidsdeling die gebaseerd is op biologische redenen (de vrouw brengt de kinderen voort). Door de stijging van de productiviteit kan een nieuwe vorm van arbeidsdeling ontstaan, namelijk tussen producenten en bestuurders (die leven van het overschot dat de producenten voortbrengen). Dit betekent het begin van een klassenmaatschappij.

Van dan af is de materiële basis aanwezig om te onderdrukken, te discrimineren. Zonder klassenmaatschappij is er volgens Marx en Engels geen onderdrukking mogelijk. De eerste primitieve landbouwmaatschappijen waren nog gespaard van een onderdrukkende heersende klasse. Toen de kolonisatoren in Midden- en Zuid- Amerika aankwamen, zagen ze bij diverse landbouwvolkeren een soort communistische samenleving. In deze landbouwgemeenschappen werd het geproduceerde voedsel gemeenschappelijk opgeslagen en door de priesterkaste beheerd. De consumptie gebeurde eveneens op gemeenschappelijke basis. Van privé-eigendom van landbouwgrond was geen sprake. Van onderdrukking evenmin, laat staan racisme. Maar ook in andere beschavingen, zoals de Egyptische en de Indische, bleven primitief communistische samenlevingsvormen bestaan. Marx was de eerste om het verband tussen onderdrukking en klassenmaatschappij te ontdekken. Ook legde Marx het verband uit tussen het opkomend kapitalisme, de slavenhandel en het ontstaan van het racisme in de zestiende eeuw.

HEDENDAAGS RACISME

ONDANKS AL deze gegevens wil de heersende klasse ons nog steeds doen geloven dat de mens van nature uit racistisch is. Daarbij wordt ze tegenwoordig geholpen door “geëmancipeerde” zwarten. Zo verklaarde Lee Jasper (National Black Caucus) dat de klassenanalyse van het racisme nergens op slaat gezien racisme ook bestond in de voor-kapitalistische maatschappijen (Morning Star, 26/10/92). En kapitalisme is toch niet racistisch, kijk maar hoe Obama de eerste zwarte Amerikaanse president kon worden.

Met dezelfde argumenten wordt gezegd dat iedereen kapitalist kan worden als hij of zij maar hard genoeg werkt. Ze vergeten hierbij wel te vertellen dat kapitalisten enkel kunnen bestaan zolang er een massa arbeiders aanwezig is die voor hen werkt. Als iedereen kapitalist wordt, wie zal dan de rol van arbeider innemen ?

Malcolm X gaf in 1964/65 reeds genoeg argumenten om deze ideeën te weerleggen. Ook toen waren er zwarten die in de bestaande politieke partijen en daarbuiten actie voerden voor gelijke rechten en kansen zonder een klassenanalyse te maken. Net als heel wat feministen stellen zij het voor dat een bepaald percentage van de zwarten (of vrouwen), vertegenwoordigd moet zijn in de politiek, het bedrijfsleven, … om het racisme op te lossen. Wanneer een zwarte burgemeester of president kan worden, is er volgens hen geen racisme meer. Naar de politiek die deze zwarte president voert, kijken ze niet. Onder Obama zijn er echter nog altijd veel zwarte jongeren vermoord en bleef racisme schering en inslag.

Als iedereen gelijke rechten heeft, kan je naar de rechtbank stappen om een huiseigenaar die zijn huis niet aan een zwarte wil verhuren te laten veroordelen. Dat het veel geld kost, daar denken ze niet aan. Gezien vele zwarten arm zijn, kunnen ze zich nauwelijks een rechtszaak permitteren. En welke huiseigenaar zal rechtstreeks zeggen: “je krijgt het huis niet omdat je zwart bent”? Als ze weten dat dit onwettig is, zullen ze wel verklaren dat het huis reeds verhuurd is. Hetzelfde verhaal kunnen we vertellen bij het aanwerven van werklozen, het afsluiten van leningen, … Terecht zei Malcolm X: “You can‘t have capitalism without racism.”

Maar waarom blijft racisme bestaan? De slavernij is al meer dan honderd jaar geleden afgeschaft en de wereld werd veroverd. Dus hebben de kapitalisten het racisme niet meer nodig om slavernij en verovering te rechtvaardigen. Het is juist dat het hedendaags kapitalisme geen nood heeft aan slaven. Kapitalisten hebben enkel behoefte aan arbeidskrachten die ze zo goedkoop mogelijk kunnen huren. Dus een zwarte arbeidskracht is toch gelijk aan een blanke arbeidskracht?

Hoewel de kapitalisten de staat controleren hebben ze toch één groot probleem: in aantal zijn ze weinig talrijk. Daartegenover staan een numeriek sterke arbeidersklasse.

Aanvankelijk was het kapitalisme gebaseerd op kleine fabriekjes met weinig arbeiders. Ook was tot het midden van deze eeuw nog een groot deel van de bevolking landbouwer. In sommige landen was dit meer dan 50% van de beroepsbevolking. Door de ontwikkeling van het kapitalisme werden steeds meer mensen arbeider. Dit wil zeggen dat ze afhankelijk zijn van loonarbeid voor hun bestaan, in tegenstelling tot zelfstandigen (middenklasse) of kapitalisten. Door hun aantal en de steeds groter wordende bedrijven, werden de arbeiders zich bewust van hun sterkte. Door samen hun arbeid te staken, kunnen ze de patroon tot toegevingen dwingen.

Naarmate de numerieke sterkte van de arbeidsklasse en het bewustzijn toenam, groeiden de vakbonden. Door betogingen, stakingen en andere acties konden de arbeiders kortere werkdagen, sociale zekerheid en hogere lonen afdwingen. De patroons zagen dus hoe een eengemaakte arbeidsklasse opkwam voor haar rechten waardoor ze gedwongen waren een deel van hun rijkdom af te staan.

Vooral in de jaren ’50 en ’60 stond de arbeidsbeweging heel sterk. Er was een praktisch volledige tewerkstelling. De kapitalisten spraken van een “onevenwicht” op de arbeidsmarkt. Hiermee bedoelen dat ze geen werklozen vinden die zomaar bereid zijn de plaats in te nemen van stakende arbeiders, waardoor de patroon een staking kan breken. Om dit “onevenwicht” op te lossen, importeerden ze arbeidskrachten uit het zuiden (dit gebeurde ook voor de Tweede Wereldoorlog). In Zuid-Afrika werd deze patronale strategie op de meest brutale manier in de praktijk gebracht. Het apartheidsregime dat in 1948 ingesteld werd, was erop gericht de eenheid van de arbeidsklasse te breken door ze op te delen tussen blank en zwart. De blanke arbeiders kregen een hoger loon en vormden zo de ruggengraat waarop het kapitalistisch regime kon steunen om de zwarten te onderdrukken. Maar dit was nog niet genoeg. Men verdeelde de zwarten onderling ook nog eens. Daarbij maakte men misbruik van de oude stamverschillen om zwarten in te delen in thuislanden (bantoestans), gebaseerd op verschillende bevolkingsgroepen zoals Zulus, Xhosan, …

Het Zuid-Afrikaans systeem werd trouwens benaderd door de situatie in de VS, waar in vele staten eenzelfde soort apartheidspolitiek gevoerd werd. Pas in de jaren 1960 kwam daarin verandering toen zowel zwarten als blanken massaal protesteerden tegen de onderdrukking. Het begon met Rosa Parks die in Atlanta weigerde een plaats op de bus af te staan aan een blanke. Ze werd gesanctioneerd waarop een boycot van het openbaar vervoer volgde door de zwarten. De vakbond waarvan zij lid was, vroeg Martin Luther King deze campagne te coördineren.

Na jaren van actie bereikten de zwarten gelijke rechten. Maar nog steeds is de VS, ondanks alle rechten op papier, één van de meest racistische landen ter wereld. De uitspraak van Malcolm X behoudt tot op de dag van vandaag haar waarde. Zolang de kapitalisten de economische en politieke macht in handen hebben, zullen ze racisme aanwakkeren om de arbeiders te verdelen. Racisme (zwart tegen blank), nationalisme (Schotten tegen Engelsen) en religie (protestant tegen katholiek, katholiek tegen islamiet, …) zijn haar enige middelen buiten wapens, om haar eigen positie als heersende klasse te behouden.

ZWART NATIONALISME

DE ONDERDRUKTE zwarten in de VS zochten een uitweg uit de racistische onderdrukking. Aanvankelijk konden ze weinig rekenen op steun van niet-zwarten, zeker niet in de meer achtergebleven landbouwstaten. In deze omstandigheden ontwikkelde zich een zwart nationalisme.

Een vertegenwoordiger van zwart nationalisme was Marcus Garvey. Volgens hem stamden de zwarten in de VS af van een koningsvolk, de stam van Shabazz, die door de blanke duivel naar de VS gevoerd werden als slaven. De zwarten moesten volgens hem de VS verlaten en teruggaan naar Afrika.

Veel wanhopige zwarten geloofden dit verhaal dat een basis vond bij religieuze groeperingen. Eén van deze groeperingen was de Nation of Islam, geleid door Elia Mohammed. Volgens Elia Mohammed werd hij als profeet door Allah gestuurd om de zwarten te redden. De enige oplossing voor de onderdrukking, werkloosheid, drugs, … was volgens Elia Mohammed een zwarte staat gebaseerd op de islam.

Ook het christendom kende sekten die er een gelijkaardige preek op na hielden en de religie als enige oplossing naar voor schuiven. Zowel de islam, het christendom, het hindoeïsme als andere godsdiensten kennen sekten die groeien door rekrutering van wanhopige mensen. Ze bieden hen een organisatie aan die zich verzet tegen alle anderen waardoor de onderdrukten enig zelfvertrouwen krijgen om zich te verzetten. Malcolm X werd aanvankelijk aangetrokken tot de Nation of Islam en werd predikant. Door haar succes werd de Nation of Islam echter rijk. De leiders begonnen een luxueus leven te leiden en er groeiden tegenstellingen binnen de organisatie. De Nation of Islam wilde het tevens op een akkoordje gooien met de zo verfoeilijke blanken waar- tegen ze zich verzet hadden. Eerst had de organisatie onderhandelingen aangeknoopt met the American Nazi Party om de VS te verdelen in zwarte en blanke staten. Later wilde de organisatie zich niet langer onpopulair maken bij de heersende klasse door radicale uitspraken. Haar leiders wilden gewoon heerser zijn binnen hun eigen wereld en voor de rest een luxueus leven leiden.

Malcolm X brak dan ook met deze organisatie. In de daaropvolgende periode veranderde zijn visie grondig. Hij bestempelde de blanken niet langer als de vijand en dacht dat er kon samengewerkt worden. Ook begon hij antikapitalistische ideeën te verdedigen. Wel vond Malcoim X dat de zwarten zich eerst onafhankelijk moesten organiseren. Hij vond dat de zwarten eerst eenheid onder zichzelf moesten brengen, voordat er sprake kon zijn van eenheid met de blanke. Hij richtte daartoe de Organisation of Afro-American Unity op. Malcolm X radicaliseerde steeds meer en werd uiteindelijk vermoord. Deze evolutie toont duidelijk aan dat zwart nationalisme niet per definitie racistisch is. Het zijn vooral de religieuze sekten die extreem nationalistische of zelfs racistische standpunten innemen.

FUNDAMENTALISME

IN SYRIË EN IRAK hield Islamitische Staat (ISIS) lelijk huis. In Afghanistan was er de Taliban. De wanhoop zorgt ervoor dat vervreemde individuen in Europa aangetrokken worden door dergelijke groepen en overgaan tot aanslagen.

In het westen roepen de extreemrechtse en rechtse partijen op te strijden tegen het gevaar van het fundamentalisme. De burgerlijke propagandamachine komt op gang en alle moslims worden vereenzelvigd met de fundamentalisten. De racisten gooien olie op het vuur door te pleiten voor een nieuwe kruistocht tegen de opdringerige islamwereld.

Ze vergeten daarbij wel te vertellen dat er niet alleen Islam-fundamentalisten, maar ook christelijke (zelfs katholieke), hindoe- en joodse fundamentalisten bestaan. Allen zeggen ze de waarheid in pacht te hebben en door god gestuurd te zijn om de wereld te overheersen.

Waarom krijgen deze gevaarlijke sekten grote bijval? Zijn religie en racisme met elkaar verweven? En is het zo dat vooral de Islamieten onverdraagzaam en opdringerig zijn? Moeten we een Jihad (heilige oorlog) verwachten? We gaan kort in op het zionisme, islamfundamentalisme en het christendom.

DE JOODSE godsdienst is de oudste in vergelijking met het christendom of de islam. De drie godsdiensten zijn echter met elkaar verbonden en doen beroep op gelijke verhalen, zoals het verhaal van Mozes die het Joodse volk uit Egypte wegleidde. Maar om de huidige problemen van het joodse volk en het zionisme te begrijpen moeten we de historische context bekijken waarin het antisemitisme is ontstaan.

Het Joodse volk was aanvankelijk een nomadenvolk zoals er velen rondtrokken in het Midden-Oosten. We spreken hier over de semitische stam van de Hebreeërs. Ze vestigden zich in Palestina rond 1000 voor onze tijdrekening. Typisch voor alle nomadenvolkeren is dat ze zich naast het hoeden van vee bezighouden met handel of roof. Een handelaar probeert iets goedkoop te kopen en duur te verkopen. Daarom komt het er op aan iets te verkopen in een streek waar men dit product niet heeft. Hoe meer verspreid de contacten zijn, hoe vlotter dit verloopt. De zogenaamde diaspora (verspreiding) van de Joden kan dus evenzeer het gevolg zijn van hun positie als handelaars.

De Joodse staat kende een hoogtepunt onder de heerschappij van David en Salomon. Daarna verzwakte het rijk en werd Palestina veroverd door de Assyriërs die Jeruzalem verwoestten. De elite van het Joodse volk werd gedeporteerd naar Babylon. Het nationale leven van de elite speelde zich af in afzondering. Een halve eeuw later keerden ze echter terug met een versterkt nationaal gevoel en een priesterkaste die het cement was voor de hele gemeenschap. Door hun unieke positie als handelaar verwierven de Joden grote rijkdommen. Maar de handelaars werden in de oudheid als parasieten verafschuwd en kregen meermaals te maken met vijandige reacties van het volk. Het unieke aan het Joodse volk is precies dat ze zich bijna allemaal bezighouden met handel of ambachten. Hoewel er regelmatig antisemitische gevoelens waren bij de massa’s, werden de Joden tot in de 11de eeuw in bescherming genomen door de heersers, van Caesar tot de Engelse koningen in de middeleeuwen.

Vanaf de 12de eeuw veranderde dit. Sinds de 12de eeuw ontstond er in de middeleeuwse steden een nieuwe plaatselijke handelaarsklasse, waardoor de Joodse handelaars in feite overbodig werden. De Joodse handelaars werden verdreven naar de rand van de maatschappij als verstrekkers van woekerleningen. Dat ze zich daarbij weinig populair maakten, is voor iedereen duidelijk. Er ontstonden georganiseerde pogroms (klopjachten op joden) en tenslotte werden de Joden overal in West-Europa verbannen (Engeland in 1290, Frankrijk in de 13de eeuw, …).

De verbannen Joden vestigden zich in Oost-Europa, waar ze dezelfde rol speelden die ze in West-Europa verloren hadden. Pas met het verdwijnen van het feodalisme in Oost-Europa door de opkomst van het kapitalisme werden de joden ook uit Oost-Europa verdreven.

Ten gevolge van het 19de eeuwse antisemitisme ontstond het Zionisme (Joods nationalisme). De verdreven Joden uit Oost-Europa trokken naar de VS en Palestina. Na de Tweede Wereldoorlog en de uitroeiing van joden door de nazi’s werd dit nationalisme enorm versterkt. In Palestina ontstond een conflict tussen de Joden en de Palestijnen die van hun land werden verdreven en de Arabische buurlanden.

ISLAMFUNDAMENTALISME

TOEN DE islam ontstond, bestond het Arabisch schiereiland uit kleine stammen in verschillende staatjes. Er was een zeer grote verscheidenheid tussen de volkeren in de regio. Elke stam had zijn eigen goden. Dankzij Mohammed zal hierin verandering komen.

Volgens Mohammed sprak de engel Gabriël tot hem. In elk geval had hij weinig succes met zijn verhaal tot op het moment dat enkele families in Mekka de mogelijkheid zagen de stammen te verenigen op basis van de nieuwe godsdienst. Van dan af begon de veroverings- en bekeringstocht van de aanhangers van Mohammed. De islam groeide uit tot het cement tussen de verschillende stammen die een nieuw wereldrijk vormden. De islam was de ideologische verantwoording voor de (priester)-aristocraten om hun macht uit te oefenen.

Na de dood van Mohammed volgde een opvolgingsstrijd waardoor de islamwereld uiteenviel in drie stromingen: de Charidsjieten, de Soennieten en de Sjiieten. Ze bestaan nog uit vele verschillende sekten. De Soennieten waren voorstander van een opvolging door verkiezing. Ze deden afstand van een al te grote luxe en hadden een strikte interpretatie van de islam volgens de overlevering (de soenna). De Sjiieten daarentegen baseerden zich op de macht van de imams. Deze hebben als afstammelingen van Mohammed het recht de gemeenschap zowel moreel als politiek te leiden. De imams kennen zogezegd de geheimen, die ze van vader op zoon doorgeven. In 685 werden de Sjiieten verslagen bij Kerbala (nu Irak). Maar de Sjiitische sekten zullen een belangrijke rol blijven spelen en meermaals opstanden tegen de heersende elite ontketenen. De voornaamste reden hiervoor is hun basis onder de onderdrukte massa’s dankzij hun sociaal programma en de ondersteuning van de armen via (godsdienst-)onderwijs, liefdadigheid….

Sinds de dood van Mohammed hebben verschillende islamitische dynastieën elkaar opgevolgd. Aanvankelijk lag het zwaartepunt van het islamitische wereldrijk in Mekka. Het bestuurlijk en godsdienstig centrum van de islam zal in de loop der eeuwen dikwijls verplaatst worden. Op het einde van de 7de eeuw lag het centrum in Damascus (in het huidige Syrië). In de 8ste eeuw wordt het islamrijk veroverd door de Perzen, waardoor de hoofdplaats Bagdad (in het huidige Irak) wordt. In de 13de eeuw stichtte Osman I het Osmaanse of Ottomaanse rijk. De Osmanen waren nomaden uit Turkestan die door de Mongolen verdreven waren en zich in het huidige Turkije vestigden. Vanuit Turkije veroverden zij het islamrijk. Het Ottomaanse rijk bleef bestaan tot de Eerste Wereldoorlog. Maar sinds de zestiende eeuw verzwakte de macht van de Ottomaanse heersers ten voordele van lokale feodale heren. Delen van het rijk werden ook veroverd door koloniale mogendheden als Engeland, Frankrijk en Rusland.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht het Ottomaanse rijk samen met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (centrale mogendheden) tegen Engeland, Frankrijk en Rusland. Doordat de centrale mogendheden de oorlog verliezen, valt het Ottomaanse rijk volledig uiteen. De koloniale mogendheden eigenen zich verschillende delen toe. Vooral Frankrijk en Engeland verdelen de islamwereld onder zich: Maghreb voor Frankrijk, Midden-Oosten en Egypte grotendeels Brits.

De koloniale bezetting van de islamwereld leidde tot het ontstaan van een nationaal bewustzijn in de verschillende islamstaten. Er volgden opstanden tegen de koloniale heersers tot aan de uiteindelijke onafhankelijkheid. Veel van de nieuwe staten vormden aanvankelijk een “moderne” staat. De eerste in de rij was Turkije, waar Mustafa Kemal Atatürk een strikte scheiding tussen kerk en staat invoerde in 1928. Dit betekende het einde van de religieuze overheersing van de staat in Turkije. Wie lessen in vrouwenrechten wil geven aan de Turken, moet weten dat de Turkse vrouwen toen al stemrecht kregen, terwijl de Belgische vrouwen moesten wachten tot 1948. Ook in Egypte werd de islam en de staatsmacht onder Nasser strikt gescheiden. Maar niet alle staten kenden deze evolutie. Op het Arabisch schiereiland, veroverde de extreem orthodoxe sekte van de Wahabieten de macht in 1924. Van vrouwenstemrecht was er in Saoedi-Arabië geen sprake. Daar mochten vrouwen pas in 2015 voor het eerst stemmen!

IN VERSCHILLENDE islamlanden, werden na de Eerste Wereldoorlog regimes aan de macht gebracht met tussenkomst van de imperialistische machten (Engeland, Frankrijk en later ook de VS). Vooral na het ontdek ken van aardolie kwam dit proces in stroomversnelling. Zo richtten de Britten Koeweit op, een staat op een oliebron. Een ander voorbeeld was lran, waar het regime van de Sjah de plak zwaaide. Dit regime werd gesteund en bewapend door de Britten en de VS. Het diende ter bescherming van de oliebelangen van grote oliemultinationals als Texaco e.a. en als militaire macht tegen de Sovjet-Unie.

In 1979 schopten de Iraanse massa’s de Sjah buiten. In het politiek vacuüm dat ontstond, grepen de mollahs (islamitische geestelijken) de macht. De Ayatollah Khomeini werd uit Frankrijk gehaald en ingehuldigd als islamitische dictator. Sindsdien beschikken de extreem-fundamentalistische Sjiieten over een heuse staat, die de basis vormt voor het steunen van fundamentalisten in andere landen. Door de enorme economische crisis in de regio, de corrupte regimes die niets aan de problemen van de massa’s verhelpen en de enorme onderdrukking door de imperialistische landen via hun marionettenregimes, kregen fundamentalisten overal een massale aanhang.

Bewegingen zoals IS en Al Qaeda zijn een ernstige bedreiging. Ze voeren een blinde terreur, waarvan vooral de werkende bevolking de eerste slachtoffers zijn en waarmee gemeenschappen nog meer tegen elkaar opgezet worden. In het Midden-Oosten, maar ook hier, verdeelt dit de werkende bevolking. Hier versterkt het de islamofobie, die ook gepropageerd wordt door extreemrechts. De VS en co vielen onder het mom van een ‘oorlog tegen terreur’ Irak en Afghanistan binnen. Er werd in Irak een regime geïnstalleerd dat de sjiitische bevolking opzette tegen de soennitische bevolking. Deze discriminatie maakte het mogelijk voor IS om een basis op te bouwen onder de soennieten. Er kwam geen heropbouw van het land en op basis van de ellende kon IS groeien.

Er is het belangrijke en onder het kapitalisme onoplosbare Palestijns/Israëlische conflict, waar de opeenvolgende oorlogen de omstandigheden voor de Palestijnen helemaal onleefbaar maakten. De verkiezingsoverwinning van Netanyahu op basis van een verderzetting van een harde Israëlische lijn tegenover de Palestijnen belooft niet veel goeds. Maar vooral het mislukken van de revolutionaire bewegingen in het Midden-Oosten laat een enorm vacuüm achter waarin groepen als IS ruimte krijgen om hun barbaarse ideologie te verspreiden en op te leggen.

Het islamfundamentalisme wordt door het establishment enkel als een probleem gezien indien regimes die er zich op baseren niet volgzaam zijn. Saoedi-Arabië blijft ondertussen een belangrijke bondgenoot die op steun kan rekenen. Nochtans is een reactionaire interpretatie van de islam met bijhorende praktijk de ideologische basis van dit regime.

Reden voor deze dubbelzinnigheid is het feit dat het islam-fundamentalisme tegenstrijdige belangen combineert: enerzijds zijn er de massa’s die het fundamentalisme aanhangen vanwege de anti-imperialistische retoriek en de aanval op de corrupte regimes die hen onderdrukken. Anderzijds de leiders van de fundamentalistische organisaties die, anders dan de massa’s, helemaal geen einde willen maken aan het huidige economische systeem. Als de leiders de massa’s onder controle kunnen houden, zien de westerse regeringen geen reden om zich te verzetten tegen deze bewegingen, temeer daar de huidige regimes daar niet in slagen.

De “strijd tegen het fundamentalisme” in de westerse landen is grotendeels omgevormd tot een strijd tegen de islam en de voornamelijk arme bevolking die de islam aanhangt. Het uit zich in de hoofddoekenkwestie in Belgische en Franse scholen, de razzia’s in Algerijnse wijken in Frankrijk, … Dit is onderdeel van een brede racistische strategie met als doel de arbeidersklasse te verdelen. Linkse intellectuelen maken een grote fout door de regeringen te steunen in hun strijd tegen de hoofddoek. De enige manier om religieus fundamentalisme werkelijk te bestrijden is door godsdienstvrijheid toe te staan en vooral door een eengemaakte strijd voor betere levensomstandigheden, zowel hier als in de landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

CHRISTELIJK FUNDAMENTALISME

DOOR DE media en partijen als het Vlaams Belang krijgen we de indruk dat islam-fundamentalisme hét gevaar voor de toekomst is. Het VB vindt trouwens dat we Karel Martel, die de islamveroveraars te Poitiers in 732 versloeg, wat meer in de kijker moeten zetten. In het onderwijs zou meer over Gezelle en Rodenbach gepraat moeten worden, maar ook over de “heroïsche” strijd tegen de Islam en de Turken. Kwestie van de mensen wat meer voor te bereiden op een oorlog tegen de islamitische staten.

Nochtans hebben de katholieken (en andere christelijke geloofsgemeenschappen) ook heel wat op hun kerfstok. Duizenden mensen zijn door de Inquisitie verbrand omdat ze het ware geloof (katholicisme) niet volgden. Gedurende de zestiende en zeventiende eeuw werden verschillende godsdienstoorlogen uitgevochten in Europa.

De christelijke godsdiensten hebben sinds hun ontstaan een grote verandering ondergaan. Aanvankelijk ontstond het christendom als godsdienstige sekte bij de Essenen. Ontstaan in hoofdzakelijk proletarische milieus, had het christendom een uitgesproken maatschappelijke visie. De basis ervan vormde de gemeenschap van consumptie.

Door velen werden het oorspronkelijk christendom dan ook als communistisch bestempeld. Natuurlijk is er een groot verschil tussen dit christelijk “communisme” en de samenlevingsvorm beschreven door Marx en Engels. Voor Marx en Engels was communisme een samenleving gebaseerd op gemeenschap van productie. Dit in tegenstelling met de oorspronkelijke gedachten van Christus, die een gemeenschap van consumptie (verbruik) voorstond. Het boerenbedrijf vormt de economische grondslag van zo’n gemeenschap. We zien dit nog steeds bij sommige christelijke sekten in de VS.

De Essenen waren echter hoofdzakelijk stedelingen, wat verregaande gevolgen op de ontwikkeling van die ideeën had. De enige vorm van gemeenschappelijke consumptie die in een stedelijke maatschappij kon bestaan was door nieuwe rekruten (bekeerlingen) hun bezittingen te laten afstaan aan de christelijke gemeenschap die ze dan verdeelde onder de gelovigen. Dit vormt de oorsprong van liefdadigheid.

Om dit te kunnen volhouden heeft de gemeenschap echter steeds nieuwe rekruten nodig. Daarom probeerden de christenen iedereen te bekeren. Hoewel ze aanvankelijk vervolgd werden door de Romeinen, slaagden ze erin om keizer Constantijn te bekeren. Vanaf toen af veranderde het christendom grondig. Deze evolutie zien we in de teksten van het oud en nieuw testament. Aanvankelijk waren de armen gezegend en zouden ze gevoed worden (Lucas-evangelie). De oorspronkelijke christenen predikten strijd tegen de rijken, de armen zouden de wereld overheersen. Later waren het niet langer de armen, maar de armen van geest en ze zouden gevoed worden in het koninkrijk van god (Mattheüs-evangelie). De kerkvaders en bisschoppen ontwikkelden een christelijke religie waarin vrijwel niets overbleef van de oorspronkelijke gedachten van Christus en zijn volgelingen.

In de eeuwen volgend op de Romeinse bekering en de invallen van de Germanen, groeide de macht van de bisschoppen (die aanvankelijk verkozen werden om de gemeenschap te leiden) aanzienlijk. Het christendom werd gebruikt door verschillende koningen (Pepijn, Karel de Grote, e.a.) om hun macht uit te breiden. In de 11de eeuw bereikte het bisschoppelijk absolutisme haar hoogtepunt (invoering celibaat, paus niet langer verkozen door gemeenschap, paus staat boven wereldlijke leiders, …). De inquisitie werd in het leven geroepen om alle afvalligen te vervolgen. Sinds Constantijn werden de christelijke godsdiensten gebruikt door de heersende klasse (adel) om hun macht te versterken, Volgens de kerk had god de wereld geschapen en de mensen verdeeld in werkenden (de boeren), strijders (adel) en biddenden (priesters, bisschoppen, …).

Met het kapitalisme kwam een einde aan de alom heersende macht van de kerk. De burgerij wilde zelf de politieke macht uitoefenen en er werd een scheiding tussen kerk en staat ingevoerd. Maar de kerk bleef een belangrijke rol spelen in de kapitalistische maatschappij. God had immers gewild dat er patroons en arbeiders waren. Daarom mochten de arbeiders niet in opstand komen tegen het kapitalisme. Er werden allerlei organisaties opgericht om te voorkomen dat de arbeiders naar socialistische organisaties zouden gaan. De pauselijke Encycliek Rerum Novarum was hiertoe de aanzet. Door haar massa-aanhang, ook onder arbeiders, bleef de kerk echter niet afzijdig in sociale conflicten. Vooral geestelijken die dicht in contact stonden met de uitgebuite arbeiders, kregen andere ideeën. Zo hebben we Daens gehad die in verzet kwam tegen de kapitalistische onderdrukking en de ondersteuning ervan door de bisschoppen. Of we hebben het voorbeeld van Latijns-Amerika, waar bevrijdingstheologen het kapitalisme aanvallen en het opnemen voor de armen. In El Salvador werd aartsbisschop Romero (nochtans geen bevrijdingstheoloog) vermoord door rechtse doodseskaders omdat hij het teveel opnam voor de armen. Dit toont aan dat de christelijke kerken, net als de islamgemeenschappen, tussen hamer en aambeeld staan. Sommige neigen in de richting van de arbeidersklasse, andere verkondigen rechtse of extreemrechtse ideeën. In de VS zijn er christelijk fundamentalistische sekten die ten aller prijze het kapitalisme willen verdedigen en een heilige oorlog prediken tegen het socialisme. Alles wat volgens deze fundamentalisten progressief is, wordt aangevallen. Zo worden in de VS geneesheren vermoord omdat ze zwangerschapsonderbrekingen uitvoeren. Er worden bommen gelegd in abortusklinieken. Deze sekten verkondigen de extreemrechtse ideeën op politiek vlak. Ze ondersteunen dan ook zeer rechtse politici. Ook in Europa bestaan dergelijke sekten, onder andere Opus Dei.