Home / Internationaal / Europa / Extreemrechts in Europa: wanhoop levert geen sociale vooruitgang op

Extreemrechts in Europa: wanhoop levert geen sociale vooruitgang op

Onze Oostenrijkse zusterpartij SLP in actie tegen de regering-Kürz met slogans als “Regering wegstaken” en “Jobs, sociale woningen voor iedereen.”

Het Rassemblement National van Marine Le Pen en de Lega van Salvini werden bij de Europese verkiezingen de grootste partijen in Frankrijk en Italië. Net als andere extreemrechtse krachten doen ze zich voor als een ‘sociale kracht’ die voor het ‘eigen volk’ het verschil kan maken. Dat is een leugen: waar extreemrechts aan de macht deelneemt, breekt het niet met het besparingsbeleid op de kap van de gewone werkenden en hun gezinnen. De sociale beloften worden niet waargemaakt, de repressie en brutaliteiten tegen migranten en andersdenkenden daarentegen wel.

Artikel door Geert Cool, uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Gevaar

Om bredere steun te vinden, moet extreemrechts aansluiting vinden bij wat onder bredere lagen van de bevolking leeft. Dat is de enige reden waarom sociale eisen verdedigd worden. Nieuw is dat niet: de fascisten in Duitsland en Italië deden het ook al. Zoals de Duitse socialiste Clara Zetkin in 1923 opmerkte, combineerden de fascisten “een schijnbaar revolutionair programma dat op uiterst slimme wijze aansluit bij de stemmingen, de belangen en de eisen van brede sociale massa’s, met het gebruik van brutale en gewelddadige terreur.” De sociale retoriek werd zodra het mogelijk was opgeborgen, waardoor enkel de terreur overbleef.

Vandaag ontbreekt het extreemrechts aan de actieve massabetrokkenheid die kenmerkend was voor de Duitse nazi’s en de Italiaanse fascisten. Hierdoor zijn ze niet in staat om terreur op eenzelfde schaal te organiseren, maar elke versterking van het zelfvertrouwen leidt tot een toename van geweld. In Italië waren er in 2018 minstens 126 gerapporteerde gevallen van racistisch geweld, tegenover 46 in 2017 en 27 in 2016. In de eerste twee maanden na de verkiezingsoverwinning van de Lega waren er 12 racistische schietincidenten, twee moorden en 33 gevallen van fysiek geweld tegen migranten. Minister Matteo Salvini moedigt extreemrechtse knokploegen, zoals die van CasaPound (dat zichzelf omschrijft als voorstander van het ‘fascisme van de 21e eeuw’), aan om kampen van Roma-zigeuners  aan te vallen.

De mate waarin knokploegen ruimte krijgen, hangt af van de krachtsverhoudingen. Het antwoord van de arbeidersbeweging op extreemrechts is dan ook van essentieel belang. Als dat er niet komt, wordt telkens een stap verder gegaan. De brede passieve steun voor extreemrechts, vooral op basis van sociale wanhoop en woede, leidt nog niet tot dezelfde actieve betrokkenheid zoals in de jaren 1920 en 1930 (na het mislukken van het revolutionaire proces). Maar we laten best geen ruimte om het zo ver te laten komen.

Verwachtingen niet ingelost

Salvini beloofde voor de Italiaanse verkiezingen dat hij de asociale pensioenhervormingen van de vorige regeringen zou terugtrekken en de pensioenleeftijd zou verlagen. Een voorstel om dat te realiseren, werd in december grondig aangepast omdat de Europese Commissie niet instemde met een begrotingstekort. In plaats van de algemene pensioenleeftijd te verlagen, werd deze aangepast voor wie een voldoende lange loopbaan heeft (van toepassing op enkele tienduizenden in de industrie in het noorden van het land). Wie met leeftijd en loopbaan samen aan het quotum van 100 komt (bijvoorbeeld 62 jaar oud en 38 jaar loopbaan), kan op pensioen. Al de rest moet tot 67 blijven werken. Voor de afgezwakte maatregel wordt 3,9 miljard euro voorzien, onder meer gefinancierd door een omvangrijk privatiseringsprogramma waarbij voor 18 miljard euro aan publieke bezittingen worden verkocht. Tot wat privatiseringen leiden, werd eerder duidelijk met de ramp van de ingestorte brug in Genua. Privatisering van de infrastructuur leidt tot gebrekkig onderhoud en uiteindelijk tot rampen. De werkenden betalen met andere woorden meer dan wat ze langs de andere kant als ‘sociale verworvenheid’ krijgen: het is achteruitgang verpakt als vooruitgang.

De sterke score van de Lega maakt dat de druk op Salvini toeneemt om de sociale beloften waar te maken. Dat is niet mogelijk onder de huidige neoliberale orde, wat onvermijdelijk leidt tot een confrontatie met de EU maar ook met een belangrijk deel van het Italiaanse establishment. De enige kracht in Europa die deze confrontatie kan winnen, is de georganiseerde arbeidersbeweging met een internationalistisch en socialistisch programma. Dat is uiteraard niet wat Salvini voor ogen heeft, waardoor ook hij uiteindelijk buigt voor het besparingsdogma. Dit leidt tot polarisatie in de samenleving, met een opgang van gewelddadige extreemrechtse groepen maar ook met een toename van antiracistisch protest en arbeidersstrijd (met zelfs een staking van dokwerkers in Genua  tegen een Saoedisch schip met wapens voor de oorlog in Jemen).

Aanvallen op werkende bevolking

Als de druk voor een breuk met het besparingsbeleid afneemt, komt het ware gezicht van extreemrechts ook op sociaaleconomisch vlak naar buiten. Dit zagen we in Oostenrijk waar de extreemrechtse FPÖ (Vrijheidspartij van Oostenrijk) een regering vormde met de conservatieve ÖVP (Oostenrijkse Volkspartij). Een van de eerste maatregelen van die regering was om de arbeidstijd verder te flexibiliseren met de mogelijkheid om 12 uur per dag te werken. Correcter gezegd: om de bazen de mogelijkheid te geven om de werkenden daartoe te dwingen.

De toegang tot de macht werd door de FPÖ bovendien gebruikt om bevriende Russische oligarchen toegang te geven of te beloven tot lucratieve overheidscontracten. Terwijl rijke maffiosi cadeaus kregen, moesten de werkenden en hun gezinnen neoliberale aanvallen op hun werkomstandigheden slikken. Het maakt duidelijk welke belangen extreemrechts echt verdedigt.

Het Ibiza-schandaal met de uitgelekte beelden van FPÖ-leider Heinz-Christian Strache die met dubieuze Russische figuren asociale plannen smeedde, leidde tot het ontslag van de partijvoorzitter en de val van de regering, maar de achteruitgang van de FPÖ in de Europese verkiezingen bleef beperkt. Bij de vorige regeringsdeelname van de FPÖ was dat anders: een massale beweging tegen de aanvallen op de pensioenen door de regering van FPÖ en ÖVP zorgde in de verkiezingen van 2004 voor een fameuze afstraffing van extreemrechts. Kortom: sociale strijd is het beste antwoord op extreemrechts omdat het doordringt tot de voedingsbodem ervan.

De voorbeelden van Italië en Oostenrijk zijn ook bij ons belangrijk: VB-voorzitter Van Grieken omschreef zowel Salvini als Strache meermaals als zijn politieke voorbeelden. Laten wij lessen trekken uit het verzet ertegen.