Home / Dossier / Topmanagers geloven niet meer in hun systeem en zijn bang van socialisme…

Topmanagers geloven niet meer in hun systeem en zijn bang van socialisme…

“Ik ben een kapitalist en zelfs ik denk dat het kapitalisme niet werkt.” Dat was de boodschap van Ray Dalio, hoofd van het grootste hedgefund ter wereld in een manifest dat in april verscheen. Dalio is oprichter van Bridgewater Associates, dat beschikt over een investeringsvermogen van 17 miljard dollar. Net als andere Amerikaanse topmanagers is hij bezorgd over de groeiende kritiek op het kapitalisme. Hij uitte zijn vrees voor “een soort van revolutie.” Andere topmanagers lieten zich in dezelfde zin uit. Morris Pearl, voormalig topman van financieel bedrijf BlackRock, pleit zelfs voor hogere taksen: “Gezien de keuze tussen hooivorken en taksen, kies ik voor taksen.”

Artikel door Per-Ake Westerlund

‘s Nachts wakker liggen

“Het kapitalisme houdt de topmanagers uit hun slaap,” titelde de zakenkrant Financial Times. “Hoe komt het toch dat de leidinggevende kapitalisten in de VS zich zo ongemakkelijk voelen, net nu, tien jaar na de globale financiële crisis, nadat de beurzen en winsten nieuwe hoogtepunten bereikten en met een Republikeinse president die de bedrijfsbelastingen naar beneden haalt en regelgeving afschaft naargelang ze dat wensen,” vroeg de FT zich af.

“Ik denk dat er een reële vrees is dat het nu legitiem is om over socialistische en linkse ideeën te spreken waarbij de vrije markt aan banden gelegd wordt,” was één van de antwoorden op die vraag. “Wat hen echt bang maakt zijn de cijfers die aangeven dat jongeren steeds meer openstaan voor een socialistische organisatie van de economie,” antwoordde Darren Walker van de Ford Foundation, een instelling die goed is voor 15 miljard dollar.

Topmanagers en politici, waaronder president Trump, zijn niet alleen bezorgd om de antikapitalistische sfeer. Ze vrezen de groeiende steun voor socialisme. Een hoofdartikel in het voor kapitalisten toonaangevende wekelijkse magazine The Economist berichtte in februari dat 51% van de Amerikanen tussen 18 en 29 jaar een positief beeld van socialisme heeft. In de jaarlijkse toespraak van de president in januari, zijn ‘State of the Union’, verklaarde Trump dat de VS “nooit een socialistisch land zal zijn.” Nadat hij zijn verkiezingscampagne voor 2020 lanceerde, zei hij in april: “We gaan oorlog voeren tegen socialisten.”

Deze nieuwe sfeer bleek duidelijk toen enkele topmanagers van banken in het Amerikaanse parlement ondervraagd werden door verkozenen. Roger Williams, een Republikeins parlementslid uit Texas, vroeg de verbaasde toplui van Citigroup, Goldman Sachs en anderen: “Ben je een socialist of een kapitalist?” De ondervraagden verdedigden uiteraard het kapitalisme, maar het was opmerkelijk dat deze vraag gesteld werd.

Lonen die 1.000 keer hoger zijn

De groeiende verwerping van het kapitalisme is het resultaat van het neoliberale beleid en de kapitalistische crisis (op vlak van welzijn, milieu, democratie, …). The Economist concludeerde dat er een groeiende afkeer is van ongelijkheid, ecologische afbraak en de ondemocratische heerschappij door de elite.

De topmanagers staan in het middelpunt van het debat. 40 jaar geleden verdiende een topmanager van een groot bedrijf in de Verenigde Staten 30 keer meer dan het mediane loon van een werkende. Vandaag zijn hun lonen 254 keer hoger en tien procent van de CEO’s verdient zelfs 1000 keer meer!

Het kapitalisme heeft de crisis van 2008-09 overleefd met behulp van nieuwe extreme tekorten en schuldenbergen, gecombineerd met zware besparingsmaatregelen voor de werkenden en de gewone mensen. Kapitalisten en grote bedrijven werden “gestimuleerd” met nog grotere winsten. De “zwakheid in het systeem” dat zogezegd rechtgetrokken werd, is groter geworden. De mogelijkheden om op een nieuwe crisis te antwoorden werden beperkter.

De werkende klasse werd verrast door de crisis. De vakbondsleiders in heel wat landen waren niet in staat om een stevige strijd op te zetten tegen de besparingen. Er ontwikkelde ruimte voor nieuwe linkse formaties. De Amerikaanse toplui zijn uiteraard bezorgd omwille van de sterke steun voor de campagnes van Bernie Sanders tegen Wall Street en zijn politici. In de laatste verkiezingen haalde Sanders onder jongeren meer stemmen dan Trump en Hillary Clinton samen.

Een echt socialistisch programma

Het feit dat Sanders zichzelf een socialist noemt, weigert geld van de grote bedrijven aan te nemen en opkomt voor gezondheidszorg en gratis onderwijs voor iedereen, is een belangrijke factor achter de toegenomen belangstelling voor socialisme in de VS. Zijn succes maakt dat meer Democratische politici dezelfde weg proberen uit te gaan, denk maar aan Alexandria Ocasio-Cortez. De Democratic Socialists of America (DSA) zijn snel aan het groeien en haalden verkozenen in de gemeenteraad van Chicago.

The Economist vraagt zijn lezers om zich tegen de socialistische opleving te verzetten. Het magazine werpt onder meer op dat kapitalisten gewoon verhuizen als er hogere taksen worden ingevoerd. Daarmee wordt aangetoond dat goede voorstellen van hervormingen op zich niet volstaan. Dat werd nogmaals aangetoond in een televisiedebat waaraan het trio superrijken Bill Gates, Charlie Munger en Warren Buffett recent deelnam. Gates stelde dat de voorstellen van Sanders en Ocasio-Cortez geen socialisme zijn, maar “kapitalisme met een zekere mate van belastingen.” De ontwikkeling van Zweden – van een model voor progressieve hervormingen tot tegenhervormingen van sociale afbraak – toont aan dat als de macht en het bezit van de kapitalisten niet betwist worden en vervangen door democratisch socialisme, de kapitalisten terugslaan met privatiseringen, toenemende ongelijkheid en sociale afbraak.

De nieuwe socialistische stromingen vormen een frisse stem, maar ze moeten ontwikkeld worden. Om het klimaat te redden en de groeiende tekorten op alle vlakken (huisvesting, lonen, zorg, onderwijs) aan te pakken, moeten de grote bedrijven en banken in publiek bezit en onder democratische controle geplaatst worden. Het kapitalisme moet vervangen worden door democratisch socialisme. Het feit dat de hernieuwde belangstelling in socialisme tot zoiets kan leiden, is wat de topmanagers echt bang maakt.

Hoe zit het in China?

Het is niet enkel in de VS dat een laag jongeren op zoek gaat naar socialistische ideeën en openstaat voor strijd. In China zijn de heersers minstens even bezorgd als de Amerikaanse topmanagers. De voorbije maanden heeft het Chinese regime de repressie tegen jonge marxisten opgevoerd. Er zitten jongeren in de gevangenis, websites werden gesloten en studiegroepen aan de universiteiten werden verboden.

De repressie is specifiek gericht tegen jonge werkenden en wie hen steunt, maar ook tegen feministen en milieu-activisten. Na de opmerkelijke staking bij Jasic Technology in Shenzen vorig jaar, waar de werkenden het recht om een eigen vakbond te vormen opeisten, werden stakers en sympathisanten mishandeld en opgepakt. Maanden later zitten er nog een 50-tal werkenden en sympathisanten in de gevangenis.

In heel wat media werden deze jongeren voorgesteld als maoïsten, maar dat is een kunstmatige omschrijving van de Chinese studenten en andere jongeren die zich verzetten tegen de ongelijkheid en het slavenwerk in fabrieken en zich daarom als marxist omschrijven. Ze zien China niet als een socialistisch of communistisch land.

Net als in de VS staat de politieke bewustwording er nog in zijn kinderschoenen. Dit wordt versterkt door nieuwe strijdbewegingen, maar in China ook door de harde repressie. De arrestaties en gedwongen ‘bekentenissen’ zijn bekend op sociale media waar er ook tegen geprotesteerd wordt.